Teken (Acarina of Acari) zijn achtpotige geleedpotigen die als parasieten leven van het bloed van gewervelde dieren. Ze bijten zich vast in de huid en laten zich na een bloedmaaltijd, die enige uren tot dagen duurt, weer vallen. Teken kunnen soms ziekten overbrengen. Tekenbeten zijn meestal niet pijnlijk en worden vrij vaak alleen opgemerkt doordat men de teek in de huid ziet zitten.
Kenmerken
Teken zijn zeer nauw verwant aan
mijten, en iets minder aan
spinnen die eveneens acht poten hebben. Van spinnen onderscheiden ze zich o.a. doordat er geen duidelijke scheiding tussen
kopborststuk en achterlijf bestaat. Teken onderscheiden zich van
insecten door hun acht poten. Tekenlarven hebben tot hun eerste vervelling echter zes poten. De 'kop' van een teek wordt het
capitulum genoemd. Hieraan zitten twee
palpen vast ter weerszijden van het
hypostoom, de zuigsnuit. Deze laatste wordt beschermd door twee
cheliceren die helpen bij de doorboring van de huid, en bestaat zelf uit een met weerhaken getand steekorgaan. Op de voorpoten (poot I) bevindt zich op de laatste geleding het
orgaan van Haller, een complexe structuur bestaande uit een putje met een aantal zintuigharen erin, dat bij het lokaliseren van de gastheer wordt gebruikt. Op de achterkant en de voorkant van het lichaam bevindt zich bij de harde teken een schild (
scutum), soms meer dan één. Naast het scutum is de lichaamshuid nogal rekbaar zodat een teek bij een bloedmaaltijd belangrijk kan uitzetten. De anus, de daaromheen gelegen anale groeve en de plaats en vorm van de geslachtsopening zijn kenmerken die soms bij de determinatie van belang zijn.
Leefwijze
Teekwiki.jpg
Teken zijn zeer gespecialiseerde eters: ze leven
parasitair, van bloed en lichaamsvloeistoffen van gewervelde
gastheren. Voor hun ontwikkeling hebben zij drie bloedmaaltijden nodig van een of meer gastheren; vooral in het geval van meer dan één gastheer is er veel potentieel risico op het overbrengen van ziekten aanwezig. Harde teken ondergaan tijdens hun leven twee vervellingen; het hangt ervan af of ze deze op de gastheer of op de grond doormaken hoeveel gastheren ze meestal hebben. De indeling kan dan verder gemaakt worden in eengastherig (alle vervellingen op gastheer), tweegastherig (één vervelling op de grond) en driegastherig (beide vervellingen op de grond). Lederteken kunnen meer vervellingen doormaken.
Verreweg de meeste soorten harde teken (Ixodidae) (ca. 600, = 90%) hebben drie gastheren. Alle drie stadia (larve, nimf en adult) parasiteren. In hun speeksel zit zowel een verdovende stof als een stof die de bloedstolling tegengaat. Hierdoor wordt de tekenbeet niet gevoeld, en kan de teek zich onmerkbaar ergens neerzetten. Sommige teken (niet in de Benelux) hebben speeksel met een gif dat bij de gebetene tot verlammingsverschijnselen kan leiden.
Een teek kan enige dagen tot wel een week lang op dezelfde gastheer blijven zitten. Het vrouwtje zet na haar volwassen bloedmaaltijd een aanzienlijk percentage van haar lichaamsgewicht (50% of meer) in eieren om voor zij sterft en produceert dan honderden tot enige duizenden eieren. Uit de eieren komen larfjes die in hun eerste stadium geen acht, maar zes poten hebben. Alle stadia kunnen lang zonder voedsel: De ontwikkelingscyclus van Ixodes ricinus kan, afhankelijk van de omstandigheden, tussen 1,5 en 7 jaar duren.
Teek4.jpg
De teken zitten te wachten tot een gastheer langskomt in struikgewas, maar ook op grassprieten. Teken gaan extreem zuinig met hun energie om en kunnen meer dan een jaar zonder voedsel. Ze detecteren hun potentiële gastheer door de uitgestraalde lichaamswarmte, en wellicht ook door geurdetectie. Op hun eerste potenpaar zit dicht bij het uiteinde het orgaan van Haller dat hierbij een rol speelt maar waarvan de werking nog niet geheel begrepen wordt. Ze kunnen via de benen van de gastheer omhoog klimmen en nestelen zich bij voorkeur in huidplooien, maar ook wel gewoon op een been of arm. Een teek wandelt meestal enige minuten rond op zoek naar een optimale plaats alvorens zich in de huid vast te bijten. Naast in het wild voorkomende zoogdieren, worden vooral honden, katten en mensen gebeten.
Een niet met bloed volgezogen teek is slechts een paar millimeter groot. Als ze zich helemaal volgezogen heeft met bloed, kan ze meer dan een centimeter groot worden. De bekendste Europese soort, die dan ook de Lyme-ziekte overbrengt, is Ixodes ricinus of schapenteek, een parasiet op vogels en zoogdieren.
