Tijdens de Tweede Wereldoorlog vielen er naar schatting tussen 50 en 70 miljoen doden. Zij wordt - naast de militaire campagnes - ook gekenmerkt door de Holocaust, de volkerenmoord op circa zes miljoen Joden en het vervolgen en vermoorden van homoseksuelen, Roma, gehandicapten, verzetsstrijders en diverse overige minderheden. De Holocaust, geïnspireerd door de nationaal-socialistische ideologie behoort tot de gruwelijkste episodes die de mensheid tot dan toe heeft gekend.
Voor het Koninkrijk der Nederlanden duurde deze oorlog van 10 mei 1940 tot 15 augustus 1945. Nederland was bezet gebied vanaf de overgave op 15 mei 1940 tot de Duitse capitulatie op 6 mei 1945. Op 10 januari 1942 vielen de Japanners Nederlandsch-Indië binnen, nadat Nederland op 8 december 1941 Japan de oorlog had verklaard. Met de Japanse capitulatie op 15 augustus 1945 kwam ook in Nederlandsch-Indië een einde aan de Tweede Wereldoorlog.
In België startte de oorlog op 10 mei 1940 en de capitulatie met de Duitsers werd getekend na de Achttiendaagse Veldtocht op 28 mei 1940. De bezetting duurde tot de bevrijding van dit land zo rond 17 september 1944.
Onder het voorwendsel dat de Tsjechische regering de Duitse bevolking in het Sudetenland mishandelde, bereidde Hitler een invasie in Tsjechoslowakije voor. Het Verenigd Koninkrijk had de veiligheid van Tsjechoslowakije gegarandeerd, met de dreigende inval van Duitsland leek oorlog onvermijdelijk. De Britse premier Neville Chamberlain en z'n Franse tegenhanger Edouard Daladier reisden in september 1938 naar München voor een ontmoeting met Hitler en Mussolini. Om een oorlog af te wenden deden de Franse en Britse leiders concessies waarbij het Sudetenland Duits werd. Opmerkelijk was dat bij dit overleg geen Tsjechoslowaakse vertegenwoordigers aanwezig waren. Hun regering was sterk gekant tegen het akkoord, maar was machteloos tegen het Duitse militaire overwicht zonder Franse of Britse hulp. Chamberlain betitelde het akkoord als de Vrede voor onze tijd (Peace for our time). Tsjechisch Sudetenland werd door Duitsland 'bevrijd' en in november 1938 wezen Duitsland en Italië de zuidelijke grensstrook van Slowakije toe aan Hongarije via de Eerste toekenning van Wenen, inclusief 20% van Roethenië. Enkele maanden later, in maart 1939 annexeerde Hitler de rest van Tsjechië, waarbij het kerngebied werd uitgeroepen tot het Duits Rijksprotectoraat Bohemen en Moravië. Slowakije werd een vazalstaat van Nazi-Duitsland en verder nam Hongarije de door hen begeerde delen in, inclusief Roethenië. Het feit dat Duitsland Tsjechië annexeerde heeft Frankrijk en Groot-Brittannië wakker geschud waarna ze Polen in bescherming namen tegen de Duitse intentie om het te annexeren. In mei 1939 vormden Italië en Duitsland het Staalpact, wat hun alliantie verstevigde en uitbreidde.
De ambities van Italië verstoorden echter deze krampachtige vrede. In oktober 1940 viel Italië Griekenland binnen. De Italiaanse troepen bleken echter niet in staat om zonder Duitse steun Griekenland te veroveren. Integendeel: de Grieken, gesteund door de Britten, drongen de Italianen terug en namen zelfs delen van het in 1939 door Italië bezette Albanië in. Het gevaar dreigde dat de Britten een bruggenhoofd in Griekenland zouden vestigen en dat de Grieken de Italianen zouden verdrijven. Hitler reageerde met voorbereidingen voor een offensief tegen Griekenland.
De strategie werd dat Griekenland vanuit Bulgarije binnengevallen werd. Roemenië en Bulgarije schikten zich naar de wensen van de Führer, terwijl ook Joegoslavië zich bij de Aslanden moest aansluiten. Hierop reageerden de Joegoslaven echter met een staatsgreep: de regent prins Paul werd afgezet ten gunste van de Engelsgezinde Peter II. Joegoslavië weigerde deel te nemen aan de As onder de leuze "Liever dood dan slaaf!". Joegoslavië werd nu echter ook een doel in de Duitse campagne. Een ter elfde ure gesloten niet-aanvalspact met de USSR was tevergeefs: op 7 april 1941 vielen de Duitsers Joegoslavië en Griekenland binnen.
