article

De Franse Revolutie situeert zich in het laatste decennium van het achttiende-eeuwse Frankrijk. Als beginpunt geldt juni 1789 wanneer na meer dan 175 jaar de Staten-Generaal bijeen wordt geroepen en op 14 juli de staatsgevangenis van Parijs, de Bastille wordt bestormd. De revolutie eindigt wanneer Napoleon Bonaparte door middel van een staatsgreep in 1799 de macht grijpt en de Napoleontische tijd begint.

De macht van adel en geestelijkheid wordt teruggedrongen en in het derde jaar van de revolutie wordt het koningshuis afgeschaft. Frankrijk wordt een republiek waarin de burgerij de macht overneemt. Er ontstaat een veranderlijk staatsbestel met een grondwet.

Eén en ander kan echter niet verhinderen dat veel in de maatschappij en in de nieuwe bestuursorganen fout loopt en dat tien jaar later Napoleon Bonaparte alleenheerser wordt en grote oorlogen ontketent.

Oorzaken van de Franse Revolutie


Het Ancien Régime had zichzelf gedurende de 18e eeuw steeds verder uitgehold en implodeerde uiteindelijk tijdens verwoede pogingen alsnog, maar al lang te laat, hervormingen door te voeren.

De voornaamste grieven van de verschillende standen waren:

  1. Op sociaal gebied hadden de klassentegenstellingen zich zonder ophouden verscherpt. De bourgeoisie verwierp de vele privileges van de adel en de hogere geestelijkheid; de boeren verzetten zich tegen de feodale rechten, tegen de tienden en andere heffingen ten voordele van de grootgrondbezitters. Anderzijds eisten vele geprivilegieerden in onbruik geraakte rechten terug.
  2. Ondanks de economische groei van de 18de eeuw bleven bevoorradingscrises en de voortdurende stijging van de voedselprijzen het dagelijks leven van de gewone man domineren. Noch de plattelanders (die 85% van de bevolking uitmaakten) noch de stedelijke ambachtslui en arbeiders zagen hun situatie verbeteren.
  3. Ondertussen had een nieuwe geestesstroming sinds het midden van de 18de eeuw Frankrijk veroverd. De Verlichting stelde de rationaliteit van de gedachte tegenover de autoriteit van de traditie. Uit de "ideeënstroom" die met deze beweging gepaard ging werd een gepopulariseerde 'revolutionaire' ideologie geboren. De overtuiging dat iets moest veranderen, drong tot steeds bredere kringen door.
  4. De ultieme aanleiding was het financiële bankroet van de Staat vanaf 1787. De opeenvolgende koninklijke ministers bedachten steeds krampachtiger oplossingen. Bekwame staatslieden als Jacques Necker en Calonne waren machteloos. Een fiscale hervorming die de tot dan vrijgestelde klassen - adel en geestelijkheid - zou doen bijdragen in de kosten van de Staat werd onrealiseerbaar geacht.

Directe aanleidingen voor de Revolutie:

