article

Stadsrechten zijn in de Middeleeuwen een fase in de ontwikkeling van het juridisch systeem in Europa.

Hoewel hier veelal meerdere rechten (op markten, tol en stadsmuren) onder worden verstaan, ging het in essentie op het recht van de stad op eigen rechtspraak. Feitelijk is er dus sprake van stadsrecht en niet van stadsrechten. In een afzonderlijk privilege kon ook het recht op wetgeving (keur) worden verstrekt en het recht om eigen schout en stadsbestuurders te benoemen. Met het verdwijnen van het feodaal stelsel en het toenemend belang van de centrale (rechts-) staat kwam er ook een einde aan het stadsrecht.

Achtergrond


Al onder de Romeinen verkreeg Nijmegen marktrechten. Vanaf het jaar 1000 werden privileges door landheren aan nederzettingen verstrekt. Soms bewust om stedevorming te bevorderen. Vanaf het moment dat deze privileges in één keer in een totaalpakket werden aangeboden, spreken we van stadsrechten. Stadsrechten maakten van een nederzetting een aantrekkelijke vestigingsplaats voor kooplieden. Van de economische bloei die hiervan het resultaat was, profiteerde de heer door het heffen van belastingen.

In de Lage Landen werden de eerste stadsrechten in de twaalfde eeuw verleend. Ze waren gebaseerd op de rechten die de stad Atrecht in de loop der jaren met de Graven van Vlaanderen was overeengekomen. Die rechten werden steeds vaker aan nieuwe Vlaamse steden verleend. De Hertogen van Brabant namen de rechten van Leuven als voorbeeld. De graven van Holland namen dit Leuvense model over. De Hertogen van Gelre namen de stadsrechten van Zutphen als voorbeeld. In Gelderland was Nijmegen een uitzondering. Als Rijksstad waren de stadsrechten van Aken het voorbeeld. Stadsrechten werden dus, soms met lichte wijzigingen, overgenomen van de rechten van andere steden, de zgn. moederstad. Wanneer in de dochterstad juridische onenigheid ontstond, ging men op "stedevaart" naar de moederstad om daar uitleg van het recht te vragen.

Vanaf de 13e eeuw werden bepaalde rechten ook los van de heer afgekondigd. Landheren probeerden wel zeggenschap te houden op de samenstelling van het stadsbestuur. Het streven van de stad was er doorgaans op gericht om ook daar volledig vrij in te worden.

In later eeuwen was het vaak de geldnood van de landheren, die ertoe leidde dat de steden uitbreiding van hun rechten kochten. Stadsrechten genereerden dus welvaart en welvaart genereerde stadsrechten. Zo wisten diverse steden na verloop van tijd een hoge mate van autonomie te verwerven. Sommige steden wisten zelfs uit te groeien tot stadstaten.

Rechten


Stadsrechten hadden betrekking op zaken als:

  • Privileges:
    • Stadsmuren: het recht om een muur rondom de stad te bouwen.
    • Marktrecht: het recht om markt te houden (en daarvoor te laten betalen).
    • Tolrecht: het recht om tol te heffen, eigen burgers waren daarvan veelal vrijgesteld hetgeen bijdroeg aan de aantrekkelijkheid als vestigingsplaats.
    • Muntrecht: enkele steden waren vrij hun eigen geld te slaan.

  • Vrijheden:
    • Persoonlijke vrijheid: vaak gold de regel 'Stadslucht maakt vrij'. Men was geen horige meer van de landheer, maar vrij om te gaan en staan waar men wilde.