De Duitsers, Bulgaren en Italianen vielen Joegoslavië van vier kanten binnen, terwijl de Luftwaffe Belgrado drie dagen lang bombardeerde. Hierna werden de Grieken aangepakt. Op 17 april 1941 capituleerde Joegoslavië, op 27 april Griekenland. De landen werden in verschillende stukken geknipt:
Een duistere periode brak aan. Degenen die het geluk hadden in de Italiaanse zones te wonen waren nog het beste af. De Italianen gedroegen zich correct, en Joden werden met rust gelaten. Ook de Bulgaren weigerden mee te werken aan de jodenvervolgingen, maar traden in de door hen bezette gebieden hardvochtig op. In Griekenland brak hongersnood uit, en de Duitsers gingen in Servië vreselijk te keer. De Joodse bevolking werd hier vrijwel uitgeroeid. Het ergste lot was echter de Serviërs binnen Kroatië beschoren: volgens Ante Pavelić moest "1/3 geassimileerd, 1/3 verdreven, en 1/3 vernietigd worden". Dit kwam neer op het bijeendrijven en vermoorden van Serviërs in concentratiekampen, en gedwongen massale bekeringen (waarna de Serviërs soms "voor zekerheid" toch vermoord werden door de kerk in brand te steken). In Roemenië kwam de IJzeren Garde terug in het machtscentrum en ging zodanig tekeer, dat ze moest worden afgezet.
Al snel ontstonden uit groepen gevluchte Joegoslavische soldaten de eerste verzetslegers: de monarchistische Četniks van Mihailovič en gevolgd door de communistische partizanen van Tito. Na korte samenwerking begonnen ze elkaar te bestrijden waarbij sommige Četniks tot collaboratie overgingen. De guerrilla’s hielden al snel vele in de Russische campagne benodigde divisies in Joegoslavië vast. Ook in Griekenland ontstonden verzetsbewegingen. Met name de communistische EAM/EAS was zeer actief. Uiteindelijk zou dit - toen de Duitsers zich terugtrokken - uitmonden in een burgeroorlog.
In 1943 capituleerde Italië, waarop de Duitsers de bezette gebieden overnamen. In 1944 trokken de meeste Duitsers terug naar Oostenrijk en Hongarije om niet door de oprukkende Russen de pas afgesneden te worden. Britten landden in Griekenland, terwijl de partizanen grote delen van Joegoslavië bezetten, en zelfs Noordoost-Italië binnenvielen. Roemenië verloor bij Iassy een beslissende slag, waarop premier en dictator Ion Antonescu vluchtte en koning Michael met de Russen ging praten. Toen Roemenië vrede sloot en Duitsland de oorlog verklaarde, bombardeerde de Luftwaffe als wraak Boekarest en de olievelden in de Banat. Bulgarije sloot haastig vrede, terwijl het Rode Leger contact maakte met de partizanen van Tito.
Het sluitstuk van de bezetting van de Balkan vormde de vlucht van een colonne van 200.000 Ustašabeweging met hun gezinnen, geleid door Ante Pavelič, in mei 1945. De stoet verliet Zagreb, trok door Slovenië, maar werd bij het Oostenrijkse grensplaatsje Bleiburg door de Britten tegengehouden. Terwijl Britse soldaten de grens bewaakten en Britse Spitfires boven hun hoofden cirkelden, namen de partizanen de meesten van hen gevangen. Ze werden teruggevoerd, en de meesten van hen kwamen in Joegoslavische gevangenissen en strafkampen terecht. Dit lot was ook vele ex-Četniks beschoren, terwijl Mihailovič uiteindelijk wegens hoogverraad geëxecuteerd werd.
Na de oorlog zouden Joegoslavië, Albanië, Roemenië en Bulgarije in het communistische Oostblok worden opgenomen. Griekenland sloot zich, na een vreselijke burgeroorlog, aan bij het Westen.
Van 30 november 1939 tot 13 maart 1940 voerde het Rode Leger oorlog tegen Finland voor een 'kleine grenscorrectie', de zogenaamde Winteroorlog. Volgens officiële Russische cijfers kostte deze oorlog de USSR 47.447 doden en 158.000 gewonden.
Op 22 juni 1941 voerden de Duitsers onder de codenaam Operatie Barbarossa een verrassingsaanval uit tegen hun voormalige Sovjetbondgenoten. Het front was ruim 3500 kilometer lang. Inclusief de troepen van de Duitse bondgenoten Hongarije, Slowakije, Bulgarije en Roemenië telde het Duitse leger 3 miljoen man. Het Rode Leger had een sterkte in vredestijd van 2 miljoen man.
