Het Nederlands is een Indo-Europese en Germaanse, West-Germaanse, Nederduitse, Nederfrankische taal.
Nederlands is de moedertaal van ruim 22 miljoen mensen. Binnen de Europese Unie (EU) nam het op dat moment een zevende plaats in qua grootte van de talen van de EU. Het Nederlands wordt voornamelijk gesproken in Nederland, België (in Vlaanderen) en Suriname. Ook op Aruba en op de Nederlandse Antillen (onderdeel van het Koninkrijk der Nederlanden) en voorts in de Franse Westhoek (het uiterste noorden van Frankrijk, onderdeel van Frans-Vlaanderen) en in (kleine) delen van Duitsland (veelal aan de westgrens) spreekt en leert men Nederlands. In het geval van de drie in de eerste alinea genoemde landen spreekt de Nederlandse Taalunie (NTU) sinds 1980 ook wel van Noord-Nederlands, Belgisch-Nederlands en Surinaams-Nederlands. In Zuid-Afrika en Indonesië (ofwel het voormalige Nederlands-Indië) wordt het Nederlands nog veel als bronnentaal gebruikt. Oude documenten en wetteksten zijn vaak opgesteld in het Nederlands. Ruim tienduizend studenten aldaar kunnen dan ook Nederlands lezen. In 2005 werd er in 40 landen aan ruim 220 universiteiten door 500 docenten Nederlands gedoceerd, Duitsland voorop met 30 vakgroepen, gevolgd door de Verenigde Staten van Amerika en Frankrijk met 20 universiteiten. 0,7 % van de Nieuw-Zeelanders zegt dat hun huistaal Nederlands is.
Nederland
De officiële taal, zoals die wordt onderwezen op scholen en gebruikt wordt door de autoriteiten, wordt
Standaardnederlands genoemd. In Nederland is het de officiële taal van de ca. 16 miljoen inwoners. Deze status als officiële taal is pas officieel vastgelegd in 1995. Door een wijziging van de
Algemene Wet Bestuursrecht is dit tot stand gekomen. Deze wijziging was bedoeld om ook het
Fries een officiële status te geven. Het
Limburgs en
Nedersaksisch zijn officieel erkende
streektalen. De allochtone minderheidstalen zijn
Turks (192.000 sprekers), Marokkaans-
Arabisch (100.000),
Papiaments (80.000),
Indonesisch (45.000) en
Sranan (7000). Dit blijkt uit een onderzoek uit
2005, uitgevoerd in opdracht van de Nederlandse Taalunie. Het Nederlands wordt (niet in alle gevallen correct) ook wel aangeduid als
Vlaams (in België),
Hollands (vooral in de Randstad ) en
Nederduits (door historisch taalkundigen).
België
De staatshervorming van 1970 heeft voor een onderscheid gezorgd van vier taalgebieden, waar de drie officiële talen worden gesproken van België, namelijk het Nederlandse taalgebied (overeenkomend met het Vlaamse Gewest), het Franse taalgebied (overeenkomend met het Waalse Gewest minus het Duitse taalgebied), het Duitse taalgebied en het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad (overeenkomend met het Brussels Hoofdstedelijk Gewest). Deze indeling in taalgebieden werd opgenomen in art. 4 van de Belgische grondwet. Elke gemeente van het koninkrijk moet deel uitmaken van één van deze vier taalgebieden. Een wijziging kan enkel met een
bijzondere wet (d.w.z. een wet met een bijzondere meerderheid) worden aangenomen. Sinds de laatste wijziging, op 8 november 1962, is de
taalgrens ongewijzigd gebleven.
In het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad werd oorspronkelijk vooral Nederlands gesproken. Voor de verfransing van Brussel-Hoofdstad kunnen een aantal factoren een rol gespeeld hebben. Zo was het Frans van de hogere sociale status voor lange tijd. Daarnaast was het Frans tot 1898 in België de enige officiële taal. Ook de komst van voornamelijk Franssprekende immigranten heeft het aantal Franstaligen laten stijgen. Momenteel is nog hooguit 20% van de Brusselse bevolking Nederlandstalig. In een aantal taalgrensgemeenten in het Franse taalgebied is er een bijzonder taalregime voor Nederlandstaligen (waar in de praktijk weinig van gebruik wordt gemaakt), net zoals dat ook in het Nederlandse taalgebied geldt voor Franstaligen (wat daarentegen een hete politieke kwestie is, cf. de problematiek Brussel-Halle-Vilvoorde).
