Het Russisch (русский язык, ) is één van de grootste talen ter wereld en de grootste cultuurtaal in Europa. Het Russisch behoort tot de Indo-Europese taalfamilie. Binnen deze taalfamilie behoort het tot de Slavische talen. Het Russisch vormt samen met het Oekraïens en het Wit-Russisch de Oost-Slavische taalgroep.
Status en geografische verspreiding
Het Russisch is de officiële taal van de
Russische Federatie en één van de werktalen van de
VN. Naast het Russisch wordt in Rusland nog een honderdtal andere talen gesproken, waaronder
Tsjetsjeens,
Tataars,
Kirgizisch,
Basjkiers. In de
Sovjet-Unie werd het Russisch als
lingua franca gebruikt; in sommige voormalige Sovjetrepublieken heeft de taal die status nog altijd, zij het in mindere mate.
Russisch wordt in Europa o.a. gesproken in Estland (naast Estisch), Georgië (naast Georgisch, Abchazisch, Ossetisch, Armeens en Turks), Letland (naast Lets), Litouwen (samen met Litouws en Pools), Moldavië (naast Roemeens, Oekraïens, Bulgaars, Turks en Gagaoezisch), Oekraïne (naast Oekraïens, Krim-Tataars, Gagaoezisch, Roemeens, Hongaars, Bulgaars, Pools, Duits, Sloveens, Wit-Russisch en Grieks) en Wit-Rusland (naast Wit-Russisch, Oekraïens en Pools).
SlovoOPolkuIgoreve.png, een van de oudst bekende literaire teksten]]
Geschiedenis
Men veronderstelt dat in het tweede millennium voor Chr. binnen de
Indo-Europese taalfamilie het Protoslavische dialect ontstond, dat zich los had gemaakt uit de
Balto-Slavische groep. In het eerste millennium na Chr. heeft het Protoslavisch zich getransformeerd in het
Oerslavisch. In de 6e-7e eeuw viel de taal uiteen in drie groepen dialecten: de
Oost-Slavische, de
West-Slavische en de
Zuid-Slavische groep. Uit de Oost-Slavische dialecten ontstonden in de 14e-15e eeuw het Russisch (Grootrussisch), het
Oekraïens (Kleinrussisch) en het
Wit-Russisch. In de 16e-17e eeuw ontstonden er Noord- en Zuid-Russische dialecten en Middelgrootrussische overgangsdialecten.
De oudste schriftelijke bronnen in de geschiedenis van het Russisch zijn de Codex van Novgorod (eerste kwart 11de eeuw), het Ostromir-evangelie (1056/57) in het Kerkslavisch en korte brieven op berkenbast (vanaf de 11de eeuw) in Oudnovgorods dialect. In de middeleeuwen werd de discrepantie tussen geschreven en gesproken taal steeds groter, doordat men in de literatuur gebruik bleef maken van een archaïsch Russisch dat sterk leunde op het Kerkslavisch, terwijl de gesproken taal zich verder ontwikkelde. Het autobiografische "Leven" van aartspriester Avvakoem Petrov uit de tweede helft van de 17e eeuw was geschreven in de gesproken volkstaal en daarmee het eerste werk van de moderne Russische literatuur.
Michail Lomonosov legde de grondslag voor het moderne Russisch in de tweede helft van de 18e eeuw; Nikolaj Karamzin schiep eind 18e eeuw de literaire norm waarop Aleksandr Poesjkin verder kon bouwen. De hedendaagse Russische literaire taal is rond 1800 ontstaan op basis van het Moskouse dialect.
In het Russisch kan men veel leenwoorden vinden uit het Frans, Duits, Latijn en uit Turkse talen, waaronder het Tataars.
Het Russisch heeft een grote invloed ondergaan van het Kerkslavisch, wat ertoe geleid heeft dat er nog steeds veel zgn. Kerkslavismen in het moderne Russisch kunnen worden gevonden.
