article

Avram Noam Chomsky (Philadelphia, 7 december 1928) is een Amerikaans taalkundige, een van de invloedrijkste in de tweede helft van de 20e eeuw.

Hij doceert aan het MIT en is de opsteller van de Chomsky-hiërarchie, een veelgebruikte classificatie van formele talen.

Behalve bekend vanwege zijn wetenschappelijke prestaties staat Chomsky ook alom bekend als activist. Hij beschouwt zichzelf als libertarisch socialist en in veel opzichten als anarchist.

Korte biografie


Chomsky is in Philadelphia, Pennsylvania, geboren als zoon van William Chomsky, een geleerde in de Hebreeuwse taal- en letterkunde die uit Rusland geëmigreerd was. Noam Chomsky begon in 1945 aan zijn studies in filosofie, taalkunde en wiskunde aan de universiteit van Pennsylvania. Hij studeerde daar onder Zellig Harris, een professor in de taalkunde voor wiens politieke visies hij wel wat sympathie kon opbrengen. In 1949 trouwde hij met Carol Schatz en later kregen Noam en Carol drie kinderen. Hij behaalde in 1955 zijn PhD (vergelijkbaar met de doctorstitel), waarbij hij het meeste onderzoek de voorgaande vier jaren aan de Harvard universiteit had verricht. In zijn doctoraalscriptie begon hij al enkele van zijn linguistische ideeën te ontwikkelen, en zette deze voort in zijn boek uit 1957 genaamd Syntactic Structures. Dit is waarschijnlijk zijn beroemdste werk binnen de taalkunde, en lange tijd is het een soort bijbel geweest voor veel taalkundigen binnen de Chomskyaanse traditie, die vaak Chomskyanen genoemd werden.

Nadat hij zijn doctorstitel ontving, doceert Chomsky aan het MIT (Massachusetts Institute of Technology). Gedurende de eerste decennia raakte hij meer en meer betrokken bij politiek, waarbij hij kritiek uitte op de Amerikaanse politiek en oorlog tegen Vietnam rond het jaar 1965. In 1969 publiceerde hij American Power and the New Mandarins, een essay over hetzelfde onderwerp. Vanaf die tijd is hij zeer bekend vanwege zijn radicale politieke visies, en geeft hij over de hele wereld lezingen hierover. Verder heeft hij diverse boeken over het onderwerp geschreven. Hij betrekt duidelijk stelling tegen de Amerikaanse inmengingspolitiek in Cuba, Haïti, Oost-Timor, Nicaragua, het Israëlisch-Arabische conflict, de oorlog rond Kosovo en de Golfoorlog (2003). Hij geldt eveneens als criticus van de mondialisering, de media en het neoliberalisme. Vanwege zijn visie, die voornamelijk als libertarisch socialistisch kan worden gezien, kreeg hij een grote aanhang onder extreem-linkse mensen, maar ook veel critici. Doordat hij zijn standpunten op doorgaans degelijk onderzoek baseert, wordt hij eveneens door intellectuelen van links en rechts serieus genomen. Minder appreciatie geniet hij ten aanzien van de uiteindelijke conclusies die hij trekt, die volgens critici in de buurt komen van samenzweringstheorieën. In de tussentijd is hij blijven schrijven en doceren over taalkunde en de gevolgen van het Amerikaanse buitenlands beleid.

Bijdragen aan de taalwetenschap


Syntactic Structures was een uitbreiding op zijn doctoraalscriptie van 1955, waarin hij transformationele grammatica's introduceerde. De theorie beschouwt talige uitingen (woorden, frasen, zinnen) als corresponderend met abstracte "oppervlaktestructuren", die op hun beurt afgeleid kunnen worden of corresponderen met "dieptestructuren". Een duidelijk formeel onderscheid tussen dieptestructuren en oppervlaktestructuren ontbreekt in huidige versies van de theorie.

