Johan Huizinga (7 december 1872 – 1 februari 1945) was een Nederlands historicus. Zijn belangrijkste werken zijn Herfsttij der Middeleeuwen (1919), Erasmus (1924) en Homo Ludens (1938).
In de jaren daarna doceerde hij geschiedenis in verschillende Nederlandse plaatsen, om in 1905 terug te keren naar zijn geboortestad waar hij zich aan de universiteit verbond. In 1915 aanvaardde Huizinga de benoeming tot hoogleraar algemene geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Leiden. In Leiden zou Huizinga het boek schrijven waar hij wereldfaam mee verwierf, Herfsttij der Middeleeuwen. Dit boek verscheen in 1924 in het Duits en het Engels. Hiermee brak Huizinga internationaal door als historicus van naam. Op verzoek van een Amerikaanse uitgever schreef Huizinga een boek over Erasmus. Achteraf was hij zelf niet geheel gelukkig met het resultaat van zijn relatief beknopte studie, maar niettemin heeft zijn studie de belangstelling voor Erasmus aanzienlijk vergroot. Huizinga stierf op 1 februari 1945 in De Steeg na een korte ziekte. Ook een prestigieuze lezingen-cyclus van de Universiteit van Leiden heeft naar hem de naam "Huizinga-lezingen" gekregen.
Huizinga is de grondlegger van de Nederlandse cultuurgeschiedenis en gaf zijn naam aan het Huizinga Instituut voor cultuurgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam.
Aanvankelijk was het de bedoeling van Huizinga om een studie te schrijven over de schilder Jan van Eyck. Het werk groeide echter uit tot een diepborende visie op de late Middeleeuwen. De ondertitel van het boek luidt: Studie over de levens- en gedachtevormen der veertiende en vijftiende eeuw in Frankrijk en de Nederlanden. De slotzin van het eerste hoofdstuk geeft een markante weergave van het levensgevoel van de late Middeleeuwen:
De late Middeleeuwen vormen geen periode van verval of enkel de voorbode van de Renaissance, maar bezaten een eigen toon en kleur. Huizinga's werk is een klassieker geworden door zijn markante stijl en pregnante visie die vele studies heeft geïnspireerd. De kritiek erop heeft het belang van dit boek niet verminderd.
Een bekend boek van Huizinga is In de schaduwen van morgen uit 1935. In dit boek bood Huising een uitwerking van een voordracht die hij op 8 maart 1935 in Brussel had gehouden. Het boek heeft verschillende herdrukken beleefd. Het wordt tot op de dag van vandaag geciteerd en gelezen. Het boek geeft een analyse van de culturele en maatschappelijke situatie van de jaren voor de Tweede Wereldoorlog. Vooral de openingszin is bekend geworden:
Het boek loopt ook vooruit op meer filosofische ontwikkelingen die niet direct gerelateerd zijn aan de bovengenoemde "razernij".
Het is bijna onmogelijk een werk van deze diepgang te karakteriseren in enkele losse woorden. Als men het desondanks toch zou willen proberen, zou men het kunnen doen met de zes woorden: "Het spel is een ernstige zaak". Dit, samen met zijn anti-materialistische en anti-fysicalistische filosofie verwoordt hij op de volgende wijze:
Nederlands historicus | Groninger | Stad Groningen
Johan Huizinga | Johan Huizinga | Johan Huizinga | Johan Huizinga | ヨハン・ホイジンガ | Johan Huizinga | Johan Huizinga | Johan Huizinga | Хёйзинга, Йохан | 约翰·赫伊津哈
This article is licensed under the GNU Free Documentation License.
It uses material from the
"Johan Huizinga".
Home Page • arts • business • computers • games • health • hospitals • home • kids & teens • news • physicians • recreation• reference • regional • science • shopping • society • sports • world