article

Paddenlarven2wk05c.jpg Een kikkervisje is de aquatische larve van een kikker of pad (orde Anura). Een alternatieve benaming is dikkopje of (in Nederland) kwakkebol.

Algemeen


Het verschil met larven van salamanders is dat salamanderlarven uit het ei al direct pootjes hebben en de staart alleen maar groter wordt. Ook zijn salamanderlarven echte roofdieren en zeer kannibalistisch.

Kikkervisjes hebben kieuwen en een lange zijdelings afgeplatte staart maar hebben nog geen poten. Ook is het lijf erg rond, later wordt het meer ovaal. Na enkele weken verandert het kikkervisje en ontwikkelen zich de poten, longen en andere organen; de staart verdwijnt geleidelijk aan. Dit wordt ook wel geleidelijke gedaanteverwisseling of metamorfose genoemd. Nadat een kikkervisje een klein kikkertje is geworden, duurt het in ons land vaak nog twee jaar eer het dier geslachtrijp is. Tropische soorten kennen geen winterslaap en beschikken over een constant warme en vochtige leefomgeving waardoor ze zich veel sneller kunnen ontwikkelen.

Kikkervisjes in Nederland en België


Pelobates fuscus Larve.jpg]]Tadpoles_10_days.JPG De meeste kikkervisjes in Nederland worden nog geen drie centimeter, echter de larve van de in Nederland uitgezette brulkikker (Rana catesbeiana) kan bijna vijftien centimeter lang worden. Kikkervisjes leven na uit het ei te zijn gekropen de eerste dagen van de dooier die nog niet helemaal opgeteerd is, ook eten ze delen van het ei. Ze zijn in het begin voornamelijk herbivoor en leven van algen. Na een tijdje gaan ze ook aas eten als in het water gevallen regenwormen maar ook dode watervogels worden kaalgevreten. Als men maar lang genoeg een vinger onder water steekt bij enkele weken oude kikkervisjes komen ze er massaal aan knabbelen. Hoewel ze een zeer klein mondje hebben zijn de tanden van kikkervisjes vlijmscherp, maar kunnen zeker niet door de mensenhuid heen dringen. Als er te weinig voedsel is, worden ze vaak kannibalistisch en eten de verzwakte soortgenoten levend op.

Alle inheemse kikkers en padden leggen de eitjes in bij voorkeur permanente wateren met enkele honderden tegelijk. Er komen dus in één keer vele larven uit de eitjes, maar omdat permanente wateren meer roofdieren bevatten maken vaak maar enkele eitjes het tot een kikker. Vijanden van kikkervisjes zijn vissen, salamanders en met name waterinsecten zoals de geelgerande watertor. Ook larven van landinsecten die in het water leven zoals de roofzuchtige larven van libelle eten graag kikkervisjes.

Kikkervisjes in andere streken


Sommige soorten kikkers en padden kennen geen larvestadium; uit het ei kruipen direct kleine kikkertjes, vaak met nog wel een staartje. Een voorbeeld is de Surinaamse pad, waarbij de larven letterlijk in de rug van de moeder groeien, en er na enige tijd kleine padjes uit de huid kruipen. Uitheemse soorten hebben wel meer eigenaardigheden als
  • Kikkervisjes van de zeepad (Bufo marinus) blijven bij elkaar en vormen een soort mat op de bodem van een poel. Ze zijn vaak zo talrijk dat ze een bron helemaal kaal kunnen vreten.
  • De larven van veel beekbewonende kikkers hebben een lange zuigsnuit. Hiermee zuigen ze zich vast op een steen en filteren kleine waterdiertjes uit het water die met de stroom worden aangevoerd.
  • Staartkikkers (Ascaphidae) verliezen niet de gehele staart; er blijft een uitsteeksel zichtbaar.
  • Veel pijlgifkikkers (Dendrobatidae), vaak mannetjes, nemen de kikkervisjes op de rug naar een andere waterbron.
  • Mannelijke darwinkikkers (Rhinodermatidae) bewaren de larven in de keelzak tot ze pootjes hebben, ze worden daarom ook wel bekbroeders genoemd.
  • De larven van de dwergklauwkikker lijken qua voedsel op salamanderlarven; het zijn jagers en ze eten kleine waterdiertjes die ze snel naar binnen zuigen met de buisvormige bek en het water eruit persen via de kieuwopeningen.
  • Schuimnestboomkikkers (Rhacophorus) leggen de eitjes in een schuim-achtige substantie die ze aan bladeren die boven het water hangen plakken en deze soms zelfs tot een nest vouwen. De kikkervisjes die uit het ei komen vallen dan in het water; hierdoor lopen ze een kleinere kans op beschimmeling als eitje.

Zie ook


Amfibie | Ontwikkelingsbiologie

Haletudse | Kaulquappe | Tadpole | Renacuajo | Nuijapää | Têtard | ראשן | Buožgalvis | Rumpetroll | Kijanka

 

This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the "Kikkervisje".

Home Pageartsbusinesscomputersgameshealthhospitalshomekids & teensnewsphysiciansrecreationreferenceregionalscienceshoppingsocietysportsworld