article

Johan Huizinga (7 december 18721 februari 1945) was een Nederlands historicus. Zijn belangrijkste werken zijn Herfsttij der Middeleeuwen (1919), Erasmus (1924) en Homo Ludens (1938).

Algemeen


Huizinga werd geboren in Groningen. Zijn vader, Dirk Huizinga, was daar hoogleraar fysiologie. Zijn moeder, Jacoba Tonkens, stierf toen Johan 2 jaar oud was. In Groningen genoot Johan ook zijn middelbare scholing aan het stedelijk gymnasium. In 1891 schreef hij zich in aan de Groninger universiteit, waar hij vier jaar studeerde. Hij legde zich voornamelijk toe op de vergelijkende taalkunde. Hij werd een kenner van het Sanskriet. Na afloop van zijn studie startte Huizinga in Leipzig zijn promotieonderzoek, dat hij in 1897 afrondde. Zijn proefschrift betreft de rol van de vidusaka, een soort nar, in het oud-Indische toneel.

In de jaren daarna doceerde hij geschiedenis in verschillende Nederlandse plaatsen, om in 1905 terug te keren naar zijn geboortestad waar hij zich aan de universiteit verbond. In 1915 aanvaardde Huizinga de benoeming tot hoogleraar algemene geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Leiden. In Leiden zou Huizinga het boek schrijven waar hij wereldfaam mee verwierf, Herfsttij der Middeleeuwen. Dit boek verscheen in 1924 in het Duits en het Engels. Hiermee brak Huizinga internationaal door als historicus van naam. Op verzoek van een Amerikaanse uitgever schreef Huizinga een boek over Erasmus. Achteraf was hij zelf niet geheel gelukkig met het resultaat van zijn relatief beknopte studie, maar niettemin heeft zijn studie de belangstelling voor Erasmus aanzienlijk vergroot. Huizinga stierf op 1 februari 1945 in De Steeg na een korte ziekte. Ook een prestigieuze lezingen-cyclus van de Universiteit van Leiden heeft naar hem de naam "Huizinga-lezingen" gekregen.

Huizinga is de grondlegger van de Nederlandse cultuurgeschiedenis en gaf zijn naam aan het Huizinga Instituut voor cultuurgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam.

Prijzen


Boeken


  • 1897 - De Vidûsaka in het Indisch tooneel
  • 1912 - Uit de voorgeschiedenis van ons nationaal besef
  • 1913 - Over de betekenis van 1813 voor Nederland's geestelijke beschaving
  • 1914 - De geschiedenis der Groningse universiteit
  • 1918 - Mensch en menigte in Amerika
  • 1919 - Herfsttij der middeleeuwen
  • 1924 - Erasmus
  • 1927 - Leven en werk van Jan Veth
  • 1935 - In de schaduwen van morgen
  • 1937 - De wetenschap der geschiedenis
  • 1938 - Homo ludens, proeve eener bepaling van het spel-element der cultuur
  • 1941 - Nederland's beschaving in de zeventiende eeuw
  • 1945 - Geschonden wereld
  • 1948 - 1953 - Verzamelde werken
  • 1982 - Verspreide opstellen over de geschiedenis van Nederland

Herfsttij der Middeleeuwen (1919)

Aanvankelijk was het de bedoeling van Huizinga om een studie te schrijven over de schilder Jan van Eyck. Het werk groeide echter uit tot een diepborende visie op de late Middeleeuwen. De ondertitel van het boek luidt: Studie over de levens- en gedachtevormen der veertiende en vijftiende eeuw in Frankrijk en de Nederlanden. De slotzin van het eerste hoofdstuk geeft een markante weergave van het levensgevoel van de late Middeleeuwen:

''Het is een boze wereld. Het vuur van haat en geweld brandt hoog, het onrecht is machtig, de duivel dekt met zijn zwarte vlerken een duistere aarde. En spoedig wacht der menschheid het eind van alle dingen. Maar de menschheid bekeert zich niet; de Kerk strijdt, predikers en dichters klagen en vermanen vergeefs." (Verzameld Werk, deel III, pag 33)

De late Middeleeuwen vormen geen periode van verval of enkel de voorbode van de Renaissance, maar bezaten een eigen toon en kleur. Huizinga's werk is een klassieker geworden door zijn markante stijl en pregnante visie die vele studies heeft geïnspireerd. De kritiek erop heeft het belang van dit boek niet verminderd.

