De varens (Pteridophyta) vormen een stam van het rijk der planten. Varens hebben geen bloemen waarin zaden worden gevormd en behoren daarom niet tot de zaadplanten. Wel hebben alle varens wortels, een stam en bladeren en ze reproduceren zich door middel van sporen. Varens en hun verwanten zijn de meest primitieve planten die een waar vasculair systeem ontwikkeld hebben. Alle Europese varens zijn kruidachtige planten met bladeren die uit de wortelstok ontspringen. Bij de meeste soort is die wortelstok een kruipend stuk stengel onder de grond.
De stam van de varens telt duizenden verschillende soorten die verspreid over de hele wereld voorkomen. In het bijzonder zijn ze overvloedig in tropische regenwouden, omdat hier de belangrijkste vereisten aan de leefomgeving van de varen – warmte en vocht – worden gecombineerd.
Tot de Pteridophyta werden vroeger behalve de varens, ook de wolfsklauwen en de paardenstaarten gerekend. Tegenwoordig zijn deze in aparte stammen geplaatst.
Varens zijn vaste planten. Jonge bladeren ontspringen uit de wortelstok en zijn dan aan de top opgerold. Aan de onderzijde van de vruchtbare bladeren zitten de sporenhoopjes, die uit sporangiën bestaan. Uit zo'n kleine spore ontstaat niet direct een varenplant. Eerst komt er een prothallium (voorkiem), een hartvormig blaadje. Hierop worden de voortplantingsorganen gevormd. Onder vochtige omstandigheden vindt bevruchting plaats. Op de bevruchte eicel groeit een varenplant. Deze zit eerst op de voorkiem, maar vormt later zelf wortels.
Sommige soorten kennen ook nog een ongeslachtelijke voortplanting door middel van knoppen op de bladeren. Uit die knoppen ontstaan jonge plantjes, die later afvallen en zelfstandig verder groeien.
Omdat de voortplanting alleen onder vochtige omstandigheden plaatsvindt, zijn varens erg afhankelijk van water, vooral de soorten die op muren of rotsen groeien. Ook de epifieten (de soorten die op bomen groeien) gedijen alleen in een vochtige omgeving.
De plaatsing van de varenachtigen in het plantenrijk is als volgt:
Om de soorten te onderscheiden, maakt men gebruik van de vorm van bladeren en de plaats van de sporendoosjes.
De volgende soorten varens worden in een afzonderlijk artikel behandeld:
Falguera | Kapraďorosty | Rhedynen | Bregne | Farne | Fern | Filiko | Helecho | Saniaiset | Filicophyta | שרכאים | Pteridophyta | シダ植物門 | Šertvūnai | Bregner | Paprocie | Pteridophyta | Ormbunksväxter | பன்னம் | Fetchire | 蕨类植物