Oost-Friesland (Duits: Ostfriesland, Nedersaksisch: Oostfreesland) is een streek in het uiterste noordwesten van de Duitse deelstaat Nedersaksen, grenzend aan de Waddenzee in het noorden en aan de Nederlandse provincie Groningen in het westen. Tot het gebied behoren ook de Oost-Friese Waddeneilanden. Belangrijke plaatsen zijn Aurich, Emden, Leer, Norden en Wittmund.
Het Oost-Friese schiereiland (Ostfriesische Halbinsel) bestaat behalve deze vier districten ook uit het oostelijke district Friesland, waaronder het 'Oost-Friese' Waddeneiland Wangerooge, en het stadsdistrict Wilhelmshaven. Deze districten behoren van oudsher tot het Groothertogdom Oldenburg en vormen het Oldenburgische Friesland. De bewoners identificeren zich dan ook niet als Oost-Friezen.
Er zijn ook enkele bosgebieden te vinden, maar over het algemeen is Oost-Friesland bosarm te noemen. Er worden wel plannen ontwikkeld om landbouwgebieden te bebossen en zo het bosareaal te vergroten.
Andere belangrijke wegen zijn de autowegen:
Ondanks al deze spoorlijnen zijn er slechts elf treinstations in Oost-Friesland:
Daarnaast is er een museumspoorlijn, de Museumseisenbahn Küstenbahn Ostfriesland, tussen Norden en Dornum.
Emden heeft verreweg de grootste haven van de regio en is tevens vertrekpunt voor veerboten naar Borkum. Leer en Weener zijn historische havenstadjes langs de Eems. Kleinere veerhavens langs de kust zijn:
Tevens bestaat er een beperkte veerdienst bij de monding van de Eems tussen de plaatsen Ditzum en Petkum.
Met de komst van de hoofdelingen, zoals de zelfbenoemde Oost-Friese adel wordt genoemd, ontwikkelde Oost-Friesland zich in eigen richting. Het Fries ging al snel teloor en werd vervangen door het meer prestigieuze Nedersaksisch, dat tegenwoordig nog de volkstaal in Oost-Friesland is. In de aanburende Groninger ommelanden heeft zich een soortgelijk proces afgespeeld.
Oost-Friesland is lange tijd een soort bufferstaat van de Nederlandse Republiek geweest. In de tijd van de Reformatie was Oost-Friesland nauw met de Habsburgse Nederlanden verbonden, hoewel het nog wel een eigen graaf had.
Doordat graaf Edzard I van het destijds Graafschap Oost-Friesland al rond 1520 tot het reformatorische geloof overging was Emden een belangrijk centrum van waaruit de nieuwe godsdienstige ideeën zich over de Nederlanden konden verspreiden. Tussen 1530 en 1560 was het graafschap een soort uitwijkplaats voor niet-doopsgezinde Protestanten (lees Calvinisten) uit de Nederlanden.
In 1591 werd Edzard II graaf van Oost-Friesland en hij was een fanatieke Lutheraan. Zo ontstond er een geschil tussen Calvinisten en Lutheranen dat hoog opliep, vooral in Emden. Door deze twist kwamen ook de Calvinistisch-Lutheraanse verhoudingen in een aantal Nederlandse steden flink onder druk te staan. In 1595 bezette de Republiek Emden maar in 1602 belegerde graaf Enno III met steun van de Keizer en Spanje de stad. In 1603 moest de graaf bakzeil halen: de bezetting werd permanent en de Hervormde Kerk werd erkend als officiële godsdienst.
Ostfrieslandkarte.jpg Na de nederlaag van de Deense koning in de Dertigjarige Oorlog in 1627 drongen de troepen van de keizer weer het Graafschap Oost-Friesland binnen en even leek het erop dat een invasie in Groningen ophanden was. Na 1648 was Nederland weer de baas in de streek hoewel bisschop Bernhard von Galen van Münster (Bommen Berend) probeerde de streek over te nemen. Na 1672 was die dreiging voorbij en bleef Oost-Friesland tot 1702 onder Nederlandse invloed.
Het gebied verviel na de dood van Karel Edzard in 1744 aan Pruisen, maar in de tijd van de Franse Revolutie behoorde het tijdelijk tot het Koninkrijk Holland. In 1815 kwam het bij Hannover.
Zie ook: Lijst van heersers van Oost-Friesland
De akkerbouw concentreert zich in het Reiderland, waar graan en koolzaad verbouwd wordt. De visserij vindt plaats vanuit een van de vele havens aan de kust. Zowel de vis- als krabbenvangst zijn van belang.
Tegenwoordig wordt in Oost-Friesland veel windenergie gewonnen. Het vlakke land is daar ideaal voor. Er zijn verscheidene windmolenparken in de regio en er staan bovendien enkele off-shoreparken gepland in de Waddenzee.
