Een handelsbalans is een onderdeel van de betalingsbalans van een land.
Aan de ontvangstenkant staat de geldwaarde van de export van het land over een bepaalde periode. Aan de uitgavenkant staat de geldwaarde van de import. Het handelsbalanssaldo is het verschil tussen de twee.
Oorspronkelijk werd hierbij alleen gekeken naar de geldwaarde van de export en import van goederen, doch naarmate de dienstensector in het totaal van het bruto nationaal product een steeds grotere omvang heeft gekregen, en diensten ook steeds meer grensoverschrijdend zijn geworden, is het de gewoonte geworden om export (c.q. import) van goederen en diensten bij de opstelling van een handelsbalans samen te voegen. Voor de vraag wat het saldo van een handelsbalans is, maakt het geen verschil of de geldwaarde van een bepaalde export nu veroorzaakt wordt door levering van (fysieke) goederen of door levering van diensten.
Onder export valt dus niet alleen de export van goederen, maar ook van diensten:
een Nederlandse consultant, bijvoorbeeld, die adviezen geeft aan een
buitenlandse klant, draagt daarmee ook bij aan de Nederlandse export. Ook
bestedingen van toeristen hebben invloed op de handelsbalans: wat Nederlandse
toeristen in Frankrijk uitgeven, geldt hier als import, en andersom. Bij grensoverschrijdende diensten kan bijvoorbeeld gedacht worden aan adviezen die elders gevestigde consultants aan Nederlandse ondernemingen geven.
De handelsbalans vormt meestal het grootste gedeelte van de betalingsbalans.
De term "balans" kan bij een handelsbalans wellicht verwarring wekken. Bij
andere balansen (bijvoorbeeld de balans van een onderneming) is er sprake van
een evenwicht waarbij beide zijden van die balans op hetzelfde bedrag
uitkomen. Die balans sluit daardoor nooit met een tekort. (Een bedrijf dat
verlies leidt zal dat verlies op de winst- en verliesrekening laten zien, en
een vergelijking van opeenvolgende balansen brengt dat ook aan het licht,
maar de balans "op zichzelf beschouwd" is altijd sluitend.)
Bij een handelsbalans is echter nooit sprake van een perfect evenwicht: de
situatie dat er even veel wordt geïmporteerd als geëxporteerd zal
zich slechts bij toeval voordoen. Er zal dus altijd sprake zijn van een
overschot of een tekort.
In een breder kader staan tegenover die overschotten of tekorten altijd
tekorten of overschotten op andere onderdelen van de betalingsbalans, met
name de financiële rekening (of kapitaalbalans). De betalingsbalans zelf
is wel altijd (formeel gesproken) in evenwicht.
Die overschotten (en vooral tekorten) kunnen een behoorlijke omvang hebben.
De Verenigde Staten hebben aan het begin van de 21e eeuw gestaag toenemende
handelsbalanstekorten gekregen, nadat in voorgaande jaren hun handelsbalans overschotten liet zien. Het saldo van de handelsbalans van de 12 landen die de euro gebruiken, gepubliceerd door Eurostat, is enigszins wisselend. In de afgelopen maanden heeft zich, gemiddeld, een verslechtering voorgedaan.
Het saldo van de Amerikaanse handelsbalans in de afgelopen maanden (in tabelvorm):
| april 2006
| USD -63,4 miljard
|-
| maart 2006
| USD -61,9 miljard
|-
| februari 2006
| USD -62,7 miljard
|-
| januari 2006
| USD -66,2 miljard
|-
| december 2005
| USD -64,2 miljard
|-
| november 2005
| USD -64,0 miljard
|-
| oktober 2005
| USD -66,6 miljard
|-
| september 2005
| USD -65,0 miljard
|-
| augustus 2005
| USD -58,7 miljard
|-
| juli 2005
| USD -58,1 miljard
|-
| juni 2005
| USD -58,4 miljard
|-
| mei 2005
| USD -56,6 miljard
|-
| april 2005
| USD -57,0 miljard
|-
| maart 2005
| USD -53,7 miljard
|-
| februari 2005
| USD -60,1 miljard
|-
| januari 2005
| USD -58,3 miljard
|}
Het saldo van de handelsbalans van de Eurozone in de afgelopen maanden (in tabelvorm):
| april 2006
| EUR -2,0 miljard
|-
| maart 2006
| EUR 1,2 miljard
|-
| februari 2006
| EUR -3,1 miljard
|-
| januari 2006
| EUR -9,9 miljard
|-
| december 2005
| EUR -0,7 miljard
|-
| november 2005
| EUR -1,2 miljard
|-
| oktober 2005
| EUR 0,1 miljard
|-
| september 2005
| EUR 2,0 miljard
|-
| augustus 2005
| EUR -2,3 miljard
|-
| juli 2005
| EUR 7,9 miljard
|-
| juni 2005
| EUR 7,2 miljard
|-
| mei 2005
| EUR 2,2 miljard
|-
| april 2005
| EUR 1,7 miljard
|-
| maart 2005
| EUR 4,0 miljard
|-
| februari 2005
| EUR 3,4 miljard
|-
| januari 2005
| EUR -1,6 miljard
|}
De vraag kan gesteld worden, wat de mogelijke implicaties van een overschot
of een tekort zijn. Hoewel dit een onderwerp is waarover onder economen zeer
verschillend wordt gedacht, kan in het algemeen gesteld worden dat hierbij
ook de (vermoedelijke) oorzaak van dat overschot of dat tekort moet worden
betrokken.
