Het Proto-Indo-Europees (PIE) is de gereconstrueerde voorouder van de Indo-Europese talen.
Voor de reconstructie van het PIE zijn niet alle Indo-Europese talen even nuttig gebleken. Talen waarvan al heel vroeg geschreven bronnen teruggevonden zijn zoals Sanskriet, Grieks en Hettitisch of talen die weinig veranderingen ondergaan hebben zoals de Baltische talen zijn van groter belang dan bijvoorbeeld het Albaans of het Afrikaans. Wel is het zo dat sommige talen het ene kenmerk beter behouden hebben dan het andere. Baltische talen hebben bijvoorbeeld de verbuigingsuitgangen goed bewaard, Germaanse talen juist de ablaut in de vervoeging van werkwoorden.
In de laatste ontwikkelingsfase van PIE, voor het uit elkaar groeien in de verschillende takken kende de taal een uitgebreid stelsel van naamvalsuitgangen. Er werden acht naamvallen onderscheiden (zie tabel hiernaast). Verder waren er drie getallen: enkelvoud, tweevoud en meervoud. In principe had ieder woord dus 3x8= 24 afzonderlijke vormen, maar al vroeg waren niet alle vierentwingtig ook daadwerkelijk verschillend voor ieder woord.
Er waren drie geslachten: mannelijk, vrouwelijk en onzijdig, hoewel het ontstaan van het vrouwelijk een wat latere ontwikkeling was. De vroegste IE talen waarvan geschreven bronnen zijn, de Anatolische talen zoals Hettitisch onderscheidden twee klassen: levend en niet-levend. Bijvoeglijke naamwoorden en betrekkelijke voornaamwoorden volgden naar geslacht en getal.
De naamvalsuitgangen bestonden in de regel uit een stamklinker en een uitgang. Woorden vielen daarmee in verschillende verbuigingen met andere uitgangen, afhankelijk van de stam(klinker).
Over de reconstructie zijn taalkundigen het niet altijd in alle details eens. Daarbij moet men bedenken dat het niet mogelijk is een tijdopname van de reconstructie te maken terwijl de taal over vele eeuwen een proces van veranderingen heeft ondergaan. Welke vorm precies in welke tijd gebruikt is zal vaak een open vraag blijven. In de onderstaande reconstructies onderscheidt bijvoorbeeld Ramat wel thematische en athematische stammen (met en zonder tussenklinker) en Beekes niet. Ook de volgorde waarin men de acht naamvallen in een paradigma zet is zeker niet uniform. Dat geldt ook voor de beschrijving van moderne talen. In het IJslands wordt de genitief bijvoorbeeld nooit als tweede genoemd.
| (Beekes 1995) | (Ramat 1998) | ||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Athematisch | Thematisch | ||||||||||||||
| Mannelijk en Vrouwelijk | Onzijdig | Mannelijk en Vrouwelijk | Onzijdig | Mannelijk | Onzijdig | ||||||||||
| Enkv. | Mv. | Twv. | Enkv. | Mv. | Twv. | Enkv. | Mv. | Twv. | Enkv. | Mv. | Enkv. | Mv. | Twv. | Enkv. | |
| Nominatief | (coll.) | ||||||||||||||
| Accusatief | |||||||||||||||
| Genitief | |||||||||||||||
| Datief | |||||||||||||||
| Instrumentalis | |||||||||||||||
| Ablatief | |||||||||||||||
| Locatief | |||||||||||||||
| Vocatief | (coll.) | ||||||||||||||
Een kenmerk van het PIE dat op de huidige dag in het Nederlands nog behouden is is de vorming van tijden van het werkwoord door een verandering in de klinker van de stam van het werkwoord, zoals in: ik zwem - ik zwom. Deze zgn. ablaut is bijzonder oud.
Indo-Europese taalfamilie | Taal naar indeling | Gereconstrueerde taal
Индоевропейски праезик | Protoindoeuropeu | Indogermanische Ursprache | Proto-Indo-European language | Protoindoeuropeo | Język praindoeuropejski | Proto-Indo-Europeu | Limba proto-indo-europeană | Праиндоевропейский язык | Urindoeuropeiska | 原始印歐語
This article is licensed under the GNU Free Documentation License.
It uses material from the
"Proto-Indo-Europees".
Home Page • arts • business • computers • games • health • hospitals • home • kids & teens • news • physicians • recreation• reference • regional • science • shopping • society • sports • world