Kenmerken
Alfabet
Het Russisch maakt gebruik van een variant van het
cyrillische alfabet, dat in zijn huidige vorm bestaat sinds 1918, toen het alfabet werd hervormd en enkele lettertekens zijn afgeschaft. De laatste grote spellingshervorming is doorgevoerd in 1956. Het huidige Russische cyrillische alfabet telt 33 letters:
| А а | Б б | В в | Г г | Д д | Е е | Ё ё | Ж ж | З з | И и | Й й
|
| К к | Л л | М м | Н н | О о | П п | Р р | С с | Т т | У у | Ф ф
|
| Х х | Ц ц | Ч ч | Ш ш | Щ щ | Ъ ъ | Ы ы | Ь ь | Э э | Ю ю | Я я
|
Fonetiek en fonologie
Het Russische klanksysteem kent vijf
klinkers en zesendertig
medeklinkers. Het Russische klanksysteem heeft twee kenmerkende eigenschappen:
vocaalreductie en een
fonologische oppositie tussen "harde" en "zachte" medeklinkers.
Harde en zachte medeklinkers
De meeste medeklinkers komen voor in een zg. harde en zachte (
gepalataliseerde) variant. Het verschil tussen hard en zacht is betekenisonderscheidend en weerspiegelt zich in de spelling. Bij de uitspraak van een gepalataliseerde medeklinker beweegt de
tong zich richting het harde
verhemelte (
palatum), waardoor een lichte
j-klank te horen is. Zo klinkt de zachte
n zoals de
nj (
ɲ) in het Nederlandse woord "ora
nje".
Vocaalreductie
De beklemtoonde lettergreep wordt halflang uitgesproken, de onbeklemtoonde lettergrepen kort. Het
woordaccent heeft in het Russisch grote gevolgen voor de uitspraak; dit verschijnsel wordt vocaalreductie genoemd. Door vocaalreductie valt een aantal klinkers buiten de klemtoon samen en worden ze minder geprononceerd, "doffer" uitgesproken. Reductie treedt na harde medeklinkers op bij de /o/ en de /a/ (die samenvallen tot
of [ə); na zachte medeklinkers vallen /e/, /a/ en /i/ samen tot een korte i. De /u/ en de
y kennen geen reductie.
Hoe verder een klinker van de beklemtoonde lettergreep af staat, hoe meer hij onderhevig is aan reductie, klinkers ná de klemtoon worden meestal volledig gereduceerd. Zo wordt een onbeklemtoonde o uitgesproken als als hij vlak voor de beklemtoonde lettergreep staat; staat hij verder weg, klinkt hij als *," target="_blank" >вóдка ("wodka") als *.
Stemhebbende en stemloze medeklinkers
Net als in het Nederlands worden
stemhebbende medeklinkers aan het einde van een woord stemloos; een woord als хлеб (
chleb, "brood") klinkt daardoor als
chlep, юг (
joeg, "het zuiden") als
joek.
Als een stemhebbende en een stemloze medeklinker botsen treedt er zg. regressieve assimilatie op (regressief = van achter naar voren). Dit wil zeggen dat de gehele cluster ofwel stemhebbend wordt, ofwel stemloos, bepaald door de laatste medeklinker. Onder de sectie vocaalreductie hierboven zijn hiervan al twee voorbeelden te vinden: dk (stemhebbend-stemloos) wordt (stemloos) in водка, vt wordt sb (stemloos-stemhebbend) als [zb" target="_blank" >* (stemhebbend) uitgesproken wordt, en отзыв (o.a. "reactie"), waarin tz tot dz geassimileerd wordt.
Grammatica
Het Russisch is een taal die een hoge mate van
flexie kent; dit betekent dat woorden veranderen al naar gelang hun grammaticale functie in de zin. Hierbij vervullen de
naamvallen een sleutelrol. Het hedendaagse Russisch kent zes naamvallen:
nominatief,
genitief,
datief,
accusatief,
instrumentalis en
prepositionalis/
locatief. Het Russisch kent drie
woordgeslachten: mannelijk, vrouwelijk en onzijdig, die in de regel
morfologisch gemarkeerd zijn. In de
verbuiging wordt onderscheid gemaakt tussen de geslachten en tussen enkelvoud en meervoud, wat resulteert een groot aantal uitgangen. Het Russisch heeft geen
lidwoorden.
