De pruim is een steenvrucht. De Europese cultuurpruim wordt tot de soort Prunus domestica gerekend. Deze soort is waarschijnlijk van origine ontstaan als een soortkruising tussen de sleedoorn (Prunus spinosa) en de kerspruim of myrobalaan (Prunus cerasifera). De verspreidingsgebieden van deze beide oudersoorten overlappen elkaar in de Kaukasus.
Tot de soort Prunus domestica behoren zowel de tafelpruimen als de kwetsen, die veel in bereidingen gebruikt worden als moes of jenever.
De mirabellen of kroosjespruimen worden wel tot de soort Prunus insititia gerekend, alhoewel deze niet altijd worden gezien als een aparte soort en daarom ook wel bij Prunus domestica worden ingedeeld.
Tot een andere groep behoren de Japanse pruimen. Deze worden tot de soort Prunus salicina (syn. Prunus triflora) gerekend.
De in Nederland geteelde rassen behoren vrijwel allemaal tot Prunus domestica. Japanse pruimen kunnen in Nederland wel buiten worden geteeld, doch deze bloeien vroeger dan de Europese cultuurpruim en lopen daarom meer risico op schade door nachtvorst. In het verleden werden in Nederland wel Japanse pruimen onder glas geteeld. Deze teelt is inmiddels vrijwel verdwenen.
Japanse pruimen verschijnen wel regelmatig in de Nederlandse winkels, omdat deze in het buitenland (bijvoorbeeld Californië) veel worden geteeld en vervolgens worden geëxporteerd. De vruchten van de Japanse pruimen vallen op door de meestal grote ronde tot hartvormige vruchten met stevig vruchtvlees, welke transport over grotere afstand mogelijk maakt.
Er bestaan ook soortkruisingen tussen de Japanse pruim en de abrikoos. Deze staan bekend onder de namen Plumcot, Aprium en Pluot.
Ook bestaan er soortkruisingen tussen de Japanse pruim en de kerspruim (Prunus cerasifera).
Vermeerdering
Voor het behoud van de raseigenschappen, dient de pruim vegetatief te worden vermeerderd. Hiertoe wordt de pruimenboom geënt of geoculeerd op een onderstam. Belangrijk bij de keuze van de onderstam is de groeikracht.
De zeer sterk groeiende onderstammen 'Brompton' en 'Myrobalan B' worden niet veel meer gebruikt. De meest gangbare onderstam in Nederland is op dit moment 'St. Julien A'. Deze geeft aan de boom echter een tamelijk sterke groeikracht.
Er is door de loop der jaren gezocht naar zwakker groeiende onderstammen. Eén ervan is 'Pixy', waarbij de vruchten die aan de boom groeien echter gemiddeld kleiner blijven. Hierdoor is Pixy nooit erg populair geworden.
Op dit moment zijn de voorlopige resultaten van de zwak groeiende onderstam 'VVA-1' veelbelovend. De bomen blijven ongeveer de helft kleiner dan bij gebruik van St. Julien A, de vruchtgrootte is goed en de bomen komen snel in productie. Als de verwachtingen uit komen, dan zou VVA-1 een flinke stimulans voor intensivering van de pruimenteelt kunnen zijn.
Bestuiving
Sommige rassen zoals Opal, Czar, Ontario, Belle de Louvain, Victoria en Anna Späth zijn zelffertiel (zelfverdraagzaam) wat wil zeggen dat ze bevrucht kunnen worden met eigen
stuifmeel. Bij andere rassen moeten er minstens twee verschillende rassen aangeplant worden om vruchtzetting te krijgen.
De bestuiving gebeurt door bijen. De bloei vindt in Nederland plaats van half april tot eind april.
Rassen
De vier beste rassen voor Nederlandse omstandigheden zijn:
- Opal: Middelgrote vruchten, roodblauw op gele ondergrond. Goede smaak. Zelffertiel. Goede vruchtbaarheid. Moet goed worden gedund. Pluktijd eind juli/begin augustus.
- Jubileum: Zeer grote ovale roodpaarse vruchten. Enigszins zelffertiel. De vruchtzetting kan echter verbeteren bij kruisbestuiving. Goede vruchtbaarheid. Smaakt alleen goed indien goed gedund en volledig rijp geplukt. Pluktijd derde week augustus.