Nederlands is de eerste taal van ruim zes miljoen Belgen (Vlamingen), daarnaast zijn er ongeveer 4 miljoen Franstaligen en ook zo'n 100.000 mensen die het Duits als voertaal gebruiken.
Aruba en de Nederlandse Antillen
Net als Nederland maken Aruba en de Nederlandse Antillen deel uit van het
Koninkrijk der Nederlanden. Het grote verschil met Nederland is dat het Nederlands slechts de officiële taal is, maar niet de
voertaal. Op
Curaçao met 130.000, Aruba met 120.000 en Bonaire met 10.000 inwoners wordt het Papiaments gebezigd. Op de eilanden
Sint Maarten (33.000 inwoners),
Sint Eustatius (2300) en
Saba (1400) is
Engels de voertaal. Dit blijkt uit het onderzoek van de Taalunie. Het
basisonderwijs wordt in het Papiaments onderwezen, de
middelbare school heeft het Nederlands als onderwijstaal.
Suriname
Sinds 2004 is Suriname lid van de Nederlandse Taalunie. Hoewel het Nederlands na de onafhankelijkheid in 1975 de officiële taal is gebleven, worden er in het land zo'n 20 talen gesproken. Het Nederlands is er de taal van bestuur, rechtspraak en onderwijs. In het onderzoek van de Taalunie geeft ruim 60% aan dat het Nederlands de moedertaal zou zijn. Dit duidt op een groei. Als contacttaal tussen bevolkingsgroepen wordt het
Sranantongo gebruikt. Deze taal wordt door vrijwel alle Surinamers gesproken. Verder hebben het
Sarnami en het Surinaams
Javaans enkele tienduizenden sprekers. Bijna alle Surinamers spreken twee talen.
Frankrijk
Het arrondissement Duinkerke van het
Noorderdepartement, ook wel de
Franse Westhoek genoemd, is vanouds een Nederlandstalig gebied. Er worden Vlaamse dialecten gesproken, die behoren tot de dialectgroep van het
West-Vlaams. Het dialectgebruik is echter met name vanaf eind negentiende eeuw sterk aan het teruglopen. De belangrijkste reden hiervoor is, dat het Nederlands en het Vlaamse dialect nooit erkend zijn door de Franse staat als regionale taal, zoals het Fries in Nederland. Integendeel, er werd lange tijd een actief onderdrukkingsbeleid gevoerd om het Vlaams uit te roeien ten gunste van het Frans, waardoor ouders het steeds minder thuis doorgaven aan hun kinderen.
Tegenwoordig beheersen nog slechts enkele tienduizenden het Vlaamse dialect, voornamelijk ouderen. Er zijn daarnaast veel dialectcursussen, waar grote belangstelling voor bestaat. Na meer dan twee eeuwen onderdrukking mag sinds enkele jaren wel weer Nederlands onderwezen worden op de basisscholen in het gebied, als eerste vreemde taal. Voor bijna alle kinderen is het ook daadwerkelijk een vreemde taal, omdat zij thuis geen Vlaams dialect meer spreken.
In de Franse Westhoek zijn de meeste plaatsnamen en familienamen herkenbaar Nederlands. Ook worden steeds meer straatnamen 'vervlaamst'. Het Nederlands en Vlaams wachten echter nog steeds op officiële erkenning door de Franse overheid als regionale taal onder het Europees handvest voor regionale talen of talen van minderheden.
TaalverhoudingFranseWesthoek.PNG
Zie verder: Nederlands in Frankrijk en Frans-Vlaams.
Geschiedenis
Het Nederlands vindt zijn oorsprong in het weinig gedocumenteerde
Oudnederlands (voor 1170), dat overloopt in het
Middelnederlands (1170-1500). De spelling van het Middelnederlands volgde de spreektaal, die per streek sterk kon verschillen. In de 16e eeuw werden verschillende pogingen ondernomen een eenduidige spelling te realiseren.
Statenbijbel.jpgUiteindelijk gaf de
Staten-Generaal opdracht om de
bijbel vanuit de grondtekst te vertalen. Dit resulteerde in
1637 in een vertaling die bekend werd als de
Statenbijbel. Voor deze vertaling werd een gulden middenweg gezocht tussen alle bestaande streektalen van het Nederlandse taalgebied. Basis vormen de Frankische dialecten van de gewesten
Holland en
Brabant.
