De Koude Oorlog was een periode van gewapende vrede tussen het Oostblok en het Westblok in de tweede helft van de 20e eeuw. Het kapitalistische westerse blok, inclusief Nederland en België, werd geleid door de Verenigde Staten (VS). Het communistische Oostblok stond onder leiding van de Sovjet-Unie (USSR).
De wortels van het conflict lagen in de 19e eeuw, toen de Duitse filosoof en econoom Karl Marx (1818 — 1883) postuleerde dat het kapitalistische systeem op een gegeven moment moest overgaan in het socialisme: een klasseloos systeem, waarbij iedereen gelijk was. Alleen zo zou het verschil tussen de kleine elite van rijke fabrieksbezitters en de grote groep arme arbeiders kunnen worden opgeheven. Alles zou van iedereen zijn: privaat bezit moest worden afgeschaft.
Toen in 1917 in het tsaristische Rusland de Oktoberrevolutie plaatsvond, werd daar inderdaad een staat gesticht vanuit het socialistische gedachtengoed . Deze Sovjet-Unie of USSR omvatte op haar hoogtepunt vijftien republieken, met Rusland als grootste en verreweg machtigste. Vanuit Moskou werd het beleid bepaald. Al snel ontwikkelde het socialistische denkbeeld zich tot een radicale vorm van het socialisme, namelijk het communisme. Hiertegenover stond het democratische en kapitalistische Westen, doorgaans gedefinieerd als de Verenigde Staten, Canada en de westelijke landen van Europa.
Het communistische en het democratische blok verschilden scherp van inzicht over de vraag hoe een staat ingericht zou moeten worden. Het vrije marktdenken stond tegenover de communisme opvatting, de democratische bestuursvorm tegenover een autoritaire. Tekenend voor de koele relatie was dat de Verenigde Staten pas in 1933 politieke relaties aanging met de Sovjet-Unie.
De Amerikanen waren door de Japanse aanval op Pearl Harbor bij de Tweede Wereldoorlog betrokken geraakt. Inmiddels waren de Duitsers Rusland binnengevallen. De kentering in de strijd tussen de Duitsers en de Russen kwam in augustus 1942, bij de Slag om Stalingrad. Vanaf dat moment heroverde de USSR grote delen van haar grondgebied, bevrijdde grote stukken van Oost-Europa en bezette het oosten van Duitsland en een deel van Berlijn.
Na de geallieerde invasie in Normandië op D-Day (6 juni 1944), werden ook grote delen van West-Europa bevrijd en werd het westelijke gedeelte van Duitsland bezet.
Op 8 februari 1945, toen duidelijk was geworden dat de Tweede Wereldoorlog zijn laatste fase inging en door de geallieerden gewonnen zou worden, vond in Oekraïne de Conferentie van Jalta plaats. Hier bespraken de drie leiders van de grootste machten, Winston Churchill (Verenigd Koninkrijk), Franklin Roosevelt (VS) en Jozef Stalin (USSR) de situatie die na afloop van de oorlog zou ontstaan. Reeds tijdens de conferentie bestond er wrijving tussen de deelnemers, en na de Tweede Wereldoorlog verslechterde de verstandhouding en groeide het wantrouwen tussen Oost en West. Vrijwel direct na afloop van de oorlog was de koude oorlog een feit.
Om tegenover het aldus ontstane Oostblok een Westblok te stellen, riep de Verenigde Staten in 1947 het Marshallplan in het leven. Dit was een hulpprogramma, bedacht door de toenmalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken George Marshall, om de democratische landen van Europa de mogelijkheid te bieden tot economisch herstel.
Het Marshallplan had dus een tweeledig doel: economische hulp te bieden aan het westen van Europa, en het af te schermen tegen het communisme. Vlak na de Tweede Wereldoorlog hadden communistische partijen in West-Europa, zoals in Nederland de CPN, nog een relatief grote invloed in de parlementen. In sommige andere landen zoals Italië en Griekenland was er een burgeroorlog uitgebroken tussen de regering en communistische groeperingen. De Verenigde Staten steunden de democratische landen om het gevaar tegen te gaan dat door een domino-effect alle landen in Europa communistisch zouden worden. Hierdoor zou de Sovjet-Unie immers heel Europa zijn gaan beheersen en daarmee een nog groter blok hebben gevormd tegenover de Verenigde Staten.
Het grote bezwaar dat veel westerlingen tegen het communisme hadden, was dat zij geloofden in het principe dat de mens een vrije wil heeft. Daarbij meenden ze dat de mens altijd het begrip bezit heeft gekend, dat dat van nature zo gegroeid was, en dat het daarom niet logisch was om zoiets geforceerd te laten veranderen, zoals het communisme deed.
