Vleerhonden (ook wel vliegende honden of grote vleermuizen genoemd) (Pteropodidae) zijn een familie uit de orde van de vleermuizen. De familie telt bijna 200 soorten in ongeveer 45 geslachten. De meeste zijn groter dan de rest van de vleermuizen, op een enkeling na. Hun spanwijdte varieert tussen 24 cm en 180 cm. Ze danken hun naam aan hun typerende kop.
Hondekop
De kop van een vliegende hond lijkt meestal inderdaad op een kop van een
hond of
vos. Hun
oren zijn spitser en ze hebben ook grotere
ogen dan de andere vleermuizen. Ook zijn hun
nekharen langer.
Leefgebied
Deze familie komt voor in
Afrika,
Azië en
Australië. Hij leeft in
tropische en
subtropische gebieden in
bosrijke gebieden. Ze komen zeer ver naar het oosten voor in de Grote Oceaan, zo is
Pteropus tonganus op de
Cookeilanden het oostelijkste zoogdier vanuit Azië.
Voedsel
De meeste soorten leven van
vruchten. Het is dan ook voorstelbaar dat het een ramp is als een groep van deze grote dieren op een
mango- of
bananenplantage neerstrijkt. De kleinere soorten uit de onderfamilie
Macroglossinae doen zich te goed aan
nectar en
stuifmeel.
Gezichtsvermogen
Omdat ze niet op
jacht hoeven, zoals de andere vleermuizen, missen de meeste vliegende honden het orgaan dat
echolocatie mogelijk maakt. Ze vertrouwen op hun
gezichtsvermogen en hun
neus. Wel zijn het
nachtdieren. Dat verklaart ook hun grote ogen ten opzichte van de andere vleermuizen.
De jongen
De
voortplantingsperiode is in de maanden februari en maart. Na een
zwangerschap van 6 maanden wordt er één of hooguit twee jongen geboren. Bijzonder aan deze familie is dat de zogende vrouwtjes in aparte groepen bij elkaar zitten. Een maand lang blijft het jong bij zijn moeder, maar na deze periode zal ze het jong achterlaten in de verblijfplaats en alleen op zoek gaan naar eten. Na twee maanden kan het jong zelf vliegen, maar het zal nog een maand duren voordat het mee gaat om eten te zoeken. Tussen de 4 en 6 maanden is hij geheel onafhankelijk, maar hij wordt pas na 18 maanden
vruchtbaar.
Vijanden
Hun natuurlijke vijanden zijn
arenden, grote
uilen,
boomslangen en
varanen.
Zoals in veel gevallen, is de mens echter een grotere bedreiging, vooral in fruitteeltgebieden. De boeren doden ze of ze worden vergiftigd.
Er wordt ook jacht op ze gemaakt vanwege het vlees. Al sinds mensenheugenis wordt de vleermuis, en daarbij ook de vleerhond, gegeten door mensen.
Indeling
In oudere indelingen worden de grote vleermuizen meestal in een aparte onderorde tegenover de andere vleermuizen (
kleine vleermuizen,
Microchiroptera) geplaatst. Er is zelfs gesuggereerd dat de twee groepen vleermuizen niet nauw aan elkaar verwant zijn, maar dat de grote vleermuizen in feite verwant zijn aan de
vliegende katten en de
primaten Volgens DNA-analyses zijn de zogenaamde "
Yinochiroptera" (o.a.
hoefijzerneuzen en
bladneusvleermuizen van de Oude Wereld) echter nauwer verwant aan de grote vleermuizen dan aan de andere kleine vleermuizen (de
Yangochiroptera), zodat de grote vleermuizen en de Yinochiroptera samen in de onderorde
Yinpterochiroptera worden geplaatst.
Ook de indeling binnen de familie is verre van duidelijk. De meest gebruikte indeling was er vanouds een waarin een aantal nectaretende geslachten uit Zuidoost-Azië en Australië, zoals Notopteris en Melonycteris, in een aparte onderfamilie Macroglossinae werden geplaatst. De resterende groep werd meestal als één onderfamilie Pteropodinae geizen, maar werd soms ook ingedeeld in verschillende onderfamilies, zoals de Nyctimeninae en de Epomophorinae. Volgens DNA-analyses is zowel de Pteropodinae als de Macroglossinae echter geen monofyletische groep, zodat de indeling tussen familie en geslacht nu weer "open" is. Waarschijnlijk bestaat er een grote Afrikaanse groep binnen de Pteropodidae, die als een onderfamilie gezien zou kunnen worden.
De familie omvat de volgende soorten:
Vleermuis
Flughunde | Megabat | Pteropodidae | Velešišmiši | Kalong | オオコウモリ亜目 | Vaisėdžiai šikšnosparniai | Megachiroptera | Крыланы