Iemand wordt hoogbegaafd genoemd als die een hoge score (bij de 2...2,5% besten; bij 2x standaarddeviatie ) behaalt op een begaafdheidsproef (intelligentietest). Zwakbegaafdheid ligt aan de andere kant van het gemiddelde, dus bij de 2...2,5 % zwakst-scorenden.
Definitie
De meest gebruikelijke (beperkte) definitie is die waarbij hoogbegaafdheid is wat gemeten wordt bij een intelligentietest, dus waarbij 'begaafdheid' en
intelligentie hetzelfde zijn.
Soms wordt een ruimere definitie van hoogbegaafdheid gebruikt waaronder ook zaken vallen als: emotionele intelligentie, sociale intelligentie, motorische intelligentie en artistieke intelligentie. Mensen als Johan Cruyff zijn in die contekst dan ook 'hoogbegaafd'. Volgens eenzelfde ruime definitie zou iemand tegelijkertijd hoogbegaafd als zwakbegaafd kunnen zijn.
Vuistregel
In het onderwijs wordt wel eens de eenvoudige vuistregel als indicatie voor hoogbegaafdheid gehanteerd: goed (nederlands) kunnen
lezen voor het leesonderricht start op 6 jarige leeftijd in groep 3. Kanttekeningen hierbij zijn dat er nog geen betrouwbare begaafdheidsmetingen zijn voor kinderen onder de 8 jaar. Bovendien worden met deze vuistregel intelligente
dyslectici en anders- en meer-taligen fout beoordeeld.
Intelligentietest
Hoogbegaafdheid wordt dus bij voorkeur gemeten met een volgens wetenschappelijke criteria opgestelde
intelligentietest. En al naar gelang het soort test waarmee gemeten wordt, is dat dus een
IQ van meer dan 130, 136, 140, of 142.
Relatief
Er zijn allerlei relativerende opmerkingen te maken over intelligentietests. Zoals:
- de uitslag is erg afhankelijk van welke soort intelligentie precies gemeten wordt (verbaal, abstract, etc), en welke test gebruikt wordt.
- De ene test geeft een andere score dan een andere test.
- Als je vaker getest wordt scoor je hoger doordat je leert van de tests en de manier van vragen.
- Zoals elke test is de uitslag erg afhankelijk van de geestelijke en fysieke situatie van de testpersoon tijdens de test. Uitgerust zijn en zonder zorgen zorgt voor een hogere score.
- Een week later, of 10 jaar later kun je met eenzelfde test ook alweer een andere score hebben etc.
- Bij intelligentiemeting maakt men steeds de vergelijking met de normgroep (meestal van dezelfde, leeftijd, geslacht, ras en taalgroep). Een bepaalde ruwe score op een intelligentietest zal voor een 10-jarige misschien hoogst uitzonderlijk begaafd zijn, terwijl eenzelfde score voor een volwassene maar goed tot middelmatig is.
Hoogbegaafdheid en intelligentie
Als men het begrip hoogbegaafdheid wil uitbreiden tot andere gebieden dan de intelligentie kun je beter spreken van
getalenteerd op een bepaald gebied. Zo zijn sommige musici, profvoetballers, dichters, uitzonderlijk knap op hun gebied, maar niet noodzakelijk hoogbegaafd in de meest gebruikelijke zin van het woord.
Het verschil tussen hoogbegaafd en hoogintelligent is:
- hoogintelligent = de mogelijkheden in principe in je hebben.
- Hoogbegaafd = deze mogelijkheden waar kunnen maken op een zodanige wijze dat de betreffende persoon er zelf ook een goed gevoel bij heeft. In het laatste geval speelt het vermogen zichzelf te kunnen zijn bij zichzelf (i.p.v. het willen voldoen aan het plaatje dat de 'buitenwereld' van hen heeft of het plaatje waarvan de betreffende persoon denkt dat de 'buitenwereld' die heeft) een belangrijke rol.
