[[Afbeelding:Keltische verbreiding.PNG|thumb|250px|Verspreiding Kelten over Europa
1: Oorsprongsgebied ten noorden van de Alpen
L: La Tène
H: Hallstatt
2: Grootste verspreiding in ongeveer 400 v. Chr.
B: Britse eilanden
G: Galatië in Klein-Azië
I: Iberisch schiereiland
]]
Dat de Kelten zich over een zeer groot gebied gevestigd hebben, is nog aan veel woorden zoals eigennamen te herkennen waar het element "Gal" voor "Kelt" in voorkomt:
Volgens verslagen van Romeinse schrijvers waren de Kelten zeer krijgshaftig: ze streden dikwijls naakt met hun haren met kalk en leem opgestijfd tot een soort 'punkkapsel'. Vaak werkten de strijders zich op tot een staat van razernij/extase waardoor ze in de strijd geen vermoeidheid of angst meer voelden en doorgingen tot ze overwonnen of sneuvelden. Ook bij de Germanen worden deze 'berserkers' waargenomen door de Romeinen. Hun uiterlijk wordt beschreven als over het algemeen grote gespierde kerels, roodharig of blond met hangsnorren en vaak tatoeages op hun lichaam. Bij de strijd verfden ze hun lichamen met "oorlogskleuren". Agris.png cultuur]]Om hun nek hadden veel Kelten een gouden gevlochten halsband, torques. Metaalbewerking was bij de Kelten trouwens tot een zeer hoog niveau ontwikkeld en de Romeinen en Grieken spraken hierover vol bewondering. Opgravingen van prachtig bewerkte metalen voorwerpen bevestigen dit beeld. Volgens de schriftelijke bronnen was de bewerking van textiel eveneens van hoog niveau, helaas is daarvan bijna niets teruggevonden.
De druïden nemen een zeer belangrijke plaats in binnen de Keltische samenleving. Het zijn meer dan priesters: zij treden ook op als rechters en als raadsheren van de Keltische leiders. Zij zijn zeer nauw verbonden met de natuur en baseren hun raadgevingen en voorspellingen voornamelijk op (voor-)tekenen uit de natuur. Ze fungeerden eveneens als het 'geheugen' van de stam. Ze waren beroemd om de hoeveelheid kennis die ze van buiten konden leren en ze hadden vaak een complete bibliotheek in hun geheugen. Helaas zijn er pas veel later, in de Vroege Middeleeuwen, Keltische overleveringen op schrift gesteld. Tegen die tijd waren de meeste Kelten al christen geworden en was de druïdenklasse verdwenen en met hen ook hun kennis. Het meeste wat we weten zijn verhalen en mythen van de Ierse en Britse Kelten. Van de Gallische, Iberische en overige 'continentale' Kelten weten we bijna niets meer van hun verhalen, cultuur en mythen.
Na de verovering door de Romeinen van de meeste Keltische gebieden in Europa kwam een proces van romanisering op gang door de culturele overheersing van de Romeinen en verdwenen de Keltische taal en cultuur binnen een paar generaties van het toneel. In Gallië ontstond een Gallo-Romeinse mengcultuur. Hoewel het Gallisch mogelijk nog tot in de Frankische tijd her en der gesproken werd, is de aanwezigheid van een Keltische taal in Bretagne (afgeleid van Britannia; de Romeinse naam voor het huidige Groot-Brittannië) toch eerder terug te voeren op vluchtelingen/immigratie vanuit Groot-Brittannië veroorzaakt door de Angelsaksische invasies in de 5e eeuw van dat eiland. Castros.jpg]]
Archeologisch onderzoek wees uit dat het hier ging om wat de munten betrof om zgn. 'regenboogschoteltjes'. De datering van dergelijke muntjes, overigens zonder opdruk, is ongeveer 90 v. Chr.. Opmerkelijk is dat vrijwel identieke "torques" halsringen zijn gevonden in Niederzier (bij Düren in de Eifel) in 1978. Mogelijk is in beide gevallen dezelfde goudsmid aan het werk geweest. Van belang is echter dat de Belgische vondst de meest noordelijke is van de goudvondsten uit de (late) ijzertijd op het Europese vasteland.
In België is het gebruikelijk de bevolking van de late ijzertijd te omschrijven als Kelten. Nederlandse archeologen volgen deze gewoonte niet, en behelpen zich hooguit met een vage term als Keltisch-Germaanse bevolking. Toch is een aanduiding als 'Keltische goudschat' niet ongegrond. Uit Romeinse bronnen weten we dat dit gebied in de late ijzertijd werd bewoond door de Eburonen. Zowel de naam van de stam als de namen van de aanvoerders die Julius Caesar in 50 v. Chr. versloeg - Ambiorix en Catuvolcus - zijn Keltisch. Daar komt bij dat verschillende archeologische vondsten, waaronder deze uit Beringen, wijzen op nauwe culturele contacten met het Duitse midden-Rijn gebied en met het noordoosten van Frankrijk. Die streken waren onmiskenbaar Keltisch, zodat we tenminste in cultureel opzicht ook in Beringen met redelijke zekerheid van Kelten mogen gewagen.
De provincie verwierf de schat voor de som van vier miljoen frank (ongeveer 100.000 euro) en stelde ze permanent tentoon in het bekende Provinciaal Gallo-Romeins Museum in Tongeren.
Hoewel het Nederlands vrijwel geheel op het Germaans is terug te voeren zijn er nog wel een paar Keltische woorden in aan te treffen, bijvoorbeeld ambt, ambacht, kar en gijzel- en eed. Ook de namen van metalen zoals ijzer en lood zijn waarschijnlijk op de Kelten -die als smeden beroemd waren- terug te voeren. Plaatsnamen op -ik, -rijk (Doornik, Kamerijk) komen van Keltisch -acum en hetzelfde geldt voor -dunum als in Loosduinen.
Archeologie | IJzertijd cultuur | Volk in Europa | Keltisch volk
Kelt | Kelten | Келти | Celtes | Keltové | Y Celtiaid | Kelterne | Kelten | Κελτικός πολιτισμός | Celt | Keltoj | Celta | Zelta | Keltit | Celtes | Celta | Ny Celtiee | קלטים | Kelták | Celti | ケルト人 | Celtae | Keltai | Ķelti | Celt | Keltarar | Keltere | Celtowie | Celtas | Celt | Кельты | Kelti | Келти | Kelter | Kelt | Кельти | 凯尔特人