De orde van de karmelieten (Ordo Carmelitarum, O.Carm.) is een bedelorde, die zich net zoals de franciscanen, dominicanen en augustijnen onderscheidt van de andere monastieke orden doordat ze in plaats van de individuele armoede juist de collectieve armoede belijdt. Voor hun onderhoud zijn ze afhankelijk van hun eigen arbeid en van aalmoezen.
Oorsprong
De orde van de karmelieten kent haar oorsprong op de berg
Karmel bij de havenplaats
Haifa in
Israël. Deze berg - die verbonden is met de profeet
Elia - is lange tijd een verblijfplaats voor talrijke kluizenaars die in navolging van hem een aan
God toegewijd leven leidden. Naast een hoogtepunt in de vierde tot de zevende eeuw kent het kluizenaarsleven daar in de elfde en twaalfde eeuw een ware renaissance. In de twaalfde eeuw kwamen verscheidene pelgrims onder leiding van
Berthold van Calabrië en
Albertus van Jeruzalem samen 'nabij de bron van Elia' om als heremieten te leven. Tussen de kluizenaarscellen werd een kapel ter ere van
Maria gebouwd. Vanaf dat moment noemen de heremieten zichzelf 'Broeders van de heilige Maria van de Berg Karmel'.
Om 'juridische stabiliteit' te verwerven, richt de groep heremieten zich tot Albert Avogadro (1150-1214). Hij staat aan de basis van de officiële leefregel van de karmelieten. Armoede en handenarbeid zijn volgens deze leefregel het belangrijkst. Wat echter karakteristiek is voor de karmelieten, is het grote belang dat ze hechten aan het in stilte uitgevoerde gebed. In 1235 worden de karmelieten, onder het dreigende gevaar van de Saracenen, gedwongen de berg Karmel te verlaten. De meesten trekken naar delen van Europa.
Ongeschoeide karmelieten
De veertiende eeuw is de Gouden Eeuw voor de orde van de karmelieten; zowel op intellectueel als op spiritueel vlak zijn er steeds ontwikkelingen. Er worden veel nieuwe kloosters gesticht en er wordt ook veel aandacht besteed aan de intellectuele vorming van de leden. Deze intellectuele bloei ligt echter, samen met het
Westers Schisma (
1378-
1417) en de grote pestepidemie (
1347-
1354), ook aan de basis van het verval dat de Karmel op vele plaatsen meemaakt vanaf het einde van de 14e eeuw. De hierbij ontstane misbruiken doen al spoedig verlangen naar hervorming. De meest effectieve hervorming komt tot stand onder
Theresia van Avila. De grondpijlers ervan zijn armoede, gebed en afzondering. In 1568 ontstaat het eerste klooster van de
ongeschoeide karmelieten (Ordo Carmelitarum Discalceatorum, OCD). Vanaf dit ogenblik bestaat er dus een scheiding tussen de geschoeide en de ongeschoeide karmelieten.
Franse Revolutie
Op het einde van de 18de en in het begin van de 19e eeuw kennen de karmelieten een dieptepunt in hun geschiedenis, ditmaal veroorzaakt door externe factoren. Het is met name door de
Franse Revolutie en de verspreiding van nieuwe ideeën door
Napoleon dat aan de karmelieten de grootste slag wordt toegediend. Het resultaat van deze vervolgingsperiode is dramatisch geweest voor de karmelieten, zoals ook voor de meeste andere orden. In Nederland en België verdwijnen de geschoeiden praktisch volledig (uitgezonderd
Boxmeer en
Vilvoorde). In enkele steden blijven de ongeschoeiden voortleven.
Bekende karmelieten
Een bekende karmeliet is
Titus Brandsma die op
17 september 1898 intrad.
Zie ook
Externe links
Kloosterorde in het christendom | Haifa
Řád karmelitánů | Karmeliterordenen | Karmeliten | Carmelites | Carmelitas | Ordre du Carmel | כרמליטים | Karmelit | Ordine della Beata Vergine del Monte Carmelo | カルメル会 | Carmelitae | Karmelici | Carmelitas | Кармелиты | Karmelitorden | Кармеліти