Een andere reden van de containment-politiek was de angst voor de USSR. Inmiddels was de Sovjet-Unie uitgegroeid tot een wereldmacht wier technologische ontwikkeling nauwelijks meer onderdeed voor de Amerikaanse. Sterker nog, de Sovjet-Unie was het eerste land dat erin slaagde een object (de Spoetnik, 1957) en later een mens (Yuri Gagarin, 1961) in een baan rond de aarde te brengen.
.
Op 4 april 1949 richtten de Verenigde Staten, Canada en een tiental West-Europese staten de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) op. Een van de belangrijkste punten is het principe dat men gezamenlijk zal optreden als een van de lidstaten door een vijand wordt aangevallen. Tegelijk was de NAVO echter een waarborg voor stabiliteit binnen West-Europa, waar grote machten elkaar in de loop van de geschiedenis steeds in een wankel evenwicht hadden gehouden.
Met die vijand werd tijdens de Koude Oorlog uiteraard de Sovjet-Unie bedoeld. Later werd de NAVO uitgebreid met nog andere West-Europese landen. Na de Koude Oorlog kwam daar zelfs nog een aantal Oost-Europese landen bij.
Tot aan het einde van de Koude Oorlog is het nooit tot een militaire confrontatie gekomen tussen de NAVO en het Warschaupact.
Het verenigen van beide Korea's leek hierdoor een onmogelijke zaak. Noord-Korea werd meer gesteund door de Sovjet-Unie dan Zuid-Korea door de VS, en de Noord-Koreaanse leider Kim Il-Sung besloot tot het veroveren van Zuid-Korea. Dit leidde bijna tot de gehele verovering van Zuid-Korea. De Koreaanse oorlog was begonnen.
De Amerikanen werden hierdoor verrast, en diplomatiek en militair ingrijpen bleef niet uit. Mede op grond van goedkeuring van de VN (De USSR boycotte de stemming in de Veiligheidsraad) en het inzetten van VN-troepen, werd Zuid-Korea en een gedeelte van Noord-Korea heroverd. De zuidelijke troepen werden echter weer teruggedrongen door het communistische China, dat grenst aan Noord-Korea. Toen China zich in het conflict mengde, overwoog generaal Douglas McArthur om een nucleaire bom tegen dat land te gebruiken; het gevolg zou een wereldwijde nucleaire oorlog zijn geweest.
Die bleef echter uit en na drie jaar oorlog werd er een wapenstilstand gesloten. Korea werd langs de 38ste breedtegraad opgesplitst in Noord- en Zuid-Korea.
Toen Castro Amerikaanse bedrijven, zoals raffinaderijen, ging bezetten, kon de VS dit regime al helemaal niet meer negeren. De VS wierp brandbommen af op de Cubaanse suikerrietvelden, en bereidde in 1961 zelfs een invasie voor in de Varkensbaai, met als doel het regime omver te werpen. De 1500 man die voor deze invasie waren gemobiliseerd, bestond voornamelijk uit Cubanen die na de communistische machtsovername naar de VS gevlucht waren. Hoewel deze 1500 "soldaten" getraind waren door de CIA, mislukte de interventie.
De USSR reageerde hierop door schepen te zenden met aan boord kernraketten, die op het eiland zouden worden gestationeerd. Toen dit aan het licht kwam, hield de Amerikaanse President John F. Kennedy een felle rede waarin hij de onmiddellijke ontmanteling van alle kernraketten eiste. De leider van de USSR, Chroesjtsjov, was bereid aan deze eis gehoor te geven, op voorwaarde dat VS beloofde Cuba niet meer aan te vallen. In het geheim werd ook overeengekomen dat de VS zijn raketten in Turkije, die op Rusland waren gericht, zou weghalen.
Zo bleef Cuba communistisch en was een kernoorlog afgewend. Achteraf bleek dat de wereld nooit zo dicht bij een nucleaire oorlog was geweest. Om zulke problemen te voorkomen werd er een rechtstreekse telexlijn tussen Washington en Moskou gelegd.
Zuid-Vietnam werd hierop echter voortdurend geplaagd door communistische guerrilla's: de Vietcong. De Amerikanen investeerden steeds meer financiële hulp in het land, en begonnen ook hulptroepen te sturen. Uiteindelijk zwollen die aan tot 550.000 man, terwijl ook Noord-Vietnam gebombardeerd werd. Andere communistische landen verleenden wel enige steun aan dat land, maar vonden Vietnam toch de moeite niet waard om de relatie met het Westen te verstoren.
