De scholekster (Haematopus ostralegus) is een vrij stevig gebouwde, zwart-witte steltloper die algemeen in het binnenland kan worden aangetroffen. De grootste aantallen bevinden zich in het noorden en westen van Nederland. De Veluwe, Zuid-Limburg en Flevoland huisvesten nauwelijks scholeksters.
Jonge scholeksters (ook wel floaters genoemd) hebben twee mogelijkheden, genoegen nemen met een kwalitatief minder territorium of wachten tot er een goed territorium vrijkomt. Een goed territorium (hokkerterritorium) ligt vlak bij de voedselbronnen op het wad, een slecht territorium (wipperterritorium) ligt daar verder vanaf. Oorspronkelijk ging men er van uit dat beide strategieën gedurende een scholeksterleven evenveel jongen zouden opleveren: een keuze tussen vroeg beginnen maar jaarlijks minder jongen grootbrengen of later beginnen, maar dan wel een hoog jaarlijks succes hebben. Een hokkerterritorium levert gemiddeld 0,65 jongen per jaar op en een wipperterritorium 0,2 jongen per jaar. Deze veronderstelling bleek echter onjuist: de wippers zijn sukkels die in hun leven minder jongen grootbrengen, hokkers beginnen namelijk niet later in hun leven met broeden.
Het is ook gebleken dat jongen de sociale status van hun ouders meekrijgen. Jongen die door hokkers worden grootgebracht veroveren ook vaak weer een hokkerterritorium, terwijl door wippers grootgebrachte jongen dat zelden doen. Bij het veroveren van een hokkerterritorium is het ook van belang hoe bekend het dier is met de omgeving. In een onderzoek waarbij kunstmatig territoria werden leeggemaakt door de "eigenaars" te verwijderen, bleek dat 80% van de vrijgekomen territoria werden bezet door vogels die bekend waren met het gebied. Floaters maakten zich bekend met het terrein door regelmatig de betreffende territoria binnen te dringen.
Een vierde ondersoort, H. o. finschi uit Nieuw-Zeeland, wordt meestal als een aparte soort gezien.
De scholekster komt het hele jaar door voor aan de kusten van de Noordzee en van de Ierse Zee. Broedvogels uit noordelijke gebieden (Scandinavië en IJsland) trekken in de winter naar het zuiden. Veel vogels overwinteren langs de Noordzee en de Britse eilanden. Anderen trekken naar Spanje en Afrika. Rond de Middellandse Zee komen kleinere populaties voor.
De scholeksters uit het oosten van Azië migreren in de winter naar het zuiden van China.
De totale Europese populatie wordt op 200.000 tot 300.000 broedparen geschat, waarvan 80.000 tot 130.000 in Nederland, ongeveer 40.000 op de Britse eilanden.
Tot 1985 nam het aantal scholeksters in de Waddenzee toe. Sindsdien is het echter met circa 35% afgenomen. Als oorzaken worden genoemd de vermindering van het voedselaanbod (o.a. door de kokkelvisserij) en minder droogvallende mosselbanken.
Стридояд | Morbig | Ústřičník velký | Pioden y Môr | Strandskade | Austernfischer | Eurasian Oystercatcher | Meriharakka | Tjaldur | Huîtrier pie | Strânljip | ミヤコドリ | 검은머리물떼새 | Jūrinė šarka | Jūras žagata | Tjeld | Ostrygojad | Strandskata
This article is licensed under the GNU Free Documentation License.
It uses material from the
"Scholekster".
Home Page • arts • business • computers • games • health • hospitals • home • kids & teens • news • physicians • recreation• reference • regional • science • shopping • society • sports • world