AndalusQuran.JPG De koran of Heilige Qoer'ān (Arabisch: القرآن al-qoer'ān) is het heilige boek van de moslims. Volgens de islamitische traditie zijn de woorden in de Arabische taal "neergezonden" aan Mohammed, die de islam (her)introduceerde op bevel van God (Arabisch: Allah). Het Arabische woord قرآن (qoer'ān) betekent oplezing, voordracht. Koran wordt gebruikt voor de Nederlandse vertaling. Een vertaling wordt door veel moslims niet als authentiek gezien, omdat vertalen automatisch interpreteren betekent. Iedere vertaling is dus 'slechts' een interpretatie. Vertalingen kunnen, door de rijkdom van de Arabische taal, op essentiële punten grote verschillen laten zien.
Het eerste hoofdstuk met 7 verzen (Al Fatiha, de Opening) wordt de kern van de koran genoemd. Alle hoofdstukken hebben een naam, die vaak ontleend is aan een woord in het begin van de soera, zoals 'De Opening', 'De Koe' en 'Het Geslacht van Imraan'. Het hoeft niet zo te zijn dat de naam de inhoud van de soera dekt.
De koran is geschreven in naam van God, vaak in de directe rede, waarbij God in de eerste persoon meervoud spreekt, en soms in de indirecte rede, waarbij God met de derde persoon enkelvoud wordt aangeduid. De koran bevat vermaningen en instructies voor de gelovigen, en vertellingen over voorgaande profeten en volken en hun lotgevallen. (Zie de Lijst van Soera's)
De toon van de openbaringen uit Medina verschilt van die uit Mekka. De Mekkaanse soera's zijn kort en gaan vooral over de grootheid van Allah en zijn schepping, het oordeel op de Laatste Dag en het resultaat daarvan: het paradijs of de hel. De oproep tot bekering is al aanwezig maar nog tamelijk vrijblijvend. De soera's na de hidjra zijn een stuk militanter en onverzoenlijker ten opzichte van de 'ongelovigen' of niet-moslims.
Soms brengen de teksten verhalen uit de bijbel in herinnering, zoals Soera Jozef (Yoesoef), dat een deel van het boek Genesis hervertelt.
De koran is een oproep tot onderwerping, 'islam', aan de ene ware God. De koran benadrukt dat Allah dezelfde is als de God van joden en christenen. Maar zoals de christelijke leer op sommige punten van de joodse leer over God afwijkt, wijkt de islamitische leer af van de joodse ėn christelijke leer. Zo maakt de koran op een aantal plaatsen melding van de profeet Isa 'de zoon van Maria', maar ontkent stellig dat deze een zoon van God zou zijn. Ook de joodse Messiasverwachting komt in de koran niet voor.
Al-Bawwâb 001.jpg Mohammed heeft tijdens zijn leven slechts een deel van de koran op schrift laten stellen. Hij riep zijn volgelingen in de eerste plaats op om de woorden die hij sprak te reciteren en te onthouden. Mohammed dicteerde zijn woorden aan verschillende schrijvers, waarmee ook verschillende versies van de teksten begonnen te circuleren. Bij de dood van Mohammed in 632 was er geen complete schriftelijke korantekst. Er was een aantal geschreven teksten (welke dat precies zijn is tot op heden onduidelijk), maar de koran werd toch voornamelijk uit het hoofd gereciteerd. In de loop van de tijd werd steeds meer op schrift gesteld. Zaid ibn Thabit, een van Mohammeds metgezellen, legde in opdracht van de eerste twee kaliefen een van de belangrijkste schriftelijke verzameling van geschreven teksten aan, maar de islam bleef tocht steunen op een mengeling van geschreven en gereciteerde teksten. Onder de derde kalief, Oethman (644-656) begon het proces van officiële codificatie van de verzamelde teksten. Oethman stelde een commissie samen die een officiële uitgave van de openbaring - de koran - moest voorbereiden. Deze commissie nam als uitgangspunt het werk van Zaid ibn Thabit en bevroeg voor de 'juiste' volgorde diverse moslims van het eerste uur. In 651 werd aldus de eerste officiële koran vastgelegd, maar eeuwen later bestonden er nog steeds alternatieve teksten, ondanks alle pogingen van de kaliefen om deze teksten uit de roulatie te nemen.
