article

In een kolenmijn wordt steenkool of bruinkool gewonnen. Steenkoolwinning kan zowel in dagbouw plaatsvinden - de steenkool wordt afgegraven nadat de bovenste deklagen eerst zijn verwijderd - of in een ondergrondse mijn (stollenbouw, schachtbouw, diepbouw) waarbij op grotere diepte, tegen hogere kosten en meer risico, steenkool wordt gedolven en -al dan niet via schachten- naar de oppervlakte wordt gebracht; bruinkool wordt meestal in dagbouw gewonnen. In het Nederlandse Zuid-Limburg en de nabijgelegen Kempen en rondom Luik werd mijnbouw via schacht-, diep- en dagbouw bedreven. In Brunssum en nabij Geleen werden in het begin van de twintigste eeuw bruinkool in dagbouw ontgonnen.

Typen ondergrondse mijnen


  1. Stollenbouw - bij stollenbouw worden nagenoeg horizontale gangen in berg- of dalwanden gedreven, anders dan voor ventilatiedoeleinden wordt er geen gebruik gemaakt van schachten.
  2. Schachtbouw - bij schachtbouw worden er verticaal of diagonaal verlopende schachten tot in de bovenste ontginbare kolenlaag gedreven; die vervolgens gevorderd wordt; door deze vordering ontstaat er een gangenstelsel.
  3. Diepbouw - bij diepbouw worden er eveneens verticale schachten gedreven, deze worden echter door de verschillende boven elkaar liggende kolenlagen heen gedreven. In elke ontginbare kolenlaag wordt er een horizontaal gangenstelsel gedreven (galerijen en steengangen) met speciale vorderfronten (pijlers) van waaruit de kolen gewonnen worden.

Bij schacht- en stollenbouw (als ook bij dagbouw) kan volstaan worden met een kleinschalige technische infrastructuur, daar er niet ver onder het grondwaterniveau gegraven, of (in het geval van stollenbouw) het grondwater gemakkelijk afgevoerd kan worden; ook de toevoer van verse lucht is betrekkelijk eenvoudig te realiseren. Bij diepbouw worden grotere dieptes bereikt en moeten er krachtige pomp-, ventilatie- en hijsinstallaties voorhanden zijn. Deze installaties gebruiken zoveel energie dat er uit efficiencyoverwegingen veelal gekozen wordt om de benodigde energie in huis uit eigen kolen op te wekken, wat in een nog complexer bovengronds bedrijf resulteert.

De indeling van een ondergrondse mijn


Een mijn bestaat uit 2 delen:
  1. het ondergronds bedrijf (het gangenstelsel voor het ondergrondse transport en de pijlers waar de kolen gewonnen worden);
  2. het bovengronds bedrijf (alles wat nodig is voor het functioneren van het ondergronds bedrijf en de afvoer van de gewonnen steenkool).
Afbeelding:Koolmijn open.jpg|Open kolenmijn (dagbouw) (Wyoming, USA) Afbeelding:bk2.jpg|Bruinkoolwinning (dagbouw), begin 20ste eeuw. Afbeelding:julia_bovengronds_extra.jpg|Een ondergrondse mijn: de voormalige mijn Julia te Eygelshoven (diepbouw) Afbeelding:ON_IV_6.jpg|Een mijnwerker (houwer) aan het werk in een pijler van de mijn ON-IV te Heerlen Afbeelding:ministerdenUyl1967.jpg|Minister J.M. Den Uyl van Economische Zaken kondigt in 1965 de Mijnsluitingen aan in de Stadsschouwburg van Heerlen Afbeelding:DO_1.jpg|Schacht Nulland, Kerkrade Afbeelding:ColON2.jpg|Schacht II van de mijn ON-I, Heerlen Afbeelding:miljoenenlijn.jpg|op de voorgrond een oude mijnlocomotief voor ondergronds transport Afbeelding:Loc 2.jpg|De persluchtlocomotief van de Domaniale Mijn, 1928. Vooraanzicht. Afbeelding:Loc 1.jpg|De persluchtlocomotief van de Domaniale Mijn, 1928. Stuurstand. Afbeelding:adolf_stortberg.jpg|Stortberg van de mijn Adolf, Merkstein, Duitsland. Zo zagen de vroegere Nederlandse steenbergen er ook uit. Afbeelding:Stortberg2.jpg|Stortberg van de mijn Adolf, Merkstein, Duitsland. De steenberg is nu een recreatiegebied.