Transformatieregels, samen met frase-structuurregels en andere structurele principes, zijn verantwoordelijk voor zowel het voortbrengen als de interpretatie van talige uitdrukkingen. Met een beperkte verzameling grammaticale regels en een eindige verzameling basisuitdrukkingen is het zo mogelijk om een oneindige hoeveelheid zinnen voort te brengen, waaronder zinnen die nog nooit door iemand zijn uitgesproken, gedacht of gehoord. Dit is de reden waarom de theorie 'generatief' wordt genoemd: de theorie verklaart het voortbrengen (de generatie) van oneindig veel mogelijke zinnen op grond van een eindige verzameling informatie. Het talige vermogen dat hier beschreven wordt, is volgens Chomsky's theorie aangeboren. Het is genetisch bepaald dat mensen natuurlijke taal kunnen aanleren. Dit vermogen wordt Universele Grammatica (afkorting: UG) genoemd. Grotendeels zijn wij ons niet bewust van deze structurele principes die aan taal ten grondslag liggen, iets dat ook geldt voor de meeste andere biologische en cognitieve processen van de mens.

De recentste theorieën van Chomsky, zoals het Minimalisme, stellen onder meer dat de grammaticale principes die ten grondslag liggen aan het taalvermogen volledig vast zouden liggen en aangeboren zijn, en dat de verschillen tussen de diverse talen die op de wereld gesproken worden verklaard zouden kunnen worden aan de hand van parametrische informatie in het brein (eenvoudiger gezegd: het invullen van parameters voor diverse mogelijke kenmerken).

Een van de voorgestelde parameters is die van pro-drop, die aangeeft of een expliciet onderwerp van de zin altijd aanwezig moet zijn (zoals in het Nederlands) of niet (zoals in het Spaans). De instelling van een parameter kan men wel met een schakelaar vergelijken, bijvoorbeeld een draaischakelaar, waarbij men diverse keuzes heeft. De benadering wordt hierom vaak principes en parameters genoemd. Binnen deze zienswijze hoeft het taallerend kind buiten het vocabulaire van een taal en zaken als morfemen en staande uitdrukkingen, enkel wat parameters in te stellen, wat aan de hand van een paar voorbeelden al gedaan kan worden, en waarmee het leren van de moedertaal dus relatief weinig werk hoeft te vereisen.

Deze benadering was gemotiveerd door de verbluffende snelheid waarmee kinderen talen leren, het feit dat alle kinderen over de hele wereld dit op een soortgelijke wijze doen, en het feit dat kinderen bepaalde kenmerkende fouten maken bij het leren van hun moedertaal, terwijl andere fouten waarvan het voor de hand lijkt te liggen dat deze gemaakt zouden kunnen worden, praktisch niet voorkomen, wat volgens Chomsky wel het geval zou zijn als de leermethode puur algemeen in plaats van taalspecifiek zou zijn.

Chomsky's ideeën hebben een sterke invloed gehad op onderzoekers die werkten op het gebied van de taalontwikkeling van taallerende kinderen. Enkele voorspellingen die volgen uit zijn theorieën zijn echter weersproken door recente empirische gegevens uit deze tak van de wetenschap. Op grond hiervan zijn sommige onderzoekers Chomsky's claims over het aangeboren taalvermogen in twijfel gaan trekken, en hebben onder andere benaderingen voorgesteld binnen een connectivistische theorie, gebaseerd op algemenere informatieverwerkende processen in het menselijk brein.

De Chomskyaanse benadering t.a.v. syntaxis, die vaak transformationeel generatieve grammatica (TGG) wordt genoemd, is een dominante theorie onder taalkundigen maar een veelgehoord punt van kritiek betreft de bijna exclusieve nadruk die bij het onderzoek gelegd wordt op het Engels en wat andere Europese talen.

Chomskyaanse syntactische analyses zijn vaak zeer abstract, en gebaseerd op zeer zorgvuldig onderzoek op het grensgebied tussen grammaticale en ongrammaticale uitdrukkingen van een taal. (Dit kan worden vergeleken met zogenaamde grensgevallen die ook binnen de wiskunde een belangrijke rol spelen).

