Bolderik 26-08-2005 12.41.20.JPG van een bolderik]]
Klein streepzaad rijp bloemhoofdje.jpg van klein streepzaad]]
Veldereprijsvruchten Veronica arvensis.jpg]]
Een haar of trichoom van een plant is een uitgroeisel van de epidermis. Er zijn gewone haren (dekharen) en klierharen. Haren die mensen voor o.a. het maken van kleding gebruiken zijn die van de katoenplant. Deze haren zijn eencellig en hebben een verdikte wand. Ook de haren op de zaden van de zijdekapokboom, de kapok, worden gebruikt voor het vullen van kussens en het maken van vesten.
Een haar kan bestaan uit een enkele cel of uit meerdere cellagen. De volgende haarvormen worden onderscheiden:
- Borstelharen: één- of meercellige haren
- Zweepharen: lange, draadvormige eindcel op dikkere steel
- Sterharen: verschillende spits eindigende cellen met een gemeenschappelijke basis
- Tweelingharen: twee, gedeeltelijk met elkaar vergroeide haren die dicht bij elkaar staan
- Knieharen: geknikte haren
- Kandelaarharen: haren met een meercellige steel met aan elk celuiteinde een vertakking van meestal eencellige eindtakken
- Schubharen: haren met een meestal veelcellige plaat.
Zowel gewone haren als klierharen kunnen een van deze vormen hebben.
Een haar kan alleen staan of in een bosje.
Functie van de haren
De haren hebben de volgende functies:
- Epidermis beschermen tegen de zon
- Transpiratie verminderen, doordat tussen de haren stilstaande lucht zit
- Transpiratie bevorderen door vergroting van het bladoppervlak
- Wateropname uit de omringende lucht bevorderen
- Verspreiding van het zaad door vorming van vruchtpluis of door gewone haren op de vruchten, zoals bij kleefkruid. Daarnaast zijn er zaden met zaadpluis bestaande uit gewone haren, zoals bij katoen en kapok.
- Klimmen met behulp van klimharen, zoals bij kleefkruid
- Bescherming tegen insectenvraat, zoals die van spint
Botanische termen
De volgende meest voorkomende botanische termen, die worden gebruikt voor de beschrijving van de beharing op een
stengel,
blad,
vrucht of
zaad zijn:
- glabrus: glad (onbehaard)
- pubescens: behaard
- hirtus: ruw behaard
- hispidus: borstelig beharing
- pubens: korte, wolachtige beharing
- pilosus: met lange, rechte, zachte of gebogen haren
- puberulus: met dunne, korte, gewoonlijk gekromde haren
- strigillosus: met stijve, rechte, platliggende haren
- strigosus: met rechte haren, die allemmal min of meer in dezelfde richting liggen langs een rand of middennerf.
- villosulus: dichtbehaard met lange, zachte haren
- villosus: niet dicht behaard met lange, zachte, vaak gekromde haren
Wortelharen
Sla-kiemend.jpg
Aan de
wortel van en plant zitten wortelharen, die voor de eigenlijke opname van water en minerale voedingstoffen zorg dragen. Wortelharen zijn uitstulpingen van bepaalde rhizodermiscellen, die geen cuticula hebben. Ze zijn 5 tot 17
micrometer in doorsnee en 80 tot 1500 micrometer lang. Ze hebben maar een beperkte levensduur en worden meestal niet ouder dan 3 dagen.
plantenmorfologie
Tricomes | Trichom | Trichome | Trichome (botanique)