Het Middelnederlands is een voorloper van de moderne Nederlandse taal, en de opvolger van Oudnederlands, dat tussen 1150 en 1500 in het huidige Nederlandse taalgebied gesproken werd. Het Middelnederlands wordt ook wel Diets genoemd, vooral door niet-taalkundigen.
Onderscheid met Oudnederlands
Middelnederlands onderscheidt zich van
Oudnederlands onder meer door het afzwakken van de
vocalen, ook wel
vocaalreductie genoemd. Voorbeeld
vogala wordt
vogele (in modern Nederlands: vogel). Hoewel er in het Middelnederlands veel meer is overgeleverd (in de vorm van handschriften en de vroegste gedrukte boeken) dan van Oudnederlands en dit de begrenzing in de tijd bepaalt, is het onderscheid dus mede taalkundig van aard: zie ondermeer A. Quak en J.M. van der Horst,
Inleiding Oudnederlands (Leuven, 2002) en M.C. van den Toorn et al.,
Geschiedenis van de Nederlandse taal (Amsterdam, 1997). In het zogeheten
Corpus Gysseling (1977-1987) zijn naast de Middelnederlandse teksten tot 1301 ook alle Oudnederlandse teksten opgenomen.
Geen eenheidstaal
Linguïstisch gezien is Middelnederlands niet meer dan een algemene naam voor een aantal (niet altijd even nauw verwante) talen of dialecten die in de
Late Middeleeuwen in het
huidige Nederlandse taalgebied werden gesproken en geschreven. Er was toen nog geen
standaardtaal, maar alle Middelnederlandse dialecten waren vermoedelijk in meer of mindere mate wederzijds verstaanbaar (want minder uitelkaar gegroeid dan de huidige).
Dialectgroepen
In het Middelnederlands kan men vijf hoofdgroepen aanwijzen:
- Vlaams (soms onderverdeeld in West-Vlaams en Oost-Vlaams) werd gesproken in de moderne regio van West- en Oost-Vlaanderen, alsmede in Zeeuws-Vlaanderen;
- Brabants was de taal van het gebied waar nu de moderne Nederlandse provincies Noord-Brabant en de Belgische provincies Waals-Brabant, Vlaams-Brabant en Antwerpen, evenals het Brussels Hoofdstedelijk Gewest liggen en het zuiden van Gelderland;
- Hollands werd voornamelijk gesproken in de huidige provincies Noord- en Zuid-Holland en delen van Utrecht;
- Limburgs werd gesproken in het moderne Nederlands (ten zuiden van Venlo) en Belgisch Limburg;
- Oostmiddelnederlands werd gesproken in het gebied van de moderne provincies Gelderland (behalve het rivierengebied), Overijssel, Drenthe en delen van Groningen. De Oostmiddelnederlandse dialecten vormden de meest westelijke Nedersaksische dialecten.
De laatste twee hierboven genoemde Middelnederlandse dialecten hebben ten dele mede de eigenschappen van respectievelijk Middelhoogduits en Middelnederduits, omdat de regio's waar deze dialecten werden gesproken toen vielen in het Duitse taalgebied in engere zin, zoals op historisch-linguïstische kaarten kan worden gezien. Het Oostmiddelnederlands en het Limburgs waren toen nauwer verwant aan de aangrenzende dialecten die ten oosten van de latere landsgrens werden gesproken dan aan het Middelnederfrankisch (ofwel Vlaams, Brabants en Hollands). In de ruimste zin waren alle Middelnederlandse dialecten, met uitzondering van de Limburgse, Nederduitse dialecten. In deze periode, voor het ontstaan van de standaardtalen, was er dus binnen het dialectcontinuüm nog geen eenduidige taalgrens tussen "Nederlands" en "Duits". Door de ontwikkeling van de Nederlandse standaardtaal begint een volgende fase: het Nieuwnederlands.
Literatuur
- J. Verdam & E. Verwijs, Middelnederlandsch Woordenboek (sedert 1998 ook op cd-rom).
- J. Verdam, m.m.v. C.H. Ebbinge Wubben, Middelnederlandsch handwoordenboek (1932; en sedertdien vele onveranderde herdrukken).
- F.A. Stoett, Middelnederlandsche Spraakkunst Syntaxis, 3e druk 1923.
- A. van Loey, Middelnederlandse spraakkunst I Vormleer, 9e druk 1980; II Klankleer, 8e druk 1980.
- J.M. van der Horst, Kleine Middelnederlandse Syntaxis, (1981) 4e druk 1994.
- A. Berteloot, Bijdrage tot een klankatlas van het dertiende-eeuwse Middelnederlands, 1984.
- M.A. Mooijaart, Atlas van Vroegmiddelnederlandse taalvarianten, 1992.
- A.M. Duinhoven, Middelnederlandse syntaxis, synchroon en diachroon I, De naamwoordgroep, 1988; II: De werkwoordgroep, 1997.
- M.C. van den Toorn e.a. (eds.), Geschiedenis van de Nederlandse taal, 1997.
Externe links
Mittelniederländisch | Middle Dutch
Nederlands