article

De rechten van de mens omvatten alle rechten waar een individu, een groep mensen of een staat aanspraak op kan maken. Voorbeelden zijn het recht op vrije meningsuiting, het recht op leven en het recht op soevereiniteit. Een precieze definitie is echter lastig te geven, omdat er talloze visies op mensenrechten bestaan: een allesomvattend doctrine bestaat niet.

Soorten mensenrechten


Mensenrechten kunnen in drie categorieën worden ingedeeld, in volgorde van vastlegging in internationale verdragen.

  • Eerste generatie: burgerlijk-politieke rechten (kortweg BUPO), of grondrechten, zijn van oorsprong Westerse rechten gericht op het individu. Enkele voorbeelden zijn het recht op vrije meningsuiting, de vrijheid van religie en het recht op leven.
  • Tweede generatie: economische, sociale en culturele rechten (ofwel ESOCUL) leggen de nadruk op sociale rechtvaardigheid. Voorbeelden zijn het recht op voedsel, inkomen, onderdak en scholing. Deze rechten werden tijdens de Koude Oorlog op de agenda gezet door communistische staten, en raakten tevens populair in de Derde Wereld.
  • Derde generatie: collectieve rechten zijn nauw verbonden met de tweede generatie mensenrechten. Ze werden populair in de Derde Wereld tijdens de dekolonisatie, toen veel Afrikaanse en Aziatische staten het recht op zelfbeschikking, het recht op eigen grondstoffen, en een eerlijke welvaartsspreiding voor hun eigen volk eisten.

Deze ordening is niet sluitend, omdat mensenrechten veelal tot meerdere categorieën behoren. Het recht op leven bijvoorbeeld is zowel een individueel grondrecht (niemand mag zonder reden gedood worden), als een collectief recht: iedere etnische groep heeft het recht geen slachtoffer van genocide te worden, zoals de joden tijdens de Holocaust overkwam.

Mensenrechten zijn op sommige punten inherent tegenstrijdig. Er is bijvoorbeeld een spanningsveld tussen openbaarheid van rechtspraak en privacy. Soms worden de rechten van het collectief (de samenleving) belangrijker beoordeeld dan dat van één individu.

Tot slot kunnen mensenrechten actief of passief zijn. Het recht op vrije meningsuiting is eenvoudig te bereiken, omdat de overheid niet hoeft op te treden, maar juist moet afzien van censuur en het opsluiten van politieke tegenstanders. De eerste generatie mensenrechten bestaat dus hoofdzakelijk uit passieve rechten. Sociaal-economische rechten daarentegen vereisen wel staatsingrijpen. Het recht op scholing bijvoorbeeld kan slechts dankzij schoolgebouwen, leerboeken en gekwalificeerde leraren bereikt worden.

Geschiedenis van de mensenrechten


Natuurrecht

In iedere samenleving ontstond door de eeuwen heen een set waarden en rechten, al dan niet vastgelegd in wetten. Uitgangspunt was telkens dat ieder individu het recht heeft op leven, omdat de samenleving anders in chaos zou ontaarden. Daarnaast hanteerden culturen een morele visie: de mens is geen levenloos voorwerp, noch een dier, en heeft onvervreemdbare rechten. De Tien geboden uit de Bijbel kunnen als een eerste set mensenrechten worden beschouwd. Ook filosofen uit de antieke Oudheid en de kerkvaders dachten na over mensenrechten.

In de Middeleeuwen onderkende men in Europa het begrip natuurrecht of Lex Naturae: door God gegeven universele en morele waarden, waarop alle denkbare rechten zijn gebaseerd. Alhoewel theoretici nadachten over mensenrechten, bleef toepassing in de praktijk uit. In het dagelijks leven stonden verplichtingen en gehoorzaamheid voorop. De horige was gebonden aan zijn landheer, de landheer aan zijn vorst en iedere burger aan God en de Kerk. Plicht prevaleerde boven recht.

Individualisme

Deze gedachtegang veranderde echter in de Renaissance met de opkomst van het individualisme. Verplichtingen aan vorst en God moesten concurreren met de wens een mooi leven op aarde te leiden en het recht eigen ideeën te ontwikkelen. Het individu kwam centraal te staan, terwijl de nadruk op het collectief en verplichtingen afzwakte. Deze intellectuele ommekeer beïnvloedde het denken over mensenrechten in de eeuwen daarna.

De Engelse rechtsfilosoof John Locke formuleerde een set aan basisbeginselen dat exemplarisch was voor het nieuwe denken.

  • De mens bezit het recht op leven, vrijheid en veiligheid, het recht op bezitsbescherming en vrije meningsuiting: elk individu heeft universele rechten.
  • Deze onvervreemdbare rechten zijn heilig. Ze mogen alleen ingeperkt worden als de nationale orde in gevaar is (in geval van oorlog bijvoorbeeld).
  • De primaire functie van de overheid is deze mensenrechten te beschermen. Politieke instituties als een parlement moeten dit controleren.
Locke geloofde kortom in een contract tussen volk en regering. Vorsten konden niet willekeurig regeren, maar moesten hun onderdanen zekere rechten garanderen. Locke’s ideeën ontstonden in ongeveer dezelfde vorm ook in veel andere West-Europese staten.