Oost-Friesland is nl. een links bolwerk, waar de SPD bijna altijd de meerderheid van de stemmen behaalt. Bij de laatste Bondsdagverkiezingen in 2005 was kieskring 25 Emden-Aurich (bestaande uit de districten Aurich en Emden) buiten het Ruhrgebied de enige waar de SPD de absolute meerderheid behaalde. In kieskring 26 Unterems (bestaande uit de districten Leer en Eemsland) is een scherp onderscheid zichtbaar tussen het katholieke, massaal op de CDU stemmende Eemsland en het protestantse, in meerderheid op de SPD stemmende district Leer. In kieskring 27 Friesland-Wilhelmshaven (bestaande uit de districten Wittmund, Friesland en Wilhelmshaven) was de SPD eveneens de grootste partij, hoewel de CDU in Wittmund sterker staat dan elders in Oost-Friesland. Opvallend is eveneens dat de Linkspartei voor een links bolwerk als Oost-Friesland relatief zwak scoorde met 4,5 tot 5% van de stemmen. Ook de andere partijen scoren onder het landelijk gemiddelde. De opkomst in het gebied is gemiddeld voor Duitsland.
| Partij | Bondsdagverkiezingen 2005 | Kreisdagverkiezingen 2001 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 25 | 26 | 27 | Aurich | Emden | Leer | Wittmund | |
| SPD | 55,9 | 41,1 | 46,6 | 49,9 | 39,9 | 47,1 | 45,7 |
| CDU | 24,9 | 40,5 | 30,5 | 27,6 | 26,3 | 33,6 | 43,2 |
| FDP | 6,2 | 7,8 | 8,9 | 2,7 | 24,3 | 3,7 | 3,0 |
| Die Grüne | 6,2 | 4,1 | 5,8 | 5,3 | 7,7 | 6,5 | 3,2 |
| Die Linke / PDS | 4,5 | 4,1 | 4,8 | 1,4 | 2,2 | ||
| Wählergemeinschaft | 13,1 | 9,0 | 4,9 | ||||
| Overig | 2,4 | 2,3 | 3,3 | 0,1 | |||
| Opkomst | 77,3 | 78,1 | 76,8 | 60,0 | 52,0 | 57,4 | 59,5 |
Bestuurlijk zijn de districten onderverdeeld in gemeenten, die meerdere Ortsteile met eventueel een eigen dorpsraad kunnen hebben, of samenwerkingsgemeenten (Samtgemeinden) waarin een aantal gemeenten samenwerken. Het stadsdistrict Emden is niet onderverdeeld in gemeenten. Vooral in de jaren zeventig is het aantal gemeenten door herindelingen sterk teruggedrongen.
Hoewel het oorspronkelijke Fries uit Oost-Friesland zelf is verdwenen, is de taal niet helemaal uitgestorven. In het iets ten zuiden van Oost-Friesland gelegen Saterland wordt door zo'n 1000 tot 2500 nakomelingen van in de Middeleeuwen voor stormvloeden gevluchte Oost-Friezen nog Saterfries gesproken. Dit gebied lag lange tijd geïsoleerd tussen grote veenmoerassen, waardoor de taal zich hier goed kon handhaven. Tegenwoordig wordt ook dit 'kleinste taaleiland van Europa' echter met uitsterven bedreigd, hoewel de laatste jaren het besef is gegroeid dat het Saterfries een bijzonderheid voor het gebied betekent. Er wordt dan ook steeds meer aandacht aan de taal besteed en ze is erkend als minderheidstaal onder het Europees handvest voor regionale talen of talen van minderheden.
Bij de benoeming van het huidige dialect van Oost-Friesland ontstaat de nodige verwarring omdat de sprekers het zelf gemakshalve vaak Ostfriesisch (Oost-Fries) noemen in plaats van het in feite juistere Ostfriesisches Platt (Oost-Fries Platduits), wellicht mede hierdoor is dit dialect als Eastern Frisian opgenomen in de Ethnologue, welliswaar correct onder de Low-Saxon-talen, maar met daarbij weer wel onjuiste verwijzingen naar Saterfries als alternatieve namen (dit wordt nog gecorrigeerd). Andere indelingen zoals Linguasphere spreken correcter van Eastern Frisian Lower Saxon (Oost-Fries Nedersaksisch).
Tegenwoordig staat ook het Oost-Friese Platduits onder druk van de bestuurstaal, het Hoogduits. Uit taalonderzoeken blijkt dat volwassenen weliswaar in overgrote meerderheid het dialect beheersen, maar ouders geven de taal steeds minder door aan hun kinderen. Het gevolg is, dat onder jongeren nog slechts zo'n 20% het dialect actief beheerst en ruim de helft de spreektaal kan verstaan. Enkele dialectorganisaties zetten zich in voor de instandhouding van het Oost-Friese dialect, dat als Nederduitse spreektaal is erkend door de Duitse regering onder bovengenoemd handvest.