Het Russische werkwoord kent drie tijden: de tegenwoordige, verleden en toekomende tijd. De tegenwoordige en toekomende tijd worden verbogen naar persoon (1e, 2e, 3e) en getal; in de verleden tijd wordt onderscheid gemaakt tussen mannelijk, vrouwelijk, onzijdig en meervoud. Er zijn twee typen vervoegingen, hoewel binnen deze hoofdtypen afzonderlijke vervoegingen zijn aan te wijzen. Het moeilijkste onderdeel van de Russische grammatica is het zg. aspect. Men onderscheidt het imperfectieve en perfectieve aspect. De meeste werkwoorden bestaan in twee varianten, een imperfectieve en een perfectieve vorm, die samen een aspectpaar worden genoemd. Het imperfectieve aspect beziet de handeling op zich, het perfectieve aspect beziet de handeling in een context van situatiewisseling of resultaat.
Ter illustratie: het werkwoord "openen" bestaat in twee vormen otkryvat' (imperfectief) en otkryt' (perfectief). In de zin "Ja dolgo otkryval dver', no ne otkryl jejo" ("Ik was lang bezig de deur te openen maar heb haar niet geopend") wordt voor de handeling van het openen het imperfectieve werkwoord gebruikt en voor het aangeven van het uitblijven van resultaat - het perfectieve werkwoord.
Het Russisch is een SVO-taal, hoewel de woordvolgorde niet strikt vastligt. Het Russisch gebruikt de woordvolgorde om informatie binnen de zin hiërarchisch te structureren; dit wordt abusievelijk vaak aangezien voor een vrijere woordvolgorde.
Het woordaccent in het Russisch kent geen vaste regels en is vaak onvoorspelbaar; het kan binnen een verbuiging of vervoeging verspringen.
Dialecten
In het Europese deel van Rusland onderscheidt men doorgaans drie dialectgroepen: Noord-, Centraal- en Zuid-Russiche dialecten, waarbij de Centraal-Russische dialecten als overgangsdialecten worden beschouwd omdat deze zowel Noord- als Zuid-Russische elementen bevatten.
Hoewel het areaal van deze dialecten enorme afmetingen heeft, zijn de verschillen met het Standaardrussisch (de Moskouse norm) niet dusdanig, dat dialectsprekers onverstaanbaar zijn voor iemand uit Moskou. In dit opzicht zijn de verschillen niet zo groot als in het Nederlandse taalgebied, waar velen moeite hebben om bijv.
Gronings of
West-Vlaams dialect te verstaan. Als gevolg van unificatie door het onderwijs in de Sovjetperiode en de trek naar de steden is er bij veel dialecten een zeker verval ingetreden; de jongste generatie spreekt vaak geen zuiver dialect meer, maar Standaardrussisch met dialectelementen of met een dialectsubstraat. Vooral op het gebied van uitspraak en intonatie bestaan er aanzienlijke verschillen ten opzichte van de Russische standaardtaal.
Noord-Russische dialecten
Ten noordoosten van de lijn
Ladogameer-
Novgorod-
Jaroslavl treft men dialecten aan die als belangsrijkste kenmerk
okanje (оканье - "
o zeggen") hebben: de onbeklemtoonde
o wordt niet gereduceerd, maar uitgesproken als
* (zie
de sectie vocaalreductie). Voorts zijn kenmerkend een gutturale
g en een harde
t in de uitgang van de derde persoon (enkelvoud en meervoud) van het werkwoord (overeenkomend met de standaardtaal). Onder de Noord-Russische dialecten onderscheidt men de volgende subgroepen: de dialectengroep van
Ladoga en
Tichvin, van
Kostroma, van
Vologda, van
Onega en van
Belozersk.
Tot ongeveer 1950 weken de Noord-Russische dialecten ook qua lexicon sterk af van wat men elders in Rusland sprak. Door de geïsoleerde ligging van veel streken hadden met name deze dialecten veel archaïsmen behouden. De dialecten die in de Oeral gesproken worden kunnen ook tot de Noord-Russische groep worden gerekend.
