La Grande Armée is de Franse term voor de hoofdmacht in een militaire campagne. In de praktijk werd de term echter vooral gebruikt voor de grote multiculturele legers die Napoleon in het begin van de 19e eeuw op de been bracht.
Al in de tijd van de revolutionaire bewinden van na de Franse Revolutie vormde zich revolutionair legers die 'al bevrijdend' Europa door ging trekken. Napoleon formeerde ze tot een legioen.
Het eerste leger dat door Napoleon gedoopt werd tot Grande Armée was het 200.000 man tellende leger dat zich in 1803-1805 in Boulogne had verzameld om Engeland binnen te vallen. Zij werden echter met grote haast naar de Duitse grens bevolen, omdat de Fransen hadden uitgevonden dat de Oostenrijkers en Pruisen klaarstonden om Frankrijk binnen te vallen.
Het Grande Armée bestond oorspronkelijk uit zes korpsen onder het bevel van Napoleons maarschalken. Naarmate Napoleon's macht in Europa groeide, groeide ook het leger in grootte. De maximale grootte bereikte het in 1812, aan het begin van de campagne tegen Rusland. Het bestond toen uit ruim 600.000 man. Het bestond toen uit:
- Rond de 300.000 Fransen, Belgen en Nederlanders
- 95.000 Polen
- 25.000 Italianen
- 24.000 Beiers
- 20.000 Saksen
- 17.000 Westfalen
- 20.000 Pruisen
- 35.000 Oostenrijkers
- 15.000 Zwitsers
- 3500 Kroaten
Alle troepen, met uitzondering van de Oostenrijkers en de Pruisen, werden aangevoerd door Fransen of vrienden van Napoleon en de zijnen.
Onderdelen van de Grande Armée
Cavalerie
Napoleons cavalerie bestond uit vier onderdelen:
- Kurassiers: Dit was de zware cavalerie. Ze zagen er als ridders uit, met een zware ijzeren kuras (borstplaat)en een grote ijzeren helm. Door dit gewicht moest zowel de ruiter als het paard zeer sterk zijn, zodat ze toch nog kracht achter een charge konden zetten.
- Dragonders: De dragonders waren de hoofdmoot in de Franse cavalerie, en ze werden zowel in veldslagen als voor verkenning gebruikt. Dankzij hun wendbaarheid waren zijn niet alleen met de traditionele sabels bewapend, maar hadden zij ook pistolen en karabijnen, waardoor ze net als infanterie zowel op schietafstand als man-tegen-man konden vechten.
- Huzaren: De huzaren waren de ogen voor het leger. Ze werden vooral tactisch gebruikt als verkenners, en om de commandanten van de verschillende legerafdelingen op de hoogte te brengen.
- Lansiers: De meest gevreesde Franse cavalerie vormden de Poolse lansiers. Lansiers waren goed in ze zetten tegen infanterie in blokken, omdat hun lansen veel langer waren dan de infanteriebajonetten. Ook waren ze geschikt voor het opjagen van een vluchtende vijand.
Infanterie
- Linie-infanterie: Het grootste deel van het leger bestond uit normale lijninfanterie. Deze infanterieregimenten bestonden uit 4 a 5 bataljons.
- Lichte infanterie: Deze voltigeurs werd pas rond 1801 aan het Franse leger toegevoegd. Ze zwermden rond de linieregimenten door en probeerden de regimenten van de vijand uit hun 'concentratie' te halen, en om artillerie uit te schakelen. Later werden ook voltigeurs-regimenten gevormd.
Artillerie
De Franse artillerie was de ruggengraat van de grondtroepen van het Franse leger. De Franse kanonnen stonden vaak in grote batterijen bij elkaar opgesteld, zodat ze de vijandige formaties konden uitdunnen, zonder dat er infanterie of cavalerie aan te pas hoefde te komen. Doordat de artilleriesoldaten goed waren getraind, kon Napoleon zijn kanonnen snel verplaatsen, waardoor hij ofwel de verdedigingswerken kon bombarderen, of een oprukkende vijand onder vuur kon zetten. In het algemeen bestond de Franse artillerie uit 4, 8, en 12-ponders, maar de 4-ponders werden niet veel later vervangen door 6-ponders.
Keizerlijke Garde
De Keizerlijke Garde was het elite-leger van de Fransen. Het was een legerkorps op zich met eigen infanterie en cavaleriedivisies. Het waren haast allemaal veteranen, en ook waren ze uiterst loyaal aan Napoleon. Hoewel de infanterie maar zelden deelnam aan de strijd, werd de cavalerie vaak ingezet om de vijand een fatale slag toe te dienen. De Garde bestond grofweg uit drie onderdelen:
- Oude Garde: Dit was de crème de la crème van het Franse leger. De Oude Garde bestond uit veteranen, die vaak al meer dan 4 of 5 campagnes hadden meegemaakt.
- De Midden-Garde: Veteranen die rond de 3 campagnes hadden meegemaakt.
- Jonge Garde: Waren oorspronkelijk veteranen van minstens 1 campagne, en het waren ook jonge officieren met talent.
Ingenieurs
Terwijl de glorie van de oorlog naar de infanterie en cavalerie ging, waren de bruggenbouwers uit het leger van Napoleon (de pontonniers) van onschatbare waarde. Hun belangrijkste doel was het leger van de keizer over de verschillende wateren te krijgen. Omdat de pontonniers heel bedreven waren, kon Napoleon zijn vijanden vaak verrassen door op moeilijke plaatsen rivieren over te steken. Ook bij de terugtocht uit Rusland waren deze pontonniers van onschatbare waarde. Het leger moest de ijskoude en snelstromende Berezina over. Zonder de uitzonderlijke werken van de (Hollandse) pontonniers was het leger zo goed als zeker uitgeroeid.
Leger | Napoleontische tijd
Grande Armée | La Grande Armée | Grande Armée | Grande Armée | גרנד ארמה | Grande Armée | La grande armée | Великая Армия | La grande armée