Mijten zijn kleine geleedpotigen met een lichaam dat niet duidelijk in twee (zoals bij spinnen) of drie (zoals bij insecten) geledingen is gedeeld. Samen met de teken vormen ze de orde Acarina (vroeger:Acari).
Verreweg de meeste mijten zijn met hun grootte van minder dan 0,1 tot 1,0 mm met het blote oog niet of nauwelijks waar te nemen, hoewel sommige soorten wat groter zijn en een afmeting van enkele millimeters halen. De bekende huisstofmijt bijvoorbeeld meet ongeveer 0,2 mm.
In het algemeen heeft een mijt (net als de teek en de spin) acht poten. Een uitzondering hierop wordt gevormd door enkele zeer jonge vormen en enige zeer gespecialiseerde soorten.
Men onderscheidt meer dan 10.000 soorten waarvan er ca. 2500 in het water leven en 10.000 parasitair zijn. Ze verschillen in lichaamsvormen en leefwijze soms sterk van elkaar. De wijfjes leggen eieren waaruit jongen tevoorschijn komen. Deze jongen hebben in het eerste larvestadium soms slechts 6 poten.
Mijten eten o.a. dode dieren, planten of rottende stoffen. Enkele soorten veroorzaken ziekten bij mens en dier. De orde wordt verdeeld in twee onderorden, namelijk de Sarcoptiformes en de Trombidiformes.
Enkele mijten die ziektes kunnen veroorzaken zijn:
Milben | Mite | Akaro | Ácaro | Acarien | Acari | ダニ | Roztocze (pajęczaki) | Ácaro