Limburg () is een van de twaalf provincies van Nederland en ligt in het zuidoosten van het land. Het heeft ongeveer een bevolking van 1,14 miljoen inwoners. Hiervan is circa 19,6 procent allochtoon. De hoofdstad van Limburg is Maastricht.
| Sector | Percentage van werkgelegenheid |
| Landbouw | 5,0% |
| Industrie | 20,3% |
| Bouw | 5,5% |
| Commerciële diensten | 40,8% |
| Niet-commerciële diensten | 28,3% |
(Bron: Dagblad De Limburger, 18-09-2004.)
De eerste bewoners waarvan sporen zijn gevonden waren Neanderthalers die in Zuid-Limburg bivakkeerden. In het neolithicum werd hier vuursteen gewonnen in ondergrondse mijnen. In de Romeinse tijd werd limburg grondig geromaniseerd en veel huidige dorpen en steden werden toen gegrondvest. Na de Romeinen hadden de Franken het hier voor het zeggen. Na de opdeling van het Frankische rijk behoorde Limburg, evenals de rest van Nederland, tot in de nieuwe tijd tot het Heilige Roomse Rijk
Het grondgebied van het huidige Limburg was vanaf de vroege Middeleeuwen meestal verdeeld tussen het Hertogdom Brabant, Hertogdom Gelre, Hertogdom Gulik, het Prinsbisdom Luik en de prinsbisschop van Keulen. Deze hertogen en bisschoppen waren nominaal onderhorigen van de Keizer van het Roomse Rijk maar in de praktijk gedroegen ze zich als onafhankelijke vorsten die vaak onderling in oorlog waren. hun conflicten werden dikwijls op Limburgs gebied uitgevochten wat zo dan ook bijdroeg aan de versnippering van het gebied.
In de Nieuwe Tijd was Limburg grotendeels verdeeld tussen Spanje en diens opvolger Oostenrijk, Pruisen, de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en tal van zelfstandige kleine heerlijkheden.
In 1794 werden de lage landen bezet door het Franse revolutionaire leger en kwam het grootste deel van de twee huidige Limburgse provincies onder direct Frans gezag. Het gebied werd toen voor het eerst een bestuurlijke eenheid onder de naam "Département de la Meuse inférieure" ofwel het departement Nedermaas. Na de Franse tijd, bij de vorming van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, werd een deel van de huidige provincie bij Brabant gevoegd en werd het resterende deel op gezag van Willem I Limburg genoemd.
Tijdens de Belgische onafhankelijkheidsoorlog had geheel Limburg, met uitzondering van gebieden zoals Maastricht, waar een Nederlands garnizoen gelegerd was, zich aangesloten bij België. Na de erkenning van de Belgische onafhankelijkheid werd de provincie echter gesplitst in een Belgisch en een Nederlands deel.
De "Nederlandse Limburgers" hebben zich tegen deze beslissing nog lang verzet, getuige het feit dat de grondwet in deze provincie 10 jaar later dan in de rest van Nederland van kracht werd.
Het Nederlandse Limburg was vanaf dat moment als Hertogdom Limburg tot 1866 deel van de Duitse Bond, ter compensatie van het aan België verloren gedeelte van Luxemburg. De Limburgse vertegenwoordigers in de Duitse Bond beijverden zich in 1848/49 voor aansluiting bij Duitsland, maar dit leidde uiteindelijk niet tot resultaat.
De economie van de Nederlandse provincie Limburg heeft twee generaties lang in het teken gestaan van de steenkoolwinning. De exploitatie van de steenkoolmijnen kwam betrekkelijk laat op gang: aan het begin van de 20e eeuw. Na de Tweede Wereldoorlog werden de mijnen niet langer rendabel gevonden. Omstreeks 1965 werden ze gesloten, hetgeen geruime tijd een hoge werkloosheid heeft veroorzaakt, want vóór de sluiting had niet minder dan 15% van de beroepsbevolking in de mijnen gewerkt. Nederlands en Belgisch-Limburg waren de enige steenkoolwinningsgebieden in West-Europa, waaromheen geen staalindustrie werd gebouwd. De overheden van beide landen hadden hun zware industrie in de Franstalige gebieden respectievelijk in de Randstad.
Limburg is van oudsher katholiek geweest en vanaf ongeveer 1900 en vooral na de eerste wereldoorlog verzuilde Limburg sterk (evenals de rest van Nederland). Bijna het gehele openbare leven zoals scholing, gezondheidszorg en vrijetijdsbesteding werd door door de kerk aangestuurde verenigingen, vakbonden, etc. beheerst. Iedere katholieke limburger werd geacht hieraan deel te nemen en de sociale controle hierop was groot. Dit wordt ook wel het tijdsbestek van het Rijke Roomse Leven genoemd. Na het Tweede Vaticaans Concilie en tijdens de roerige jaren 60 brokkelde dit snel af en heden zijn de meeste Limburgers officieel nog steeds katholiek maar leven een hoofdzakelijk seculier leven met slechts sporadisch kerkbezoek.
De provincie bleef de titel Hertogdom tot 1906 gebruiken. Een andere Limburgse bijzonderheid in de titulatuur is tot op de dag van vandaag blijven bestaan: de commissaris van de Koningin van Limburg wordt gouverneur genoemd, hetgeen in alle Belgische provincies de officiële benaming is.
De Nederlandse overheid erkent de oorspronkelijk in Nederlands-Limburg gesproken variëteiten onder de naam Limburgs als streektaal.
- |
Provincie van Nederland | Nederlands-Limburg
Limburg (Nederland) | Limburg (Països Baixos) | Limburg (nederlandsk provins) | Limburg (Niederlande) | Limburg (Netherlands) | Limburg (Nederlando) | Limburgo (Países Bajos) | Limburgi provints | Limburg (Alankomaat) | Limbourg (Pays-Bas) | Limburch (Nederlân) | Limburg (Belanda) | Limburgo (Paesi Bassi) | リンブルグ州 (オランダ) | 림뷔르흐 주 (네덜란드) | Nederlands Limburg | Limburg (Nederlaand) | Limburgia (Holandia) | Лимбург (Нидерланды) | Limburg (Nederländerna)
This article is licensed under the GNU Free Documentation License.
It uses material from the
"Limburg (Nederland)".
Home Page • arts • business • computers • games • health • hospitals • home • kids & teens • news • physicians • recreation• reference • regional • science • shopping • society • sports • world