Families, genera en soorten
- Ixodidae: harde teken; wereldwijd zijn ca. 650 soorten beschreven
- Ixodes
- Ixodes ricinus de gewone - of schapenteek; bij een tekenbeet bij een mens in Nederland gaat het vrijwel altijd om deze soort. Parasiteert op zeer veel gastheren.
- Ixodes arboricola
- Ixodes vespertilionis (alleen bij vleermuizen)
- Ixodes hexagonus
- Ixodes canisuga
- Rhipicephalus
- Haemaphysalis (wel in Nederland, maar zelden of nooit op de mens)
- Dermacentor
- Argasidae: zachte - of lederteken; wereldwijd ca. 155 soorten beschreven (in Nederland alleen bij vogels en vleermuizen).
In Nederland en België kent men een tiental soorten teken, die deels zeer gespecialiseerd zijn in het bloed van bepaalde diersoorten, bijvoorbeeld vleermuizen, woelratten en oeverzwaluwen. Een andere soort die hier is gevonden kwam alleen op ingevoerde schildpadden voor. Andere soorten hebben meer gastheren op hun menu staan. Voor de determinatie zijn o.a. het aantal en de vorm van de schilden en de aanwezigheid van sporen (uitsteeksels) op de basis van de poten van belang. In de praktijk komen echter bij de mens vrijwel alleen beten van Ixodes ricinus voor. Van de hierboven aangegeven harde tekensoorten (Ixodidae) zijn de Rhipicephalus en de Dermacentor niet echt inheems. Zij zijn uit het Middellandse-Zeegebied bekend en worden wel eens met huisdieren ingevoerd. Rhipicephalus sanguineus kan zich, als hij niet wordt bestreden, binnenshuis handhaven en van de Dermacentorteek wordt vermoed dat hij zich in sommige Nederlandse natuurgebieden wellicht aan het vestigen is. Enkele in de laatste jaren geconstateerde gevallen van tekenkoorts (babesiose) bij honden kunnen namelijk niet gemakkelijk door directe import uit het buitenland verklaard worden.
Verspreiding
Teken komen overal in de Benelux voor, vooral in landelijke gebieden met bossen en struikgewas, o.a. in
Zeeland,
Noord-Brabant,
Limburg,
Gelderland,
Drenthe,
Overijssel, Noordoost-
Groningen, de
Kempen en de
Ardennen. Ixodesteken zijn gevoelig voor uitdroging en komen het meest voor op plaatsen waar een wat vochtige bodem bestaat, b.v. door een dikke strooisellaag. Men kan ze vangen door een lichtgekleurde
theedoek aan een lat te binden zodat hij gespreid wordt gehouden en de doek dan aan een touw langzaam over de bodem te slepen onder en langs begroeiing. Na enige tientallen meters wordt de doek steeds aan boven- en onderkant geïnspecteerd.
De mens als slachtoffer
Mensen kunnen worden gebeten tijdens een natuurwandeling, vooral indien ze zich daarbij door struiken of onder bomen en begroeiing hebben begeven. Daarbij is de teek in staat om onder de kleding te kruipen. Preventie: niet met korte broek of onbedekte lichaamsdelen in bos of struikgewas wandelen, broekspijpen in de sokken, jezelf na het verlaten van het bos of 's avonds controleren op teekjes, en de voor jezelf niet zichtbare delen van de huid door een ander laten inspecteren. Jonge tekenlarven zijn slechts ca. 1 mm groot!
Toename van teken
Onderzoek heeft aangetoond dat het aantal teken in Nederland toeneemt. De toename aan
natuurterreinen en de toename van het aantal
zoogdieren door het terugdringen van de
jacht zijn hier waarschijnlijk debet aan.
Ook de constructie van ecologische verbindingszones speelt een rol in de verspreiding van teken. In de ecologie van de teek spelen kleine zoogdieren zoals muizen en grote zoogdieren (doorgaans herten) een grote rol. De teek overwintert in de holen van kleine zoogdieren. Kleine zoogdieren zijn meestal niet erg mobiel en voor verspreiding tussen muizenkolonies maken teken vaak gebruik van herten of wilde zwijnen. Op grote zoogdiergastheren ontmoeten volwassen teken elkaar voor de paring. Zonder natuurlijke verbindingszones sterven geïsoleerde populaties teken meestal uit.
De EU-subsidie op ecologisch beheerde akkerranden draagt mogelijk bij aan de toename van het aantal teken. Veel van deze randen worden ingezaaid met planten die het aantal muizen vergroten (bijvoorbeeld zonnebloemen waarvan muizen in de winter de zaden kunnen eten).
Tekenziekten
Verschillende soorten teken kunnen ziekten overbrengen, waarvan de vier voor mensen belangrijkste zijn:
- De Lyme-ziekte, die ook in Nederland en België voorkomt.