Het Duitse leger drong diep in Rusland door. Doordat het Russische opperbevel slachtoffer was van de illusie dat men de Duitsers met hun eigen spel, de Blitzkrieg, zou kunnen verslaan, werden de troepen veel te ver vooraan het front geconcentreerd in onversterkte posities en gigantische pantserreserves vergooid in nutteloze tegenaanvallen. Grote Sovjetlegers werden door de Duitse pantsertroepen omsingeld. De Sovjets pasten echter ook de wel effectieve tactiek van de verschroeide aarde toe. Het grootste deel van de wapenindustrie werd naar de Oeral geëvacueerd. Toen eind augustus het front open lag voor een opmars naar Moskou, gaf Hitler echter opdracht het zwaartepunt van de Duitse opmars naar het zuiden te verleggen om de economisch belangrijke Oekraïne in te nemen. Op 19 september 1941 werd Kiev ingenomen, waar in het ravijn Babi Jar een massaslachting werd aangericht. In september begon in het noorden de belegering van Leningrad, die uiteindelijk 29 maanden zou voortduren. Men schat dat tijdens deze belegering meer dan een miljoen mensen in Leningrad zijn omgekomen. Eind oktober bereikten de Duitsers de Krim in het zuiden. Toen het Duitse leger begin oktober in het centrum zijn opmars naar Moskou wilde hervatten, werd dit belemmerd door najaarsmodder. De bevoorrading stokte bijna volledig. Bij het invallen van de vorst beval Hitler de onmiddellijke voortzetting van het offensief. De munitie- en brandstofsituatie werd hierdoor kritiek. Begin december bereikten de Duitse troepen de buitenwijken van Moskou. Daar werden ze opgewacht door een gigantische concentratie aan verse en volledig bevoorrade Russische legers uit Siberië, die omdat Japan niet aan leek te vallen konden worden teruggehaald uit Siberië en het Sovjet Verre Oosten, en door de Russische winter. Het Duitse leger, dat niet op een lange campagne was voorbereid, en zelfs geen winterkledij had, leed zowel qua manschappen als materieel hevig in de felle kou. Het Rode Leger opende het eerste winteroffensief van die oorlog en dreef de vijand honderd kilometer terug. Met moeite wisten de Duitsers een volledige vernietiging van hun centrale front te voorkomen. Maar het merendeel van de gevechtstroepen die bij de invasie waren ingezet, was nu dood, gewond of krijgsgevangen. Van 9 januari tot 16 februari 1942 wist het sovjetleger bij Operatie Toropets-Cholm een gedeelte terug te veroveren in de buurt van Novgorod en een Duits leger bij Andreapol te omsingelen. Van 8 februari tot 21 april werden 10.000 Duitsers omsingeld bij de Demjanskomsingeling en in het zuiden werd een aanval gelanceerd op het Zesde Duitse Leger bij Charkiv. Bij deze Tweede slag om Charkiv kwamen ongeveer 200.000 Rode Legersoldaten om. Daarnaast werden de Slagen van Rzjev (Eerste en Tweede Rzjev-Vjazma Offensief en Eerste en Tweede Rzjev-Sytsjevka Offensief) gelanceerd door Stalin.
In de daarop volgende zomer van 1942 wist het Duitse leger de opmars te hervatten. Maar door de grote verliezen van de voorgaande winter kon dat alleen nog in het zuiden, en zelfs dat werd slechts mogelijk gemaakt door de massale inzet van Roemeense, Hongaarse en Italiaanse legers. Belangrijke steden die werden veroverd waren de havenstad Sebastopol op de Krim (Slag om Sebastopol), Voronezj (Slag om Voronezj). Tijdens de Slag om de Kaukasus aan het eind van de zomer en het begin van het najaar werden een aantal olievelden in de Noordelijke Kaukasus veroverd. In september 1942 werd Stalingrad bereikt, wat de Duitsers ten onrechte zagen als het enige nog grote centrum van wapenproductie. Ook de olievelden van Grozny (Tsjetsjenië) aan de rand van de Kaukasus kwamen binnen bereik. Er werd voor de Kaukasus een speciaal Reichskommissariat Kaukasus opgezet dat het gebied in de toekomst zou moeten gaan leiden. Zover kwam het echter niet door de gebeurtenissen die hierop volgden.
Factoren als pure incompetentie bij Hitler en onenigheid onder de leidinggevende Duitse generaals leidden ertoe dat het Duitse leger opnieuw in een strategisch hopeloze positie terecht kwam. Door de veel te lange aanvoerlijnen werd de bevoorrading volstrekt onvoldoende. De pantserlegers waren óf vastgelopen in de Kaukasus óf foutief ingezet in een langdurig straatgevecht tijdens de Slag om Stalingrad. Deze slag werd één van de bloedigste gevechten uit de oorlog, met volgens sommige schattingen twee miljoen slachtoffers, waaronder een half miljoen burgers. Zo'n slijtageslag moest echter wel in het voordeel van de Sovjets uitvallen. Hun wapenproductie had zich meer dan hersteld en bedroeg dat jaar het vijfvoudige van de Duitse.
Op 19 november verpletterde het Rode Leger in een beslissend tegenoffensief (Operatie Uranus) de twee zwakke Roemeense legers die de flanken van het Duitse front moesten dekken en omsingelde enkele dagen later het Duitse Zesde Leger in Stalingrad om dat uiteindelijk volledig te vernietigen. Voor het zover was werden eerst de stellingen van het Italiaanse en later het Hongaarse leger opgebroken. Terwijl de Duitse legermacht in het centrale deel van het front zijn handen vol had aan het opvangen van Operatie Mars, lag zo de rechterflank op den duur volledig open. Russische gepantserde voorhoeden spoedden zich naar het westen zonder enige weerstand te ondervinden. Opnieuw bleek echter dat Blitzkrieg niet de sterkste kant was van het Rode Leger, want de geniale strateeg Erich von Manstein wist de aanvallers in een briljante campagne af te snijden. Door deze laatste grote Duitse overwinning stabiliseerde het front zich weer.