Saksische elementen zijn vooral de werkwoordsvormen op -acht (bracht, gebracht; dacht, gedacht) en het wederkerend voornaamwoord zich. De derde grote dialectgroep in de Lage Landen, het
Fries, heeft bij de ontwikkeling van het Standaardnederlands vrijwel geen rol gespeeld. De vertalers hebben met de Statenbijbel vele woorden en uitdrukkingen geschapen die ook vandaag de dag nog worden gebruikt. Er zijn tot op heden enkele kerkgenootschappen die deze vertaling in hun kerkdiensten gebruiken. De in de Statenbijbel gebruikte spelling wordt tegenwoordig als verouderd beschouwd.
Spelling
De eerste officiële spelling van het Nieuwnederlands werd in
1804 opgesteld door
Matthijs Siegenbeek. De spelling-Siegenbeek introduceerde onder andere de typische Nederlandse
ij, die voorheen als
y werd geschreven (blij/bly).
Matthias de Vries en
Lammert te Winkel, de eerste redacteuren van het
Woordenboek der Nederlandsche Taal, ontwierpen vervolgens in
1864 een nieuwe spelling. Deze werd in België ingevoerd als officiële spelling, terwijl Nederland pas volgde in
1883. Het zou tot
1934 duren, voordat deze spelling vereenvoudigd werd voor het onderwijs. Deze nieuwe versie staat bekend als de spelling-Marchant, vernoemd naar de
Minister van Onderwijs die het invoerde.
Niet zóó, maar zó heette de brochure die probeerde inzicht te geven in de wijzigingen van de dubbele klinkers naar enkele klinkers, veranderingen van
sch naar een enkele
s en het verdwijnen van de Nederlandse naamvallen (
ik zie den man). In bijna ongewijzigde vorm werd deze spelling in
1946 in België bij regeringsbesluit ingevoerd, Nederland voerde haar in
1947 in. De eerste druk van het
Groene Boekje verscheen in
1954. Dit bevatte:
- een uitvoering van het Belgische Spellingbesluit van 1946 en de Nederlandse Spellingwet van 1947, waarbij een regeling werd voorgeschreven met betrekking tot het voornaamwoordelijk gebruik, het gebruik van tweede-naamvalsvormen als der, dezer en zijner, de schrijfwijze van bastaardwoorden en de tussenklanken in samenstellingen. Tevens worden hierin voor de spelling van de spraakklanken, de verdeling van de woorden in lettergrepen, het gebruik van het koppelteken, het deelteken en het weglatingsteken en het gebruik van hoofdletters voorschriften en aanwijzingen gegeven.
Dit Groene Boekje bevatte in sommige gevallen een voorkeurspelling (met varianten van spellingswijzen) gegeven, die in de praktijk voor onduidelijkheid zorgde. Daardoor verdween deze voorkeurspelling in het Groene Boekje van 1995. Verder was een der grote veranderingen in 1995 de regels omtrent de tussenklank -e(n)- in samenstellingen. Het Groene Boekje wordt om de 10 jaar aangepast, zodat ook woorden als webcam (1998), sms'en (1999) en googelen (2003) een plekje vinden in de Nederlandse taal. De laatste aanpassing van 2005 betreft vooral het wegwerken van uitzonderingen of twijfelgevallen bij het toepassen van de spellingsregels.
Taalunie
Op
9 september 1980 werd het
Verdrag inzake de Nederlandse Taalunie (NTU) door de Belgische en Nederlandse Ministers van Buitenlandse Zaken ondertekend. Vlaanderen en Nederland spraken af de Nederlandse taal en haar sprekers voortaan samen te behartigen. Sinds 2004 is ook Suriname geassocieerd lid van de Unie. De NTU opereert als een soort gemeenschappelijk ministerie van Taal voor de drie gebieden. Beslissingen worden genomen door de leden van het Comité van Ministers van de Nederlandse Taalunie; de ministers en/of staatssecretarissen van Cultuur en Onderwijs van Nederland en Vlaanderen, in totaal 4. De Surinaamse ambassadeur in Nederland vertegenwoordigt Suriname als geassocieerd lid. De Taalunie is o.a. verantwoordelijk voor de uitgave van het
Groene Boekje.
De Taalunie heeft een website waar men om taaladvies kan vragen: http://taalunieversum.org/taaladvies/
Classificatie
Klanken
De standaardtaal, het
Standaardnederlands, kent een veertigtal klanken. Zie
klankinventaris van het Nederlands.
