De islam (Arabisch: الإسلام al-islām) is een monotheïstische godsdienst en één van de drie Abrahamitische religies. Het Arabische woord islam betekent letterlijk overgave (aan God) of onderwerpingen wijst op het fundamentele religieuze principe dat een aanhanger van de islam (moslim) zich overgeeft aan Gods (Allahs) wil. Het heilige boek voor moslims is de Koran, waarvan zij geloven dat God de tekst via de aartsengel Gabriël aan de profeet Mohammed doorgaf. Het aantal moslims wordt wereldwijd geschat op zo'n 20 procent van de wereldbevolking oftewel ruim 1,2 miljard mensen.
Niet-moslims beschouwen de profeet Mohammed als de stichter van de islam, en zien hem als eerste moslim. Moslims kunnen het woord moslim echter in een bredere betekenis gebruiken, namelijk - zoals hierboven vermeld - iemand die zich aan God overgeeft. Volgens deze definitie waren bijvoorbeeld Adam en Abraham moslims.
Islamische_Länder.png, geelgroen is sjiitisch)]]
De Koran verwijst veelvuldig naar verhalen over de profeten, Jezus en Maria in de thora en de bijbel. Soms komt de boodschap overeen, maar qua stijl en inhoud zijn er aanzienlijke verschillen. Ook zijn verscheidene voorislamitische (heidense) elementen in de islam geïntegreerd zoals het heiligdom de Ka'aba en de rondgangen die daar omheen gemaakt worden tijdens de oemra en de hadj (tawaaf), elementen die volgens de islamitische traditie op Abraham teruggevoerd moeten worden. Mohammed wordt in de islam beschouwd als de laatste profeet die de geschiedenis van de doorlopende openbaring van Gods wil heeft afgesloten, hij is het zogenaamde "Zegel der Profeten". In totaal worden in de Koran 25 profeten genoemd, waaronder Adam, Abraham, Mozes en Jezus.
De koran stelt dat de term islam afkomstig is van God zelf:
De islam is voor moslims de vervolmaking van de monotheïstische religie van Allah. 'Allah' is Arabisch voor 'de God'. Vanwege het islamitische gebruik van deze Arabische term voor God zijn christenen wel eens in de veronderstelling dat hier een andere god in het geding zou zijn dan de God van de christenen, maar dat is in ieder geval niet uit het woord als zodanig op te maken. Vanuit het perspectief van de moslims is Allah het Arabische woord voor dezelfde God als die van de joden en de christenen. Arabischtalige christenen gebuiken ook Allah om hun god mee aan te duiden.
Het Arabische woord islam betekent "onderwerping" of "overgave" aan de wil van de enige echte God. Iemand die dit doet wordt een 'moslim' genoemd. Het woord moslim betekent 'gehoorzaam aan God'. Door buitenstaanders worden zij ook wel islamieten en soms ook wel mohammedanen genoemd, maar deze laatste benaming suggereert dat zij volgelingen zijn van Mohammed in plaats van God, iets dat iedere moslim zeer beslist zal afwijzen.
Koran betekent letterlijk 'oplezing', wat erop duidt dat het niet alleen een tekst is die bestudeerd moet worden, maar vooral moet worden gereciteerd. Koranrecitatie wordt dan ook als een bijzondere vorm van kunst gezien. Pas door een kundige recitatie komt de poëtische kwaliteit van de tekst tot uitdrukking. Overigens is het Arabisch een taal die zich bij uitstek leent voor poëzie en de dichtkunst staat in Arabisch sprekende landen op een hoog niveau. Grote dichters worden er als helden vereerd.
Andere namen voor de Koran zijn Foerqaan (openbaring), Kitaab (boek) en Moeshaf (boek, d.w.z. bladzijden in een kaft).
Uit de Koran en de Hadith werden de islamitische wetten samengesteld, de sharia. In de meeste islamitische landen geldt de sharia als basis van een deel van het recht. De meeste landen hebben overigens een gemengd rechtssysteem.
De inhoud van de Koran werd in het Arabisch geopenbaard en die taal is voor de islam dan ook de taal van de hemel (lughat al-sama). Men gelooft dat het Arabisch van God komt en dat deze hemelse taal niet goed genoeg in een aardse taal kan worden omgezet. Vertalingen van de Koran worden dan ook gezien als minderwaardig en onbetrouwbaar. Een probleem is dat tegenwoordig verreweg de meeste moslims geen Arabieren zijn en niet het Arabisch als moedertaal hebben, al is het wel zo dat ook veel niet-Arabische moslims Arabisch leren. Daarom wordt in de praktijk toch vaak een vertaling van de Koran gebruikt.