De begroting was niet goed: De staat had een inkomen van 502 miljoen en een uitgave van 630 miljoen. Dit leidde tot grote schulden. De schulden werden steeds groter door de rentepercentages. Hierdoor liepen de schulden hoog op. Door dit geldtekort leed de bevolking veel honger. Tijdens de hongersnoden was er niet genoeg energie om aan een opstand te denken. De mensen hadden het te druk met het zichzelf in leven houden. Pas na een hongersnood gingen de mensen nadenken waarom er een hongersnood was waardoor de schuld werd gelegd bij de regering. Dit was de aanleiding voor een opstand. Een concreet voorbeeld is de hongersnood in 1788, waarbij de graanprijzen enorm stegen; vooral de arme mensen (het merendeel van de derde stand) kregen het zwaar te verduren. Pas in 1789 daalden de graanprijzen weer en ging de levenstandaard omhoog, dit was ook het jaar van de opstand.
Absolutisme: Veel mensen waren het niet eens met het absolutisme. Ze vonden dat het volk ook mocht meedenken over de beslissingen. Velen vonden bijvoorbeeld dat de koning alleen een uitvoerende macht mocht hebben. Ze vonden dat volksvertegenwoordigers de wetgevende en rechtsprekende macht moesten hebben. Dat vond Montesquieu bijvoorbeeld ook.
Standen: Veel mensen vonden dat de standen moesten verdwijnen. Ze vonden dat ieder mens gelijk moesten zijn. Ze vonden dus bijvoorbeeld dat een boer gelijk moest zijn aan een edelman. Want een edelman heeft geen grotere maag dan een boer. De meester heeft geen grotere en sterkere armen dan zijn knecht. Dus waarom zouden zij meer waard zijn dan de armen. Mensen vonden het oneerlijk dat alleen de derde stand belasting moest betalen. Ze vonden het ook oneerlijk dat de derde stand 10% van hun loon aan de kerk af moest staan. Ze vonden het oneerlijk dat alleen zij moesten betalen en dat zij eigenlijk amper rechten hadden. Boeren moesten bijvoorbeeld gratis een deel van hun tijd op het land van de edelman werken. Omdat zij dus belasting betaalden en loonheffing aan de kerk moesten geven wilde de derde stand daarom dus ook mee kunnen praten en meebesturen in de regering.
Het Koninklijk gezin: Veel mensen vonden het niet goed van de koning dat hij en zijn vrouw zo veel uitgaven aan paleizen, cadeautjes, eigen voorzieningen (bijvoorbeeld dat boerendorp van Marie-Antoinette) alsof er niets aan de hand was. Toen eens ter sprake kwam aan de koninklijke eettafel dat het volk geen brood meer had om te eten werd er gezegd dat de 'intelligente' opmerking hierover van koningin Marie-Antoinette was *: "Geen brood? Waarom eten ze dan geen cake?" ("Le peuple n'a pas de pain? Qu'il mange de la brioche!")

  • houd in gedachten dat koningin Marie-Antoinette wel vaker de dupe was van roddels.

Verloop van de Revolutie


De Assemblée nationale

In juni 1789 roept de derde stand zich uit tot de Assemblée Nationale. Daarop laat koning Lodewijk XVI op verzoek van zijn vrouw, Marie Antoinette, de vergaderzaal sluiten. Er wordt uitgeweken naar de kaatsbaan. Hier wordt de Eed op de Kaatsbaan gezworen, waarin verklaard wordt niet uit elkaar te zullen gaan tot het land een grondwet zal hebben. Adel en geestelijkheid sluiten zich aan bij de Nationale Assemblee, op een persoon na. Ze wisten niet dat dit de start was van de Franse revolutie en het einde van het Ancien Régime.

Bestorming van de Bastille

Er ontstaat echter - vooral bij de gewone bevolking van Parijs - wantrouwen ten opzichte van de koning en de aristocratie. Wanneer blijkt dat troepen rondom Parijs worden verzameld en bovendien de koning de populaire minister Necker heeft ontslagen, breken rellen uit. Het volk voelt zich niet langer gesteund door de burgerij en neemt de leiding van de gebeurtenissen in handen. Op 14 juli 1789 wordt de Bastille gevangenis bestormd. De bastille was een teken van de macht van de koning en de revolutie ging er om dat de gewone patriciër evenveel rechten zou moeten hebben als de koning. De opstand breidt zich uit naar het platteland waar de bevolking de eigendommen van de aristocratie aanvalt.

Afschaffing van het feodale systeem

Vanaf juli 1789 wordt de grondwet in comités voorbereid. Op 4 augustus 1789 stemt de Assemblee voor de afschaffing van de privileges. Op 26 augustus 1789 is er de Déclaration des Droits de l’Homme et des Citoyens als de emanatie van de nieuwe wereldbeschouwing. De 17 artikelen behandelen ieder aspect van de nieuwe staatsopvatting.

De vorming van de facties

In de Assemblee ontstaat een opsplitsing in facties. Rechts wordt vertegenwoordigd door de aristocraten. Zij verdedigen de belangen van de geprivilegieerden. Links staan de democraten of Jacobijnen met onder meer Robespierre; zij eisen algemeen stemrecht (voor mannen). Het centrum vormt de grootste groep, het zijn de monarchisten. Zij aanvaarden de afschaffing van de privileges maar zijn koningsgezind.