Dergelijke grammaticale oordelen kunnen alleen door moedertaalsprekers accuraat worden gemaakt, en daarom is het om pragmatische redenen zo, dat taalkundigen binnen de Chomskyaanse traditie zich concentreren op hun eigen moedertaal, voornamelijk Engels, Frans, Duits, Italiaans, maar ook Nederlands. Volgens Chomskyaanse taalkundigen is dit een acceptabele theoretische benadering, omdat het overeenkomt met de principes en parameters benadering, waarbinnen alle talen immers dezelfde onderliggende principes kennen, en dus slechts de studie van één natuurlijke taal volstaat om deze principes vast te stellen.

Volgens critici schieten generatieve grammatica's tekort als ze worden toegepast op andere talen dan die waarop ze zijn gebaseerd. Dit is een van de voornaamste beweegredenen voor alternatieven, zoals de functioneel-typologische benadering of taalkundige typologie (veelal geassocieerd met Joseph Greenberg), die nadrukkelijk intertalig is, en gebaseerd is op empirisch onderzoek van zoveel mogelijke variatie binnen de diverse talen die op de wereld worden gesproken, waarbij de variaties worden geclassificeerd, op grond waarvan theorieën worden geformuleerd. Daarnaast zijn er in de loop der jaren taalkundigen gekomen met modellen die wel deels op het werk van Chomsky gebaseerd zijn, maar hiervan toch ook op cruciale plaatsen afwijken.

Chomsky-hiërarchie

Chomsky is bekend geworden vanwege zijn onderzoek naar diverse soorten formele talen, en de vraag of deze al dan niet een rol zouden kunnen spelen bij de formele representatie van natuurlijke talen. De naar hem genoemde Chomsky-hiërarchie deelt formele talen in in klasses, die telkens een grotere expressieve kracht bezitten, dat wil zeggen, dat verdere klasses telkens een ruimere verzameling van formele talen kunnen voortbrengen. Chomsky beargumenteert, dat bepaalde constructies in de natuurlijke taal complexere formele grammatica's vereisen, gezien vanuit de Chomsky-hiërarchie, dan andere. Bijvoorbeeld, terwijl een reguliere taal krachtig genoeg is om de morfologie van het Engels te beregelen, is zo'n taal ontoereikend voor de Engelse syntaxis. Behalve binnen de linguïstiek, is de Chomsky-hiërarchie ook van belang gebleken binnen de informatica, omdat het belangrijke raakvlakken en isomorfieën heeft met de automatentheorie.

Binnen de fonologie was zijn voornaamste werk The sound pattern of English, dat hij in 1968 samen met Morris Halle publiceerde. Sindsdien heeft Chomsky niet meer over fonologie geschreven, naar eigen zeggen omdat hij vanwege zijn aandacht voor politiek niet elke intellectuele belangstelling meer kon volgen.

Politieke opvattingen


Wegens zijn politieke opvattingen is Chomsky in de Verenigde Staten een controversieel figuur. Hij beschrijft zichzelf als een persoon die "meelift op de traditie van het anarchisme". Chomsky is van mening dat alle autoriteit en hiërachie op rechtmatigheid moet worden onderzocht, en zo nodig bestreden. Hij verschilt van de meeste andere anarchisten omdat hij wel voorstander is van de parlementaire democratie.

Ondanks het feit dat hij zelf joods is, is hij meerdere malen beschuldigd van antisemitisme. In 1979 nam hij het met een aantal andere vooraanstaande intellectuelen op voor Robert Faurisson. Faurisson had een boek geschreven dat de holocaust ontkende, waarvoor hij veroordeeld werd. Chomsky en de zijnen, meenden dat dat een inbreuk op de vrijheid van meningsuiting was. Bovendien redeneerde hij dat holocaustontkenners niet per definitie antisemitisch zijn. Men kan volgens Chomsky ook de holocaust ontkennen, en te gelijker tijd blij zijn dat het niet heeft plaatsgevonden. Volgens Chomsky was Faurisson een voorbeeld van een niet antisemitische holocaustontkenner. Chomsky zelf heeft de holocaust overigens nooit ontkend. Andere beschuldigingen van antisemitisme komen voort uit het feit dat Chomsky zeer kritisch staat tegenover de gedragingen van Israël.