- Victoria (ofwel Reine Victoria): Grote langwerpige vruchten, rood op gele ondergrond. Zelffertiel. Zeer vruchtbaar. Dient gewoonlijk zeer sterk te worden gedund, omdat anders de vruchtgrootte ernstig achterblijft en de vruchten oneetbaar kunnen zijn. Indien ruim gedund, is de smaak echter prima. Matige groeikracht, hierdoor is Victoria geschikt voor een kleinere tuin. Pluktijd eind augustus/begin september. Vatbaar voor aantasting door pruimenmot en loodglansschimmel.
- Bleue de Belgique: Middelgrote blauwe vruchten. Niet zelffertiel. Moet derhalve bestoven worden door een ander ras (zoals: Sanctus Hubertus, Opal, Czar, Jubileum, Victoria). Zeer vruchtbaar. Dunnen is noodzakelijk. Goede kwaliteit. Matige groeikracht. Pluktijd ongeveer gelijk met Victoria.
Andere rassen zijn:
- Early Laxton: Alleen interessant vanwege de zeer vroege rijping (eind juli). De matig grote roodachtige vruchten smaken alleen redelijk indien er een goede vruchtdunning heeft plaatsgevonden en de vruchten volledig rijp worden geplukt. Matige groeikracht.
- Sanctus Hubertus (ofwel Blauwe van Rillaar): Middelgrote blauwe vruchten met sterke waslaag. De vruchten kleuren vroeg blauw, maar moeten voor een goede smaak volledig rijp worden geplukt. Heeft dan een friszure smaak. Matige groeikracht. Pluktijd eind juli/begin augustus.
- Early Rivers (ofwel River's Early Prolific of Eldense Blauwe): Oud ras (omstreeks 1830) met kleine bijna ronde blauwe vruchten. Zure smaak. Vooral geschikt voor verwerking. Verse consumptie alleen indien volledig rijp geplukt. Pluktijd begin augustus. Nog van lokale betekenis in de Betuwe.
- Czar (ofwel The Czar): Middelgrote blauwe vruchten. Zelffertiel. Ook goed geschikt als bestuiver voor veel andere rassen. Zeer vruchtbaar. Moet goed worden gedund. De kwaliteit is alleen dan redelijk. Pluktijd begin augustus.
- Ontario: Grote groengele vruchten. Pluktijd ongeveer gelijk met Czar. De vruchten hebben heel zoet vruchtvlees met een dikke zurige schil. De vruchten springen gemakkelijk bij regen. Zelffertiel. Ontario is de enige Europese cultuurpruim die ook wel onder glas wordt geteeld.
- Voyageur: Middelgrote blauwe vruchten met waslaag. Goede smaak. Niet zelffertiel. De bomen hebben een matige groeikracht en beginnen vroeg te dragen en zijn daarna goed vruchtbaar. Pluktijd tweede week augustus. De vruchten zijn al in een vroeg stadium gevoelig voor scheuren bij regen.
- Reine Claude d'Oullins: Grote gele sappige vruchten met een prima eetkwaliteit. Pluktijd tweede/derde week van augustus. Slecht bewaarbaar en slecht vervoerbaar. Zelffertiel. De bomen worden groot, dragen echter pas op latere leeftijd, doch daarna wel goed.
- Reine Claude van Schouwen: Een mutant van de Reine Claude d'Oullins, gevonden in Zierikzee. Roodachtige vruchten; voor de overige eigenschappen zie Reine Claude d'Oullins.
- Monsieur Hâtif (ofwel (Franse) Wijnpruim of Perzikpruim): Tamelijk grote ovale roodpaarse vruchten. Niet zelffertiel. De bomen dragen pas op latere leeftijd en zijn niet heel erg vruchtbaar. Daarom hoeft dit ras zelden te worden gedund. De vruchten zijn niet erg lang bewaarbaar, maar smaken goed met een heel eigen specifiek aroma. Pluktijd medio augustus.
- Avalon: Tamelijk grote eironde vruchten, rood-donkerblauw van kleur. Zodra de vrucht goed rijp is, droogt deze rondom de steel enigszins in. Het vruchtvlees heeft dan een prima zoetzure smaak. Niet zelffertiel. Pluktijd derde week augustus.