Steenkoolwinning in Nederland


De allereerste steenkoolwinning vond in de 12e eeuw plaats in het mijnveld van de Domaniale mijn te Kerkrade. Op 2 januari 1723 verkreeg de Abdij Rolduc bij octrooi het recht tot exploitatie van de mijntjes. Rond 1900 komt de kolenwinning in Zuid-Limburg tot bloei nadat onderzoek had uitgewezen dat er rond Eygelshoven, Heerlen en Geleen winbare kolenvoorraden aanwezig waren. Door de aanleg van nieuwe spoorverbindingen (spoorlijnen naar Aken en Stein) werd het vervoer van gewonnen kolen naar afzetgebieden eenvoudiger.

Zowel vanuit de regering werden mijnen aangelegd (de Staatsmijnen in Limburg) als door particuliere ondernemingen. Ook twee Belgische ondernemingen waren actief. Belangrijke personen in de pionierstijd waren o.a. Carl en Friedrich Honigmann (ON-mijnen), en Anton Wackers (Laura mijn) uit de regio Aken, en de Nederlanders Henry Sarolea (spoorwegbouwer lijn Herzogenrath - Sittard, ook bestuur ON-mijnen) en J.H. Wenckebach (pionier Staatsmijnen).

Uiteindelijk waren er de 4 Oranje-Nassau mijnen (ON I t/m IV), de 4 Staatsmijnen (Maurits, Emma, Hendrik en Wilhelmina), en 4 andere particuliere mijnen: Laura, Julia, Willem-Sophia, en de Domaniale mijn. Een vijfde Staatsmijn, de Beatrix werd aangelegd in buurt van Vlodrop, maar is nooit in bedrijf gekomen.

De Oranje-Nassau Mijnen waren uiteindelijk eigendom van een Frans bedrijf (de familie Honigmann verkocht in 1908 de aandelen aan de familie de Wendell), de Laura en Julia alsmede de Willem-Sophia waren eigendom van twee afzonderlijke Belgische bedrijven. De Domaniale en uiteraard de Staatsmijnen waren Nederlands bezit.

Door de gasvondst in Slochteren, en de steeds goedkoper wordende buitenlandse steenkool (en aardolie) werd de Limburgse steenkolenwinning onrendabel. De mijnsluiting begon met de historische toespraak van toenmalig minister van Economische zaken J.M. den Uyl in 1965 in de stadsschouwburg van Heerlen. In de daaropvolgende 9 jaren werden alle mijnen gesloten. De staatsmijn Maurits te Geleen ging als eerste dicht. Steenkolenwinning in Nederland is definitief gestaakt op 31 december 1974 met de sluiting van de mijn Oranje-Nassau I te Heerlen. Dit was ook de eerste grote ondergrondse mijn die geopend is (1899).

Behoudens twee mijnbouwmonumenten (het gebouw van de Nulland Schacht te Kerkrade, Domaniale Mijn), en de gebouwen van Schacht II van de ON-I mijn te Heerlen) zijn alle bovengrondse werken van de Nederlandse mijnen afgebroken. De mijnterreinen hebben na sanering van de grond allen een andere bestemming gekregen (industrieterrein, woonwijk, etc.). Ook de meeste mijnsteenbergen zijn uit het Limburgse landschap verdwenen.

