Timbre of klankkleur is de eigenschap van een klank waarmee verschillende muziekinstrumenten en stemmen zich onderscheiden. Hierdoor kun je, met enige oefening, het verschil horen tussen een saxofoon en een trompet in een jazz band, of tussen een fluit en een viool in een orkest. De aanwezigheid van een of meerdere formanten (resonanties op bepaalde frequenties) zorgt hier in de meeste gevallen voor. Met nog meer oefening is het verschil tussen bijvoorbeeld verschillende violen te horen. Een stradivarius klinkt anders dan een nieuw gebouwde viool, maar ook een stradivarius kan verschillend klinken als deze door verschillende violisten bespeeld wordt. Dit laatste heeft ook te maken met het verloop van het timbre in tijd. Ook verschillende stemmen van mensen onderscheiden zich in klank van elkaar. Zo is er ook een verschil tussen een coloratuursopraan en een "gewone" sopraan, al zingen ze dezelfde aria. Ook bij spreekstemmen wordt van timbre gesproken.
Hoewel de term klankkleur wordt gebruikt als synoniem voor timbre, worden kleuren uit het optische spectrum gewoonlijk niet verbonden aan bepaalde klanken. Vaker wordt het geluid van een instrument beschreven als "warm" of "scherp" of andere termen, waarbij het verband met aanraking groter is dan met zicht. Mensen met synesthesie zien echter wel soms kleuren wanneer ze speciale klanken horen.
De natuurkundige eigenschappen van geluid met betrekking tot timbre worden beschreven door spectrum en de omhullende (Engels: envelope).
De kwaliteit van de klank bestaat uit de grondtoon met een aantal harmonischen en/of delen (ook wel boventonen genoemd). De meeste westerse muziekinstrumenten produceren harmonische klanken. De frequentie van deze boventonen kunnen worden berekend door het vermenigvuldigen van de frequentie van de grondtoon met een geheel getal (*2, *3, *4 etc.). Veel instrumenten produceren echter niet alleen harmonischen, maar vooral ook boventonen die nìet een geheel aantal keer de grondtoon zijn; dit worden de delen genoemd.
De klankkleur neemt vervolgens een typische wending aan als bepaalde harmonischen versterkt worden door o.a. resonantie. Deze versterkingen worden formanten genoemd en komen veelvuldig voor.
Wanneer een orkest stemt (gebruikelijk op een A) bestaat het geluid uit een combinatie van 440 Hz, 880 Hz, 1320 Hz, 1760 Hz en verder. De balans van de sterkte van elke frequentie en de formanten bij een lang aangehouden toon geeft elk instrument diens karakteristieke geluid.
Bij een hard gespeelde toon op een instrument zijn de harmonischen t.o.v. de grondtoon harder dan bij een zacht gespeelde toon. Het menselijk gehoor ervaart dit als respectievelijk schelle en doffe klanken. Bovendien sterven bij instrumenten met een bepaalde uitklinktijd, hoge harmonischen sneller uit dan lage.
Er zijn nog twee punten die opgemerkt dienen te worden:
Timbre wordt gezien als een fundamentele eigenschap van muziek.
Klangfarbe | Timbre | Timbre musical | Timbre (musique) | Hangszín | Timbro | 音色 | Timbre | Тембр | 音色