Het artikel wordt
hier herschreven. U wordt vriendelijk uitgenodigd
daar uw bijdrage te leveren aan het artikel.
Julius_Caesar.jpg
Gaius Julius Caesar (spreek uit : kaisar)(Latijn: C·IVLIVS·C·F·C·N·CAESAR, of Gaius Iulius Gaii filius Gaii nepos Caesar; na 42 v. Chr. IMP·C·IVLIVS·CAESAR·DIVVS, of Imperator Gaius Iulius Caesar divus) (Rome, 13 juli ± 100 v. Chr. - Rome, 15 maart 44 v. Chr.) was een Romeins politicus. Hij wordt meestal kortweg Julius Caesar of Caesar genoemd en wordt gezien als een van de machtigste mannen van zijn tijd. Hij had jarenlang de politieke macht te Rome.
Loopbaan
Caesar kreeg een zeer goede opvoeding van zijn moeder Aurelia Cotta, die bekend stond als een sterke, bekwame maar strenge
Matrona. Langs zijn vader stamde hij af van de
Gens Iulia: één van de oudste romeinse families. Als neef van
Gaius Marius kwam hij onder het terreurbewind van
Lucius Cornelius Sulla ook te staan op de proscriptielijsten, maar hij ontkwam door tussenkomst van enkele invloedrijke familieleden. Caesar blonk vooral uit door zijn aangeboren redenaarstalent dat hij bijschaaft in een in die tijd vooraanstaande school voor welsprekendheid (
rhetorica) op het Griekse eiland
Rodos. Ook is hij zeer bedreven in diverse sporttakken.
Jonge jaren
Reeds op jonge leeftijd (ongeveer 16 jaar) zet hij zijn eerste stappen in de Romeinse politiek. Hij sluit zich aan bij de Volkspartij, die geleid wordt door zijn oom Marius. Onenigheid met
Sulla, de leider van de senaatspartij, dwingt hem in
82 v. Chr. te vluchten richting
Klein-Azië, waar hij in het leger gaat en zijn eerste krijgservaringen opdoet.
In 84 v. Chr. trouwt Caesar met Cornelia. Zij sterft in 67 v. Chr.
In 75 v. Chr., op 25-jarige leeftijd, valt hij tijdens een reis in handen van Siciliaanse zeerovers. De Griekse historicus Plutarchus schrijft hierover: de piraten eisen voor de vrijlating van Caesar een losprijs van 20 talenten. Deze lacht hen uit en zegt hen dat ze niet weten wie ze voor zich hebben, en raadt hen aan de prijs naar 50 talenten te verhogen.
Aldus geschiedt. Caesar stelt zich ook verder arrogant op en dreigt om na zijn vrijlating iedereen te zullen straffen, maar dit wordt als grap weggewuifd. Het geld wordt betaald en Caesar komt vrij. Meteen organiseert hij een strafexpeditie en neemt alle piraten gevangen. Caesar toont hierbij wel zijn milde karakter door de piraten niet te laten kruisigen maar hen te laten wurgen, wat als een milde straf werd gezien.
70-60 v. Chr
Na de dood van
Sulla keert Caesar naar
Rome terug en begint een praktijk als advocaat. Ondertussen is hij nog steeds actief in de plaatselijke politiek. Zijn talent in de krijgskunst manifesteert zich wanneer hij in
63 v. Chr. stadhouder wordt van de Romeinse provincie
Spanje. Hij is zeer populair bij de Romeinse soldaten doordat hij hen royaal laat delen in de buitgemaakte rijkdommen en ze gronden toegewezen krijgen in de veroverde gebieden.
Hierna wil hij zich nog meer bewijzen in de lokale Romeinse politiek. In 59 v. Chr. zijn er consulverkiezingen in Rome. Om sterk te staan stapt hij reeds in 60 v. Chr. in een zogenaamd triumviraat (driemanschap) met de beroemde generaal Pompeius en de steenrijke Crassus. Op die manier verzekert hij zich van een stevige militaire en financiële basis. Hij wordt als consul van Rome verkozen voor de volkspartij.
caesar.JPG
60-50 v. Chr, Buitenlandse politiek
In
58 v. Chr. wordt Caesar stadhouder van
Gallia. Zijn opdracht is om heel
Gallia te onderwerpen. In
57 v. Chr. slaagt hij hierin. Overigens blijft het nooit lang rustig in deze Romeinse provincie: nog tot
52 v. Chr. komen de Gallische stammen steeds opnieuw in opstand, maar dan weet Caesar in een beslissende slag bij
Alesia de Gallische leider
Vercingetorix te verslaan en Gallië voorgoed in te lijven. Caesar maakt - zoals alle legergeneraals moesten doen - op een zeer ambtelijke en zakelijke wijze verslag op van zijn oorlogscampagne onder de titel
Commentarii de bello Gallico (
verslagen over de Gallische oorlog).
