Volgens de oude Grieken werd de gemoedstoestand van mensen bepaald door het (on)evenwicht tussen vier lichaamssappen of, in het Latijn, humores: bloed (sanguis), gele gal (cholè), zwarte gal (melancholè) en slijm (phlegma of flegma).
Al naar gelang de overheersende humor, werden mensen grofweg ingedeeld in vier temperamenten: sanguinisch (overheersende hoeveelheid bloed), cholerisch (gele gal), melancholisch (zwarte gal) en flegmatisch. Ook aandoeningen werden toegeschreven aan een teveel of tekort aan bepaalde sappen.
Het idee van de vier sappen werd door Hippocrates ontwikkeld, en door Galenus verder uitgebouwd. Het bleef overeind tijdens de gehele middeleeuwen en lang daarna, en werd pas halverwege de negentiende eeuw definitief weerlegd.
Ook menstruatie werd verklaard als de natuurlijke manier van het vrouwelijk lichaam om zich van overtollig bloed en slijm te ontdoen.
Humoralpatologi | Humoralpathologie | Four humours | Los cuatro humores | ארבע הליחות | 사체액설 | Teoria humoral | Humoralpatologi