Met de milieubeweging wordt het geheel van maatschappelijke organisaties (NGO's) aangeduid die zich bezig houden met bescherming van natuur en milieu.
Nederland kent een lange geschiedenis van natuurbescherming. De wortels van de natuurbescherming liggen in de tweede helft van de 19de eeuw. Omstreeks 1900 werden onder meer de Vereniging Natuurmonumenten, de Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Vogels en de Nederlandse Natuurhistorische vereniging opgericht. De traditionele verenigingen zagen de oprukkende verstedelijking als de voornaamste oorzaak van de aantasting en de verdwijning van natuurgebieden. Om deze ontwikkeling tegen te gaan, hielden ze zich met name bezig met het aankopen en beschermen van natuurgebieden. De verenigingen kenmerkten zich door een apolitiek en elitair karakter en waren nauwelijks gericht op het beïnvloeden van het overheidsbeleid.
De natuurbescherming richt zich op het veilig stellen en onderhouden van natuur, belangrijke begrippen daarbij zijn biodiversiteit en rentmeesterschap. De mens wordt gezien als verantwoordelijk voor de natuur, maar niet per se als onderdeel van de natuur. Naast het conserveren (en maken) van natuur, is ook educatie en voorlichting belangrijk.
De eerste natuurbeschermingsorganisatie in Nederland is de Vereniging Natuurmonumenten, opgericht in 1905. Een andere grote organisatie die tot de natuurbescherming wordt gerekend is het IVN (Instituut Voor Natuurbeschermingseducatie). De grondleggers van de natuurbescherming in Nederland zijn Eli Heimans en Jac. P. Thijsse. Op internationaal niveau is het Wereld Natuur Fonds een belangrijke organisatie.
De inhoudelijke ideeën over de oorzaken en de mogelijke oplossingen van de milieuproblemen waren in die tijd vooral gebaseerd op buitenlandse boeken. In 1962 publiceert Rachel Carson het boek Silent Spring, over de gevolgen van het gebruik van pesticiden en vooral DDT voor de natuur, met name voor vogels. Dit boek wordt -samen met boeken als “The population bomb” van Ehrlich (1968), “Zilveren sluiers, verborgen gevaren” van Briejèr (1969) en het rapport van de Club van Rome “Limits to growth” (1972)- gezien als het beginpunt van de grijze milieubeweging, die ageert tegen milieuvervuiling.
Vanaf de jaren negentig is bij de grijze milieubeweging duurzame ontwikkeling (sustainable development) een centraal begrip. De menselijke samenleving wordt gezien als onderdeel van de (chemische) kringloop in de natuur. Om de samenleving duurzaam te maken zijn maatschappelijke veranderingen nodig. De grijze milieubeweging voelt zich daardoor verwant met andere stromingen die maatschappelijke veranderingen nastreven, zoals de vredesbeweging en de mensenrechtenbeweging.
Met de opkomst van deze beweging worden ook nieuwe, controversiëlere strategieën geïntroduceerd. De eerste grote acties in Nederland richtten zich tegen kernenergie: de kerncentrale in Borssele en de geplande opwerkingsfabriek Kalkar (die er uiteindelijk nooit is gekomen). In dezelfde tijd (1972) werd het rapport van de Club van Rome gepubliceerd. In deze tijd werden o.a. Milieudefensie en Aktie Strohalm opgericht, beide organisaties zijn nog steeds actief. Ook bijvoorbeeld Greenpeace stamt uit deze tijd, de eerste actie van Greenpeace vond plaats in 1971 en was gericht tegen een voorgenomen atoomproef van de Verenigde Staten op het eilandje Amchitka voor de kust van Alaska.
De ecologisme wordt in het Engels ook wel aangeduid als deep ecology tegenover de shallow ecology van andere ideologieën die groen zijn.
Milieu | vereniging | Ecologisme
Umweltschutzorganisation | Environmental movement | Энвайронментализм | Miljörörelsen | 环境保护
This article is licensed under the GNU Free Documentation License.
It uses material from the
"Milieubeweging".
Home Page • arts • business • computers • games • health • hospitals • home • kids & teens • news • physicians • recreation• reference • regional • science • shopping • society • sports • world