In
55 v. Chr. doet Caesar een poging tot een invasie van
Engeland met twee legioenen en een honderdtal schepen. Hij gaat aan land, maar ontmoet hevige weerstand. Diverse stormen teisteren de vloot, zodat de Romeinse cavalerie zich niet bij hem kan voegen. Na veel tegenslagen wordt de onderneming afgeblazen. Een tweede poging in het volgende jaar heeft meer succes. Caesar maakt verkenningstochten, komt tot waar nu Londen ligt, maar vertrekt weer, met familieleden van stamhoofden als gijzelaars in zijn gevolg. Toch beveelt hij de overwonnenen om schatting te blijven betalen,al is dat meer symbolisch om hen een overwonnen houding toe te kennen. Pas onder keizer
Claudius zullen de Romeinen terugkeren, nu om er enkele eeuwen te blijven.
In 49 v. Chr. helpt Caesar Cleopatra, koningin van Egypte de macht te behouden.
60-50 v. Chr, Binnenlandse politiek
Ondertussen is het politieke leven in Rome zeer woelig. De successen die Caesar in Gallia behaalt, worden met lede ogen bekeken door Pompeius en Crassus. Het
triumviraat dat Caesar was aangegaan valt uiteen door de dood van
Crassus (gesneuveld in Syrië) en de overstap van
Pompeius naar de senaatspartij. De politieke tegenstanders van Caesar trachten zijn macht te breken door gebruik te maken van zijn afwezigheid. Wanneer hij op
7 januari in het jaar
49 v. Chr. van de
Romeinse senaat de opdracht krijgt zijn trouwe leger af te danken, besluit Caesar de wapens op te nemen tegen zijn politieke concurrenten. Hij keert vanuit
Gallia met een eliteregiment (het dertiende
legioen) terug. Bij het oversteken van de noordelijke grensrivier met Italië, de
Rubicon, spreekt Caesar de beroemde woorden
alea iacta est uit ("de teerling (dobbelsteen) is geworpen"), daarmee aangevend dat er nu geen weg terug meer is. Hij trekt rechtstreeks naar
Rome, verjaagt er zijn tegenstanders en neemt de volledige politieke en militaire macht over. Dit is het begin van de Romeinse burgeroorlog (
49-
45 v. Chr.). Pompeius had echter geen leger om hem tegen te houden. Hij vlucht dus naar het oosten, waarop Caesar de achtervolging in zet. Pompeius wordt vermoord wanneer hij in Egypte voet aan wal zet.
Na enige tijd laat Caesar zich tot dictator voor het leven benoemen en maakt van het Romeinse rijk de facto weer een monarchie. Dit zet kwaad bloed: Rome had in haar ontstaansperiode zeven koningen gehad; ieder van deze koningen was van 'buitenlandse' afkomst, het waren voor de Romeinse bevolking 'vreemde heersers'. Hun despotisme (aanleiding om de republiek uit te roepen) was nog steeds een schrikbeeld.
Toelichting: in de Romeinse republiek was een dictator iets anders dan wat we hier tegenwoordig onder verstaan. In tijden van nood kon een veldheer door de senaat voor maximaal een half jaar met buitengewone volmachten aangesteld worden om het tij te keren. De dictator stond dan zelfs boven de beide consuls. Het betrof hier dus een officieel tijdelijk ambt. Dictator voor het leven was staatkundig iets nieuws (en een opmaat naar de moderne betekenis van het woord).
50-42 v. Chr.
Caesar ontpopt zich tegenover zijn onderdanen als een zeer gematigd en rechtvaardig staatsleider. Militair gezien blijft hij niet op zijn lauweren rusten: hij organiseert vanaf
48 v. Chr. tot ongeveer
45 v. Chr. nieuwe veldtochten in – achtereenvolgens -
Spanje,
Griekenland,
Egypte,
Azië en
Afrika, voornamelijk met het oog op het definitief uitschakelen van zijn uit
Rome gevluchte politieke tegenstanders.
Caesar's dood
Toch blijft Caesar ook in
Rome politieke tegenwind ondervinden. De leden van de senaatspartij zijn het niet eens met de reorganisatie van het staatsbestel (
dictatuur), omdat de laatste keer dat zij een koning hadden (
Tarquinius Superbus) hij de Romeinen alle rechten ontnam. Dus willen zij het Republikeinse staatsbestel behouden, hoewel dat oude systeem slecht berekend was op de gigantische omvang die het Rijk gekregen had. Op
15 maart, de
Ides van maart, volgens de overlevering had een waarzegster hem al onheil voorspeld voor deze dag, vindt er een aanslag op zijn leven plaats.