In de 9e eeuw zijn er in de tekst enkele wijzigingen aangebracht: er zijn toen vooral leestekens toegevoegd als hulp voor mensen die het Arabisch niet beheersten. Vanaf deze periode is er sprake van de officiële koranversie. De nummering van de soera's verschilt evenwel in de Oosterse (?) versie ten opzichte van de versie die gebaseerd is op de geleerden van Basra.
Latere pogingen van oriëntalisten om de ontstaansgeschiedenis van de koran te achterhalen en teksten met elkaar te vergelijken werden door bovenstaand 'zuiveringswerk' bemoeilijkt. Ook wordt kritisch onderzoek van de tekstgeschiedenis van de koran meestal tegengewerkt door de conservatieve regimes en islamitische geestelijkheid in het Midden-Oosten en wordt er zelden of nooit toestemming gegeven voor onderzoek ter plaatse. Uit bestaande teksten is wel afgeleid (door een Duitse onderzoeker met het pseudoniem Luxenberg) dat de koran veel leenwoorden uit het Syro-Aramees (een aan het Arabisch verwante taal) bevat, zoals het woord hoeri, dat 'grootogige' (paradijsmaagden) is gaan betekenen, maar in het Syro-Aramees 'witte' (druiven) zou hebben betekend. Ook is er vanaf begin jaren 70 van de twintigste eeuw onder leiding van onderzoek gaande naar een groot aantal oude koranfragmenten die in een 'korangraf' in de moskee van Sanaa zijn ontdekt.
Voor de meeste onderzoekers staat wel vast dat de Koran een groot aantal traditionele gegevens en thema's bevat die direct terug te voeren zijn op joodse en christelijke tradities. Verhalen over bijbelse figuren als Jozef of Abraham komen we in de Koran tegen in een vorm die sterk doet denken aan de joodse midrasj, een genre waarin de bijbelse legenden, die doorgaans veel aan de verbeelding overlaten, worden uitgebreid. Niet toevallig woonden er Arabische joden op het Arabisch schiereiland. De prominente en eervolle rol van Jezus binnen de Koran wijst op christelijke invloed.
De koran is niet een wetboek dat zo maar overal toepasbaar is. Voor de uitleg van de koran heeft de islam een traditie van geleerden. Er bestaat een verzameling boeken, twee flinke boekenkasten vol, die samen de hadith ('overleveringen') vormen. Daarin staan onder meer commentaren op de koran die worden toegeschreven aan de profeet Mohammed, maar die dikwijls afkomstig zijn van moslimtheologen. Bepaalde geschriften hebben meer waarde binnen de hadith dan andere, afhankelijk van de richting binnen de islam.Prof. dr. Pieter Sjoerd van Koningsveld, islamoloog aan de Universiteit Leiden in de Gelderlander, 1 maart 2006
De korantekst zoals we die nu kennen werd gedurende 23 jaar in delen door de engel Djibriel aan Mohammed geopenbaard en werd door zijn volgelingen uit het hoofd geleerd en fragmentarisch opgeschreven op stukken perkament, hout en bot.
Mohammed kon volgens de moslimse traditie lezen noch schrijven. Hij was louter een spreekbuis die door God aangesteld was om vanaf zijn veertigste levensjaar de islam te verkondigen.
De mondelige overlevering was in de eerste jaren na Mohammeds dood nog uiterst belangrijk. Toen na de slag bij Al-Yamaamah een groot aantal moslims gesneuveld was, waaronder een groot aantal hoeffaz (mensen die de koran van buiten kennen), was dat voor kalief Aboe Bakr aanleiding om de losse tekstfragmenten systematisch te laten verzamelen. Hij wees Zaid ibn Thabit, een van Mohammeds schrijvers, aan om dat te doen. Hij veranderde de tekst op geen enkele wijze en voegde er geen verklaringen of redactionele commentaren aan toe. Deze eerste volledige schriftelijke koran (Ar.: moeshaf - verzameling bladen) werd bewaard door Hafsa, een van Mohammeds weduwen
Onder kalief Oethman rees er echter onenigheid over de correcte manier van reciteren. Dit kon gebeuren omdat het Arabische schrift toen alleen tekens voor medeklinkers had, terwijl sommige tekens voor meerdere medeklinkers gebruikt werden. Oethman besloot om Aboe Bakrs korantekst te canoniseren. Kopieën werden gemaakt en naar diverse islamitische centra gestuurd. Nieuwe kopieën werden aan de hand van die masterkopieën gecontroleerd. Afwijkende expemplaren werden vernietigd. Twee van deze eerste korans zijn te bezichtigen in Tasjkent en Istanbul. Van het exemplaar in Tasjkent wordt gezegd dat dit het persoonlijke exemplaar van Oethman was.