Een wetenschappelijke discipline zoals een 'schriftkritiek van de koran', in het Arabisch kalam genoemd, komt heden ten dage in de islam minder voor in vergelijking met het christendom. In sommige islamitisch orthodoxe landen is dit verboden en de sharia kan zo geïnterpreteerd worden dat het met de dood bestraft kan worden. Voor meer liberale moslims is schriftkritiek overigens bespreekbaar. In diverse islamitische landen waar een wat gematigder religieus klimaat heerst, zoals Egypte, wordt aan universiteiten (door enkelingen) schriftkritiek geleverd. Door het zeer reële gevaar om in eigen land vermoord te worden door extremisten zijn sommige moderne islamitische geleerden zoals Tariq Ramadan, Nasr Abu Zayd en Mohammed Arkoun naar het Westen uitgeweken.
Moslims geloven evenals veel christenen en joden in het bestaan van door God geschapen engelen, dienaren van God. De islam kent vier aartsengelen en miljoenen beschermengelen. Ook geloven moslims traditioneel dat naast elk mens twee engelen zitten: één aan de rechterkant die zijn goede daden en woorden noteert, de ander aan de linkerkant om zijn zonden op te schrijven. Verder kent de islam mannelijke en vrouwelijke geesten of geestelijke wezens, de djinn. Deze wezens spelen een grote rol in het dagelijks leven van aanhangers van de z.g. 'volksislam'. De Koran leert ook dat de duivel, Iblis of Sjaytaan, een djinn is, in tegenstelling tot de christenen die in de duivel een gevallen engel zien. Hoewel djinns andere wezens zijn dan mensen zitten ze volgens de islam in dezelfde positie als de mensen. Ze hebben de keus om God al of niet te volgen. Onder hen bestaan daarom dus ook moslims en niet-moslims. Net als in het christendom en jodendom geleerd wordt zijn de geestelijke wezens die God niet willen volgen bekend als kwade geesten of demonen.
Algemeen aanvaard is het geloof in de komst van een messiaanse figuur, al Mahdi ('de door God geleide'), die de wereld gerechtigheid zal brengen en terug zal voeren naar de ware islam. Maar omdat de Koran daarover zwijgt, en sommige van Mohammeds uitspraken daarover zoals opgetekend in de Hadith onbetrouwbaar worden gevonden, blijft de identiteit van deze figuur onderwerp van discussie binnen de islam. Op dit punt hebben de sjiieten en soennieten heel afwijkende opvattingen.
Het paradijs (djenna) wordt in de Koran beschreven als een plaats waar geen moeite, verdriet of vermoeidheid is en waar de rechtvaardigen het aangezicht van de Godheid mogen zien. De paradijsbewoners mogen liggen op zijden rustbanken aan de oevers van stromende rivieren, terwijl zij genieten van hemelse spijzen en dranken, die hen door jongelingen worden aangereikt. Donkerogige maagden (hoerris) staan voortdurend tot hun beschikking. Veel gelovigen vatten deze beschrijving letterlijk op. Moslimgeleerden benadrukken echter het allegorische karakter ervan. Zo zouden de bomen de goede daden symboliseren en de rivieren het geloof van de rechtvaardigen. Omdat de goede vrouwen van de rechtvaardigen ook in het paradijs komen moeten de hoerris, net als de spijzen en dranken, symbool staan voor geestelijke zegeningen. Overigens komt het begrip hoerris slechts tweemaal voor in verzen die in de vroegere periode (in Mekka) zijn geopenbaard. Veel vaker komt het neutrale zawjd voor, dat met partner vertaald kan worden. Vooral voor een feministische uitleg van de Koran is dit van belang.
Veel moslims kennen een sterke afhankelijkheid van het lot zoals God dat beschikt (insh'allah, zoals God het wil), zowel goed als kwaad. De islam leert hen echter alles te doen wat in hun vermogen ligt om het kwade af te wenden, en daarna pas op God te vertrouwen. Het gebruik van medicijnen ten tijde van ziekte is voor een moslim dan ook verplicht en hij moet niet op het lot vertrouwen zonder verder iets te ondernemen.
Moslims zien 'heil' en 'redding' als een zaak van de hele gemeenschap, de universele islam. Velen zeggen dan ook te streven naar het realiseren van één wereldomvattende islamitische staat. Leven in één moslimgemeenschap, de oemma, geleid door moslims die kennis hebben van Gods wil, zou mensen helpen de wil van Allah op te volgen.