Asynchrone ontwikkeling
Vrijwel altijd is er sprake van een
asynchrone ontwikkeling, dat wil zeggen dat iemand op één of enkele begaafdheidsgebieden (hoog)begaafd is en op andere gebieden lager scoort. Voorbeeld; de bekende wiskunde knobbel of als er sommige beslist getalenteerde sportmensen op TV geïnterviewd worden is al snel duidelijk dat hun begaafdheid zich beperkt tot hun sport.
Da Vinci was niet hoogbegaafd op sportgebied en
Johan Cruyff is geen begaafd musicus.
Geschiedenis
Het boekje "Het drama van het begaafde kind" wierp in de zeventiger jaren van de
20e eeuw een geheel nieuw licht op het begrip
begaafd. Volgens de auteur
Alice Miller zijn begaafde mensen, in tegenstelling tot de meesten, zeer gevoelig voor de belangen en drijfveren van hun omgeving, en neigen zij ernaar, omdat ze alles toch al begrijpen, belangen te verbinden, vaak ten koste van zichzelf (in het bijzonder als kind in een thuissituatie).
Oorzaken
Zoals de meeste menselijke kenmerken is intelligentie een kwestie van
Nature and nurture oftewel van
genen /
erfelijkheid en van
opvoeding en
onderwijs; met een overheersende erfelijke component, geschat wordt dat 80 a 90% erfelijk is.
Ontdekking
Doordat intelligentie in hoge mate erfelijk bepaald is wordt het ook voorspelbaar. Begaafdheid wordt gemeten met IQ-tests. Die zijn erg afhankelijk van het taalvermogen, het zijn vaak schriftelijke meerkeuze toetsen, waarvoor het nodig is dat je de toets begrijpt en dus kunt lezen en schrijven. Omdat dit op jonge leeftijd nog erg in ontwikkeling is, is een betrouwbare meting niet mogelijk voor de leeftijd van 8 jaar. Op het ogenblik wordt er in het hele onderwijs niet systematisch naar
hoogbegaafdheid gezocht.
Het is dus niet abnormaal dat hoogbegaafdheid niet altijd opgemerkt wordt op de basisschool. Mogelijk loopt hij of zij wel voor op het niveau van de gemiddelde leerling en kan mogelijk beter rekenen of heeft een hoger AVI leesniveau. Veel hoogbegaafden en hun ouders willen ook niet "te koop" lopen met hun uitzonderingspositie, en zorgen ervoor niet te zeer op te vallen. Zij gaan hun prestaties aanpassen aan hun omgeving (verlagen); dit wordt "onderpresteren" genoemd. Hierdoor haalt ook de citotoets aan het eind van de basisschool de hoge begaafdheid er niet altijd uit. Dat is namelijk ook niet het doel van deze toets.
Gevolgen
Hoogbegaafden zijn, op hun terrein van begaafdheid, vaak de beste van hun groep of klas. Als alles goed gaat doorlopen ze het traject;
Basisschool ,
Gymnasium /
VWO, of
humaniora,
Universiteit,
Promotie, hoogbetaalde
Baan. Ze doen iets sneller, of met minder fouten dan hun referentiegroep. Ze hebben de luxe hun problemen sneller te kunnen oplossen, zodat ze tijd en energie vrij hebben voor wat ze echt graag doen of zinvol vinden. Ook zonder op te vallen of prijzen te halen kunnen ze heel wat realiseren voor zichzelf en de maatschappij. Hoge begaafdheid kan leiden tot uitzonderlijke prestaties. In principe is het een positief iets. Ze zullen wedstrijden winnen, toegelaten worden op scholen van hun keuze, mensen zullen naar hen opkijken en hen toejuichen. Ze zullen het middelpunt van de belangstelling zijn. Het kan leiden tot een hoge
eigenwaarde, soms wordt dit ook
arrogant genoemd. Het kan ook
afgunst wekken bij anderen, waardoor een hoogbegaafde zich soms minder begaafd voor gaat doen dan hij is om maar niet gepest of andersinds negatief bedeeld te worden.
