Taal is waarschijnlijk de eigenschap die de mens het wezenlijkst onderscheidt van andere diersoorten: terwijl ieder mens die onder enigszins normale omstandigheden opgroeit in de loop van zijn eerste levensjaren spelenderwijs een taal leert, is het tot nu toe niet gelukt om diersoorten als bijvoorbeeld chimpansees op hetzelfde niveau een taal te laten gebruiken als een zesjarig kind.
In filosofische zin is taal een systeem dat betekenis weergeeft door middel van een alfabet van arbitraire symbolen, zoals spraakklanken, gebaren of schrifttekens. Deze symbolen vormen de bouwstenen die door middel van een taalspecifiek regelsysteem (de grammatica) tot betekenisvolle eenheden (bijvoorbeeld woorden, zinsdelen en zinnen) worden gerangschikt.
Het gangbare onderscheid tussen enerzijds taal (met een hoge waardering) en anderzijds dialect (met een lage waardering) wordt in de taalkunde niet gemaakt, omdat het willekeurig en politiek bepaald is: de dialecten van het Chinees verschillen evenveel van elkaar als de Romaanse talen. Taalkundigen geven doorgaans de voorkeur aan het maatschappelijk niet beladen begrip variëteit.
Daar lang niet alle talen beschikken over gestandaardiseerde vormen en het vaak niet uit te maken is of twee groepen sprekers dezelfde variëteit spreken, of varianten van één variëteit, is het aantal talen op de wereld niet te bepalen. Om toch een handvat te hebben wordt het aantal talen vaak op vier à zesduizend gehouden.
Talen als Esperanto, Ido en Interlingua zijn voorbeelden van een hulptaal — een taal die de internationale communicatie moet vergemakkelijken. Deze talen worden ook wel auxlang genoemd, wat staat voor auxiliary language (hulptaal). Ook de term IAL wordt wel gebruikt, wat staat voor international auxiliary language (internationale hulptaal). Soms wordt betwist of deze systemen ook als echte talen kunnen worden beschouwd. Maar uit een taalkundig oogpunt kan worden opgemerkt dat in ieder geval het Esperanto ook moedertaalsprekers heeft, en daarmee aan een van de gangbaarste criteria voor het predikaat 'taal' voldoet. Zodra kunsttalen door kinderen als moedertaal worden verworven, verliezen ze hun kunstmatige karakter en zijn ze niet van natuurlijke talen te onderscheiden.
Als overkoepelende benaming voor kunsttalen is de term conlang gangbaar, constructed language. Onder de conlangs die geen auxlang zijn vallen de kunsttalen die ontworpen zijn voor gebruik in fictiewerken, zoals de elfentalen van Tolkien en het Klingon uit de televisieserie Star Trek.
Ook de standaardtalen zijn tot op zekere hoogte geconstrueerde talen: vaak zijn hun grammatica en hun woordenschat door enkele autoriteiten vastgesteld.
Ook communicatiesystemen van dieren (bijen, dolfijnen, walvissen) worden wel als taal beschouwd. Deze systemen verschillen wel van menselijke taal. In de eerste plaats kan met de 'talen' van dieren anders dan met mensentalen niet over ieder willekeurig onderwerp gesproken worden: in bijentalen kan bijvoorbeeld waarschijnlijk alleen gecommuniceerd worden over de plaats waar zich nectar bevindt.
Taal | Sprache | Lenguache | لغة | Idioma | Dil | Език | Yezh | Jezik | Llenguatge | Jazyk | Iaith | Sprog | Sprache | Γλώσσα | Language | Lingvo | Lenguaje | Keel (keeleteadus) | Hizkuntzak | زبان | Kieli | Langage | Taal | Teanga | Cànan | Linguaxe | שפה | Jezik | Nyelv | Linguage | Bahasa | Linguo | Tungumál | Linguaggio | 言語 | Basa | 언어 | Ziman | Yeth | Lingua | Sprooch | Taol | Lokótá | Kalba | Јазик | Bahasa | Språk | Språk | Lenga | Język (mowa) | ژبې | Línguas | Limbă | Язык (система знаков) | Language | Jazyky | Jezik | Gjuha | Језик | Språk | Lugha | ภาษา | Dil | Мова | Ngôn ngữ | Pük | Ulwimi | 语言 | Gí-giân