Een ruimtelijke invalshoek is het meest kenmerkende van de sociale geografie. Het gaat in eerste instantie om het ‘waar’ en het ‘waarom daar’ van verschijnselen aan het aardoppervlak. In de huidige tijd komen daar ook vragen bij als ‘is het wenselijk’ en ‘kan of moet het veranderd worden’. De laatste twee vragen vormen het overgangsgebied met andere wetenschappen waaronder met name de planologie. Kenmerkend voor de sociale geografie is verder dat het een wetenschap is met een accent op het formeel object. Niet verschijnsel op zich staat centraal (materieel object), maar de manier waarop er naar gekeken wordt bij het onderzoek. De sociaal-geografische zienswijze onderscheidt deze wetenschap van andere sociale wetenschappen zoals bijvoorbeeld de sociologie, de economie of de politicologie. Met vele specialisaties van de andere sociale wetenschappen bestaat overigens overlap in onderwerp en aanpak (stadssociologie, regionale economie, rurale sociologie bijvoorbeeld).
De manier waarop naar geografisch relevante verschijnselen wordt gekeken varieert in de loop van de ontwikkeling van de (sociale) geografie. Om enige ordening aan te brengen in de veelheid van zienswijzen, is de indeling die de Amerikaanse geograaf N.D Pattison maakte in 1964, nog steeds bruikbaar. Hij onderscheidde:
Geografische kennis is zo oud als de mensheid zelf omdat de mens nu eenmaal kennis van de woonomgeving nodig heeft om te kunnen bestaan. Het woord geografie heeft een Griekse oorsprong en betekent letterlijk aardbeschrijving.
Oudheid
In de Griekse Oudheid ontstonden de eerste meer systematisch opgezette geografieën. Bekende geografen of auteurs van geografisch getinte werken zijn o.a. Eratosthenes (ca. 284 - ca. 204 v. Chr.), die als eerste een handboek over algemene geografie schreef, Ptolemaeus (ca. 85 - ca. 150) en Strabo (ca. 64 v. Chr. – ca. 20 n. Chr.). Strabo schreef de 17-delige Geographia gebaseerd op gegevens van honderden andere auteurs. Tot in de Middeleeuwen werd er o.a. in schoolboeken van dit werk gebruik gemaakt. Al in de Grieks-Romeinse Oudheid kon een onderscheid worden gemaakt tussen een mathematisch-kartografische traditie (Ptolemaeus) en een historiografische traditie (een soort land- en volkenkunde vermengt met geschiedenis.
17e – 18e eeuw
In de Renaissance herleeft de belangstelling voor de geografische werken uit de Klassieke Oudheid. Met name het werk van Ptolemaeus is invloedrijk. Met enkele uitzonderingen (Varenius, 1622-1650) duurt het tot de 18e eeuw voordat de meer wetenschappelijk beoefende geografie enig niveau kreeg. In de 18e eeuw wordt de ontwikkeling van de geografie gestimuleerd door de voortgaande exploratie van gebieden buiten Europa. Er was een dringende behoefte om de tijdens allerlei expedities verkregen kennis systematisch te classificeren en te beschrijven. Als ruimtelijke eenheden voor deze beschrijvingen koos men of voor politieke eenheden (Staatengeographie of politieke geografie genoemd) of voor natuurlijke eenheden (delta’s, stroomgebieden, laagvlakten etc.).
Eerste helft 19e eeuw
Het geografisch werk in de eerste helft van de 19e eeuw werd beheerst door de opvattingen van twee Duitse geografen: Alexander von Humboldt (1796-1859) en Carl Ritter (1779-1859). Beide geleerden legden de basis voor een ‘vergleichende Erdkunde’. Op basis van nauwgezette beschrijvingen van geografisch relevante verschijnselen probeerde men een verklaring te vinden voor de geconstateerde samenhang. Doordat er tevens aandacht werd gevraagd voor het historische element kwam de geografie los van de pure feitenopsomming van de eeuwen daarvoor.
Darwins invloed
In 1859, het jaar van het overlijden van Von Humboldt en Ritter, verscheen Darwin’s Origin of species. Het werk had grote invloed op de ontwikkeling van de wetenschap, de geografie niet uitgezonderd. Darwin’s concepten als ‘struggle for life’ en ‘survival of the fittest’ pasten niet meer in de natuuropvatting van Von Humboldt, waarin de natuur als een harmonisch geheel werd gezien. Het teleologisch verklaringsmodel van Ritter (het verwijzen naar een goddelijke voorzienigheid als verklaring voor processen en verschijnselen) werd vervangen door een mechanistisch verklaringsmodel, waarin oorzaak en gevolg verklaard moesten worden door de toepassing van natuurwetten. Het betekende dat er in deze periode veel aandacht was voor fysisch-geografische verschijnselen.
Eind 19e eeuw-begin 20e eeuw
Door ontwikkelingen op politiek en economisch gebied in de laatste 30 jaar van de 19e eeuw kwam de geografie in een stroomversnelling. Geografische wetenschappers verschaften de noodzakelijke kennis voor de snelle ontwikkeling van handel en industrie. Daarmee werd ook een belangrijke bijdrage geleverd voor het bereiken van de imperialistische doelstellingen van landen als Frankrijk, Engeland en Duitsland. In afzonderlijke artikelen wordt aandacht geschonken aan:
In de laatste zestig jaar is er in de sociale geografie veel veranderd, zowel kwalitatief als kwantitatief. Kwantitatief omdat de discipline in de laatste zestig jaar enorm is gegroeid. Kwalitatief omdat ze ten opzichte van de geografie van voor de Tweede Wereldoorlog grondig van opvattingen is veranderd. We onderscheiden drie hoofdstromen in het denken over sociale geografie sinds de Tweede Wereldoorlog:
In de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw komt de culturele geografie of ook wel cultuurgeografie hernieuwd in de aandacht.
In Nederland kan men Sociale Geografie studeren aan
Sozialgeographie | Social geography | Geografía social | Socijalna geografija | Geografia społeczna
This article is licensed under the GNU Free Documentation License.
It uses material from the
"Sociale geografie".
Home Page • arts • business • computers • games • health • hospitals • home • kids & teens • news • physicians • recreation• reference • regional • science • shopping • society • sports • world