Dit was de opmaat voor Hitlers volgende fout, die de Duitse nederlaag zou bezegelen. In 1943 begon de Duitse wapenproductie die van de geallieerden terug in te halen. Generaal Heinz Guderian, toen inspecteur van de pantsertroepen, drong er bij Hitler op aan af te zien van een derde Duitse zomeroffensief en in plaats daarvan een grote strategische pantserreserve op te bouwen met de nieuwe superieure Tiger- en Panthertanks. Daarmee zou men ieder Russisch offensief kunnen pareren en een succesvolle invasie in Frankrijk verhinderen. Hitler had echter de illusie dat hij het strategisch initiatief zou kunnen overnemen en besloot alle beschikbare pantserreserves te concentreren voor de inkrimping van de saillant van Koersk. Zelfs als dat gelukt zou zijn, was het een dwaze verspilling van kostbare tanks geweest. Door de lange voorbereiding ging het verrassingseffect echter verloren en de Sovjets vingen in dikke verdedigingsgordels het offensief van juli 1943 (Slag om Koersk, grootste tankslag uit de hele oorlog) met relatief gemak op, hoewel het toch de grootste concentratie van Duits materieel van de gehele oorlog was. Door de hoge verliezen, maar meer nog door de hoge mechanische slijtage, waren de Duitse pantsertroepen volledig lamgeslagen.
Stalin besefte welk een perfecte gelegenheid hem dit bood om de Wehrmacht te vangen in een kringloop waar ze nooit meer uit zou kunnen ontsnappen. Eerst opende hij een enorm offensief. Weliswaar lukt het de Duitsers om dat uiteindelijk tot staan te brengen met zware verliezen aan Russische kant, maar men moest veel gebied prijsgeven. En voor men er aan toekwam reserves op te bouwen, begon weer het volgende offensief. Deze methode kostte zeer veel Russische tanks, maar die werden in voldoende mate geproduceerd in de Oeral. Zij kostte ook veel levens. Verbluffend genoeg bleek de Sovjetmaatschappij in staat om gemiddeld per maand 600.000 mannen te verliezen en daarbij het Rode Leger zelfs uit te breiden! Duitse mannen werden daarentegen uiterst inventief in het zich drukken voor de dienst aan het Ostfront. Terwijl het totale aantal Duitse soldaten steeg, nam hun aantal in Rusland zo sterk af dat het front één grote gatenkaas werd.
In het najaar van 1943 werden de Duitsers over de Dnjepr teruggedreven. Even vielen ze toen weer aan, maar verloren in het voorjaar van 1944 in extreem bloedige gevechten de westelijke Oekraïne. Het hele Eerste Pantserleger wist zich op het nippertje aan een vernietigende omsingeling te onttrekken. Toen de dooi inviel, staakte de strijd even. Bij de invasie van Frankrijk bleek hoezeer Stalins strategie was geslaagd. Ondanks dat iedere beschikbare tank was gespaard om die westelijke invasie af te slaan, moest Hitler toch het oostfront ernstig laten verzwakken. Toen het Rode Leger zich concentreerde op het zuiden van Polen, had het Duitse opperbevel geen andere keuze dan de weinige pantsertroepen die nog resteren daar tegenover te stellen. Zo werd het hele centrum van het front vrijwel van tanks ontbloot met als gevolg de zwaarste catastrofe van de oorlog: De sovjets wisten tijdens Operatie Bagration de hele Legergroep Centrum te verslaan en 25 Duitse divisies volledig te vernietigen en 350.000 man gevangen te nemen. De Russische operaties tegen Finland, de Baltische staten en Roemenië zijn daarmee vergeleken slechts een bijverschijnsel. Overigens moet worden opgemerkt dat de inname van de Baltische staten tijdens de oorlog nooit volledig was; nog tot in de jaren '50 wisten de woudbroeders guerillia's te organiseren in de 3 voormalige onafhankelijke landen.
In januari 1945 begon het laatste beslissende winteroffensief in Polen, nadat Vilnius was veroverd met hulp van de Polen tijdens de opstand van Vilnius. Bij de buitenwijken van Warschau hield men echter halt en hielp het Armia Krajowa niet mee bij de Opstand van Warschau (onderdeel van Operatie Storm), maar wachtte tot deze opstand werd neergeslagen door het Duitse leger en de stad voor 85% verwoest was. De Polen waren namelijk zonder overleg met Stalin (die de NKVD gebruikte om leden van de Armia Krajowa te executeren) de opstand begonnen en Stalin verdacht hen van collaboratie met de Westerse mogendheden. Nog even hielden de Duitsers achter de Oder en langs de Oostzee stand, maar na Operatie Vistula-Oder, waarbij onder andere Warschau, Lodz en Boedapest werden veroverd, stonden de sovjets op 70 kilometer van Berlijn. Begin mei werd tijdens de slag om Berlijn ook deze stad veroverd.
De Sovjets droegen in absolute termen de zwaarste last tijdens de Tweede Wereldoorlog. De troepenmacht in Noord-Afrika (zie hierna) was qua omvang niet te vergelijken met de legers in de Sovjet-Unie. Deze zware last uitte zich ook in aantallen slachtoffers: naar schatting 21 miljoen Sovjetonderdanen stierven, waaronder 7 miljoen burgers, bij elkaar zo'n 10% van de vooroorlogse bevolking. Alleen Polen had een hoger percentage: zij verloor 20% van haar vooroorlogse bevolking. Omdat de nazi's de Slaven als "Untermenschen" zagen, beschouwden ze het niet als misdaad om burgers te verzamelen en te fusilleren in de door de nazi's veroverde steden. Overigens was het de officiële Duitse politiek om die steden uit te hongeren om zo het uitgespaarde voedsel aan Duitsland te doen toekomen. De nazi's beschouwden de in Oost-Europa bezette gebieden als 'Lebensraum'.