Een overschot wordt dus (normaliter, en voor het grootste gedeelte)
veroorzaakt doordat de export groter is dan de import. Dat kan positief
geduid worden (dit land produceert goederen of diensten tegen op de
wereldmarkt concurrerende prijzen), maar het kan ook (mede) samenhangen met
een tekortschietende binnenlandse consumptieve vraag. Dan zou het eerder als
een indicatie van een onvoldoende binnenlandse groei kunnen worden gezien.
Andersom kan een tekort op de handelsbalans voortvloeien uit een groei die in
het betreffende land sterker is dan in de handelspartners.
Een land dat in ontwikkeling is kan een tekort op de handelsbalans hebben
omdat er veel geïnvesteerd wordt in de opbouw van zijn economie. Het
idee is dan uiteraard dat dit later rendement gaat opleveren, en de
handelsbalans in latere jaren zal verbeteren. Dit heeft zich bijvoorbeeld in
een aantal Zuidoost-Aziatische landen voorgedaan.
Een tekort op de handelsbalans heeft echter wel als spiegelbeeld een
overschot op de kapitaalbalans: als land X over het jaar 2003 een tekort van
EUR 10 miljard heeft, zal er voor (ongeveer) dat bedrag aan kapitaalimport
plaats vinden. Dit zal meestal de vorm aannemen dat buitenlandse beleggers
aandelen in bedrijven in land X kopen, of obligaties ten laste van die
bedrijven, of staatsleningen van de overheid van land X, of in land X gelegen onroerend goed. Die aankoop van
obligaties kan ook door centrale banken van andere landen geschieden.
Die beleggingen leiden echter tot een stroom van betalingen van land X naar
het buitenland, in de vorm van betaling van dividenden op die aandelen en rente op die
obligaties, en huren van onroerend goed. En dat is geld dat wel door de binnenlandse economie van land X
moet worden opgebracht, doch niet in land X kan worden uitgegeven, en daarmee
(op termijn, en indien een tendens van handelstekorten niet wordt omgebogen)
tot een druk op de conjunctuur van land X. Een steeds groter deel van het
nationale inkomen zal immers moeten worden besteed aan de betaling van die
dividenden, coupons en huren.
Indien een land een tekort op zijn handelsbalans wil reduceren, kan een (beheerste) depreciatie of devaluatie van de valuta van dat land daarbij behulpzaam zijn. In dat geval worden goederen en diensten van dat land aantrekkelijker op de wereldmarkt, waardoor de concurrentiepositie verbetert, en de exporten kunnen toenemen. Het duurt echter enige tijd voordat dit soelaas biedt, terwijl het succes van een dergelijke aanpak niet vaststaat. Een structurele onevenwichtigheid tussen importen en exporten, veroorzaakt door verschillen in consumptie- en spaargedrag en het betreffende land respectievelijk diens handelspartners, kan vermoedelijk niet met uitsluitend een dergelijke aanpassing van de wisselkoers worden opgeheven.
Een al te lange periode van handelsbalanstekorten lijkt daarmee onwenselijk
te zijn, doch op basis van zowel historische als recente gegevens kan geconstateerd worden dat
het een geruime tijd kan duren voordat het tot acute problemen leidt.