Als Caesar op 15 maart van het jaar 44 voor Christus het theater van Pompeius (de senaat komt hier samen, aangezien het senaatsgebouw door brand is verwoest) binnenkomt, staan alle senatoren op als teken van respect. Enkele mannen gaan achter de stoel van Caesar staan terwijl de rest naar hem toeloopt. Cimber trekt met beide handen de mantel van Caesars rug waarbij Caesar uitroept: " vanwaar dit geweld", waarna Casca zijn dolk trekt en Caesar in de nek probeert te steken. Caesar kan zich echter nog net omdraaien zodat hij alleen een ondiepe snee oploopt. Caesar steekt Casca echter met zijn griffel waarbij hij de arm van Casca doorboort. Geen van de senatoren en toeschouwers die dit zien durven iets te doen en allen deinzen geschrokken achteruit. Ze durven niet weg te rennen en ook niet te proberen Caesar te helpen. Vervolgens trekken alle samenzweerders hun wapens en duwen ze Caesar heen en weer terwijl ze hem met hun messen en zwaarden steek- en snijwonden toebrengen. Brutus steekt Caesar in zijn kruis. Als Caesar het gezicht van Brutus ziet, zijn vriend die hij altijd door en door had vertrouwd, roept hij in het Latijn Et tu Brute, tu quoque fili mi? (Ook gij, Brutus, mijn zoon?). Sommige bronnen beweren dat Caesar deze beroemde woorden in het Grieks sprak : και συ τεκνον ? (kai su, teknon?).
Hierna trekt hij zijn mantel over zijn hoofd en stort op de grond. De moordenaars rapen hem op en duwen hem tegen het standbeeld van zijn oude vijand Pompeius. Ze proberen hem zo vaak mogelijk te raken en lopen hierbij ook zelf verwondingen op. Uiteindelijk loopt Caesar 23 dolksteken op. Zo sterft Julius Caesar.
De historicus Jörg Meidenbauer verwijst het verhaal van de door Caesar uitgesproken zin voor zijn dood overigens naar het rijk der fabelen. Hij merkt op dat Suetonius en Cassius Dio expliciet melden dat Caesar stierf zonder een woord te zeggen.
Politiek na de dood van Caesar
Marcus Antonius.jpg]]
De moordenaars hadden echter een fout gemaakt: ze hadden
Marcus Antonius laten leven, omdat het volgens Brutus fout zou zijn geweest hem ook te doden; het was tenslotte alleen hun bedoeling te voorkomen dat Caesar koning werd. Marcus Antonius zette een wraakactie op touw om de moordenaars te straffen, maar die waren allen gevlucht voor de woede van het Romeinse volk dat bepaald niet blij was met de moord op Caesar. Brutus sloeg de hand aan zichzelf toen hij twee jaar later, in 42 v.Chr., door Marcus Antonius bij de stad
Philippi in
Griekenland verslagen was.
Caesar liet bijna al zijn rijkdommen na aan zijn achterneef en aangenomen zoon
Octavianus. Na nog een aantal jaren van burgeroorlogen wist Octavianus zijn meeste tegenstanders uit te schakelen en verleende de senaat hem in
27 v. Chr. de eretitel
Augustus (de verhevene). Verder kende de senaat Augustus een aantal bevoegdheden toe waardoor hij als keizer kon regeren en de rust in het rijk herstellen. Zo werd de jonge Octavianus de alleenheerser die Caesar had willen zijn en kreeg het Romeinse volk alsnog één grote almachtige leider. Na Octavianus volgden nog vele andere keizers.
Nalatenschap
Caesar hervormde de kalender, die nu naar hem de
Juliaanse kalender genoemd wordt. De nieuwe kalender, ingevoerd vanaf
1 januari 45 v. Chr., een bedenksel van de sterrenkundige
Sosigenes, was niet meer gebaseerd op de
cyclus van de
maan, maar volgde het
zonnejaar. Hij voerde als eerste de
schrikkeldag in.
Trivia
- De titels keizer en tsaar zijn aan Caesars naam ontleend. Dit komt doordat de Romeinen de C uitspraken zoals wij de K uitspreken en AE spraken zij uit als AI. De Romeinen zeiden dus eigenlijk Kaisar (zoals in het Duits nog altijd de uitspraak is), waarvan dan weer makkelijk in het Nederlands keizer te maken is. Caesar zelf is nochtans nooit keizer geweest, hij was wel uitgeroepen tot dictator voor het leven, in tegenstelling tot zijn adoptiezoon Octavianus. (het is dan ook van zijn adoptiezoon dat de naam Caesar is overgeleverd, daar deze na zijn adoptie zich Gaius Iulius Caesar liet noemen.)
- Van de keizersnede (sectio caesarea) beweert men dat zij die naam draagt omdat Caesar ermee zou zijn geboren, wat zeer onwaarschijnlijk wordt geacht, omdat zijn moeder zijn geboorte overleefde.