Vanuit Egypte vielen generaal Wavell en generaal O'Connor de Italiaanse kolonie Libië binnen. Hier rukten zij snel op, waarop Hitler besloot zijn Italiaanse bondgenoot ook hier te hulp te komen. Veldmaarschalk Erwin Rommel dreef de Britten nog sneller terug dan dat zij zelf opgerukt waren. Na felle gevechten in een zeer beweeglijke oorlog werd op 21 juni Tobroek ingenomen. Eind 1942 leden de Duitsers twee nederlagen in Noord-Afrika tegen de Britten. In twee veldslagen bij El Alamein in juni en eind oktober, werd het Duitse Afrikakorps onder leiding van Erwin Rommel verslagen door het Britse Achtste leger onder bevel van veldmaarschalk Bernard Montgomery.
Hierna dreven de Britten de Duitsers terug. Na een landing van Britse en Amerikaanse troepen in Marokko, Algerije en Tunesië (Operatie Toorts) werden de Duitsers geheel uit Noord-Afrika verdreven. Op 13 mei 1943 gaven de laatste Duitse en Italiaanse troepen in Noord-Afrika zich over.
In 1927 leidde Chiang Kai-shek en de Kwomintang de Noordelijke Expeditie. Chiang was in staat de krijgsheren in Zuid- en Midden-China zijn gezag te laten erkennen, en was bezig de krijgsheren in Noord-China formeel aan zijn gezag te binden. Uit vrees dat Zhang Xue-liang (de krijgsheer die Mantsjoerije controleerde) zijn trouw aan Chiang zou verklaren, intervenieerden de Japanners en plaatsten in 1931 een marionettenregering in hun satellietstaat Mantsjoekwo met aan het hoofd ervan de laatste Chinese keizer Pu Yi die in 1924 verdreven was.
Er is geen bewijs dat de Japanners probeerden om China zelf te regeren of dat de Japanse acties in China deel waren van een wereldveroveringsprogramma. Eerder kunnen de Japanse acties gezien worden als een voortzetting van het 19e eeuwse Europese kolonialisme, en bedoeld om de aanvoer van grondstoffen te waarborgen. Chinese regeringen dienden de Japanse belangen te ondersteunen. In de jaren dertig werd militair geweld als instrument van koloniale macht echter door de internationale gemeenschap niet meer als politiek correct gezien. Japan trok zich terug uit de Volkerenbond. Er ontstond een patstelling toen Chiang zijn inspanningen ging richten op het uitschakelen van de communisten. Chiang beschouwde dit als een groter gevaar dan de Japanners. Deze houding werd binnen China door het sterke nationalisme in alle lagen van de bevolking steeds meer als onhoudbaar gezien.
In 1937 werd Chiang ontvoerd door Zhang Xue-liang tijdens het zgn. Xian Incident. Als voorwaarde voor zijn vrijlating beloofde Chiang om samen met de communisten tegen de Japanners te vechten. Als antwoord hierop zetten officieren van het Kwantoengleger zonder overleg met het Japanse opperbevel het Marco Polo brugincident in elkaar, waardoor de Chinees-Japanse oorlog formeel een feit werd. Deze oorlog ging gepaard met ongekende wreedheden, waarvan het bloedbad van Nanking het beruchtst is. Om de Japanse oorlogsinspanning te ontmoedigen stelden de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en de Nederlandse regering in ballingschap die nog steeds de oliebronnen in Nederlands-Indië controleerde, een olie- en een staalboycot tegen Japan in. Japan zag dit als een daad van agressie omdat het deze stoffen voor haar oorlogsvoering nodig had. Op 7 december 1941 leidde dit tot een Japanse aanval op Siam, Maleisië (Malakka), de Filipijnen en de Amerikaanse marinebasis Pearl Harbor op Hawaii. Vier dagen later verklaarde Duitsland de oorlog aan de Verenigde Staten. Tot dat moment had de Verenigde Staten zich buiten de oorlog in Europa gehouden, hoewel het wel militaire steun verleende aan het Verenigd Koninkrijk en de Sovjet-Unie door het Lend-Lease programma.
De geallieerde strijdkrachten in Azië bleken niet opgewassen tegen de Japanse veteranen. Het Britse slagschip Prince of Wales en de slagkruiser Repulse werden op 10 december voor de kust van Maleisië tot zinken gebracht. De marinebasis Singapore viel. Hongkong viel op 25 december. Ook de Amerikaanse bases op Guam en het eiland Wake gingen verloren. In januari volgde de Japanse invasies in Burma, de Salomonseilanden, Nederlands-Indië en Nieuw-Guinea. Manilla, Kuala Lumpur en Rabaul werden door Japan veroverd. De Japanse veroveringsmachine draaide in snel tempo verder: Bali en Timor vielen in februari 1942; Rangoon en Java in maart. Mandalay volgde begin mei. De Japanse luchtmacht vernietigde de Britse en Amerikaanse luchtstrijdkrachten in Zuidoost-Azië en voerde belangrijke aanvallen uit op Noord-Australië. De Britse vloot werd uit Ceylon verdreven.