Centraal-Russische dialecten
De noordelijke grens van hun areaal loopt van
Sint-Petersburg via Novgorod en
Ivanovo tot
Nizjni Novgorod en
Tsjeboksary, de zuidelijke grens loopt van
Velikije Loeki via
Moskou tot
Penza. Deze dialecten zijn overgangsdialecten. In het westen wordt een onbeklemtoonde
o als
uitgesproken, in het westen als een [a; dit verschijnsel wordt
akanje (аканье - "
a zeggen") genoemd. Men onderscheidt de volgende subgroepen: West-Centraal-Russisch van
Pskov, West-Centraalrussisch van Novgorod, Oost-Centraal-Russisch van Moskou en omstreken, Oost-Centraal-Russisch van
Jegorevsk en omgeving, Oost-Centraal-Russisch van
Temnikov en omgeving en Oost-Centraal-Russisch van het gebied rond
Vladimir tot aan de
Wolga.
Zuid-Russische dialecten
De areaalgrens van deze dialecten ligt ten zuiden van Velikije Loeki en loopt via
Rjazan tot
Tambov. In deze dialecten wordt de onbeklemtoonde
a als een
* uitgesproken, kent men een
fricatieve g en een zachte
t in de derde persoon van het werkwoord, waar de standaardtaal een harde
t heeft. Binnen deze groep zijn er drie subgroepen: de dialectengroep van Rjazan, van het
Dnjepr-gebied en van
Oskol.
Werkelijk afwijkende vormen van het Russisch vindt men vooral onder andere etnische groepen in de voormalige Sovjet-Unie. Tijdens het keizerrijk werd er vanuit Moskou een agressieve russificatiepolitiek gevoerd, die in de Sovjettijd bij tijd en wijle werd voortgezet. Hierdoor is het Russisch veel te horen in met name de steden en onder de hoogopgeleide bevolking. Met de Slavische zustertalen het Wit-Russisch en het Oekraïens vormde het Russisch de mengtalen Trasjanka resp. Soerzjyk.
Wisselwerking met het Nederlands
Nederlands en Duits in de Russische taal
Door de interesse van
tsaar Peter de Grote in de Nederlandse
scheepvaart zijn er meerdere
Nederlandse woorden (scheepvaarttermen) in het Russisch beland:
- sluis - шлюз
- snoer - шнур
- steven - штевень
- kabeltouw - кабельтов
- kiel - киль
- ruim - трюм
- kajuit - каюта
- noord - норд
- zuid - зюйд
- oost - ост
- west - вест
- schipper - шкипер
- mast - мачта
- vlaggestok - флагшток
- vlag - флаг
- wimpel - вымпел
- bootsman - боцман
- matroos - матрос
Ook is er een aantal Duitse woorden in de Russische taal terechtgekomen:
- Schlagbaum - шлагбаум
- Rucksack - рюкзак
- Butterbrot (Duits: boterham) - бутерброд
- Perückenmacher (Duits: pruikenmaker) - парикмахер (kapper)
Russische woorden in het Nederlands
Er zijn ook enkele Russische woorden in het Nederlands terecht gekomen. Dit betreft voornamelijk woorden die op typisch Russische zaken betrekking hebben, maar niet uitsluitend:
Zie ook
- Mat (obscene volkstaal van het Russisch)
Externe links
Russisch
Russies | Russisc sprǣc | لغة روسية | Rusu | ГIурус мацI | Руски език | Ruski jezik | Rus | Ruština | Вырăс чĕлхи | Rwsieg | Russisk (sprog) | Russische Sprache | Ρωσική γλώσσα | Russian language | Rusa lingvo | Idioma ruso | Vene keel | Errusiera | زبان روسی | Venäjän kieli | Russe | Rúisis | Ruiseis | Lingua rusa | 𐍂𐌿𐍃𐌰𐍂𐌰𐌶𐌳𐌰 | רוסית | रूसी भाषा | Ruski jezik | Orosz nyelv | Bahasa Rusia | Rusiana linguo | Lingua russa | ロシア語 | რუსული ენა | 러시아어 | Russek | Lingua Russica | Russesch | Rössisch | Rusų kalba | Krievu valoda | Руски јазик | Лимба русэ | Bahasa Rusia | Russ'sche Spraak | Russisk språk | Russisk språk | Уырыссаг æвзаг | Język rosyjski | Língua russa | Limba rusă | Русский язык | Ruoššagiella | Ruski jezik | Russian language | Ruština | Ruščina | Руски језик | Ryska | ภาษารัสเซีย | Rusça | Rusça | Urıs tele | رۇس تىلى | Російська мова | Rus tili | Tiếng Nga | רוסיש | 俄语