Het oudste Nederlands
Het alleroudste Nederlandse boek dat momenteel bekend is, is het handschrift van de
Wachtendonckse psalmen, zo genoemd naar de
Luikse kanunnik Arnold Wachtendonck. Toen dit manuscript in
1591 door
Justus Lipsius in Luik werd gevonden, dateerde hij het moment van vervaardigen op omstreeks
900. Het bleek geschreven in de streek waar het zich 700 jaar later, toen Lipsius het terugvond, nog steeds bevond: nabij Luik, wellicht in het klooster
Munsterbilzen, dat daar in de 10
e eeuw een voorname abdij was van adellijke nonnen. De
Wachtendonkse psalmen zijn echter geen autonome Nederlandse tekst, maar vertaalde glossen van een in het Latijn gestelde psalmberijming. Dit boek is overigens de vindplaats van de eerste keer dat het Nederlandse woord 'boek' voorkomt, daar gespeld als 'buok'. Het boek is ons overgeleverd in de vorm van een gedeeltelijke kopie: na Lipsius is het boek nooit meer teruggezien.
Vogala.pngHet alleroudste Nederlandstalige boek, vermoedelijk vervaardigd rond 1100, komt uit de benedictijner abdij te Egmond. Het staat bekend als de Egmondse Williram en wordt sinds circa 1600 in de Leidse universiteitsbibliotheek bewaard.
Eén van de oudste literaire zinnen in het Nederlands is het Hebban olla vogala (het is echter allang niet meer de oudste zin), terwijl de oudste formele oorkonde die ooit in het Nederlands werd opgesteld, de schepenbrief van Bochoute (Oost-Vlaanderen, een meijerij van Gavere) is. Deze bezegelde een grondtransactie tussen de hereboer Boudewijn Molenijzer uit Dallem en de Gentse patriciër Hendrik van den Putte.
Zie ook: Oudnederlands
Dialecten
Overzicht Nederlandse dialecten in Nederland, Vlaanderen en Frans-Vlaanderen, Suriname, de Nederlandse Antillen en Aruba
Zie kaart, voor de locatie van de dialecten of streektalen. Dit is een globale indeling, waarbij de meeste overgangsdialecten niet zijn opgenomen. Het is dus alleen bedoeld om een algemeen beeld te scheppen van de spreiding van de Nederlandse dialecten. Het Nedersaksisch, Zeeuws en Limburgs worden hierop niet als aparte taal aangemerkt, dit heeft geen politieke achtergrond. De grens tussen dialect en taal is voor het Westgermaanse taalgebied, dus ook voor Nederland en Vlaanderen, zeer problematisch. Voorzichtigheid is geboden bij het gebruik van dit kaartje, daar de meeste taalgrenzen die erop staan aangegeven vloeiend en vaag zijn, en niet door alle deskundigen worden onderschreven (i.h.b. de grenzen van het Limburgs en het Nedersaksisch niet).
Dutch-dialects.png
A. Zuidwestelijke dialectgroep (Zeeuws/West-Vlaams)
- 1. West-Vlaams, inclusief Frans-Vlaams en Zeeuws-Vlaams
- 2. Zeeuws
B. Noordwestelijke dialectgroep (Hollands)
- 3. Zuid-Hollands
- 4. Westhoeks
- 5. Waterlands* en Volendams*
- 6. Zaans*
- 7. Kennemerlands
- 8. West-Fries*
- 9. Bildts, Midslands, Stadsfries en Amelands*
* De dialectgroepen aangeduid met een asterisk worden weliswaar onder het Hollands gerekend, maar hebben vanouds een zeer sterk Fries substraat. De Noord-Hollandse varianten zijn na de Tweede Wereldoorlog sterk naar het Algemeen Nederlands toegegroeid; soms spreekt men in die gebieden zelfs van twee naast elkaar bestaande dialecten: het traditionele (sterke (ook wel zware genoemd) en het moderne (lichte) dialect. Het Stadsfries dat later is ontstaan is tegenwoordig Frieser van karakter dan bovengenoemde en wordt vaak als aparte groep genomen. Een enkele keer deelt men de Noord-Hollandse varianten en het Stadsfries bij elkaar in.