Chomsky heeft zich regelmatig kritisch uitgelaten tegenover de buitenlandse politiek van de Verenigde Staten. Hij beschouwde bijvoorbeeld de Vietnamoorlog en de acties tegen het Sandinistische bewind in Nicaragua als terrorisme. Hij redeneerde dat met de standaarden die de VS hanteren, landen als Nicaragua en Joegoslavië het recht zouden hebben de Verenigde Staten te bombarderen. Na Terroristische aanslagen op 11 september 2001 is de interesse voor Chomsky's werken weer toegenomen. Naar aanleiding van de aanslagen schreef hij 9/11 en later Hegemony or Survival (in het Nederlands vertaald als De Arrogantie van de Macht). In beide boeken spreekt Chomsky zich zeer kritisch uit tegenover de Verenigde Staten. Chomsky is meerdere malen beschuldigd van anti-Amerikanisme, temeer omdat hij enkele malen heeft gezegd communistische bewegingen in bijvoorbeeld China en Vietnam te steunen. De laatste jaren heeft hij daar echter afstand van genomen.

Bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2004 gaf Chomsky aan John Kerry te steunen. Dit kwam hem op kritiek uit linkse hoek te staan. Chomsky verklaarde daarop dat het eerder een stem tegen Bush dan voor Kerry zou zijn, en hij noemde Kerry een "Bush light".

Literatuur

  • Noam Chomsky: Intellectuals and the State / De intellectuelen en de staat (Johan Huizinga-lezing 1977) Uitg. Het Wereldvenster, Baarn, 1978, ISBN 90-293-9671-7
  • Noam Chomksy: De verdorven democratie; Ned. vert. Uitg. EPO, 1992, 2002, ISBN 90-6445-628-3
  • Noam Chomsky: Macht & Terreur - De wereld na 11 september; Ned. vert. Uitg. Lemniscaat, ISBN 90-5637-548-2
  • Noam Chomksy: De arrogantie van de macht - Hoe het Amerikaanse streven naar hegemonie het voortbestaan van de planeet bedreigt; Ned. vert. Uitg. Lemniscaat, ISBN 90-5637-635-7

Externe links


Amerikaans taalkundige | Anarchist | Amerikaans filosoof | Joods persoon | Atheïst

نعوم شومسكي | Noam Chomsky | Ноам Чомскі | Ноам Чомски | নোম চম্‌স্কি | Noam Chomsky | Noam Chomsky | Noam Chomsky | Noam Chomsky | Noam Chomsky | Νόαμ Τσόμσκι | Noam Chomsky | Noam Chomsky | Noam Chomsky | Noam Chomsky | Noam Chomsky | Noam Chomsky | Noam Chomsky | נועם חומסקי | Noam Chomsky | Noam Chomsky | Noam Chomsky | Noam Chomsky | Noam Chomsky | Noam Chomsky | ノーム・チョムスキー | 노엄 촘스키 | Noam Chomsky | Noam Chomsky | Noam Chomsky | Noams Čomskis | Ноам Чомски | Noam Chomsky | Noam Chomsky | Noam Chomsky | Noam Chomsky | Хомский, Аврам Ноам | Noam Avram Chomsky | Noam Chomsky | Ноам Чомски | Noam Chomsky | โนม ชัมสกี | Noam Chomsky | Чомскі Ноам | 诺姆·乔姆斯基

 

This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the "Noam Chomsky".

Home Pageartsbusinesscomputersgameshealthhospitalshomekids & teensnewsphysiciansrecreationreferenceregionalscienceshoppingsocietysportsworld