De Koran geeft ook voorschriften omtrent het gebruik van voedsel. Voedsel kan halal (toegestaan) of haram (niet toegestaan) zijn. Veel van deze voorschriften komen overeen met de Torah, de boeken van Mozes. Zo is het eten van vlees afkomstig van tweehoevige dieren (bijvoorbeeld varkensvlees) verboden, maar in de Koran wordt ook het drinken van alcoholische dranken verboden.
Moslims houden hun gezamenlijke erediensten meestal in de moskee, maar op zich kan op iedere reine plek het verplichte gebed worden verricht. Bidden kan alleen geschieden in staat van rituele reinheid (wudu) en bestaat uit een serie buigingen en teraardewerpingen, waarbij onder meer uit de Koran wordt gereciteerd. Het gebed wordt afgesloten met een korte buiging van het hoofd naar rechts en naar links onder het uitspreken van as salaamoe `alaykoem wa rahmatullah (vrede zij met u en de genade van Allah), mogelijk om de engelen te groeten die de goede en slechte daden van de gelovige bijhouden of om het contact met de wereld om je heen te herstellen. Tijdens het gebed richt men zich naar de Ka'aba in Mekka. In het begin van Mohammeds profeetschap verrichtten de moslims hun gebeden in de richting van Jeruzalem, maar dit werd later tijdens zijn profeetschap veranderd naar Mekka.
Het hoogtepunt van de week ligt voor moslims op vrijdagmiddag, vergelijkbaar met de sjabbat voor joden en de zondag voor de christenen. Er wordt dan een preek (choetba) gehouden, gevolgd door het gezamenlijke gebed, dat dan twee gebedscycli omvat in plaats van vier.
De islam kent geen priesterschap, maar wel geestelijke zowel als politieke leiders, theologen en rechtsgeleerden. Bij soennitische moslims wordt geestelijk en politiek leiderschap niet gecombineerd, bij sjiieten wel. Een voorganger in de moskee (voor soennitische moslims) wordt imam (van het Arabische 'amma' = vooraan lopen) genoemd, bij sjiieten wordt de term ook gebruikt voor een belangrijk geestelijk leider. Andere religieuze titels zijn: sjeich (Soefileider), Alim (meervoud Ulama) (jurist/theoloog), ayatollah (sjiisme), moefti (juridisch adviseur) en kalief (hoofd van het kalifaat). Verder wordt een vernieuwer van het geloof een mujaddid genoemd en een strijder voor het geloof een mujahed. Een qadi tenslotte is een islamitisch rechter.
Het soennisme en het sjiisme verschillen niet zozeer op het gebied van elementaire geloofsleer en religieuze verplichtingen, maar wel op het gebied van niet-verplichte feesten, tradities en praktijken. Er worden verschillende versies van de Hadith gehanteerd. De twee stromingen zijn ontstaan ten gevolge van een conflict over de opvolging van Mohammed.
Naast soennisme en sjiisme bestaat er binnen beide stromingen een mystieke substroom, het soefisme.
Substromingen:
Substromingen:
Zie ook: Stromingen in de islam, Lijst van religies
De westerse invloed die tegen het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw de islamitische wereld heeft bereikt (als gevolg van het kolonialisme), heeft ook de beleving van de islam in veel landen veranderd.
Westerse seculiere waarden als democratie, de scheiding van kerk en staat, maar ook westers economisch imperialisme, racisme en later zionisme hebben een grote invloed op de bevolking. Eerst werd vooral een westers opgeleide elite beïnvloed door de westerse denkbeelden. De opkomst van deze denkbeelden en de slechte positie van de moslimbevolking leidde tot verwarring bij veel moslims.
Er waren zowel voor- als tegenstanders van deze westerse waarden. In eerste instantie probeerden de meesten de islam te verzoenen met de westerse waarden en argumenteerden bijvoorbeeld dat de islam altijd een sterk democratisch karakter had gehad. Anderen waren teleurgesteld over het feit dat sommige islamitische landen door westerse mogendheden overheerst werden. De westerse idealen bleken helemaal niet zo vanzelfsprekend omdat achterstelling van moslims in het bestuur van de landen toen nog algemeen voorkwam.
In hoofdlijnen kan de manier van reageren door moslims op de moderne, seculiere wereld, verdeeld worden in een fundamentalistische dan wel een meer liberale reactie.