Tempoverschillen
Een echt hoogbegaafde leerling zou in staat moeten zijn om op zijn begaafdheidsgebied bijvoorbeeld in het dubbele tempo te werken en een flinke voorsprong te nemen op de gemiddelde leerling. Het grotendeels klassikaal georganiseerde basisonderwijs en vervolgonderwijs heeft er belang bij dat iedereen in het zelfde tempo werkt. Hier ligt dus een uitdaging / probleem. Hier kan op verschillende manieren mee omgegaan worden. In de basisschool zit de hoogbegaafde naast de zwakbegaafde en wordt geacht in hetzelfde tempo te werken. De hoogbegaafde doet daarom in de klas vaak andere dingen, zoals de orde verstoren, of dagdromen. Net als overigens de zwakbegaafde en misschien zelfs samen. De problematiek is sterk vergelijkbaar.
Doel en gevoel
Ouders en omgeving (school) proberen hoogbegaafden vaak af te remmen omdat men bang is dat het kind te hard werkt, "te weinig kind is", niet aan sport doet, een
nerd wordt, geen vriendjes heeft en anders gepest wordt. Hoogbegaafdheid vindt men vaak bijna net zo erg als
ADHD of een of andere enge ziekte. Men wil graag een gemiddeld kind. Dat is ook voor de school het makkelijkst.
Aanpak door de school
De meeste scholen hebben geen vaste aanpak voor hoogbegaafden. Het verschilt erg per docent. In eerste instantie probeert men het probleem te ontkennen en het kind in het klassikale tempo en kader te dwingen. Het lukt vaak het kind langzamer te laten werken. Ook worden kinderen vaak perfectionisten; ze willen altijd 9-ens en 10-en halen en halen dat ook.
- Mogelijkheden waar aan gedacht kan worden om deze kinderen toch in hun leergierigheid, begaafdheid, nieuwsgierigheid en creativiteit tegemoet te komen zouden kunnen zijn: Het aanbieden van verdiepende (ontdekken van de materie onder de materie, dat is wat de hb-er uiteindelijk vaak graag wil) leerstof en het aanbieden van verrijkende (het verbreden van de horizon, kijk om je heen en zie, hoor, ruik....) leerstof. Met name gericht op de interessegebieden van het betreffende kind. Beiden zijn uitstekend toe te passen binnen verschillende onderwijsmethoden. Toetsing is ook belangrijk, school is immers om te leren en niet om alleen maar uit je neus te eten of een feestje te bouwen (in je eentje). Een spreekbeurt, een werkstuk, maar ook een knutselwerkstuk, informatie-poster of collage zijn prima middelen om de extra stof te laten uitwerken. Extra werk geven; extra taken en/of verantwoordelijkheden. Verrijking, verdieping / verbreding van de leerstof wordt dat genoemd.
- Betrekken bij het lesgeven zelf, wat zeer verrijkend en zelf-relativerend kan zijn (bijvoorbeeld traaglerenden helpen en coachen). Dat gebeurt niet altijd, want klassikaal onderwijs is daar eigenlijk niet echt op ontworpen. Hierdoor wordt de leerling mogelijk al vertraagt tot het groepstempo.
- Binnen de klassen verschillende groepen met verschillende stof en tempo laten werken.
- Individueel laten werken in eigen tempo; Montessorionderwijs of bijvoorbeeld via profielwerkstukken en het studiehuis.
- Lesmateriaal van hogere groepen ter beschikking stellen. Dats is de aanbevolen aanpak binnen het Montessorionderwijs.
- Op de grotere bassisscholen kunnen parallel-klassen ook een verschillend niveau hebben. Vaak probeert men de parralel klassen echter gelijk te laten lopen en verdeeld men de "probleemgevallen" over de verschillende klassen.