Hoewel de Amerikanen dus de vrije hand werd gelaten, slaagden zij er niet in de oorlog te winnen. Van iedere tien soldaten kon er maar één daadwerkelijk bij de gevechten worden ingezet: de overigen waren nodig voor ondersteunende taken. Bovendien waren de Amerikanen niet ingesteld op junglegevechten, terwijl de Vietnamezen zich in het hun vertrouwde oerwoud verscholen en zelfs de Amerikanen vanuit een tunnelstelsel aanvielen. De VS nam zijn toevlucht tot zware middelen: napalm en ontbladeringsmiddelen 'Agent Orange' werden ingezet, maar zonder succes.
Na het Tet-offensief van 1968 moest de VS terugtrekken. In 1975 werd Zuid-Vietnam onder de voet gelopen door de noordelijke troepen, en in 1976 werd de Socialistische Republiek Vietnam uitgeroepen. Dit leek een overwinning voor het gehele communistische blok, maar uiteindelijk bleek dat Vietnam vooral zijn eigen koers voer, en dat het Vietnamese communisme sterk nationalistische kenmerken had.
Het meest recente begon toen de linkse Democratische Volkspartij van Afghanistan (DVPA) aan de macht kwam. De leiding van het land kwam in handen van een links gezinde revolutionaire raad onder leiding van Nur Mohammed Taraki, die nauwe banden onderhield met de Sovjet-Unie en fel stelling nam tegen een rurale interpretatie van de islam. Dit leidde echter tot een tegenreactie onder de islamitische bevolking; islamitische strijders begonnen een gewapende strijd tegen het Afghaanse DVPA-bewind.
Het regime-Taraki dreigde zijn greep op het land te verliezen, en in 1978 werd de macht overgenomen door Hafizollah Amin, die zich enigszins van de Sovjet-Unie begon te distantiëren. Taraki werd in augustus 1979 vermoord. Enkele maanden later, op 27 december 1979, deed zich opnieuw een incident voor: een kapitein behorende tot de Pashtun-bevolking zou zes Sovjetadviseurs hebben gedood. De Sovjets, die al een inval in Afghanistan hadden voorbereid, legden dat plan nu ten uitvoer. President Amin kwam daarbij om het leven. Hij werd opgevolgd door Babrak Karmal. In 1981 bevonden zich circa 100.000 Sovjettroepen in Afghanistan. Verschillende islamitische moedjahedin-groeperingen (moedjahedin betekent strijders) bevochten met westerse en Pakistaanse steun de Sovjetbezetters.
In februari 1989 trokken de Sovjettroepen zich na lang, moeizaam onderhandelen en onder grote interne en externe druk terug. De oorlog had in totaal aan circa 1,5 miljoen mensen het leven gekost en circa vijf miljoen Afghanen op de vlucht gejaagd, met name naar de buurlanden Pakistan en Iran. Velen, onder wie Hezb-i-Islami-leider Gulbuddin Hekmatyar, hadden al voor de Sovjetinvasie in 1979 hun toevlucht gezocht in Pakistan. Het communistische bewind onder Muhammad Nadjiboellah, dat door de Sovjet-Unie in het zadel was gezet, hield nog tot april 1992 stand.
Toen President Nixon echter tot aftreden werd gedwongen om het Watergate-schandaal, kwam ook aan de ontspanning een einde.
Met het aantreden van Ronald Reagan in 1981 kwam er een nieuwe verhoogde spanning tussen de twee blokken. De Sovjet-Unie ontplooide nieuwe SS-20 raketten, waarop de VS de befaamde kruisraketten oftewel Cruise Missiles naar Europa bracht. Ook in Nederland en België werden dergelijke wapens geïnstalleerd, wat een sterke reactie van de vredesbeweging veroorzaakte. De wapenwedloop werd tot een nieuw hoogtepunt gedreven door het Strategic Defense Initiative (SDI ook wel Star Wars genoemd) defensieprogramma van de Amerikanen. Door een schild van satellieten, lasers en afweerraketten zou het ganse nucleaire Sovjet arsenaal in een klap nutteloos worden. Star Wars werd echter uit geldoverwegingen nooit uitgevoerd. Topoverleg tussen de beide grootmachten in het midden van de jaren 80 bracht een einde aan deze kortstondige, maar ernstige, hernieuwing van de directe dreiging.