Internationalisering van de mensenrechten

Eind 18e eeuw hadden deze nieuwe ideeën ook politieke gevolgen. De Verenigde Staten riepen zichzelf in 1776 tot republiek uit, en in de Amerikaanse Declaration of Independence werd voor het eerst gesteld dat iedereen gelijk is voor de wet. De Franse Revolutie van 1789 leidde zelfs tot de eerste universele mensenrechtenverklaring: de Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger. In Nederland vond in 1795 een Bataafse Revolutie plaats, waarna een grondwet werd aangenomen naar Frans voorbeeld.

Gedurende de 19e eeuw werd eveneens vooruitgang geboekt. De afschaffing van de slavenhandel en het tekenen van de eerste Geneefse conventie inzake oorlogsrecht waren de grootste mijlpalen. Na de Eerste Wereldoorlog werd de Volkenbond opgericht, maar het beschermen van mensenrechten bleef al dien tijd een nationale zaak.

Pas na de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog vond internationalisering van de mensenrechten plaats. De oprichting van de Verenigde Naties met als doel de wereldvrede te handhaven werd al gauw gevolgd door de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM) in 1948. Deze werd eerst geconcretiseerd in het Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, waarin vooral burgerlijk-politieke rechten werden verankerd. Later werd daar het Internationaal verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten aan toegevoegd. Naast de Universele Verklaring is er ook nog een Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). De naleving hiervan wordt bewaakt door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. In aanvulling op de UVRM werd in 1989 nog het Verdrag inzake de Rechten van het Kind ondertekend.

Kritiek op het universalisme


Op dit concept van universele mensenrechten kwam echter op drie punten kritiek.
  • Toepasbaarheid. In de praktijk geldt uiteindelijk het recht van de sterkste. Wie geld heeft bereikt meer in deze wereld; wie macht heeft komt met mensenrechtenschendingen weg, zoals dictaturen. Absolute gelijkheid bestaat dus niet. Bovendien los je netelige kwesties niet eenvoudig op: mogen staten bijvoorbeeld terroristen martelen om aan informatie over een volgende aanslag te komen?
  • Rechtvaardigheid. Het is beter van het collectief uit te gaan dan het individu. Wat goed is voor de groep, is uiteindelijk goed voor ieder afzonderlijk, betoogde onder meer Karl Marx. Individuele rechten volgen dan vanzelf.
  • Cultuurrelativisme. Iedere samenleving heeft eigen waarden ontwikkeld die de mens rechten verschaffen, dus is de idee van universele waarden een fictie. Met name Aziatische en Arabische samenlevingen beoordelen mensenrechten vaak als een concept uit het Westen, dat meer de nadruk legt op grondrechten, het individu en persoonlijk genot. Deze staten vinden juist het collectief belangrijker.

Bescherming van de mensenrechten


Om mensenrechten te beschermen kan een individu, een groep mensen of een staat naar de rechter stappen. In Europa bestaat bovendien het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, waar individuen zelfs lidstaten kunnen aanklagen en staten elkaar voor de rechten mogen dagen. Speciale rechtbanken als het Joegoslavië-tribunaal kunnen mensenrechtenschendingen beoordelen en schuldigen straffen, vaak in de hoop toekomstige schendingen te voorkomen.

Het aanpakken van schendingen op internationaal niveau is echter lastig, omdat conflicten tussen staten dreigen. Tijdens de Koude Oorlog bijvoorbeeld veroordeelde het Westen regelmatig de onderdrukking van de burgers in het Oostblok, maar kwam zelden in actie uit angst voor escalatie. Behalve diplomatieke druk kunnen staten of de Verenigde Naties een humanitaire interventie plegen: gewapend ingrijpen in een ander land om grove schendingen aldaar te beëindigen. Recent voorbeelden zijn de interventies in Somalië en Kosovo.

Het afdwingen van sociaal-economische rechten veroorzaakt ook problemen. Het is lastig om iedere wereldburger van eten, een baan en een dak boven het hoofd te voorzien, ondanks hulp van NGO’s. Dictaturen kunnen sociaal-economische rechten bovendien als excuus gebruiken om grondrechten op te schorten: vrijheid van meningsuiting kun je niet eten, brood wel, redeneren ze.

Tot slot houden mensenrechtenorganisaties zich dagelijks bezig met het bewaken van de door de VN-lidstaten aanvaarde (en vaak in nadere wetgeving vastgelegde) mensenrechten. Amnesty International, Human Rights Watch en het Rode Kruis zijn enkele voorbeelden.

Zie ook


Externe links


Mensenrechten | Ethiek

حقوق الإنسان | Drets humans | Lidská práva | Menneskerettighederne | Menschenrechte | Human rights | Derechos humanos | Luonnonoikeusteoria | Droits de l'Homme | זכויות האדם | Hak Asasi Manusia | Mannréttindi | Diritti umani | 人権 | 인권 | Žmogaus teisės | Cilvēktiesības | Menneskerettigheter | Prawa człowieka | Direitos humanos | Права человека | Human rights | Ľudské práva | De mänskliga rättigheterna | İnsan hakları | สิทธิมนุษยชน | Права людини | 人权 | Jîn-kôan

 

This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the "Rechten van de Mens".

Home Pageartsbusinesscomputersgameshealthhospitalshomekids & teensnewsphysiciansrecreationreferenceregionalscienceshoppingsocietysportsworld