article

Het begrip taalverwerving verwijst doorgaans specifiek naar het verwerven van talige vaardigheden door kinderen.

Het betreft hier een cognitief leerproces. Het kind leert de taal van zijn naaste omgeving, inclusief de eigenaardigheden of dialectvormen. De opvoeders spelen de belangrijkste rol in dit leerproces. Het proces van taalverwerving moet plaatsvinden gedurende de circa eerste zes levensjaren van het kind. Op latere leeftijd komt de verwerving van een taal veel moeizamer tot stand; klaarblijkelijk verdwijnt het aangeboren mechanisme waarmee een kind de taal leert, geleidelijk na (circa) het zesde levensjaar.

Kinderen die in een 'taalloze' omgeving opgroeien (bijv. wolfskinderen) verwerven later zeer moeilijk en gebrekkig hun taal. Zowel het weergeven van de inhoud van de taal (betekenis) als de klankproductie (uitspraak) moeten geoefend worden. In de literatuur en het spontane spraakgebruik ontmoet men nog vaak de term taalontwikkeling, deels omdat men (vooral vroeger, zie onder meer bij Noam Chomsky) meende dat de taal zich 'vanzelf' ontwikkelt, alsof er een soort aangeboren programma bestond dat wordt afgewikkeld. Onderzoek toonde aan dat taal(verwerving) in de hersenen door duidelijk lokaliseerbare modules ondersteund wordt.

Meestal onderscheidt men volgende fasen in de taalverwerving:

  • prelinguale periode, circa 1e levensjaar: vocaliseren, frazelen, brabbelen. Hoewel het hier nog gaat om onverstaanbare klanken, blijkt er toch verschil te bestaan tussen brabbelaars. Computeranalyse van klankproducties onderscheidt typisch 'Nederlands' gebrabbel van soortgelijke gebrabbel in andere talen. Zelfs het verschil tussen een Limburgse en een Hollandse baby hoort men reeds vanaf circa de 7e maand.
  • vroeglinguale periode, tot circa tweeëneenhalf jaar: herkenbare woorden.
    • éénwoordfase
    • tweewoordfase
    • meerwoordzin
  • verrijkings- of differentiatiefase tot aan lagereschoolleeftijd. Vooral de uitbreiding van de woordenschat (van circa 300 naar circa 3000 woorden vindt dan plaats).

Na circa zes jaar heeft het kind dus de taal grotendeels onder de knie. Tempo en kwaliteit van taalverwerving verschillen van kind tot kind. Doorgaans ontwikkelen meisjes de taalvaardigheid iets vlotter en eerder dan de jongens. Tweelingen lopen dan weer meestal iets achter, omdat zij onderling een apart taaltje ontwikkelen. Het ontwikkelen van dit taalvermogen verloopt in nauwe wisselwerking met andere ontwikkelingen van het kind: lichamelijk, psychologisch, sociaal, intellectueel, emotioneel, enzovoort. Er kan in de taalontwikkeling wel eens iets fout gaan. Een vertraagde taalontwikkeling is dikwijls symptoom van een ander gebrek.

Literatuur


  • S.M. Goorhuis-Brouwer en A.M. Schaerlaekens, Handboek taalontwikkeling, taalpathologie en taaltherapie bij Nederlandssprekende kinderen. Uitgeverij De Tijdstroom, Utrecht, 1994. ISBN 90-5898-004-9. 2000-2001, 2e geheel herziene en uitgebreide druk.

Deelgebied van taalkunde | Kind | Taal

Sproglig udvikling | Spracherwerb | Language acquisition | Akirado de lingvaĵo | Adquisición del lenguaje | Acquisition du langage | Adquisición da linguaxe | רכישת שפה | Acquisition del linguage | Kritisk period | 语言习得

 

This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the "Taalverwerving".

Home Pageartsbusinesscomputersgameshealthhospitalshomekids & teensnewsphysiciansrecreationreferenceregionalscienceshoppingsocietysportsworld