- Het Nederlandse woord bruut is afkomstig van de naam Brutus, zijn geadopteerde zoon en een van de moordenaars van Caesar. Vandaar: Et tu Brute? (Jij ook, Brutus? -of ook wel: Ook gij, Brutus?) al neemt men aan dat Caesar eerder Tu quoque fili? (Jij ook, zoon?) zou gezegd hebben, ook zeggen sommigen dat hij het in het Grieks zei: "Και συ, τεκνoν?" (Jij ook, mijn kind?)
- Andere beroemde uitspraken van Caesar zijn:
- Veni vidi vici (ik kwam, ik zag en ik overwon) - berichtje aan de Senaat om zijn snelle overwinning (drie dagen nadat hij de grens is overgestoken) in de slag van Zela op koning Pharnaces van Pontus, zoon van Mithridates VI, samen te vatten (47 v. Chr.).
- Alea iacta est (de teerling is geworpen) - deze uitspraak zou gemaakt zijn bij het oversteken van de Rubicon, maar is waarschijnlijk niet in het Latijn uitgesproken - Caesar citeerde de Griekse toneeldichter Menander.
- Aut Caesar aut nullus (ofwel Caesar, ofwel niemand) (de lijfspreuk van Cesare Borgia)
- Divide et impera (verdeel en heers), waarmee Caesar zijn strategieën en overwinningen bedoelde. Met verdeel bedoelde hij het volgende: Caesar liet soldaten, verkleed als andere Galliërs, lichte plunderingen verrichten bij Gallische stammen, waardoor deze niet meer als één groep tegenover Caesar stonden, maar als kleine groepjes. Caesar kon deze dan makkelijker overheersen (impera).
- In 1907 werd in het theater Thalia in Paramaribo door dilettanten een operette opgevoerd over het leven van Julius Caesar.Toneel1907.jpg
- Caesar komt als terugkerende "gastacteur" (in ietwat minder succesvolle vorm dan in het echte leven) voor in de beroemde stripboeken en tekenfilmserie Asterix.
- In 1999 schreef de Duitse onderzoeker Francesco Carotta een these, en beweerde dat Jezus wellicht Gaius Julius Caesar was.
- Caesar heeft tijdens zijn leven twee boeken geschreven te weten "Burgeroorlog" en "Oorlog in Gallie" welke bij veel boekhandels verkrijgbaar zijn.
Bronnen
Meidenbauer, J.,
Lexikon van de historische misverstanden (Nederlandse vertaling Amsterdam, 2005)
Externe links
- , Caesar en de Gallische goden, in Streven 64 (1997), pp. 313-323.
- , In de schaduw van Caesar. Hirtius' aanvulling op Oorlog in Gallië, in Hermeneus 69 (1997), pp. 184-192.
- , recensie van , Caesars Politik in Gallien, Bochum, 1998, in Mnemosyne 53 (2000), pp. 625-627. (Duits)
- , recensie van , Caesar in Gallië, Leuven, 2003, in Streven 71 (2004), pp. 667-668.
- , art. C. Julius Caesar, Livius.org, 2005. (Zéér uitgebreide biografie met veel vertalingen; Engels.)
1e eeuw v. Chr. | Gallische oudheid | Gens Iulia | Romein | Romeins dictator | Romeins militair | vermoord persoon | Romeins politicus | Romeins redenaar
يوليوس قيصر | Юлий Цезар | জুলিয়াস সিজার | Caius Julius Caesar | Julije Cezar | Juli Cèsar | Julius Caesar | Iŵl Cesar | Julius Cæsar | Julius Caesar | Ιούλιος Καίσαρας | Julius Caesar | Julio Cezaro | Julio César | Julius Caesar | Julio Zesar | Julius Caesar | Jules César | Iúil Caesar | Xulio César | יוליוס קיסר | Gaj Julije Cezar | Caius Julius Caesar | Julius Caesar | Julius Cezaro | Júlíus Caesar | Gaio Giulio Cesare | ガイウス・ユリウス・カエサル | იულიუს კეისარი | 율리우스 카이사르 | C. Iulius Caesar | Gaius Iulius Caesar | Julius Caesar | Julijus Cezaris | Jūlijs Cēzars | Јулиј Цезар | Gaius Julius Caesar | Julius Cæsar | Julius Cæsar | Gajusz Juliusz Cezar | Júlio César | Iulius Cezar | Юлий Цезарь | Caiu Giuliu Cesari | Gaj Julije Cezar | Julius Caesar | Julius Caesar | Gaj Julij Cezar | Гај Јулије Цезар | Julius Caesar | Julius Caesar | จูเลียส ซีซาร์ | Julius Caesar | Jül Sezar | Цезар Гай Юлій | 恺撒