Het moslimfundamentalisme wordt door analisten als Karen Armstrong als een in wezen moderne stroming beschouwd. Zij stelt dat dit fundamentalisme, net als het fundamentalisme binnen het christendom, gezien moet worden als een tegenreactie op het dwingende karakter van de secularisatie. De gelovigen die zich tot het fundamentalisme keren, zijn vaak teleurgesteld in het moderne experiment. Ook zijn zij bang dat de secularisatie er toe zal leiden dat zij niet meer hun geloof uit mogen oefenen. In het Midden-Oosten waren in de jaren 60 en 70 diverse seculiere leiders aan de macht (waaronder Nasser in Egypte, de Sjah in Iran, enz.), die het radicale geloof (soms) hardhandig onderdrukten. Daarnaast drong ook de seculiere westerse cultuur steeds verder door.
De Franse islamkenner Olivier Roy stelt dat de in westerse landen wonende moslimextremisten, vaak immigranten van de tweede generatie, zichzelf een identiteit aanmeten met een fundamentalistische vorm van de islam. Roy spreekt in dit geval wel van born again moslims.
De terroristische organisatie Al Qaida, verantwoordelijk voor de terroristische aanslagen van 11 september 2001, komt voort uit het wahabisme, de dominante stroming in Saoedi-Arabië aangevuld met denkbeelden van de hierboven genoemde Sayyid Qutb.
De stelling dat alleen liberalisering van de sharia zal leiden tot een onderscheid tussen de traditionele vorm en de 'echte' islam wordt door vele moslims weerlegd door te zeggen dat het fundamentalisme culturele interventie verwerpt. Fundamentalisten stellen bijvoorbeeld dat mannen en vrouwen door God gegeven rechten en plichten hebben die geen mens mag overtreden of betwisten. Discussie over de fundamenten is in deze visie dan weer uit den boze.
De afgelopen vijftig jaar vonden er interessante ontwikkelingen plaats op het gebied van herinterpretatie van de koran en vernieuwing van islamitische theologie, deels door klassiek geschoolde 'dissidente' islamgeleerden in de islamitische wereld, maar ook door islamitische geleerden die aan westerse universiteiten verbonden zijn. De belangrijkste vernieuwers van het islamitisch denken op dit moment zijn:
Mohammed Arkoun (Frankrijk), Reza Aslan (Iran/VS), Asef Bayat (Iran/Nederland), Asghar Ali Engineer (India), Farid Esack (Zuid-Arika), Khaled Abou el-Fadl (VS), Nurcholis Madjid (Indonesië), Ebrahim E.I. Moosa (Zuid-Afrika), Abdullahi Ahmed An-Na'im (Sudan/VS), Fazlur Rahman (Pakistan/VS), Tariq Ramadan, Ziauddin Sardar (Pakistan/Engeland), Abdulkarim Soroush (Iran), Nasr Hamid Abu Zayd (Egypte/Nederland)
Verschillende geleerden, zowel mannen als vrouwen, hebben deze stellingen op diverse manieren verder uitgewerkt en kwamen tot de conclusie dat de islam in wezen bijdraagt aan de gelijkwaardigheid van man en vrouw. Voorwaarde daarbij is, dat het emancipatoire karakter van de openbaring herkend wordt, en dat de koraninterpretatie ontdaan wordt van patriarchale denkbeelden, die veelal te maken hebben met voorislamitische traditionele opvattingen, die soms op de korantekst geprojecteerd worden. Verschillende vrouwen hebben een poging gewaagd om tot een herinterpretatie van de koran te komen die meer recht doet aan de gelijkwaardigheid van man en vrouw.
Islam | Islam | إسلام | Islam | İslam | Ислам | Іслам | Ислям | Sìlàmɛya | ইসলাম | Islam | Islam | Islam | Islám | Ислам | Islam | Islam | Islam | Ισλάμ | Islam | Islamo | Islam | Islam | Islam | اسلام | Islam | Islam | Islam | Ioslam | Ioslam | Islam | Hoʻomana Mohameka | אסלאם | इस्लाम धर्म | Islam | Iszlám | Islam | Islam | Islam | Islamo | Íslam | Islam | イスラム教 | musyjda | Islam | 이슬람교 | Îslam | Islam | Religio Islamica | Islam | Islamu | Islamas | Islāms | Ислам | Islam | Islam | Islam | Islam | اسلام | Islão | Islam | Ислам | Islam | Islam | Islam | Islam | Ислам | Islam | Islam | Uislamu | இஸ்லாம் | ศาสนาอิสลาม | Islam | İslam | Íslam | Іслам | اسلام | Hồi giáo | Islam | איסלאם | 伊斯兰教