De geallieerde weerstand begon langzaam toe te nemen. De Doolittle Raid in april 1942 was een symbolische maar voor het moreel belangrijke luchtaanval op Japan. Hoewel de slag in de Koraalzee tactisch gezien een Amerikaanse nederlaag was, voorkwam ze toch een invasie bij Port Moresby. De cruciale slag bij Midway volgde in juni 1942: hoewel de aanwezige strijdkrachten elkaar hier op gelijke voet ontmoetten, leed de Japanse marine hier een nederlaag waarvan ze niet herstelde. Midway was het keerpunt in de marineoorlog in het 'Pacific theatre'.
Op het land vertraagde de terugtocht van de Brits/Indiase strijdkrachten in Burma. Australische eenheden in Nieuw-Guinea verdedigden met succes Port Morseby langs de Kokada Track en in augustus 1942 leed het Japanse leger zijn eerste echte nederlaag in de slag om de baai van Milne. Terzelfder tijd probeerden zowel Amerikaanse als Japanse soldaten het eiland Guadalcanal te bezetten. In deze zes maanden durende uitputtingsslag behaalden de Verenigde Staten uiteindelijk de overwinning. Hierna werd Japan definitief in het defensief gedrongen. De constante noodzaak om versterkingen naar Guadalcanal te zenden verzwakte de Japanse inspanningen op andere plaatsen. Dit leidde tot de herovering van Buna/Gona door Australische en Amerikaanse strijdkrachten in 1943 en bereidde de weg voor zowel MacArthur's over land gebaseerde route door Nieuw-Guinea en Nimitz's 'island hopping' campagne over de Stille Oceaan.
Zwaar bevochten zijn o.a. de eilanden Tarawa, Iwo Jima en Okinawa in 1944; deze landingen kostten veel soldaten aan beide zijden het leven, maar brachten de oorlog wel dichter richting Japan. Door het verlies van hun ervaren piloten koos men in Japan voor de tactiek van de kamikazepiloten om de opmars van de V.S. te vertragen. Op 8 augustus 1945 besloot Japans oude vijand Rusland om ook in dit conflict aan de geallieerde zijde mee te strijden. Het Russische Leger rukte snel op in het door Japan bezette Mantsjoerije en veroverde zuid-Sachalin en de Koerilen tijdens Operatie Augustusstorm. De Japanse grote steden als Tokio leden ondertussen zwaar onder de Amerikaanse bombardementen. Japan gaf zich over nadat de steden Hiroshima en Nagasaki verwoest werden door de atoombom. De overgave werd getekend op 2 september 1945 op het slagschip Missouri. In de hierop volgende periode vestigde generaal MacArthur bases in Japan om de naoorlogse ontwikkeling van Japan te sturen en te controleren. Deze periode in de Japanse geschiedenis staat bekend als de bezetting. President Harry Truman verklaarde officieel op 31 december 1946 dat de vijandelijkheden geëindigd waren.
In de Aslanden zelf (Japan, Duitsland, Italië) en in dat van hun bondgenoten werd de bevolking zoveel mogelijk in het ongewisse gelaten. Overwinning volgde op overwinning, soldaten kwamen zegevierend thuis, en door de uitbuiting van de bezette gebieden groeide de economie. Al spoedig kwamen echter de ware voorboden van de oorlog. De Britten bombardeerden na de eerste bom op Londen direct Berlijn. De marinehaven Taranto werd ook door de Britten gebombardeerd. Op 18 april 1942 verschenen de bommenwerpers van Doolittle boven Tokio. Spoedig verschenen duizenden Superforten boven de Duitse en Japanse steden, die hun bommen lieten neerregenen. De propaganda veranderde nu: in plaats van de overwinningsbelofte werd de bevolking aangespoord alle krachten aan te wenden om de binnenvallende vijand terug te werpen. De Japanse en Duitse bevolking zetten hun schouders eronder, maar de Italianen keerden zich uiteindelijk tegen Mussolini.
De bezette gebieden werden op verschillende manieren behandeld. Sommige, zoals Elzas-Lotharingen en Polen, werden bij Duitsland gevoegd, en als binnenlandse gebieden behandeld. Soms mochten lokale marionetten de landen besturen. Zo werd Vichy-Frankrijk bestuurd door Maarschalk Pétain en Pierre Laval, Kroatië door Ante Pavelic, en Mantsjoekwo door Pu Yi. Dergelijke staten waren in naam onafhankelijk, maar steunden slechts op de macht van de Duitse en Japanse wapens. Andere gebieden werden door een militair (Noord-Frankrijk, bezet China, België), of een militairburgerlijk bestuur geregeerd (Nederland). Ook hier kwamen collaborateurs voor en marionettenregeringen, maar die kregen geen echte bevoegdheden. Mussert, Leon Degrelle en Staf De Clercq zijn hier goede voorbeelden van, evenals in Noorwegen Vidkun Quisling: quisling zou verrader betekenen in meerdere talen. De Japanners gaven lokale leiders en bevrijdingsbewegingen, zoals Soekarno, de illusie dat ze onafhankelijkheid konden krijgen (Azië voor de Aziaten), en moedigden lynchpartijen tegen Nederlanders en andere geallieerde staatsburgers aan. Ook etnische Chinezen, de 'Joden van Zuidoost-Azië' moesten het ontgelden. Zij werden allen onder hoongelach van de bevolking mishandeld en opgesloten in kampen. De weinige echte Joden werden echter beschermd, ondanks dat de Duitse attaché ook om hun internering of uitlevering vroeg. Indonesië kreeg uiteindelijk de onafhankelijkheid, maar dit werd verleend op een moment dat de Japanners zeker wisten dat ze de oorlog verloren hadden.