C. Noordoostelijke dialectgroep (Nedersaksisch)
- 10. Kollumerlands
- 11. Gronings en Noord-Drents
- 12. Stellingwerfs
- 13. Midden-Drents
- 14. Zuid-Drents
- 15. Twents
- 16. Twents-Graafschaps
- 17. Gelders-Overijssels (Achterhoeks) en Urks
- 18. Veluws
D. Noordelijk-centrale dialectgroep
- 19. Utrechts-Alblasserwaards
E. Zuidelijk-centrale dialectgroep
- 20. Zuid-Gelders
- 21. Noord-Brabants en Noord-Limburgs
- 22. Brabants
- 23. Oost-Vlaams
F. Zuidoostelijke dialectgroep
- 24. Limburgs
G. Suriname
- 25. Surinaams-Nederlands
H. Nederlandse Antillen en Aruba
- 26. Antiliaans-Nederlands
Overige
''FL. Provincie Flevoland. Hier heeft zich nog geen dialect gevormd. Algemeen worden hier Zuid-Hollandse varianten gesproken, namelijk ofwel het AN, ofwel het Amsterdams (in Lelystad en Almere). Zie verder Nederlands in de IJsselmeerpolders. In het noorden en dan met name in en rond Urk wordt er vanoudsher al een dialect van het Nedersaksisch gesproken.
Bron
De gegevens zijn grotendeels overgenomen van de indeling die dialectologe Jo Daan maakte (zie: *). Deze indeling is (nog) steeds een onderwerp van discussie binnen de dialectologie, maar wordt door veel dialectologen en taalkundigen (deels) onderschreven.
Zie ook: Straattaal, Vlaams en Tussentaal
Creool- en dochtertalen
Het
Afrikaans is een dochtertaal die zich ontwikkelde uit het Nederlands dat de kolonisten in de zeventiende eeuw naar de
Kaapkolonie brachten.
Uit het Nederlands ontstonden een aantal - grotendeels uitgestorven - creooltalen, met name het Negerhollands op de Amerikaanse Maagdeneilanden, het Petjoh in Indonesië en het Skepi en Berbice-Nederlands in Guyana.
Glossaria
Externe link
Verwante onderwerpen
Externe bronnen
Externe bronnen in andere dan de Nederlandse taal
Zie voor bronnen in andere talen over het Nederlands o.a. de
Dutch language.
Woordenboeken van de Nederlandse taal
Woordenboeken Nederlands-Engels en andere
Literatuur
- M. de Vries e.a., Woordenboek der Nederlandsche Taal (1882-1998) (ook op cd-rom).
- C.H. den Hertog, Nederlandsche spraakkunst (3 dln.) (1903-1904).
- W. Haeseryn e.a., Algemene Nederlandse Spraakkunst (1984), 2e druk 1997.
- P.C. Paardekooper, Beknopte ABN-syntaksis 7e druk 1986.
- W. de Haas & M. Trommelen, Morfologisch handboek van het Nederlands; een overzicht van de woordvorming, 1993.
- G. Booij & A. van Santen, Morfologie; de woordstructuur van het Nederlands, 2e druk 1998.
- J. Heemskerk & W. Zonneveld Uitspraakwoordenboek, 2000.
- A.A. Weijnen, Nederlandse dialectkunde, 1966.
- C.B. van Haeringen, Nederlands tussen Duits en Engels 1956.
- M. Schönfeld & A. van Loey, Historische grammatica van het Nederlands.
- C.G.N. de Vooys, Geschiedenis van de Nederlandse taal, 1931.
- J.M. van der Horst & F.J. Marschall, Korte geschiedenis van de Nederlandse taal (1989) 4e druk 2000.
- M.C. van den Toorn e.a. (eds.), Geschiedenis van de Nederlandse taal, 1997.
- Guy Janssens & Ann Marynissen, Het Nederlands vroeger en nu, 2003.
Natuurlijke taal | Nederlands | Germaanse taal | Taal in Nederland | Taal in België | Taal in Suriname | Taal in Indonesië | Taalgeschiedenis
Nederlands (taal) | Niederländisch | Niðerlandisc sprǣc | Neerlandès | Nizozemština | Iseldireg | Nederlandsk (sprog) | Niederländische Sprache | Dutch language | Nederlanda lingvo | Idioma neerlandés | Hollandi keel | Hollannin kieli | Néerlandais | Nederlânsk | הולנדית | Nizozemski jezik | Holland nyelv | Bahasa Belanda | Lingua olandese | オランダ語 | 네덜란드어 | Iseldiryek | Lingua Batava | Nederlands | Nīderlandiešu valoda | Holland nyelv | Nedderlandsche Spraak | Nederlaands | Nederlandsk språk | Nederlandsk språk | Język niderlandzki | Língua neerlandesa | Limba neerlandeză | Нидерландский язык | Dutch leid | Hollánddagiella | Nizozemščina | Nederländska | Wikang Olandes | Flemenkçe | Нідерландська мова | 荷蘭語