Ook na deze Oethmaanse tekst bleef de mondelinge overlevering belangrijk. Het Arabische schrift was toen nog erg onvolmaakt. Rond 700 werden er diakritische puntjes aan toegevoegd om de medeklinkers van elkaar te onderscheiden. Later werden er ook nog klinkertekens aan toegevoegd.
Ondanks de consensus onder moslims over de authenticiteit van de Oethmaanse tekst, accepteerden moslimgeleerden uiteindelijk 7 'leeswijzen' (ieder van deze was nog eens opgesplitst in tweeën, dus 14). In 1924 werd de Egyptische standaarduitgave van Caïro de officiële tekst van de moslimwereld.
Ook de thora en andere boeken van de bijbel waaronder het Nieuwe Testament zijn volgens de islamitische leer belangrijke boeken, maar zijn, volgens de koran, in de loop der eeuwen door mensenhanden veranderd en vervalst. Het is voor een moslim niet duidelijk welk gedeelte oorspronkelijk door God geopenbaard is en welk gedeelte later is toegevoegd.
In de hele islamitische wereld heeft de koran grote betekenis. Reeds ten tijde van kalief Omar (634-644) begon men koranscholen (madrasa's) op te richten. In deze scholen werd kinderen geleerd de koran van buiten te leren oftewel te reciteren. Los van de vraag of men de inhoud van de teksten begrijpt, wordt betekenis toegekend aan het reciteren van de koran in het Arabisch. Voor moslims is het reciteren een belangrijk onderdeel van de godsdienst: aan de woorden van de koran worden helende en beschermende eigenschappen toegekend. Koranrecitatie in het Arabisch maakt deel uit van de verplichte gebeden. Veel moslims zijn bedreven in tadjwied, dat is de Koran op een aangename, bijna melodieuze manier reciteren.
De koran wordt door moslims met respect behandeld: zo wordt hij bij voorkeur in een schone kamer op een zo hoog mogelijke plaats en boven andere boeken bewaard. Hij wordt doorgaans niet op een tafel gelegd omdat het gevaar bestaat dat er iets bovenop gelegd wordt, en wordt hij niet op de grond gelegd omdat deze als onrein wordt beschouwd. Voor het lezen of aanraken van de koran wordt de woedoe verricht. Veel moslims hebben er moeite mee als een niet-gelovige de koran leest of aanraakt.