- Vooruit werken De leerstof voor de volgende jaren eerder aan het kind aanbieden. Het kind blijft dan in dezelfde klas / (leeftijds)groep maar leert alvast de stof van de volgende leerjaren.
- Laten meelopen met hogere groepen of klassen.
- Versnellen; vervroegd doorstromen naar hogere groepen, klassen of niveaus. Dus het kind naar de nieuwe leerstof brengen. Tussen pedagogen voert men discussie of het overslaan van één of meer leerjaren dan een goede maatregel is om hoogbegaafdheid op te vangen. Want het probleem wordt zo slechts tijdelijk opgelost; na verloop van tijd lopen ze weer voor. In principe is het intellectueel geen probleem, maar de persoonlijkheidsontwikkeling is meer dan "leerstof verwerken". Deze leerlingen komen dan als 10 jarigen op het VWO en als 15-16 jarigen aan de universiteit, tussen de 18 a 22 jarigen. De omgeving is hier niet bekend mee en denkt soms dat dit een probleem wordt. Ze hebben opmerkingen als: "Ze zijn ze misschien vergeten kind te zijn." Ze hebben het idee heerst dat het kind het gelukkigst is tussen leeftijdsgenoten. Deze emotionele verschuiving hoeft overigens niet dramatisch te zijn. Een hoogbegaafd kind is niet per defenitie sociaal onaanpassend. Iemand die snel door leerstof heengaat kan wellicht ook snel door zijn jeugd heen. Dergelijke dingen kunnen per kind bekeken worden.
- Vervroegd doorstromen naar het voortgezet onderwijs;
- In Vlaanderen bestaat de mogelijkheid om via een examencommissie in het basisonderwijs vervroegd door te stromen naar het secundair onderwijs.
- In Nederland zou vervroegd doorstromen naar het voortgezet onderwijs ook wel moeten kunnen, maar dan uiteraard in overleg met de ontvangende school, de ouders en mogelijk de leerplichtambtenaar. Dit is waarschijnlijk niet in procedures vastgelegd en is ad hoc beleid; ter onderhandeling. Het initiatief zou van de ouders uit moeten gaan.
- Kangoeroeklassen; plusklassen, snelle leerlingen bij elkaar zetten en in eigen tempo les geven. Waar de leerstof van meerdere jaren in één schooljaar wordt aangebracht. Een oplossing in gebruik op MBO-scholen, maar in principe ook geschikt voor het Basisonderwijs.
- Particulier onderwijs; Luzac bijvoorbeeld biedt de mogelijheid om verschillende leerjaren in een studiejaar te doen. Dit is een oplossing voor het voortgezet onderwijs.
Reactie door de hoogbegaafde leerling
Hoogbegaafdheid komt niet veel voor en bovendien weten de meeste hoogbegaafden het goed te verbergen waardoor hoogbegaafde mensen (en kinderen) een uitzondering zijn. Kinderen en ouders begrijpen de situatie vaak niet. Ze beschouwen zichzelf als normaal en begrijpen niet waarom anderen hen niet kunnen volgen. Daar moeten zij en hun omgeving mee leren omgaan. En dat gaat niet altijd (direct) goed.
De meeste mensen voelen zich het prettigs in een groep. Je hoort ook wel; "de mens is een kuddedier". De hoogbegaafden zitten aan de rand van de groep en dat is voor hen een onprettige situatie. Zij zullen daarom proberen de situatie te veranderen door zich te conformeren aan de groep of door bijvoorbeeld de groep in hun richting te veranderen of door geheel zelfstandig hun eigen weg te gaan of door te proberen een nieuwe groep te vinden die beter bij hen past.