De nazi's hadden besloten heel Europa 'judenrein' te maken. In sommige landen zoals Italië, Denemarken en Bulgarije, mislukte dit door tegenwerking van de lokale bevolking en autoriteiten. In andere landen, zoals Nederland en Servië, werd het grootste deel van de Joodse bevolking uitgeroeid. In Kroatië en de Baltische staten deed de bevolking zelfs mee aan de pogroms en jodenvervolging.
Duitsland liet meestal de bestaande politieke en economische structuur in een bezette staat zoveel mogelijk intact, tenzij deze staat bewoond werd door 'Untermenschen' (Slavische volkeren). Deze laatste staten waren namelijk 'Lebensraum', en het feit dat de plundering van de economische hulpbronnen en eerste levensbehoeften tot armoede en hongersnood leidde interesseerde de bezetters niet. Sterker nog, dan zou een deel van de Untermenschen alvast uitgeroeid worden en hoefde dit niet later alsnog te gebeuren. De andere categorie landen, zoals Nederland, werden zoveel mogelijk intact gehouden. De politieke top werd wel vervangen of dienstbaar gemaakt, maar voor de rest verkoos men de 'zijden handschoenen' aanpak. De economieën van deze landen werd wel dienstbaar gemaakt aan Duitsland, maar deze werden aanvankelijk niet of zo min mogelijk uitgebuit, en groeide zelfs door de vele orders uit Duitsland. Dit verklaart de passieve houding van veel burgers in westerse landen, in tegenstelling tot de talrijke verzetsbewegingen in het oosten.
Japan wilde allereerst zelf alle touwtjes in handen hebben. De overheid, zaibatsu en de Centrale Bank van Japan trachtten zoveel mogelijk van de economische hulpbronnen in de bezette gebieden in te pikken. Centralisatie vond zo veel mogelijk plaats. Dit bleek echter niet efficiënt, en werkte vertragend. Men trachtte één munt in te voeren: de Japanse yen. Dit initiatief kwam echter nauwelijks van de grond. Dit zorgde dat de economieën van de nieuwe gebieden een zuigkracht ontwikkelden waar de Japanse economie eerder nadeel dan voordeel van dreigde te ondervinden. Pas later in de oorlog trachtte men een systeem op te zetten naar het voorbeeld van Duitsland.
Na de geallieerde overwinning in Noord-Afrika voerden de geallieerden op 10 juli 1943 een landing op Sicilië uit. Van hieruit werd op 3 september de Straat van Messina overgestoken naar Italië. Mussolini werd op 25 juli 1943 afgezet door de Grote Fascistische Raad en in opdracht van koning Victor Emanuel III gearresteerd. Zijn vervanger, generaal Pietro Badoglio sloot met de geallieerden op 8 september 1943 een wapenstilstand. Mussolini werd echter enkele maanden later door de Duitsers bevrijd en benoemd tot het staatshoofd van de Sociale Republiek te Salò in het noorden van Italië.
In deze rol werd hij door partizanen opgepakt en vermoord op 28 april 1945. In Zuid-Italië hadden de Duitsers de Gustav-linie gebouwd. De geallieerde strijdkrachten vielen deze linie van twee kanten aan, vanuit het zuiden in de Slag om Monte Cassino en vanuit het noorden door de Landing bij Anzio. Op 4 juni 1944 werd Rome bevrijd, twee dagen voor de Landing in Normandië.
Het Duitse militaire apparaat had in de rampzalige Russische campagne zijn krachten opgebruikt. De geallieerden openden een derde front op 6 juni 1944 met een succesvolle invasie in Normandië (D-day). Voortdurende geallieerde bombardementen op de Duitse infrastructuur en steden veroorzaakten grote schade en veel slachtoffers. Hitler ontsnapte aan een aantal aanslagen, waarvan de ernstigste op 20 juli door Claus von Stauffenberg e.a. plaats vond - zie 20 juli/aanslag.
In Operation Market Garden probeerden de geallieerden de bruggen over de grote rivieren in handen te krijgen. Het doel was om door te stoten naar het Ruhrgebied en de rest van Duitsland. Het falen van de luchtlanding bij Arnhem betekende dat de belangrijke brug over de Rijn niet in geallieerde handen kwam. Voor Nederland boven de grote rivieren veroorzaakte deze vertraging van de bevrijding een hongerwinter.
