article

De Noord-Germaanse of Scandinavische talen zijn het Deens, het Noors (Bokmål en Nynorsk), het Zweeds, het IJslands en het Faeröers. Het Fins behoort niet tot de Scandinavische talen (en zelfs niet tot de Indo-Europese talen).

De Noord-Germaanse talen zijn nauwer verwant met de Oost-Germaanse dan met de West-Germaanse. Het Noord-Germaans is gekend door runeninscripties vanaf de 3e eeuw na Chr. Er is een literaire taal vanaf de 9e eeuw.

Er zijn verschillende gangbare indelingen van de Noord-Germaanse talen. De twee belangrijkste zijn:

  • West-Scandinavisch: IJslands, Faeröers, Noors;
  • Oost-Scandinavisch: Deens, Zweeds.

  • Eiland-Scandinavisch: IJslands, Faeröers;
  • Vasteland- of continentaal-Scandinavisch: Noors, Deens, Zweeds.

De vasteland-Scandinavische talen zijn tot op zekere hoogte onderling verstaanbaar.

NB: Verwacht in Noord-Europa niet dat men u begrijpt als u Scandinavisch voor deze groep talen gebruikt, deze talen heetten daar immers Nordisch. Scandinavisch wordt in Scandinavië strikt gebruikt voor Noors, Zweeds, en Deens.

Grammatica


Alfabet

Naast de 26 letters van het Nederlandse alfabet kennen de Scandinavische talen een aantal extra letters:
  • Deens: æ, ø, å (uitspraak ongeveer: é, eu, o)
  • Faeröers: á, ð, í, ó, ú, ý, æ, ø
  • IJslands: á, ð, é, í, ó, ú, ý, þ, æ, ö (uitspraak au, dh, je, ie, oo, oe, ie, th, ai, eu)
  • Noors: æ, ø, å (uitspraak ongeveer: è, eu, o)
  • Zweeds: å, ä, ö (uitspraak ongeveer: o, è, eu)

Woordvolgorde

Zoals in het Nederlands staat de persoonsvorm van het werkwoord altijd op de tweede plaats in de zin. Vergelijk (voorbeelden in het Zweeds):
  • Ik ging na het feest naar huis -- Jag gick hem efter festen
  • Na het feest ging ik naar huis -- Efter festen gick jag hem

Het hoofdwerkwoord komt echter vóór het lijdend voorwerp:

  • Ik heb een boek gelezen -- Jag har läst en bok

Een belangrijke afwijking met de Nederlandse woordvolgorde is de plaats van het woordje niet (Het Zweedse inte/ej, Noorse ikke etc.):

  • Ik heb het boek niet gelezen -- Jag har inte läst boken

Zelfstandige naamwoorden

Een kenmerkende eigenschap van de Noord-Germaanse talen is het feit dat de bepaalde lidwoorden aan het zelfstandig naamwoord geplakt worden. Dit heet aangehecht lidwoord. Het IJslands heeft als enige van de vijf talen geen onbepaald lidwoord. Een voorbeeld:

Nederlands IJslands Faeröers Nynorsk Bokmål Deens Zweeds
een jongen strákur ein drongur ein gut en gutt en dreng en pojke
de jongen strákurinn drongurin guten gutten drengen pojken
jongens strákar dreingir gutar gutter drenge pojkar
de jongens strákarnir dreingirnir gutane guttene drengene pojkarna

Het IJslands en het Faeröers kennen bovendien 4 naamvallen zoals het Duits. Het Deens, het Noors en het Zweeds kennen alleen de s-genitief zoals in het Nederlands, met het verschil dat de s-genitief in de Noord-Germaanse talen bij alle zelfstandige naamwoorden en in het Nederlands vrijwel alleen bij persoonsnamen wordt gebruikt.

Annas bok = Anna's boek of het boek van Anna
bokens titel = de titel van het boek (niet de boeks titel)
De Noord-Germaanse talen gebruiken dan ook bijna nooit een apart woord dat vertaald wordt met van.

Werkwoorden

De werkwoorden hebben tijden vergelijkbaar met die in het Nederlands, Duits en Engels (tegenwoordige tijd, verleden tijd, enzovoorts) en slechts één vorm voor alle personen (ik, jij, hij, wij, jullie). De lijdende vorm kan echter gemaakt worden op twee manieren, zoals in dit Zweedse voorbeeld:

de kip wordt geslacht -- kycklingen blir slaktad of kycklingen slaktas

De -s-vorm wordt als stijlvoller gezien. (In het Zweeds in ieder geval.)

De -s-vorm in de verleden tijd wordt ook vaak gebruikt voor dingen waar wij in het Nederlands is ge- voor zouden gebruiken:

Dit boek is geschreven door -- Den här boken skrevs av ... (let.: De hier boek werd geschreven door...'')

Partikels

Werkwoorden kunnen uit twee delen bestaan, waarbij het tweede deel, het partikel een bijwoord of voorzetsel is dat het werkwoord een andere betekenis geeft. Het partikel kan bij werkwoordsvormen van plaats veranderen. Bijvoorbeeld:

Nederlands Zweeds Bokmål Nynorsk Deens
aanzetten sätta på slå på setje på tænde for
aangezet påsatt slått på

Natuurlijke taal | Germaanse taal

Yezhoù skandinavek | Llengües escandinaves | Severogermánské jazyky | Nordiske sprog | Skandinavische Sprachen | North Germanic languages | Skandinavaj lingvoj | Skandinaaviset kielet | Langues scandinaves | Norræn tungumál | 北ゲルマン語群 | 북게르만어군 | Šiaurės germanų kalbos | Noordgermaansche Spraken | Nordgermanske språk | Nordgermanske språk | Języki skandynawskie | Língua germânica setentrional | Severogermánske jazyky | Nordiska språk | 斯堪的那维亚语支

 

This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the "Noord-Germaanse talen".

Home Pageartsbusinesscomputersgameshealthhospitalshomekids & teensnewsphysiciansrecreationreferenceregionalscienceshoppingsocietysportsworld