In het Reiderland, alsmede in de dorpen langs de oostkant van de Eems en in de Krummhörn - grofweg in het gehele gebied ten westen van de lijn Papenburg-Leer-Norden - is men overwegend Calvinistisch, net als in Nederland. De dorpskerken zijn hier bijna allemaal evangelisch-reformiert, te vergelijken met de Nederlandse Hervormde Kerk. De andere delen van Oost-Friesland zijn hoofdzakelijk Luthers, net als verreweg de meeste protestanten in Duitsland. Er bevinden zich echter verspreid door de regio ook een groot aantal Evangelische Freikirchen, protestantse kerken die zich niet bij een door de staat erkende organisatie hebben aangesloten. Het gaat in Oost-Friesland vooral om doopsgezinden (Mennoniten) en baptisten. Daarnaast zijn er kleinere gemeenschappen van methodisten, gereformeerden (evangelisch-altreformiert), zevendedagsadventisten en evangelische vernieuwingsbewegingen.
Rooms-katholieke kerken zijn haast uitsluitend in de steden te vinden en hebben veel aanhang onder naoorlogse vluchtelingen. Een uitzondering vormt het veengebied in het uiterste zuiden van het Overledingerland, waar zich vanuit het Eemsland kleine katholieke gemeenschappen hebben gevestigd.
Volgens gegevens van de lutherse kerkprovincie (Sprengel Ostfriesland) zijn 266.000 Oost-Friezen (57%) luthers, 80.000 (17%) hervormd en 32.000 (7%) katholiek. De Freikirchen komen daar nog bij, waardoor in totaal zo'n 85% van de Oost-Friezen christelijk is.
Traditioneel drinken Oost-Friezen tot viermaal per dag drie kopjes thee: bij het ontbijt, tijdens de typisch Oost-Friese theepauze 's ochtends (het zogenoemde Elf-Ührtje of Elfuurtje, de uitspraak is nagenoeg gelijk), 's middags rond drie uur (theetijd) en tot slot 's avonds. Gebruikelijk is het de thee te serveren met een speciaal servies, bestaande uit een Teebüs (theebus), Trekpot (trekpot, theepot) en bijbehorende Koppen of Kopkes. Eerst doet men een Kluntje (klontje kandijsuiker) in het kopje, dan wordt de thee geschonken en nadien voegt men met een Roomleppel (theelepel) een Wulkje Room (wolkje room) toe. Er wordt niet in de thee geroerd. Men verwacht dat iedereen ten minste drie kopjes drinkt.
De thee die men in Oost-Friesland schenkt is een Oost-Friese melange van zwarte theesoorten, afkomstig uit Assam, van Ceylon, Java, Sumatra en uit Darjeeling. Deze wordt door een van de drie grote theeproducenten uit de streek gemaakt: Bünting, Thiele & Freese en de Ostfriesische Tee Gesellschaft Laurens Spethmann. In het Oost-Friese Theemuseum in Norden worden de geschiedenis en de gebruiken rond thee uitgebreid behandeld.
Gerechten die speciaal tijdens de jaarwisseling gegeten worden, zijn Rullekes (opgerolde nieuwjaarskoek) en Speckendicken (spek- en worstpannenkoek).
Tot de gebruiken behoren het Martinisingen (Sint-Maarten), waarbij onder andere Peepernööten gegeven worden,het maken van een takkenboog door de buren voor nieuwe bewoners, paasvuren en het zgn. Brautpfadlegen (lett. bruidspadleggen). Deze laatste traditie gaat terug op de sage dat de bruidegom van een hovelingsdochter op weg naar de bruiloft door zijn mederivaal doodgeslagen wordt en de bruid aan de baar van haar geliefde van louter hartzeer eveneens sterft. Daarop wordt hun stoet tijdens een gezamenlijke begrafenis bedolven onder een regen van bloemen. Dit wordt ieder jaar met Hemelvaartsdag in Aurich en Norden herhaald, doordat kinderen een kleurrijk bloementapijt met diverse motieven op straat leggen.
Oost-Friesland | Nedersaksen | Historisch land in de Nederlanden
Východní Frísko | Østfrisland | Ostfriesland | East Frisia | Frise orientale | East-Fryslân | Oostfreesland | Oostfraislaand
This article is licensed under the GNU Free Documentation License.
It uses material from the
"Oost-Friesland".
Home Page • arts • business • computers • games • health • hospitals • home • kids & teens • news • physicians • recreation• reference • regional • science • shopping • society • sports • world