Op 25 april 1945 bereikten Amerikaanse en Russische troepen elkaar bij de rivier de Elbe. Duitsland werd hierop in vier geallieerde bezettingszones verdeeld.
Terwijl de Sovjets om Berlijn vochten, pleegde Hitler zelfmoord in zijn bunker met zijn vrouw (ze zijn in de laatste uren voor hun dood getrouwd) Eva Braun. Hij benoemde admiraal Karl Dönitz tot zijn opvolger. Duitsland werd door de geallieerden in vier delen verdeeld: één onder Sovjet-contrôle (het latere Oost-Duitsland) en drie andere delen onder de gezamenlijke controle van de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk. De uiteindelijk overgave werd op 7 mei 1945 door generaal Alfred Jodl getekend.
Aan het eind van de oorlog ontdekten geallieerde soldaten een aantal concentratiekampen die door de Nazi's gebruikt waren om een geschatte 12 miljoen mensen gevangen te houden en te vermoorden. De grootste groep, ongeveer de helft, bestond uit Joden; de andere helft werd gevormd door zigeuners, Slavische inwoners, Katholieken, homoseksuelen, Jehova's getuigen en diverse andere minderheden. Het bekendste van deze kampen zou Auschwitz worden, waar circa twee miljoen mensen werden vermoord. Hoewel veel geallieerde soldaten tijdens de oorlog niet op de hoogte waren van de door de nazi's gepleegde volkerenmoord of "Holocaust", is het een onvervreemdbaar onderdeel van de Tweede Wereldoorlog geworden.
In België zorgde de oorlog voor politieke spanningen door de discussies over de rol van de koning in de oorlog (zie koningskwestie) en de Vlaamse Beweging en Rex in de collaboratie en de repressie en epuratie daaropvolgend.
In deze zelfde periode consolideerden de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie hun posities en banden in Europa als voorbereiding tegen mogelijke agressie.
Zoals reeds opgemerkt is, bracht de Sovjet-Unie de zwaarste offers tijdens de Tweede Wereldoorlog. Deze oorlogsslachtoffers kunnen veel van Ruslands gedrag na de oorlog verklaren. De Sovjet-Unie ging voort met de bezetting en overheersing van Oost-Europa als bufferzone tegen invasies van Rusland uit het westen. Rusland heeft drie invasies gekend in de 150 jaar voorafgaand aan de Koude Oorlog: gedurende de Napoleontische oorlogen, de Eerste Wereldoorlog en de Tweede Wereldoorlog. Hierin verloren tientallen miljoenen het leven.
Na de oorlog werden veel Nazi's met hoge functies vervolgd voor oorlogsmisdaden en voor de massamoord (de Holocaust) tijdens de Processen van Neurenberg.
Voor een overzicht van de geallieerde militaire conferenties ga naar pagina Lijst van geallieerde conferenties in de Tweede Wereldoorlog
Zie ook overzicht strategische bombardementen voor het effect van de bombardementen.
Tweede Wereldoorlog | 20e eeuw
Tweede Wêreldoorlog | Zweiter Weltkrieg | Ōðru Woruldgūþ | حرب عالمية ثانية | Segunda Guerra Mundial | Икенсе донъя һуғышы | Другая сусьветная вайна | Втора световна война | Drugi svjetski rat | Segona Guerra Mundial | Druhá světová válka | Yr Ail Ryfel Byd | 2. verdenskrig | Zweiter Weltkrieg | Β΄ Παγκόσμιος Πόλεμος | World War II | Dua mondmilito | Segunda Guerra Mundial | Teine maailmasõda | Bigarren Mundu Gerratea | جنگ جهانی دوم | Toinen maailmansota | Seconde Guerre mondiale | Twadde Wrâldkriich | An Dara Cogadh Domhanda | Segunda Guerra Mundial | Ñorairõ Guasu | מלחמת העולם השנייה | Drugi svjetski rat | II. világháború | Perang Dunia II | Duesma mondo-milito | Seinni heimsstyrjöldin | Seconda guerra mondiale | 第二次世界大戦 | მეორე მსოფლიო ომი | 제2차 세계 대전 | Bellum Orbis Terrarum II | Zweete Weltkrich | Twiede Wereldoorlog | Antrasis pasaulinis karas | Otrais pasaules karš | Втора Светска војна | Perang Dunia II | Tieni Gwerra Dinjija | Tweet Weltorlog | Andre verdskrigen | Andre verdenskrig | II wojna światowa | Segunda Guerra Mundial | Al doilea război mondial | Вторая мировая война | Secunna guerra munniali | Drugi svetski rat | World War II | Druhá svetová vojna | Druga svetovna vojna | Lufta e II-të Botrore | Други светски рат | Andra världskriget | Vita Kuu ya Pili ya Dunia | இரண்டாம் உலகப் போர் | สงครามโลกครั้งที่สอง | II. Dünya Savaşı | Друга світова війна 1939-45 | Đệ nhị thế chiến | Deujhinme guere daegnrece | 第二次世界大战 | 第二次世界大戰
This article is licensed under the GNU Free Documentation License.
It uses material from the
"Tweede Wereldoorlog".
Home Page • arts • business • computers • games • health • hospitals • home • kids & teens • news • physicians • recreation• reference • regional • science • shopping • society • sports • world