article

Nederlanders of het Nederlandse volk kent meerdere, elkaar overlappende definities:

  • Inwoners, ofwel ingezetenen, van Nederland (zie ook Nederlandse bevolking).
  • Zij die die de Nederlandse nationaliteit bezitten
  • De autochtone bevolking van Nederland en Nederlandse emigranten en hun nakomelingen buiten Nederland. Dit is een onduidelijke definitie, omdat er verschillende definities van autochtoon bestaan, en omdat sommige autochtonen zich wel als behorend tot het Nederlandse volk beschouwen maar desalniettemin niet als een etnisch Nederlander, bijvoorbeeld de Friezen.

Classificatie en taal


Door de afstamming van de autochtone Nederlanders worden zij als een Germaans volk beschouwd. De Nederlanders spreken ook in hoofdzaak een Germaanse taal. Doordat Nederland een nationale staat is waarbij de eenheidsstaat wordt versterkt door het bestaan van een standaardtaal, worden de meeste streektalen traditioneel als dialecten van het Nederlands beschouwd, hoewel ze zuiver taalkundig gezien tot het grote geheel der West-Germaanse dialecten behoren — waarvan de onderverdeling niets met de staatsgrenzen van doen heeft — en er tot in de negentiende eeuw een volmaakt dialectcontinuüm bestond met de Duitse dialecten: de staatsgrens was geen taalgrens.

Alle inwoners van het historische gebied van de Nederlanden kunnen op historische, taalkundige of culturele gronden ook met het begrip "Nederlanders" aangeduid worden; het is echter ongebruikelijk om het woord in die betekenis toe te passen op de situatie van na 1830, het ontstaan van België door het uiteenvallen van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Doordat ook met België een dialectcontinuüm bestaat is de taal geen strikt onderscheidend criterium in het afgrenzen van de Nederlandse nationale identiteit, wat zich ook openbaart in het feit dat er geen Duitse of Belgische etnische minderheden in Nederland kúnnen bestaan.

Nederlanders buiten Nederland


Buiten Nederland leven er wereldwijd in het begin van de eenentwintigste eeuw ruim 11 miljoen mensen van (gedeeltelijk) Nederlandse afkomst. De meeste in Zuid-Afrika (5 miljoen), de Verenigde Staten (4,5 miljoen), Canada (1 miljoen) en Australië (400.000).

Religie


Nederlanders zijn van oorsprong een Germaans volk met het daarbij behorende heidense geloof. Nederland werd omstreeks het jaar 500 gekerstend. Sinds de secularisatie is bijna de helft niet godsdienstig.

Geschiedenis


De autochtone Nederlanders zijn historisch gezien verwant aan alle West-Germaanse volken, zoals de Engelsen en de Duitsers, en in mindere mate aan de Noord-Germaanse volken, zoals de Denen, Noren, Zweden en IJslanders. Dit komt omdat sinds de 5e eeuw het gebied van het huidige Nederland werd bewoond door vooral Saksen en Franken, West-Germaanse stammen waarvan de stamgebieden tot diep in het huidige Duitsland doorliepen. Een echte splitsing met de (andere) Duitsers kwam pas tot stand in de zestiende eeuw, toen de Germaanse standaardtaal van de Nederlanden vanwege de grote rijkdom en de politieke onafhankelijkheid van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden geheel zijn eigen weg ging. In die tijd namen de bewoners van Noord-Duitsland de Hoogduitse taal van de bijbelvertaling van Maarten Luther over als standaardtaal, zodat het Nederlands niet de kans had de nieuwe schrijftaal van heel het Nederduitse gebied te worden en op den duur taalgrens en staatsgrens zouden samenvallen. Dit proces van afscheiding verliep echter erg langzaam: in de late negentiende eeuw nam de beweging van het Duitse pangermanisme haast vanzelfsprekend aan dat de Nederlanders tot het deutsches Volkstum behoorden en dat het Koninkrijk der Nederlanden zich bij het Duitse Keizerrijk moest aansluiten. Nederlanders die in de Nedersaksische gebieden in het oosten van Nederland wonen hebben nog steeds een duidelijke culturele en taalkundige band met mensen uit de Duitse deelstaat Nedersaksen; hetzelfde geldt voor de verhouding van de Limburgers tot de bewoners van het Rijnland. Nedersaksisch en Limburgs zijn verdragrechtelijk als aparte streektalen erkend.