  • Bestuur:
    • Stadsbestuur: de gegoede burgerij kon soms zelf de bestuurders kiezen die in de stadsraad zitting moesten nemen.
    • Rechtspraak en wetgeving: Binnen aangegeven grenzen was de stad vrij om zelf wetgeving en rechtspraak uit te oefenen. De stad werd hierdoor bestuurlijk uit het omliggende land gelicht waar de wetgeving van de landheer gold. Burgers hadden het recht voor een eigen rechtbank (van "gelijken") te verschijnen. Soms werd echter bepaald dat een nieuwe stad voor zijn rechtspraak was aangewezen op een andere, al langer bestaande, stad.
    • Belastingen: Het stadsbestuur verwierf het recht om binnen de eigen grenzen belastingen op te leggen aan ingezetenen.

Het gebied buiten een stad kon soms landrecht krijgen. Zo kregen Kennemerland en West-Friesland van de graven van Holland een landrecht. Doorgaans gold wel dat stadsrecht voor landrecht ging.

Einde van stadsrechten


Met de groei van de centrale staat kwam er langzaam een einde aan het fenomeen van het stadsrecht. In de noordelijke Lage landen werden de laatste stadsrechten feitelijk verleend in 1586 (Willemstad). In de periode van het bestaan van de Republiek verwierf alleen Blokzijl (1672) nog een stadsrecht. Na de Bataafse Omwenteling (1795) werden gemeentes naar Frans voorbeeld vormgegeven en werd het stadsrecht - bij wet ¹ - afgeschaft. Hoewel gedeeltelijk hersteld na 1813 kregen steden niet volledig de bevoegdheden terug die zij voordien bezeten hadden: rechtspraak en wetgeving werden steeds meer een zaak van het centraal gezag. Na de grondwet van 1848 en de Gemeentewet van 1851 is het verschil tussen dorpen en steden definitief komen te vervallen.

Stadsrechten die in het begin van de 19e eeuw nog zijn gegeven (aan Delfshaven in 1825 voor het laatst) zijn niet te vergelijken met die uit de Middeleeuwen en meer symbolisch van aard. Door sommigen worden Den Haag en Assen niet beschouwd als stad, omdat deze plaatsen hun stadsrechten kregen in de Franse periode.

¹ Uit Artikel 25 van de "Staatsregeling" 1798:

"Alle Tiend- Chijns- of Thijns-, afstervings- en Naastings-Regten, van welke aard , midsgaders alle andere Regten of Verpligtingen, hoe ook genoemd, uit het Leenstelsel of Leenrecht afkomstig, en die hunne oorsprong niet hebben uit een wederzijdsch vrijwillig en wettig verdrag, worden, met alle gevolgen van dien, als strijdig met der Burgeren gelijkheid en vrijheid, voor altijd vervallen verklaard. "

Den Haag


Den Haag is een bijzonder geval, soms wordt deze stad beschouwd als het grootste dorp van Europa, omdat officieel nooit stadsrecht is gegeven. Helemaal correct is dat niet want Den Haag kreeg stadsrechten in 1806 (Lodewijk Napoleon), bekrachtigd in 1810 (Napoleon Bonaparte) (hoewel deze feitelijk symbolisch zijn). Maar ook daarvoor kreeg Den Haag bijzondere rechten, die het wel degelijk tot een stad maakten:
  • Vanaf 1334 kreeg Den Haag het recht op een jaarmarkt.
  • In 1370 stelde Hertog Albrecht van Beieren, graaf van Holland, de grens van het rechtsgebied vast.
  • In 1451 werden de bevoegdheden van schepenen vastgesteld naar voorbeeld van het Leidse stadsrecht. Zo kreeg het een vroedschap, die betrokken was bij de jaarlijkse verkiezing van de schepenen.
  • In 1559 kreeg Den Haag bovendien 2 burgemeesters met dezelfde status en rechten als de burgemeesters van de bestaande steden van Holland.

Zie ook


Externe link


Stad | Middeleeuwen | Recht

Stadtrecht | City rights in the Netherlands | Stadsrechte | Prawa miejskie | Магдебурзьке право

 

This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the "Stadsrechten".

Home Pageartsbusinesscomputersgameshealthhospitalshomekids & teensnewsphysiciansrecreationreferenceregionalscienceshoppingsocietysportsworld