- Belle de Louvain (ofwel Schone van Leuven): Alhoewel de vruchten van dit ras een mooi uiterlijk hebben (zeer groot met een roodpaarse kleur), kan aanplant vanwege de matige smaak niet meer worden aanbevolen. Pluktijd tweede helft augustus.
- Excalibur: Grote tot zeer grote vruchten, eirond, oranjerood van kleur. Smaakt zeer goed. De bomen groeien krachtig en zijn slechts matig vruchtbaar. Niet zelffertiel. Pluktijd vierde week augustus.
- Reine Claude verte: Dit is de beroemde Reine Claude met de kleine ronde groene vruchten. Indien rijp geplukt, is dit qua smaak de koningin onder de pruimen met een heel specifiek eigen aroma. De bomen dragen pas op wat latere leeftijd en zijn daarna gewoonlijk slechts matig (en onregelmatig) productief. Niet zelffertiel. Pluktijd eind augustus/begin september.
- Washington: Oud ras met ronde groengele vruchten van zeer goede eetkwaliteit. Echter vrijwel verdwenen vanwege de laat intredende en matige productiviteit. Pluktijd eind augustus/begin september.
- Reine-Claude d'Althan: Tamelijk grote ronde roodpaarse vruchten. Prima eetkwaliteit. Gevoelig voor barsten bij regen. De bomen worden groot, dragen pas op wat latere leeftijd en zijn matig productief. Niet zelffertiel. Pluktijd eind augustus tot begin september.
- Valor: Dit ras behoort tot de kwetsengroep. Geeft echter veel grotere vruchten dan de oude traditionele kwetsenrassen. De vruchten zijn donkerblauw van kleur, zeer sappig met een goede smaak. Niet zelffertiel. Matige tot sterke groeikracht. Pluktijd half september.
- Bleufre: Matige productiviteit. Zeer grote langwerpige donkerblauwe vruchten. Groot percentage misvormde vruchten. Matige smaak. Pluktijd half september.
- Warwickshire Drooper: Middelgrote eivormige gele vruchten met bruinrode vlekjes. Om dessertkwaliteit te krijgen is het noodzakelijk alleen de volledig rijpe vruchten te plukken. Moet bovendien goed worden gedund. Gevoelig voor barsten bij regen. Pluktijd half september.
- Anna Späth: Tamelijk grote roodblauwe vruchten. Goede zoetzure smaak. Zelffertiel. Vatbaar voor aantasting door pruimenmot. Pluktijd derde week september.
Een aparte groep pruimenrassen zijn de zogenaamde mirabellen of kroosjespruimen.
Ook van de groep Japanse pruimen bestaan diverse rassen, zoals: 'Golden Japan', 'Burbank', 'June Blood', 'Formosa', 'Santa Rosa', 'Beauty', 'Satsuma', 'Black Ambar', 'Friar', 'Howard Miracle' en 'Shiro'. Enkele van deze rassen worden in Nederland op zeer bescheiden schaal nog onder glas geteeld.
Ziekten en aantastingen
Pruim_lengtedrsn_Reine_Victoria.jpg
De belangrijkste ziekte is
loodglans (
Chondrostereum purpureum). De bladeren van aangetaste bomen krijgen een grijze of zilverachtige kleur. Vooral het ras Victoria (synoniem Reine Victoria) is zeer vatbaar. Ook is dit ras zeer gevoelig voor gomvorming in de
vruchten. Daarnaast kan bacteriekanker (
Pseudomonas syringae pv.
morsprunorum) optreden. Beide ziekten komen vaak tegelijk voor.
Roest (
Tranzschelia pruni-spinosae var.
discolor) is een belangrijke bladziekte, die vooral in natte nazomers schade kan veroorzaken. Op de onderkant van het
blad komen donkerbruine sporehoopjes voor en aan de bovenkant gele vlekjes.
Rozenfamilie | Fruit
Prunera | Blommetræ | Pflaume | Plum | Prunus (subgénero) | آلو | Luumu | Prunier | Ameixeira | שזיף | Šljiva | スモモ亜属 | 자두 | Plomme | Ameixeira | Plum | Шљива | Plommon | Erik | Слива домашня | Mận | 李