De afgrenzing met de Germaanse bewoners van het huidige België is nog veel vager. De huidige staatsgrens is grotendeels de toevallige frontlijn van de Tachtigjarige Oorlog zoals die in 1648 door de Vrede van Münster tot stilstand kwam. Door de toevloed van Vlamingen en Brabanders bleef Holland een sterke culturele band met het zuiden behouden. Wel begon men al in de zeventiende eeuw de aparte Hollandse identiteit tegenover de zuiderlingen te beklemtonen. Die tegenstelling kreeg ook een sterk religieus karakter doordat in het noorden het calvinisme de staatsgodsdienst was, in het zuiden het katholicisme. Zowel in de Noordelijke als de Zuidelijke Nederlanden was in de achttiende eeuw de invloed van het Frans sterk, in het laatste geval natuurlijk mede doordat Wallonië tot het Franse taalgebied behoorde. In het zuiden ontstond echter ook een volledig Franstalige elite. Na de samenvoeging van 1815 bleken er sterke politieke, religieuze en taalkundige tegenstellingen te bestaan. Na de Belgische opstand van 1830 leidde dit tot de vorming van een aparte Belgische identiteit, sterk beïnvloed door de cultuur van Frankrijk. De culterele emancipatie van de Vlamingen die daar een reactie op was, had wel een zekere nadering tot de Nederlandse cultuur tot gevolg, maar ook de vorming van een aparte algemeen-Vlaamse identiteit voor alle Nederlandstaligen in België of ze nu wel of niet in het historische graafschap Vlaanderen wonen. Op een meer gewestelijk niveau echter hebben de elf miljoen Vlamingen, Brabanders en Limburgers die aan beide kanten van de grens leven ten dele hun gemeenschappelijke identiteit behouden.

Binnen de Nederlanden woonde nog een derde Germaanse stam: de Friezen, die wellicht de hele kuststrook ten noorden van Vlaaanderen bewoonden. Hun gebied zou op den duur ingeperkt worden tot de noordelijke provincie Friesland. Er bestaat geen dialectcontinuum met het Fries en er is een aparte Friese standaardtaal ontwikkeld. Men spreekt mede daarom wel van een aparte Friese natie. De verhouding met de Nederlandse identiteit is erg complex. Er zijn veel culturele invloeden over en weer geweest. De oorspronkelijke dialecten van het Hollands laten duidelijk de sporen zien van een oud Fries substraat. In Friesland wordt er in de steden stadsfries gesproken, een overwegend Nederlands dialect. Friesland heeft als een van de zeven (of eigenlijk acht, als we Drenthe meetellen) Nederlanden die de Republiek vormden, krachtig bijgedragen aan de vorming van de Nederlandse identiteit en de gemiddelde Fries voelt zich op landelijk niveau volop Nederlander, tegelijkertijd voelen sommige Friezen zich deelgenoot van een apart volk; een te onderscheiden nationale identiteit binnen de Nederlandse. Daarnaast voelt men een ruimere eenheid met de Oost-Friezen en Noord-Friezen, de oude stamgenoten.

Het gebied van de huidige provincie Limburg daarentegen heeft in de periode na de Middeleeuwen slechts een zijdelingse rol gespeeld in de geschiedenis van Nederland en de Nederlandse natie: het hoorde niet geheel bij de Republiek, het was geen apart gewest en zelfs geen generaliteitsland en in taal en cultuur bleef het sterk buiten de West-Nederlandse hoofdstroom. In de negentiende en twintigste eeuw is deze provincie heel geleidelijk in Nederland geïntegreerd. Er was en is echter geen sprake van "Limburgs nationalisme" (wel van een sterk regionaal identiteitsbesef); de inwoners van deze provincie plachten zich in het verleden met België, Duitsland of het katholicisme te identificeren.

Ook in Zeeuws-Vlaanderen kreeg het Nederlandse nationale gevoel pas laat voeten aan de grond. Dit gebied behoorde oudtijds niet tot het gewest Zeeland maar was (net als de Limburgse gebieden) een Generaliteitsland, dat werd beschouwd als historisch behorende bij Vlaanderen. Bovendien is het niet over Nederlands grondgebied te bereiken dan per boot (en tegenwoordig per tunnel). Een belangrijk verschil met de Vlaamse cultuur is echter dat het Land van Sluis en het Land van Axel calvinistisch en niet katholiek zijn.

Nederlands Limburg en Zeeuws-Vlaanderen werden nog lang als perifere delen van Nederland beschouwd. Nog in 1919 legde de Belgische regering claims op deze gebieden, wat tot een mobilisatie van het leger en een uitgebreid charmeoffensief van de Oranjes in het zuiden des lands leidde. Uiteindelijk liep de zaak met een sisser af en bleek de plaatselijke bevolking zich meer Nederlands dan Belgisch te voelen.

Germaans volk | Volk in Europa | Nederland

Dutch people | ნიდერლანდელები | Holendrzy | Nizozemci

 

This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the "Nederlanders".

Home Pageartsbusinesscomputersgameshealthhospitalshomekids & teensnewsphysiciansrecreationreferenceregionalscienceshoppingsocietysportsworld