De Hoge Raad der Nederlanden (kortweg: Hoge Raad) is de hoogste rechtsprekende instantie in Nederland op civielrechtelijk en strafrechtelijk gebied. De Hoge Raad zetelt in Den Haag en is belast met het toezicht op de rechtseenheid en rechtsontwikkeling van het Nederlandse recht. Een rechter van de Hoge Raad wordt, onverschillig of het nu gaat om een man of vrouw, een raadsheer genoemd.
Leden van de Hoge Raad worden benoemd bij koninklijk besluit uit een voordracht van drie personen (artikel 117, eerste lid, Grondwet). Bij de benoeming van een Raadsheer in de Hoge Raad geldt de volgende procedure. De Hoge Raad stelt ten behoeve van de Tweede Kamer een aanbevelingslijst samen van zes personen (artikel 85 van de Wet op de Rechterlijke Organisatie). Op basis van deze aanbevelingslijst maakt de Tweede Kamer een lijst op die geldt als een bindende voordracht voor de Regering (artikel 118 Grondwet). De voorgedragen personen staan op de door de Tweede Kamer opgemaakte lijst in volgorde van voorkeur. Het is in het verleden overigens nog nimmer voorgekomen dat de Tweede Kamer is afgeweken van de door de Hoge Raad voorgestelde lijst. De regering benoemt in de praktijk de eerstvoorgedragene door de Tweede Kamer. De benoeming bij de Hoge Raad vindt in feite dan ook plaats door middel van coöptatie. Dat wil zeggen dat de reeds benoemde leden van de Hoge Raad bepalen wie voor de benoeming in aanmerking komt. Een raadsheer in de Hoge Raad wordt benoemd voor het leven. Op eigen verzoek of uiterlijk na het bereiken van de leeftijd van 70 jaar zal een raadsheer defungeren.
De Hoge Raad bestaat uit:
De leden van de Hoge Raad zijn verdeeld naar rechtsgebied, over vier kamers.
Sind 2004 is W.J.M. Davids de president, voor voorgangers zie Lijst van presidenten van de Hoge Raad.
De samenstelling van de Hoge Raad is momenteel (per 1 november 2005):
Eerste of civiele kamer:
Raadsheren:
Tweede of strafkamer:
Raadsheren:
Derde of belastingkamer:
Raadsheren:
Vierde of ombudskamer:
Partijen die het niet eens zijn met een uitspraak van de rechtbank kunnen hoger beroep aantekenen bij het gerechtshof. Wanneer vervolgens de uitspraak in hoger beroep niet bevredigend is, kan men in cassatie bij de Hoge Raad. De Hoge Raad neemt kennis van uitspraken van lagere rechters die betrekking hebben op het civiele recht (Eerste kamer), het strafrecht (Tweede kamer) en het belastingrecht (Derde kamer).
De Hoge Raad stelt niet opnieuw de feiten vast in een zaak; de Hoge Raad gaat uit van de feiten zoals die door de lagere rechter vastgesteld zijn. In beginsel kijkt de Hoge Raad alleen of de lagere rechter op basis van die vastgestelde feiten tot een juist rechtsoordeel is gekomen. De vraag die de Hoge Raad dus beantwoordt, is: "kunnen de vaststaande feiten het door de lagere rechter gegeven rechtsoordeel dragen?". Een uitspraak van een lagere rechter wordt door de Hoge Raad slechts gecasseerd (vernietigd) indien die uitspraak blijk geeft van:
De Hoge Raad kan in zijn uitspraken (arresten en beschikkingen) zelf een eindbeslissing nemen, of de zaak terugverwijzen naar de lagere rechter.
Weliswaar wordt het jurisprudentierecht in het Nederlandse rechtsstelsel formeel-juridisch niet erkend (geen precedentwerking; hetgeen volgt uit art. 12 Wet Algemene Bepalingen), feitelijk vormt de door de Hoge Raad gevormde jurisprudentie in de Nederlandse rechtspraktijk een belangrijke rechtsbron. De lagere rechters (gerechtshof en rechtbank) plegen zich in de praktijk te houden aan de door de Hoge Raad gegeven interpretatie van een wettelijke bepaling.
This article is licensed under the GNU Free Documentation License.
It uses material from the
"Hoge Raad der Nederlanden".
Home Page • arts • business • computers • games • health • hospitals • home • kids & teens • news • physicians • recreation• reference • regional • science • shopping • society • sports • world