Het lijden is een algemeen begrip wat inhoud krijgt in de context waarin het gebruikt wordt. Het woordenboek draagt vooral de gedachte aan van "het ondergaan van smart en ellende" (van Dale). Het lijden is een herkenbare ervaring voor vele mensen. In 1935 schreef de bekende Nederlandse historicus Dr. Johan Huizinga zijn werk In de Schaduwen van morgen dat als ondertitel heeft: Een diagnose van het geestelijk lijden van onzen tijd.
Er zijn verschillende vormen van lijden:
Sommigen zijn van oordeel dat lijden een schepselmatig gegeven is. Anderen zien lijden als een herinnering aan een oorspronkelijke goede staat. Weer anderen zien lijden als een prikkel om te komen tot verandering en verbetering. Volgens het boeddhisme ligt de oorsprong van het lijden in begeertes, verlangens en wensen.
In de christelijke religie neemt het lijden een grote plaats in. Jezus is de grote Lijder. Door zijn lijden en dood en opstanding heeft Hij het lijden overwonnen. Het Nieuwe Testament maakt een verschil tussen lijden en ziekte. Lijden om Christus'wil staat volledig los van ziekte. Jezus genas immers altijd alle zieken die bij hem kwamen. Met lijden wordt geduid op de vervolging die Christenen beloofd wordt.
Verschillende filosofen hebben over het lijden nagedacht. Arthur Schopenhauer, die bekend was met het boeddhisme, zag lijden als een van de centrale problemen van de mensheid.