De IJslander is een op IJsland gevonden kleine paardensoort, stevig, bestand tegen slechte weersomstandigheden en karig voedsel, en van nature een telganger.
Al meer dan 1000 jaar worden IJslandse paarden raszuiver gefokt. Sinds het jaar 930 na Chr. mogen er geen paarden geïmporteerd worden op IJsland. Op die manier is sindsdien de inbreng van 'vreemd bloed' in de fokkerij voorkomen. Zelfs in tijden van grote natuurrampen waarbij de paardenstapel op IJsland geminimaliseerd werd, is dit importverbod van kracht gebleven en heeft het ras zich op eigen kracht hersteld. Zo komt het dat het IJslandse paard een regelrechte afstammeling is van het Europese oerpaard: Equus Stenonsis. Deze paarden verspreidden zich in Scandinavië en Groot-Brittannië en kwamen uiteindelijk op IJsland terecht. Onze IJslanders stammen van deze paarden af. De IJslandse boeren hebben hun paarden raszuiver doorgefokt, maar ook op het continent van Europa en in de Verenigde Staten zijn er mensen die dit oeroude ras zuiver willen behouden en verbeteren.
Het hoofd van de IJslander kan variëren tussen heel edel en heel groot. De hals is kort en dik. Het lichaam is gedrongen. De benen en de hoeven zijn heel sterk. Het behang (beenbeharing) hoort overvloedig aanwezig te zijn. Het gezichts- en oriëntatievermogen is goed ontwikkeld. De stokmaat (schofthoogte) varieert van 1,30 tot 1,45 meter.
De IJslander is eeuwenlang gebruikt als rijpaard en als pakpaard, onder andere voor het vervoer van de post, voor het bijeendrijven van schapen en als vervoermiddel voor de mens, maar ook - recenter - als sportpaard bij gangenwedstrijden en races. Op het Europese vasteland zijn veel van de IJslandse mogelijkheden overgenomen en elementen zijn toegevoegd. In Europa worden gangenwedstrijden gereden. Ook wordt er gereden met handpaarden en worden afstandsritten gemaakt. De IJslanders worden ook ingespannen voor de wagen en voor de slee. Hoewel er beslist vele rassen zijn die er meer talent voor hebben, kun je met een IJslander best eens een sprongetje wagen en het rijden van dressuur blijft de basis voor het rijden van de gangen en het beheersen van het paard in het algemeen. De IJslander is een zeer leergierige pony. Ze zijn heel vriendelijk, maar ook heel eigenwijs. De hulpen kunnen het best met de stem gegeven worden, omdat deze pony’s hier beter op reageren dan op de gebruikelijke hulpen. De IJslander is in staat om van verre de weg naar huis terug te vinden.
Het zal niemand verbazen dat een IJslander net als ieder ander paard in de drie basisgangen stap, draf en galop kan gaan. Interessanter wordt het als je ontdekt dat een IJslander zich in vier en soms vijf verschillende gangen kan voortbewegen. Deze extra gangen heten tölt en telgang. Het zijn natuurlijke gangen die veulens van enkele uren oud al tonen. De IJslander is niet het enige ras dat over deze extra gangen beschikt. Vele paarden van allerlei min of meer bekende rassen bewegen zich voort in tölt en telgang. Bij IJslanders is alleen de snelle telgang, de rentelgang, gewenst. De langzame variant wordt niet gewaardeerd en wordt vaak met schweinepass aangeduid. De gangenaanleg verschilt per paard. Er wordt gesproken van vier- of vijfgangers en natuurtölters. Viergangers zijn paarden die naast de stap, draf en galop ook kunnen tölten. Deze paarden hebben vaak de draf als voorkeursgang. Vijfgangers zijn paarden die naast de andere gangen ook over telgangaanleg beschikken. Echter, niet elk paard heeft het temperament om goed te kunnen rentelgangen. Natuurtölters zijn paarden die zo gemakkelijk in tölt lopen, dat deze gang ook voor beginnende ruiters makkelijk te rijden is.
Telgang zien we niet alleen bij IJslanders, maar ook bij andere dieren. Zo loopt een hond aan de lijn vaak in telgang, kamelen en dromedarissen gaan uitsluitend in telgang en hetzelfde geldt voor giraffen. In tegenstelling tot de draf wordt niet het diagonale maar het laterale benenpaar gelijktijdig opgetild. Hierdoor ontstaat voor de ruiter een heen en weer schommelende beweging. Telgang in een langzaam tempo heeft de naam 'Schweinepass' en wordt niet gewaardeerd. Alleen de echte rentelgang, waarbij hoge snelheden worden gehaald, wordt als een positieve eigenschap beschouwd. Op wedstrijden worden telgangrennen gehouden over 150 en 250 meter. Het record op 250 m staat op 21,4 seconden. Ter vergelijking: het galoprecord over 250 m is 17,3 seconden. De snelste hengst aller tijden in rentelgang is: Trausti van Hall. Tijd op 250 meter: 21,7 seconden. De kwaliteit van de gangen van een IJslands paard hangt af van de erfelijke aanleg, de bouw en de training. Sommige IJslanders hebben duidelijk meer 'laterale aanleg' dan andere: er zijn IJslanders die uit zichzelf niet in draf gaan maar alleen in tölt (natuurtölers genoemd) of, vaak minder gewenst, alleen in een langzame telgang. Met behulp van bepaalde trainingsmethoden of hulpmiddelen kunnen de gangen die het paard niet vanzelf aanbiedt, vaak alsnog ontwikkeld worden. Helaas blijven er dan altijd nog enkele paarden over die de IJslandse gangen niet beheersen. Deze dieren worden voor de fokkerij zo veel mogelijk uitgesloten, want de specifieke IJslandse gangen willen we in dit ras behouden. Juist de IJslandse gangen geven immers een extra dimensie aan het houden en rijden van IJslandse paarden.
Binnen het ras zijn alle kleuren vertegenwoordigd, bont dus ook. Witte aftekeningen zijn toegestaan. Binnen de IJslanderpopulatie zien we ook kleuren die niet bij de paarden van het Europese vasteland voorkomen zoals; zilverappel, isabel en wildkleur.
Islandsk hest | Isländer (Pferd) | Icelandic horse | Islanninhevonen | Cheval islandais | Íslenski hesturinn | Islandshest | Islandshäst
This article is licensed under the GNU Free Documentation License.
It uses material from the
"IJslander (paard)".
Home Page • arts • business • computers • games • health • hospitals • home • kids & teens • news • physicians • recreation• reference • regional • science • shopping • society • sports • world