In 1949 werd Oost-Berlijn de hoofdstad van de DDR, terwijl de BRD Bonn tot hoofdstad kreeg.
Hoewel West-Berlijn werd omringd door Oost-Duits gebied, was dit deel in handen van de Amerikanen, de Engelsen en de Fransen, en het ging deel uitmaken van de nieuwe BRD.
De Sovjets wilden de invloed van West-Berlijn zo veel mogelijk indammen en hadden het liefst dat de enclave samengevoegd werd met Oost-Berlijn. In deze opzet slaagden zij niet. De Verenigde Staten onderhield met een luchtbrug die het stadsdeel voorzag van voedsel en andere hulpgoederen. Toen het voor de Sovjets duidelijk werd dat West-Berlijn ondanks de blokkade toch 'gewoon' kon worden bevoorraad werd de blokkade opgeheven.
Om de leegloop tegen te gaan, begonnen de Oost-Duitsers in 1961 met de bouw van de Berlijnse Muur rond heel West-Berlijn, zodat dit stadsdeel nog meer geïsoleerd raakte. Er waren nog maar twaalf grensovergangen naar Oost-Duitsland (zie *). <3
Een jaar later werd geheel Duitsland herenigd; het vormde opnieuw één staat.
De jarenlange wapenwedloop met Amerika en de druk om steeds meer aan defensie moeten uit te geven, ten koste van de eigen economie, heeft in belangrijke mate bijgedragen tot deze evolutie. Ook op techonogisch vlak had de USSR een onoverbrugbare achterstand met het Westen opgelopen.
De Koude Oorlog en de daarmee gepaard gaande rivaliteit was decennialang een enorme katalysator voor verschillende industrieën zoals de wapenindustrie en de ruimtevaart. Sommige analisten beweren dat na de Koude Oorlog een grote drijfveer voor de wapenindustrie en het 'vertrouwde' van een grote, bekende vijand verdwenen was, en menen dat daarom de oorlog tegen het terrorisme als vervanger in het leven is geroepen.
De Verenigde Staten zouden vanaf dit moment de enig overgebleven grootmacht blijven. De voormalige Oostbloklanden wendden zich razendsnel tot de democratie en het kapitalisme. Dit in tegenstelling tot China die een geleidelijke omschakeling van het communisme naar een open markteconomie maakt. De abrupte omschakeling gaat gepaard met vele problemen in Oost-Europa, zoals geen vastheid qua inkomen en een hoge criminaliteit. Toch lijkt het op de lange termijn de weg naar democratie succesvol voor veel Oost-Europese landen. Een groot aantal van hen zoals Tsjechië en Polen is nu lid van de NAVO en acht voormalige Oostbloklanden zijn in mei 2004 toegelaten tot de EU. Na aanvankelijk moeilijkheden lijkt het ook uitstekend te gaan met de economieën van landen als Rusland, Tsjechië, Hongarije en Slovenië. Dat laatste zit al bijna op het economisch niveau van een West-Europees land. Door de relatief lage kosten van bijvoorbeeld arbeidsloon worden er veel investeringen gedaan door Westerse bedrijven in deze regio.
Ondanks het einde van de Koude Oorlog blijven de betrokken landen, samen met het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk volhouden dat het noodzakelijk blijft om over kernwapens te beschikken.
20e eeuw | Koude Oorlog | Geschiedenis van de Verenigde Staten | Sovjet-Unie
حرب باردة | Студена война | Hladni rat | Guerra freda | Studená válka | Y Rhyfel Oer | Den kolde krig | Kalter Krieg | Ψυχρός πόλεμος | Cold War | Malvarma milito | Guerra Fría | Kylmä sota | Guerre froide | Guerra fría | המלחמה הקרה | Hladni rat | Hidegháború | Perang Dingin | Kolda milito | Guerra Fredda | 冷戦 | 냉전 | Bellum Frigidum | Šaltasis karas | Aukstais karš | Perang Dingin | Koolt Krieg | Den kalde krigen | Den kalde krigen | Fraide Dgèrre | Zimna wojna | Guerra Fria | Războiul Rece | Холодная война | Hladni rat | Cold War | Studená vojna | Hladna vojna | Хладни рат | Kalla kriget | สงครามเย็น | Digmaang Malamig | Soğuk Savaş | Холодна війна | Chiến tranh Lạnh | 冷战
This article is licensed under the GNU Free Documentation License.
It uses material from the
"Koude Oorlog".
Home Page • arts • business • computers • games • health • hospitals • home • kids & teens • news • physicians • recreation• reference • regional • science • shopping • society • sports • world