Hoogbegaafdheid wordt niet altijd direct herkend waardoor ze beneden hun niveau worden aangesproken. Ze voelen zich vaak kinderachtig behandeld en ongelukkig. De meeste hoogbegaafden zijn gelukkig begaafd genoeg om dat zelf op te vangen en andere uitdagingen te zoeken. Anderen hebben problemen als ze zich moeten aanpassen aan een gemiddelde. Bijvoorbeeld als er groepsgewijs wordt lesgegeven in bijvoorbeeld het basisonderwijs. Het probleem is bijvoorbeeld dat ze iets geleerd krijgen wat ze al beheersen, zodat ze het nut er niet van inzien, ze zien het als tijdverspilling en proberen de situatie aan te passen; dit wordt niet altijd gewaardeerd door hun omgeving. Een conflict dreigt.
De (negatieve) situatie leidt tot een vecht- of vluchtreactie. De volgende reacties worden genoemd:
vluchten
- psycho-somatische klachten: ziek worden; uitslag krijgen, allergische reacties, buikpijn hebben(etc. etc.)
- Spijbelen, schooluitval, criminaliteit.
- Vluchten in autistisch gedrag, drugs en alcohol.
- Het verbergen van hun bijzondere kwaliteiten; toneel, bijvoorbeeld door aangepast (simpel) taalgebruik, gedrag en prestaties. Onderpresteren; komt veel voor, waarschijnlijk de meest gebruikelijke ontwijkingsvorm.
vechten
- Andere leerlingen, of de docent proberen te betrekken in hun eigen bezigheden; zoals vragen stellen, antwoorden voorzeggen. Afhouden van hun werk. Pesten. Wordt ook wel foutief getypeerd als druk, agressie, arrogant, onbeschoft of Asperger Syndroom.
- Perfectionistisch gedrag; goed hun best doen en hoge cijfers halen.
- Helpen van andere leerlingen waardoor het minder saai wordt. Voorzeggen tijdens toetsen, werkstukken voor hen maken (voor geld) etc.
nieuwe groep zoeken
- Tijdens de les met andere zaken bezig zijn. SMS-en, kletsen, lezen. Vergeet niet dat een kind emotioneel toch altijd een kind van zijn/haar leeftijd is! (ook als het kind zogezegd sociaal/emotioneel 'voorloopt').
- Men gaat op zoek naar (verkeerde) vrienden waar men wel aansluiting bij heeft. Dat hoeven geen klasgenoten te zijn. Men zoekt een nieuwe uitdaging.
- Ontwikkeling van buitenschoolse activiteiten zoals hobby of sport en die wel interessant zijn, schaken of voetbal bijvoorbeeld.
Gedragsanalyse
Hoogbegaafden vallen soms toch op door hun afwijkende gedrag. Daardoor worden ze vaker getest en komen ook andere zaken vaker naar voren, maar dat zegt nog weinig over het oorzakelijke verband. Hoogbegaafden proberen de situatie te veranderen en ontwijken en vertonen kenmerken van
ADHD en
autisme. Soms hebben ze dat ook echt. Een bekend hoogbegaafde filmpersoonlijkheid met autisme was
Rainman. Over het algemeen neemt men echter aan dat er geen verband is en dat autisme en ADHD zowel bij hoogbegaafden, middelmatig begaafden en ook bij zwakbegaafden voorkomt. Mogelijk kunnen deze personen wel proberen hun handicap te compenseren, waardoor of doordat zij op andere gebieden vooruit lopen, bijvoorbeeld meer abstract-visueel redeneren.
Bij en door sommige handicaps of stoornissen als
autisme,
allergie,
ADHD en
dyslexie valt hoogbegaafdheid niet zo op omdat het door die zaken verborgen blijft. Deze personen zijn heel handig in het compenseren van hun handicap. Mede daardoor valt ook hun handicap minder op. Dit betekent echter niet dat deze personen minder hinder ondervinden van hun handicap. Eerder meer daar hun omgeving minder goed kan begrijpen dat hij/zij een handicap heeft. De handicap is immers niet te zien. Het valt alleen door ander afwijkend gedrag op waardoor zij wel als zonderling worden gezien. "Gewoon raar", omdat zij verder toch een heleboel kunnen. Dit kost de betreffende personen echter veel energie.
