De Noord-Germaanse of Scandinavische talen zijn het Deens, het Noors (Bokmål en Nynorsk), het Zweeds, het IJslands en het Faeröers. Het Fins behoort niet tot de Scandinavische talen (en zelfs niet tot de Indo-Europese talen).
De Noord-Germaanse talen zijn nauwer verwant met de Oost-Germaanse dan met de West-Germaanse. Het Noord-Germaans is gekend door runeninscripties vanaf de 3e eeuw na Chr. Er is een literaire taal vanaf de 9e eeuw.
Er zijn verschillende gangbare indelingen van de Noord-Germaanse talen. De twee belangrijkste zijn:
De vasteland-Scandinavische talen zijn tot op zekere hoogte onderling verstaanbaar.
NB: Verwacht in Noord-Europa niet dat men u begrijpt als u Scandinavisch voor deze groep talen gebruikt, deze talen heetten daar immers Nordisch. Scandinavisch wordt in Scandinavië strikt gebruikt voor Noors, Zweeds, en Deens.
Het hoofdwerkwoord komt echter vóór het lijdend voorwerp:
Een belangrijke afwijking met de Nederlandse woordvolgorde is de plaats van het woordje niet (Het Zweedse inte/ej, Noorse ikke etc.):
| Nederlands | IJslands | Faeröers | Nynorsk | Bokmål | Deens | Zweeds |
| een jongen | strákur | ein drongur | ein gut | en gutt | en dreng | en pojke |
| de jongen | strákurinn | drongurin | guten | gutten | drengen | pojken |
| jongens | strákar | dreingir | gutar | gutter | drenge | pojkar |
| de jongens | strákarnir | dreingirnir | gutane | guttene | drengene | pojkarna |
Het IJslands en het Faeröers kennen bovendien 4 naamvallen zoals het Duits. Het Deens, het Noors en het Zweeds kennen alleen de s-genitief zoals in het Nederlands, met het verschil dat de s-genitief in de Noord-Germaanse talen bij alle zelfstandige naamwoorden en in het Nederlands vrijwel alleen bij persoonsnamen wordt gebruikt.
| Annas bok = | Anna's boek of het boek van Anna |
| bokens titel = | de titel van het boek (niet de boeks titel) |
De werkwoorden hebben tijden vergelijkbaar met die in het Nederlands, Duits en Engels (tegenwoordige tijd, verleden tijd, enzovoorts) en slechts één vorm voor alle personen (ik, jij, hij, wij, jullie). De lijdende vorm kan echter gemaakt worden op twee manieren, zoals in dit Zweedse voorbeeld:
De -s-vorm wordt als stijlvoller gezien. (In het Zweeds in ieder geval.)
De -s-vorm in de verleden tijd wordt ook vaak gebruikt voor dingen waar wij in het Nederlands is ge- voor zouden gebruiken:
Werkwoorden kunnen uit twee delen bestaan, waarbij het tweede deel, het partikel een bijwoord of voorzetsel is dat het werkwoord een andere betekenis geeft. Het partikel kan bij werkwoordsvormen van plaats veranderen. Bijvoorbeeld:
| Nederlands | Zweeds | Bokmål | Nynorsk | Deens |
| aanzetten | sätta på | slå på | setje på | tænde for |
| aangezet | påsatt | slått på |
Natuurlijke taal | Germaanse taal
Yezhoù skandinavek | Llengües escandinaves | Severogermánské jazyky | Nordiske sprog | Skandinavische Sprachen | North Germanic languages | Skandinavaj lingvoj | Skandinaaviset kielet | Langues scandinaves | Norræn tungumál | 北ゲルマン語群 | 북게르만어군 | Šiaurės germanų kalbos | Noordgermaansche Spraken | Nordgermanske språk | Nordgermanske språk | Języki skandynawskie | Língua germânica setentrional | Severogermánske jazyky | Nordiska språk | 斯堪的那维亚语支
This article is licensed under the GNU Free Documentation License.
It uses material from the
"Noord-Germaanse talen".
Home Page • arts • business • computers • games • health • hospitals • home • kids & teens • news • physicians • recreation• reference • regional • science • shopping • society • sports • world