Nationalisatie van de kerkelijke eigendommen

Hoewel de Assemblee bijeengeroepen was om een oplossing te vinden voor de benarde financiële situatie van het land heeft ze tot nu geen stappen daartoe ondernomen. De tekorten zijn alleen erger geworden. Bij de wet van 2 november 1789 wordt beslag gelegd op de kerkelijke goederen. De geestelijken worden ambtenaren en moeten een eed van trouw afleggen. De kloostergeloften worden afgeschaft. De geestelijken worden ingedeeld bij de "constitutionnels" of bij de "réfractaires" naargelang ze al dan niet trouw zwoeren.Er waren ook nog de Girondijnen, de Montagnards, de Feuillants, de Cordeliers en de Hébertisten.

Vlucht van Lodewijk XVI

De koning en de koninklijke familie proberen op 20 juni 1791 het land uit te vluchten maar worden ontdekt op 21 juni in Varenne. Het gezelschap wordt terug naar Parijs gebracht. De meerderheid van de Assemblee blijft de koning trouw.

De grondwet van 1791

Op 3 september 1791 wordt de grondwet definitief door stemming goedgekeurd. De Koning krijgt de uitvoerende macht. Het koninklijk handelen wordt evenwel gedekt door de ministers. De wetgevende macht komt toe aan de Assemblée Nationale Législative. Deze Assemblee vormt het machtscentrum van de nieuwe maatschappij. Deze maatschappij is er duidelijk een van rijke burgers. De evidentie waarmee dit uit de wetteksten is op te maken, de talloze compromissen en de bescherming van de koning zijn oorzaak van een diepe kloof tussen de Assemblee en de publieke opinie. Er ontstaat een buitenparlementaire oppositie. In de Assemblee wordt de rechterzijde nu bevolkt door de "Feuillants" die gehecht blijven aan de constitutionele monarchie. Links bestaat uit de "Jacobijnen" die elk compromis met het 'ancien regime' uitsluiten. Tussenin bevindt zich een grote groep weifelende afgevaardigden die deze of gene beslissing steunen afhankelijk van de politieke situatie of hun interpretatie ervan.

Oorlog

Op 20 april 1792 verklaart de Assemblee op aansturen van de koning de oorlog aan Oostenrijk en zijn bondgenoten. Het nieuws over de ongelukkige afloop van de confrontaties doet het revolutionaire enthousiasme terug opwakkeren.

Einde van de monarchie

In augustus 1792 stemt de Assemblee voor haar ontbinding en de verkiezing van een Nationale Conventie. Een van de eerste bestuursdaden van de Nationale Conventie is het afschaffen van het koningschap op 21 september 1792. Dit wordt het jaar I van de republiek. De Franse Republikeinse Kalender wordt ingevoerd. De radicalen krijgen de benaming Montagnards, de gematigden worden Girondijnen genoemd. Tussen hen bevindt zich weer een grote groep 'onafhankelijke' afgevaardigden. Op 14 januari 1793 veroordelen 387 afgevaardigden (tegen 334) Lodewijk XVI, nu weer gewoon "burger Louis Capet", tot de doodstraf. Op 21 januari valt zijn hoofd onder de guillotine. Niet veel later wordt ook zijn vrouw vermoord.

Het Schrikbewind

In 1793 breekt rebellie uit tegen de republiek en tegen de Revolutie. Aan de basis hiervan liggen onder meer de verplichte rekrutering van soldaten onder de boerenbevolking en de economische crisis met werkloosheid en prijsstijgingen. De Girondijnen verliezen invloed mede door de verliezen in de oorlog met Oostenrijk, een oorlog die zij steunden. De Montagnards en de Sansculotten gaan samen en krijgen het roer in handen in de Conventie. Er komt een nieuwe grondwet. De Conventie legt de macht in handen van het Comité de Salut Public. De gematigden worden geweerd en vervangen door radicale Montagnards. Hierna volgt de periode van het Schrikbewind. Tegenstanders van de revolutie en gematigden worden veroordeeld tot de doodstraf door de guillotine. Maximilien Robespierre speelt in deze periode een grote rol. Onder zijn leiding wordt de Terreur een staatsdoctrine.