Bij andere problemen als pesten, depressie, Asperger Syndroom vindt men ook soms hoogbegaafdheid. Het is echter onwetenschappelijk die problemen aan de hoogbegaafdheid te wijten. Depressie bijvoorbeeld komt in alle begaafdheidsniveaus voor, waarom zou een enkele hoogbegaafde daar dan aan ontsnappen. Ditzelfde geldt voor pesten, maar het slecht in de groep liggen als gevolg van de hoogbegaafdheid kan wel een oorzaak zijn van gepest worden. Sommige hoogbegaafde kinderen gaan ook uit verveling wel eens over tot pesten. Pesten is echter evenzeer iets van alle begaafdheidsniveaus. Ook probeert men zich te verdedigen of preventief al door terug te pesten en verbaal of fysiek geweld toe te passen. Een goede klap voorkomt veel pestgedrag, dat ontdekken ze snel.
Wat doen de ouders
Omdat hoogbegaafdheid gedeeltelijk erfelijk is zullen veel ouders gedeelten van de situatie wel herkennen. Zij hebben dus kennis van oplossingsmogelijkheden en zullen die toepassen. Deze mogelijkheden zijn:
- De mogelijkheid geven zich te ontwikkelen door lidmaatschappen van sportverenigingen, clubs, het volgen van naschoolse lessen als Deeltijds kunstonderwijs, een extra vreemde taal,
- Lidmaatschappen van "bibliotheken".
- Het ter beschikking stellen van spelcomputers, computerfaciliteiten en communicatieapparatuur.
Overigen
- (Sport)verenigingen laten hun sportief hoger begaafden in aparte competities spelen en in aparte teams. Vaak zijn er hele "scouting" programma's om hoger begaafden op te sporen. Het doel is hier om in te spelen op, en juist gebruik te maken van, de hoge begaafdheid; in eerste instantie in het belang van de vereniging, maar in tweede instantie ook in het belang van de betrokkene.
- Ook werkgevers scouten bewust op universiteiten naar hoger begaafden; uiteraard gedreven door eigen belang.
Voortgezet onderwijs
Na het
basisonderwijs is het probleem grotendeels opgelost omdat de kinderen verschillende wegen uitgaan. Hoogbegaafden kunnen dan terecht bij het
vwo /gymnasium (Nederland) of in de
humaniora (Vlaanderen). Eventueel
tweetalig,
kunst-,
cultuur- en
sportklassen. Sommige
ASO-scholen voorzien afzonderlijke startklassen of -lesuren voor hoogbegaafden.
Omdat maar ongeveer 20% van de leerlingen van de basisschool naar het VWO of Gymnasium gaat zal op de VWO's en de vergelijkbare (vlaamse) scholen ongeveer 10% hoogbegaafd zijn.
En daarna zijn de mogelijkheden nog beter met gespecialiseerde scholen en (buitenlandse) universitaire studies, conservatoria, kunstacademie, sportacademie, etcetera.
De dyslectici en allochtonen onder de hoogbegaafden die ook niet altijd op het VWO terecht gekomen zijn, gaan zich nu zeker vervelen en uitvallen.
Het komt voor dat hoogbegaafden hun huiswerk niet maken en hun proefwerken niet voorbereiden omdat ze niet gewend zijn aan hard werken/studeren (hoe doe je dat eigenlijk?). Aangezien aan een aantal zaken toch tijd moet worden besteed (minder dan leeftijdsgenoten, maar toch wel een paar uur per dag), leidt dit soms opnieuw tot onderpresteren.
Sommige hoogbegaafden combineren gewoon twee profielen of studies tegelijk, nemen extra vakken, gaan zich bezighouden met organisatorische / management activiteiten in verenigingen en clubjes, organiseren (school)feesten, schrijven voor blaadjes, in de wikipedia, etc.
