Natie is een zeer abstract begrip, dat ingang vond aan het eind van de 18e eeuw toen de huidige landen en hun landsgrenzen vorm kregen. Toen kwam ook de vraag wat een groep mensen een volk maakte.
Volgens de meer Germaanse opvatting van natie, die we terugvinden in Nederland, Vlaanderen maar vooral Duitsland, is dat een combinatie van verschillende gedragingen en gewoontes, te weten: godsdienst, gemeenschappelijke afkomst, gewoontes en dergelijke. Een natie is dus een volk, maar dan in de politieke zin, in de context van politieke instellingen.
De meer Romaanse opvatting van natie, die vooral door Frankrijk wordt belichaamd, is de unie van de burgers van een staat, en dus een afgeleide constructie van en door de staat. In die opvatting zijn Bretoenen ook leden van de Franse natie, terwijl die volgens de Germaanse visie een apart volk vormen, maar geen natie (aangezien ze geen politieke factor van betekenis zijn binnen die Franse staat).
Ook binnen een staat kunnen de opvattingen over de precieze inhoud van natie verschillen. Zo staat in de grondwet van België dat alle macht uitgaat van de natie (artikel 33). Bij verschillende arresten van het Arbitragehof is gebleken dat dit geen synoniem is voor het volk, omdat men er zich op beroept om directe democratie mee tegen te houden. Natie is hier een omschrijving voor de staatsdragende elite. Het artikel 33 van de Belgische grondwet is al dusdanig verwant aan artikel 6 van de grondwet van de Sovjet-Unie.
Volgens anderen, zoals de Joodse filosoof Jeshaiahu Leibowitz, is de natie een homogene gemeenschap die de rechten en de plichten van een volk en bijhorende staat wil (kan en mag) opnemen. De nadruk ligt in deze optiek op de feitelijke, politieke en maatschappelijke zelforganisatie. Volgens sommige volks-nationalisten volgt uit deze definitie dat er in de Belgische context eerder sprake van meerdere, deels overlappende naties, zijnde een Vlaamse natie, een Waalse natie, evenals een (volgens diezelfde nationalisten) sterk in belang afnemende Belgische natie, én een in belang opkomende Europese natie.
Er zijn verschillende factoren die in zeer wisselende mate bijdragen tot het gevoel tot één welbepaalde natie te behoren.
Een ander voorbeeld is Oostenrijk-Hongarije, dat gevormd werd door de Habsburgers. Deze natievormende kracht was zo groot, dat de Oostenrijkers de enige Duitsers bleken -op de Zwitserse, Tsjechische en Belgische Duitsers na- die niet de weg gingen van Duitsland, ook na de val van de Habsburgers en de ontbinding van de staat in o.a. Oostenrijk, Hongarije en Tsjechoslowakije.
Ook Zwitserland valt onder deze noemer, maar dan juist door zijn verzet tegen een dynastie, nl. ook die van de Habsburgers, toen de drie oerkantons Uri, Schwyz en Unterwalden samen het Zwitsers Eedgenootschap afsloten.
Een voorbeeld is 'Britten' dat de hele bevolking van Groot-Brittannië zou moeten omvatten. Hierbij wordt vaak onder andere gerefereerd aan typisch Britse eigenschappen en de 'glorierijke geschiedenis' van deze Britten. Hierbij worden echter elementen van regionale identiteiten uit andere gebieden dan Engeland, zoals Schotland, Wales, Man en Cornwall gemarginaliseerd of weggelaten.
Natie als sociale constructie wordt steeds weer geproduceerd door het benoemen van elementen die de 'natieheid' benadrukken. Deze constructie is gebonden aan plaats en tijd en de plaats of ruimte van een natie heeft vaak duidelijke geografische grenzen, die op een bepaald moment of binnen een bepaald tijdperk worden gezien als vaststaand. Bij (grootschalige) overschrijding van deze grens door niet-leden van deze natie kan dit conflicten opleveren.
Een andere belangrijke factor van het begrip 'natie' is de mogelijkheid van 'natie-othering': een natie wordt afgezet tegenover anderen die niet de eigenschappen hebben van de de natie. In België is dat bijvoorbeeld goed te zien in de rivaliteit tussen Vlaanderen en Wallonië bij bijvoorbeeld de taal. Dit kwam bijvoorbeeld tot uiting bij de toekenning van taalfacilliteiten aan Franstaligen in Vlaamse randgemeenten van Brussel in de jaren 1960. De nationalistische partij Vlaams Blok noemde dit 'verkwanseling van grondgebied en ééntaligheid', omdat de Vlaamse inwoners van Franstalige gemeenten ten zuiden van Brussel geen taalfaciliteiten kregen.
Othering kan grote gevolgen hebben voor mensen die niet de natie-eigenschappen hebben. Zo worden bijvoorbeeld de zigeuners in veel landen als 'ongewenst' beschouwd en plekken daarvoor worden vaak ver van woongebieden geplaatst om bewoners van dergelijke woongebieden tegemoet te komen. In landen als Slowakije werden Romavrouwen in het recente verleden zelfs stiekem gesteriliseerd bij bevallingen in het ziekenhuis om te voorkomen dat ze 'nog meer kinderen' zouden krijgen. Andere voorbeelden van othering zijn de percepties van een gedeelte van de bevolking binnen westerse landen ten opzichte van asielzoekers, migranten en islamieten. Deze hebben in Nederland bijvoorbeeld tot gevolg gehad dat de rechten van migranten werden beperkt (bijvoorbeeld met betrekking tot de minimumleeftijd bij huwelijkssluiting met iemand uit een ander land) en er een beleid kwam om (niet-Europese) islamieten (met name Turkse en Marokkaanse minderheden) te proberen meer actief te assimileren naar de waarden en normen van de Nederlandse natie.
Nación | Nació | Nation | Nation | Nation | Nacio | Nación | Tjóð | Nation | Nación | אומה | Nemzet | Þjóð | 国民 | 국민 | Nacija | Naród | Nação (história e geografia) | Нация | Nation | Madola | Нація | 民族