Lepidoptera ('Schubvleugeligen') is de wetenschappelijke naam voor de orde van de vlinders en motten, die hoort tot de klasse van de insecten (Insecta), die weer behoort tot de stam van de geleedpotigen of Arthropoda.
Binnen de klasse Insecta horen de vlinders, die een volledige gedaanteverwisseling doormaken, bij de hoofdorde Endopterygota of Holometabola.
De vlinders vormen na de kevers (Coleoptera), de Tweevleugeligen (Diptera), en de Vliesvleugeligen (Hymenoptera) een van de grootste orden: er zijn inmiddels ongeveer 160.000 verschillende soorten beschreven.
De vlinders worden volgens de gangbare biologische systematiek onderverdeeld in achtereenvolgens families, geslachten en soorten. De belangrijkste onderscheidende kenmerken zijn het kleurpatroon en de vleugeladering,
Er wordt vaak een onderscheid gemaakt tussen dag- en nachtvlinders, zie verderop. Dit onderscheid wordt overigens in het geheel niet door de taxonomie ondersteund maar is algemeen ingeburgerd.
Algemene kenmerken
De vlinder vertoont de meeste algemene kenmerken van het insect, zoals 6 gelede poten met kleefklauwtjes, 4 (grote) vleugels, kop met 2 antennes (met goed ontwikkeld reukorgaan), facetogen, palpen, smalle nek, borststuk (thorax) in 3 segmenten, kleurloos bloed, darmen en uitscheidingsorganen. Een vlinder heeft echter geen kaken, althans die zijn bij de nectardrinkende soorten omgevormd tot een lange
roltong.
Typische kenmerken van de vlinder
Metamorfose
De manier waarop een
ei en een
larve zich ontwikkelt in een
imago (volledig ontwikkeld insect): Eitje-
rups-
pop-vlinder, noemt men '
metamorfose', een
volledige gedaanteverwisseling.
Tong
Een vlinder heeft een buisvormige
roltong waarmee nectar uit de bloem kan worden opgezogen, of ander vloeibaar voedsel, zoals sap van zacht rottend fruit, urine, mest, of vocht van dode dieren. De lengte van de tong varieert van 1 centimeter tot wel 15 centimeter bij de
Windepijlstaart. Uitzonderingen zijn enkele nachtvlinderfamilies zoals de nachtpauwogigen. Deze hebben helemaal geen tong en nemen als vlinder geen voedsel meer op. Ze leven meestal dan ook maar een paar dagen. De
roltong van vlinders wordt ook wel
proboscis genoemd.
Vleugels
De vleugels van een vlinder zijn over het algemeen zeer groot, vergeleken met andere insectensoorten. De afmetingen variëren van enkele millimeters tot wel 30 cm, zoals bij de
Atlasvlinder, een Aziatische nachtvlinder. Soms zijn de vleugels behaard; het lichaam vertoont verschillende behaarde delen. Beharing heeft niet alleen een isolerende functie maar maakt nachtvlinders ook minder 'zichtbaar' voor de
echolocatie van
vleermuizen.
De kleuren en afbeeldingen die vlinders zo aantrekkelijk kunnen maken worden veroorzaakt door heel kleine, holle schubben, die dakpansgewijs over elkaar de vleugels en het lichaam bedekken. Het pigment in die schubben geeft de vlinder zijn kleur. Soms creëert de manier waarop de schubben gerangschikt zijn in combinatie met de lichtval en lichtbreking een prachtige metaalglans. Binnen een soort zijn vaak vele kleurmutaties te vinden. De beide seksen zijn in de meeste gevallen onderling verschillend van kleur en tekening (seksuele dimorfie). Een bijzondere variant is de laterale gynandromorfie, wanneer een vlinder een vleugel met het mannelijke en een met het vrouwelijke kleurpatroon heeft.
Achterlichaam
Het achterlichaam telt 10 segmenten; de laatste segmenten vormen de geslachtsorganen, een belangrijk identificatiekenmerk, zeker bij vlinders. Bij de mannetjes vormen de laatste 2 segmenten uitwendige organen, bij de vrouwtjes vormen de laatste 3 segmenten een soort inwendige legbuizen. Het leven van het imago is geheel gericht op de voortplanting. Het onbevruchte vrouwtje scheidt een lokstof (
feromoon) af om mannetjes aan te trekken. Elke vlindersoort heeft z'n specifieke geur. Sommige mannetjes, zoals de
Nachtpauwoog, zijn in staat de geur van een soortgenote op kilometers afstand te ruiken.
Leefomgeving
Inachis io-02 (xndr).jpg (dagvlinder)]]
De favoriete leefomgeving is voor iedere soort specifiek.
Licht, temperatuur, vochtigheid en aanwezigheid van de voor de meeste rupsen specifieke voedselplant hebben grote invloed op de overlevingskansen van de vlinder. Het belangrijkst is na de voedselplant de temperatuur, maar de warmtebehoefte verschilt per soort; voor de meeste soorten ligt de ideale temperatuur tussen de 20 en 25 graden Celsius.
- Dagvlinders hebben dunne voelsprieten met een verdikt uiteinde. Dagvlinders vouwen hun vleugels recht boven het lichaam, uitzondering hierop zijn de dikkopjes.