- Een vorm van encefalitis, Frühsommer Meningo Encephalitis (FSME) en Russian Spring Summer Encephalitis (RSSE). Deze ziekten zijn zeldzaam in Nederland en België en worden veroorzaakt door twee virussen die behoren tot de groep van flavivirussen. In Nederland (2003) zijn nog geen teken met dit virus aangetroffen. FSME komt voor in Centraal- en Oost-Europa, de Balkan, Finland, Zweden, Denemarken, in het oosten van Frankrijk, Oostenrijk en Zuid-Duitsland. Het RSSE-virus komt voor in grote delen van Rusland, Centraal-Azië en Noord-China . Tegen FSME en RSSE kan gevaccineerd worden.
- Ehrlichiose
- Fièvre boutonneuse, overgebracht door de teek Rhipicephalus sanguineus, die in Zuid-Europa voorkomt.
Daarnaast kunnen teken ziekten overbrengen op dieren. De belangrijkste ziekte bij runderen en honden veroorzaakt door teken is Babesiose, veroorzaakt door de Babesia-bloedparasiet (Babesia canis). Deze parasiet dringt de rode bloedcellen binnen. Ziekteverschijnselen zijn kortademigheid, koorts, rode urine en plotselinge sterfte. Babesiose komt voornamelijk voor in Zuid-Europa, maar kan ook in Nederland voorkomen. In 2004 zijn enkele gevallen gerapporteerd. Voor zover bekend komt de overbrengende teek van deze ziekte (Dermacentor sp.) niet in Nederland voor. Ook wel Pyroplasmose of Piroplasmose genoemd.
Teek verwijderen
Tekenpincet.jpg
Voor het verwijderen moet de teek NIET met alcohol of olie worden behandeld, want daardoor kan het gebeuren dat de teek zijn maaginhoud leegt in het lichaam van het slachtoffer, waardoor meer besmettingsgevaar optreedt. Men kan de teek het best zo snel mogelijk verwijderen (niet de volgende dag naar de dokter gaan, dan liever zelf doen). Wanneer de teek binnen 24 uur is verwijderd dan is de kans op besmetting met de Lyme-ziekte gering.
Pincet
Een teek kan goed worden verwijderd met behulp van een speciale
pincet, in Nederland en België te koop bij een
apotheek. Dit is een pincet met vrij brede, platte bek, die zich automatisch sluit. De pincet moet goed om de teek heengezet worden (tot vrijwel in de huid van het slachtoffer). De pincet moet goed worden vastgeknepen, de teek kan dan voorzichtig uit de huid gedraaid worden (zeker niet trekken). Dat het zou uitmaken of men hierbij links- of rechtsom draait is folklore. Daarna de huid netjes ontsmetten met
alcohol. Ontstaat na 1 tot 3 weken een rode, zich uitbreidende ring om de plaats van de beet dan moet de dokter zeker wel worden geraadpleegd.
Kaart
Handiger dan de tekenpincet is de recentelijk ontwikkelde kaart met het formaat van een creditcard. In de kaart zijn toelopende sleuven aangebracht, die onder de teek geschoven worden. Door verder schuiven wordt de teek uit de huid verwijderd.
Bevriezen
Een andere recentelijk ontwikkelde methode is bevriezing van de teek. Met een apparaatje, de Tickner, wordt een koudespray op de teek gespoten, waardoor deze bevriest en gemakkelijk verwijderd kan worden.
Handmatig
Als geen hulpmiddelen in de buurt zijn kan handmatig verwijderen op volgende manier: bevochtig een vingertop met speeksel en draai daarmee zacht maar gedurig rondjes op de teek. Na enkele minuten lost de teek. Belangrijk is nu dat je hem onmiddellijk tussen de nagels fijnknijpt, anders wandelt hij gewoon verder en bijt zich weer vast.
De kans op besmetting met Lyme-ziekte is bij verwijdering van de teek binnen 24 uur gering; toediening van antibiotica wordt in de Nederlandse officiële richtlijnen niet standaard aanbevolen. Het lijkt er wel op dat het percentage met de veroorzaker van de Lyme-ziekte besmette teken in Nederland de laatste jaren toeneemt.
De meeste tekenbeten komen voor in de zomer.
Literatuur
- Bronswijk JEMH van, Rijntjes RH, Garben AFM: De teken (Ixodida) van de Benelux-landen. Wetenschappelijke Mededelingen, KNNV nr 131 (1979) (uit het pre-borreliatijdperk maar nog steeds het meest complete overzicht; met determinatietabellen)
Externe links
Parasiet | Spinachtige
Zecken | Tick | Iksodo | Garrapata | Punkit | Tique | Zeko | ダニ | Zecken | Erkė | Kleszcze (pajęczaki) | Carrapato | Крпељ | Fästing | Kene