Maulana Muhammad Ali zegt dat dit vers uitsluitend betrekking heeft op de Mekkaanse polytheïsten en hun bondgenoten met wie Mohammed verdragen had afgesloten. Doordat het geslacht Bakr (dat met Qoeraisj gelieerd was) een wraakactie uitvoerde op leden van de stam Choezaa'a (die met Mohammed gelieerd was), met wapensteun en deelname van enkele Qoeraisjieten, werd het verdrag van Hoedaibia door Mekka geschonden. Mohammed achtte zich op dat moment niet meer aan het verdrag gebonden en trok op tegen Mekka. De heilige koran, met commentaar door Maulana Muhammad Ali, vert. J. Rietberg, Dublin (Ohio): Ahmadiyya Lahore Inc., 2004, noten 9:4a, 5a en 5b pp. 425-426 Ibn Ishaak: Het leven van Mohammed, de vroegste Arabische verhalen. Ingeleid, uit het Arabisch vertaald en toegelicht door Wim Raven, Amsterdam: Bulaaq, 2000, pp. 205-206 Vreemd genoeg vallen bij de veldtocht in 630, die hier wordt bedoeld, juist heel weinig doden. Dat roept de vraag op of de oproep in de koran hier niet werd gehoorzaamd, dan wel of de betreffende verzen misschien toch betrekking hebben op een of meer andere gebeurtenissen. De door orthodoxe en salafistische moslims veel gebruikte tafsier (exegese) van Ibn Kathir laat in het midden wie er met "hen" en "afgodendienaren" wordt bedoeld, maar plaatst het vers wel expliciet in de context van de strijd tegen (Mekkaanse) polytheïsten die verdragen hadden geschonden.Tafsir Ibn Kathir (Abridged), Riyadh: Maktaba Dar-us-Salam, 2nd ed., 2003, vol. 4, pp. 375-377
Ter illustratie: wie kwaad wil kan zelfs aan de boodschap van de als vredelievend bekend staande Jezus een rechtvaardiging voor het gebruik van geweld ontlenen, bijvoorbeeld aan Mattheus 10:34.Mattheus 10:34: Meent niet, dat Ik gekomen ben, om vrede te brengen op de aarde; Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard. Webbijbel
Amina Wadud beperkt dit vers tot speciale gevallen, namelijk wanneer een vrouw zwanger is en kinderen verzorgt. Omdat zij gedurende die tijd niet voor zichzelf kan zorgen, rust volgens haar op de vader van het kind de plicht om "van zijn bezit uit te geven". Met andere woorden, alleen in dat geval is een man (financieel) verantwoordelijk voor zijn vrouw. Zij vertaalt de passage ongeveer als volgt: Mannen zijn verantwoordelijk voor vouwen in zaken waarin God (sommigen van de) mannen meer gaf dan (sommige van de) vrouwen en wanneer zij uitgeven van hun bezit (voor het onderhoud van de vrouwen).Amina Wadud: Qur'an and woman, Kuala Lumpur: Penerbit Fajar Bakti, 1992, p. 70 e.v. De passage rechtvaardigt volgens Wadud geen ondergeschiktheid van vrouwen in het algemeen en zeker niet waar het geloofszaken betreft. Zij baseert dit op veelvuldig in de koran voorkomende passages die de gelijkheid van man en vrouw benadrukken.
Over het woord daraba in het tweede deel van 4:34 (licht slaan, in tegenstelling tot darraba, dat herhaald of hard slaan betekent) zegt Wadud dat hier niet per se slaan bedoeld hoeft te zijn. Het komt in de koran ook voor in de betekenis van geven (daraba Allah mathalan - God geeft als voorbeeld) en vertrekken (hij ging op reis). Haar algemene conclusie is dat deze passage het gebruik van geweld van een man tegen zijn echtgenote geenszins rechtvaardigt, maar juist beperkt. In tegenstelling tot wat in de tijd van de openbaring gebruikelijk was, beveelt de koran om een geschil door praten op te lossen. Als dat niet helpt, moet door middel van het instellen van een afkoelingsperiode worden voorkomen dat een man zijn vrouw mishandelt. Als hij haar toch slaat, mag hij geen excessief geweld gebruiken.Wadud, p. 76. Riffat Hassan interpreteert deze passage op vergelijkbare wijze. Een hadith vermeldt dat de Mohammed op de vraag "hoe hard mag ik slaan" antwoordde dat er slechts met een miswak (een takje dat als tandenborstel wordt gebruikt) mag worden geslagen. Andere verzen die de rol van de vrouw beoordelen:
Koran | Islam | Arabische literatuur
Koran | قرآن | Коран | Kur'an | Alcorà | Korán | Коран | Koran | Koran | Κοράνιο | Qur'an | Korano | Corán | Koraan | Koran | قرآن | Koraani | Coran | An Córan | Corán | הקוראן | क़ुरान | Kuran | Korán | Koran | Al-Qur'an | Koran | Kóraninn | Corano | クルアーン | 꾸란 | Qur'an | Alcoranum | Koran | Al-Quran | Koranen | Koranen | Koran | Alcorão | Coran | Коран | Curanu | Kuran | Qur'an | Korán | Koran | Kur'ani | Куран | Qur'an | Koranen | Qurani | திருக்குர்ஆன் | อัลกุรอาน | Kur'an | Qör'än | Коран | 古兰经