Angerona_prunaria.jpg (nachtvlinder)]]
- Nachtvlinders hebben verschillende soorten voelsprieten: veervormig, borstelig enz. Ze vouwen hun vleugels als dakpannetjes boven het lichaam of vlak uitgespreid en ook hier zijn er weer uitzonderingen, zoals sommige spanners.
Vinden van een partner en voortplantingscyclus
Soms produceren vrouwtjes, verborgen in de begroeiing, geurstoffen (
feromonen) met hun achterlijf die de mannetjes aanlokken.
Soms gaat het mannetje ergens zitten waar het vrouwtje hem niet kán missen.
Hebben man en vrouw elkaar gevonden zijn er
baltsvluchten nodig om het vrouwtje over te halen te paren. De paring duurt lang, van 1 tot meerdere uren. In de tijd zijn hun achterlijven met elkaar verbonden. Vliegen is dan geen eenvoudige zaak, dus tijdens de paring lopen de vlinders gevaar. Een enkele keer kun je opgeschrikte parende vlinders, nog met elkaar verbonden, zien vliegen.
Het
sperma slaat het vrouwtje op in een speciaal zakje in het achterlijf en zodra de eitjes op de
waardplant worden afgezet vindt de
bevruchting plaats. Elke vlindersoort heeft verschillend gevormde eitjes: bolletjes, kegeltjes, plaatjes en tonnetjes. Ook de kleur kan variëren van helderwit tot rood. Sommige soorten leggen hun eitjes een voor een, andere in kleine of grote groepjes, weer andere in keurige rijtjes of in rommelige hoopjes. De eitjes worden afgezet op bladeren, twijgen, tussen boomschors, tegen bloem- of bladknoppen, of in bloemen; en vrijwel altijd op de voedselplant die de uitkomende rupsen voor hun groei nodig hebben.
Afhankelijk van de temperatuur ontwikkelt het embryo zich in 1 tot 3 weken tot een rups en eet zich een weg uit het eitje om zich vervolgens te goed te doen aan de waardplant. Het leven van een rups is een hachelijke zaak, zij dienen immers als voedsel voor vooral vogels, maar ook voor andere insecteneters en voor parasitaire inseten. Zij moeten hun gehele leven eten om te groeien en energie op te doen. Ook moeten ze enkele malen vervellen, als ze uit hun chitinehuid zijn gegroeid.
Plebeius archus.jpg]]
Het 'doel' van het rupsenbestaan is eten en groeien, tot wel 3000 keer het oorspronkelijke gewicht. Rupsen variëren in dikte van een speld tot een duim dik, en van enkele millimeters tot wel 10 cm lang. Na een aantal vervellingen is de groei voltooid en spint de rups (meestal) een cocon om zich heen, kruipt uit zijn laatste rupsenhuid waarna de pophuid overblijft. De pop hangt aan een draad, uiteinde of haakjes op een beschut plekje, en de metamorfose voltrekt zich dan binnen in de pop.
De pop wordt niet meteen een vlinder. Het kan acht dagen duren, maar soms ook wel vier jaar. Als de pop uiteindelijk openbarst (langs een voorgevormde breuklijn) komt er een vlinder uit, aanvankelijk week en met nog opgevouwen, verfrommelde vleugels. Dan worden de vleugels hard. Voorzichtig beweegt de vlinder zijn vleugels. Dit noemen we oppompen. En daarna vliegt de vlinder de wereld in.
Zijdevlinder
Een door de mens gecultiveerde vlinder is de
zijdevlinder (omwille van de zijde die de rups spint), die de
witte moerbei als
waardplant heeft. Hier worden o.a. kledingstukken van geweven. Het uitbundig kweken van deze soort heeft ertoe geleid dat de exemplaren uit de kweek niet meer onder natuurlijke omstandigheden kunnen leven.
Tegenwoordig komt de soort nog regelmatig in het wild voor en is in bepaalde warmere streken van de wereld nog te bewonderen. Tijdens het verhandelen van deze soort is het spreidingsgebied sterk vergroot en komen ze nu voor in gebieden waar ze van nature niet voorkwamen.
Grootste vlinder
's Werelds grootste dagvlinder is de vogelvlinder
Ornithoptera alexandrae (28 cm spanwijdte) afkomstig uit Guinea, de grootste nachtvlinder van de wereld is een atlasvlinder
Attacus caesar (spanwijdte 32 cm). Voorheen was men erg onduidelijk en noemde simpelweg atlasvlinder wat in principe een genus is en geen soort.
Indeling en benaming
Zie ook:
Lijst van vlinders
Entomologen veranderen regelmatig van mening over het juiste aantal families. Het aantal ligt in de orde van 130 families.
Vlinderfamilies die in Nederland en België voorkomen
Niet in Nederland voorkomende families
Opgeheven families of families met onbekende status
Zie ook
Externe links
insect | vlinder
Пеперуда | Sommerfugl | Schmetterlinge | Lepidoptera | Papilio | liblikas
perhonen | Lepidoptera | Lepidoptera
papilio | Drugiai | Papalotl | sommerfugl | Motyle | borboleta
bábochka
fjäril
kelebek