In de schaduwen van morgen (1935)

Een bekend boek van Huizinga is In de schaduwen van morgen uit 1935. In dit boek bood Huising een uitwerking van een voordracht die hij op 8 maart 1935 in Brussel had gehouden. Het boek heeft verschillende herdrukken beleefd. Het wordt tot op de dag van vandaag geciteerd en gelezen. Het boek geeft een analyse van de culturele en maatschappelijke situatie van de jaren voor de Tweede Wereldoorlog. Vooral de openingszin is bekend geworden:

Wij leven in een bezeten wereld. En wij weten het. Het zou voor niemand onverwacht komen, als de waanzin eensklaps uitbrak in een razernij, waaruit deze arme Europese mensheid achterbleef in verstomping en verdwazing, de motoren nog draaiende en de vlaggen nog wapperende, maar de geest geweken.

Het boek loopt ook vooruit op meer filosofische ontwikkelingen die niet direct gerelateerd zijn aan de bovengenoemde "razernij".

Het komende geleerde modewoord voor beschaafde kringen zal ongetwijfeld "existentieel" zijn. Ik zie het overal reeds opschieten. Het zal spoedig bij het groote publiek belanden. Wanneer men, om zijn lezer te overtuigen, dat men de dingen beter snapt dan zijn buurman, lang genoeg "dynamisch" heeft gezegd, zal het "existentieel" zijn. Het woord zal dienen om den geest te plechtiger te verzaken, een belijdenis van maling aan al wat weten en waarheid is.

Homo ludens (1938)

Het is bijna onmogelijk een werk van deze diepgang te karakteriseren in enkele losse woorden. Als men het desondanks toch zou willen proberen, zou men het kunnen doen met de zes woorden: "Het spel is een ernstige zaak". Dit, samen met zijn anti-materialistische en anti-fysicalistische filosofie verwoordt hij op de volgende wijze:

Men kan bijna al het abstracte loochenen: recht, schoonheid, waarheid, goedheid, geest, God. Men kan den ernst loochenen. Het spel niet. Maar met het spel erkent men, of men wil of niet, den geest. Want het spel is, wat ook zijn wezen zij, niet stof. Het doorbreekt, reeds in de dierenwereld, de grenzen van het physisch bestaande. Het is ten opzichte van een gedetermineerd gedachte wereld van louter krachtwerkingen in den volsten zin des woords een superabundans, een overtolligheid. Eerst door het instroomen van den geest, die de volstrekte gedetermineerdheid opheft, wordt de aanwezigheid van het spel mogelijk, denkbaar, begrijpelijk. Het bestaan van het spel bevestigt voortdurend, en in den hoogsten zin, het supralogisch karakter van onze situatie in den kosmos. De dieren kunnen spelen, dus zij zijn reeds meer dan mechanismen. Wij spelen, en weten, dat wij spelen, dus wij zijn meer dan enkel redelijke wezens, want het spel is onredelijk.

Externe links


Nederlands historicus | Groninger | Stad Groningen

Johan Huizinga | Johan Huizinga | Johan Huizinga | Johan Huizinga | ヨハン・ホイジンガ | Johan Huizinga | Johan Huizinga | Johan Huizinga | Хёйзинга, Йохан | 约翰·赫伊津哈

 

This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the "Johan Huizinga".

Home Pageartsbusinesscomputersgameshealthhospitalshomekids & teensnewsphysiciansrecreationreferenceregionalscienceshoppingsocietysportsworld