Universiteit
Tot nog toe konden ze in een voor hen laag tempo gewoon alles makkelijk halen. Soms krijgt men hier echter opeens het probleem dat men moet gaan werken en studeren, wat ze eigenlijk nooit geleerd hebben. Het kwam hen altijd aangewaaid. Voor velen wordt het op de universiteit pas interessant.
Op de universiteit is ongeveer een kwart van de aanwezigen hoogbegaafd. Ze worden steeds minder een uitzondering, ze gaan zich weer onderdeel van een groep voelen.
Promotie
De helft van de gepromoveerden is hoogbegaafd.
Werk
Hoogbegaafden kunnen ook in hun werk problemen tegen komen, zeker als ze een functie aannemen beneden hun niveau. Jonge starters zonder ervaring zullen onderaan moeten beginnen en alle simpele en vervelende klusjes krijgen. Daarnaast worden ze geacht vooral hard te werken (althans dat is de officiële boodschap of ze denken dat dat van hen verwacht wordt) en niet te eigenwijs te zijn. Dat de hoogbegaafde de taken veel sneller af krijgt zal niet ter zake doen: vertrekken vóór 5 uur zal door de rest van de werknemers niet worden gewaardeerd, en zal de hoogbegaafde slecht in de groep doen vallen en leiden tot klachten bij de baas. Omdat de dagen vastliggen van 9 tot 5 (of zelfs langer), wordt de hoogbegaafde "vastgehouden", en krijgt hij ook geen kans of tijd een uitdaging te halen uit andere activiteiten. Verveling ligt op de loer, en uiteindelijk zal het probleem dat zich op de basisschool reeds voordeed zich herhalen. Ze zullen ruzie gaan maken en ontslagen worden.
Een bijkomend probleem is vaak dat hoogbegaafden een andere opvatting hebben van werk dan de gemiddelde medewerker. De hoogbegaafte wil graag scoren door iets snel en goed af te maken en te laten zien hoe slim hij/zij is. Voor de gemiddelde medewerker spreekt het echter vanzelf dat de verhoudingen binnen een team belangrijker zijn dan de individuele prestaties. Doordat de hoogbegaafden de verhoudingen binnen een team verstoren en soms zelfs in competitie gaan met de leidinggevende, krijgen zij vaak niet de functie waarvan zij vinden dat zij er recht op hebben.
Dit leidt er, paradoxaal, toe dat een grote groep hoogbegaafden, in banen terecht komt die eigenlijk ver beneden hun niveau liggen. Chris Langan, met een IQ van 195, werkte op het moment dat dit ontdekt werd als uitsmijter in een nachtclub. Omdat, zeker bij de banen op lager niveau, de problemen op de werkvloer zich opstapelen en de hoogbegaafde hierdoor slecht in de groep ligt, bestaat ook het risico dat de hoogbegaafde een persoon van "12 ambachten en 13 ongelukken" wordt. Dit is erg jammer, het bederft de levens van veel hoogbegaafden, en is pure kapitaalvernietiging voor de maatschappij.
Mensa
Mensa is een internationale vereniging voor hoogbegaafden. Het is een vereniging die als toelatingseis een IQscore in het 98e of 99e percentiel hanteert. Dit betekent dat men minstens 131 dient te scoren op een IQ-test met een
standaarddeviatie van 15. Binnen Mensa organiseert men allerlei activiteiten, en zijn allerlei soorten mensen lid: van accountants en advocaten tot timmermannen tot topwetenschappers tot kleuterjuffen. Iedere hoogbegaafde kan lid worden, en met mensen omgaan die dit ook zijn en met dezelfde problemen kampen. Mensa is echter geen therapeutische vereniging, en evenmin een elitaire denktank.
Mensa is in de eerste plaats een
gezelligheidsvereniging.
Gerelateerde onderwerpen
Externe links
Psychodiagnostiek | Onderwijs | Kenniseconomie
Begabung | Gifted | Superdotado | Surdoué | Одарённые дети