Mijnen in Nederland


Locaties

MijnbouwNedLimbrg.gif

Bij de volgende plaatsen zijn er kolenmijnen in bedrijf geweest:

  • Brunssum, Staatsmijn Hendrik (nu militair-terrein voor de NAVO: RHQ AFNORTH);
  • Eygelshoven - Gemeente Kerkrade, particuliere mijnen Laura en Julia; Op het terrein van de Laura staat nu een woonwijk. Het Julia-terrein is industrieterrein.
  • Geleen, Staatsmijn Maurits (nu het chemische complex van DSM);
  • Heerlen - Centrum, particuliere mijn Oranje-Nassau I (hiervan is één schachttoren als monument bewaard gebleven); Op het terrein bevindt zich het hoofdkantoor van het CBS.
  • Heerlen - Heksenberg, particuliere mijn Oranje-Nassau IV. Op het terrein bevinden zich de installaties van SIGRANO NV (producent Kwartszand). De steenberg is bewaard gebleven.
  • Heerlen - Heerlerheide, particuliere mijn Oranje-Nassau III ; Het terrein is nu een woonwijk.
  • Kerkrade, particuliere Domaniale mijn (hiervan is 1 schachttoren, Schacht Nulland, bewaard gebleven); Het mijnterrein is nu een woonwijk.
  • Schaesberg - Gemeente Landgraaf, particuliere mijn Oranje-Nassau II; Het terrein is nu een woonwijk.
  • Spekholzerheide - Gemeente Kerkrade, particuliere mijn Willem-Sophia; Op het terrein van de mijn zijn sportvelden aangelegd (o.a. voor de voetbalvereniging FC Kerkrade-West)
  • Terwinselen - Gemeente Kerkrade, Staatsmijn Wilhelmina (hiervan is de steenberg als (overdekte) skihelling bewaard gebleven);
  • Hoensbroek/Treebeek - Gemeente Heerlen, Staatsmijn Emma. Op het mijnterrein is voor een klein deel woonbebouwing aangelegd, maar grotendeels is het industrie-terrein.

Gegevens

Naam Locatie Concessie Aantal
schachten
Diepste
schacht
Primair
kooltype
Actief Totale
productie
Oranje-Nassau I Heerlen particulier 3 471 m magerkool 1899-1974 31.978.000 ton
Oranje-Nassau II Schaesberg particulier 2 477 m magerkool 1904-1971 34.064.000 ton
Oranje-Nassau III Heerlerheide particulier 1 (+1 ON-IV) 844 m magerkool 1917-1973 38.265.000 ton
Oranje-Nassau IV Heksenberg particulier 1 740 m magerkool 1927-1966 13.754.000 ton
Laura Eygelshoven particulier 2 748 m magerkool 1905-1968 31.885.000 ton
Julia Eygelshoven particulier 2 568 m magerkool 1926-1974 31.963.000 ton
Willem-Sophia Spekholzerheide particulier 5 651 m magerkool 1902-1970 22.678.000 ton
Domaniale Kerkrade gepacht van Staat 6 802 m magerkool 1815-1969 37.990.000 ton
Wilhelmina Terwinselen Staat 2 823 m magerkool 1906-1969 59.235.000 ton
Emma Treebeek Staat 4 980 m vetkool 1911-1973 109.032.000 ton
Hendrik Rumpen Staat 4 1058 m vetkool 1915-1963 61.203.000 ton
Maurits Lutterade Staat 3 895 m vetkool 1926-1967 96.214.000 ton
Beatrix Herkenbosch Staat 2 700 m vetkool - 0 ton
Totaal 37 568.261.000 ton

Externe links


energie | Mijnbouw

Въгледобив | Kulmine | Steinkohlenbergbau | Coal mining | Estrazione del carbone | 炭鉱 | Houyire | 煤矿

 

This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the "Kolenmijn".

Home Pageartsbusinesscomputersgameshealthhospitalshomekids & teensnewsphysiciansrecreationreferenceregionalscienceshoppingsocietysportsworld