Thermidor

De Franse bevolking revolteert tegen de excessen van het Terreur-regime. Dit staat bekend als de Thermidor-reactie. Op 27 juli 1794 worden Robespierre en verschillende andere leidende figuren van het Comité de Salut Public gearresteerd en later terechtgesteld. De rol van de Montagnards is uitgespeeld. De leidende posities worden nu ingenomen door de republikeinse, gegoede burgerij. Zij komen niet terug op de antifeodale maatregelen, zijn overtuigd antiroyalist en voorstander van het economisch liberalisme. Een nieuwe grondwet wordt aangenomen op 17 augustus 1795.

Het Directoire

De nieuwe grondwet installeert het Directoire en creëert het eerste tweekamerstelsel in Frankrijk. Dit parlement bestaat uit 500 afgevaardigden, de "Raad van Vijf Honderd" en 250 senatoren, de "Conseil des Anciens". Het nieuwe regime heeft af te rekenen met zowel royalisten als overgebleven Jacobijnen. Het leger wordt ingezet om rellen en contrarevolutionaire activiteiten te onderdrukken. De macht van succesvolle generaal Napoléon Bonaparte groeit.

Herdenking in Frankrijk


De revolutie wordt in Frankrijk ieder jaar herdacht op de nationale feestdag op 14 juli, ('le quatorze juillet'), dit gaat niet terug op 14 juli 1789 zoals vaak wordt gedacht (de Bastille-gevangenis werd door het volk bestormd en de opgesloten gevangenen werden bevrijd), maar op 14 juli van 1790, een jaar later, wanneer er het "fête des fédérées" (feest van de verzoening) werd gevierd.

Belang van de Franse Revolutie


Citaat van Alexis de Tocqueville: "Elke burgerlijke en politieke revolutie heeft een eigen vaderland. En blijft binnen dit vaderland opgesloten. De Franse revolutie kent geen eigen territorium. Meer nog, zij slaagt erin alle oude grenzen in zekere zin van de kaart te vegen,... over de landsgrenzen heen heeft ze een gemeenschappelijk intellectueel vaderland tot stand gebracht, waarvan alle mensen "citoyens" kunnen worden.

Zie ook: antirevolutionair

Nota bene


Soms wordt de naam 'Franse Revolutie' ook gebruikt voor een langere periode, tot aan het herstel van het koningschap in 1815. De periode 1799-1815 wordt de Napoleontische tijd genoemd.

Voetnoten


Het Ancien Régime kan als een Europees verschijnsel worden gezien maar is in deze context enkel gebruikt voor Frankrijk. Verklaring van de rechten van de mens en van de burger, misschien eerder te vertalen als Verklaring van de rechten van de man en van de burger (de nieuwe wereldbeschouwing was eerder misogyn).

Zie ook


18e eeuw | Franse Revolutie

Franse Rewolusie | الثورة الفرنسية | Revolución Francesa | ফরাসী বিপ্লব | Francuska revolucija | Revolució Francesa | Velká francouzská revoluce | Y Chwyldro Ffrengig | Franske revolution | Französische Revolution | Γαλλική Επανάσταση | French Revolution | Francaj revolucioj | Revolución Francesa | Suur Prantsuse revolutsioon | Frantziako Iraultza | انقلاب فرانسه | Ranskan suuri vallankumous | Révolution française | Revolución Francesa | המהפכה הצרפתית | Francuska revolucija | Nagy francia forradalom | Revolusi Perancis | Rivoluzione francese | フランス革命 | 프랑스 혁명 | Domhwelans Frynkek | Didžioji Prancūzų revoliucija | Franču revolūcija | Rivoluzzjoni Franċiża | Franzöösche Revolutschoon | Den franske revolusjonen | Den franske revolusjon | Wielka Rewolucja Francuska | Revolução Francesa | Revoluţia franceză | Великая французская революция | Rivuluzzioni francisi | Francuska revolucija | French Revolution | Francúzska revolúcia | Francoska revolucija | Француска револуција | Franska revolutionen | การปฏิวัติฝรั่งเศส | Fransız İhtilali | Cách mạng Pháp | 法国大革命

 

This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the "Franse Revolutie".

Home Pageartsbusinesscomputersgameshealthhospitalshomekids & teensnewsphysiciansrecreationreferenceregionalscienceshoppingsocietysportsworld