In de gehele geschiedenis van Europa zijn er momenten geweest dat een Europese macht heeft geprobeerd heel Europa in haar macht te krijgen. Het Romeinse Rijk was hier een van de eerste voorbeelden van en het Derde Rijk van Adolf Hitler de laatste. In de negentiende eeuw kwamen er echter vredelievende ideeën over een verenigd Europa tot stand, waarin individuele lidstaten op gelijkwaardige basis konden samenwerken. Een van de eerste voorstanders van deze Europese vereniging was de Franse pacifist en intellectueel Victor Hugo.
Tijdens de beide Wereldoorlogen zochten aartsrivalen Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk op initiatief van Jean Monnet al toenadering in een economische unie. Als gevolg van een toespraak van de Franse minister van Buitenlandse Zaken Robert Schuman op 9 mei 1950 kwam de Europese eenwording uiteindelijk op gang. Op 18 april 1951 werd als gevolg van de toespraak het Verdrag van Parijs getekend tussen België, Frankrijk, Italië, Luxemburg, Nederland en West-Duitsland. De Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal die hierbij opgericht werd kwam tot stand op 23 juli 1952.
Op 25 maart 1957 werd het Verdrag van Rome ondertekend door dezelfde landen. Dit nieuwe verdrag richtte de Euratom en de Europese Economische Gemeenschap op, en betekende een verdere integratie op Europees niveau. De Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal bleef naast deze organisaties bestaan.
Op 1 juli 1967 werden door de inwerkingtreding van het Fusieverdrag, dat gesloten was op 8 april 1965, de drie organisaties feitelijk samengevoegd, waarna ze verder werkten onder naam Europese Gemeenschappen (EG). Officieel bleven de drie organisaties echter bestaan.
Verdere integratie kwam tot stand met de komst van de Europese akte (1986) en het Verdrag van Maastricht. Bij het laatste verdrag werden de bevoegdheden van de Europese Economische Gemeenschap vergroot naar een groot aantal beleidsterreinen. Door al deze extra bevoegdheden was de bepaling 'Economische' niet langer ladingdekkend en werd de naam gewijzigd in Europese Gemeenschap. De Europese Gemeenschappen (meervoud) bestond vanaf dat moment uit de Europese Gemeenschap (enkelvoud), Euratom en de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal. Het meest belangrijke aan het Verdrag van Maastricht was echter de oprichting van de Europese Unie als overkoepelende organisatie boven de Europese Gemeenschappen, die in de EU de eerste pijler vormde, en de nieuwe pijlers Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid (tweede pijler) en Justitie en Binnenlandse Zaken (derde pijler).
Tijdens het sluiten van het Verdrag van Amsterdam op 2 oktober 1997 (in werking sinds 1 mei 1999) werd besloten de West-Europese Unie te integreren in de Europese Unie en werden onderdelen uit de derde pijler naar de eerste pijler verhuisd. De derde pijler werd hierdoor hernoemd naar Politiële en Justitiële Samenwerking in Strafzaken. Tevens kreeg de tweede pijler met de sluiting van dit Verdrag een Hoge Vertegenwoordiger die tegelijkertijd ook secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie (een functie die gecreëerd werd om meer continuïteit te geven tussen de voorzitterschappen die halfjaarlijks wisselden tussen de lidstaten). Sinds 1999 bekleed Javier Solana deze functie.
Het Verdrag van Nice, gesloten op 26 februari 2001, in werking sinds 1 februari 2003, maakte de Unie gereed voor de grote uitbreiding van mei 2004. De pretenties van dit verdrag om de Unie volledig te herstructureren werden door onderlinge strijd teniet gedaan. Besloten werd een Europese Conventie in te stellen die een Europese Grondwet moest formuleren. Het voorstel van de conventie kwam in 2003 gereed, waarna in de intergouvernementele conferentie van 29 oktober 2004 een grondwettelijk verdrag tussen de lidstaten werd gesloten.
Na de afwijzing van de grondwet in Nederland en Frankrijk is de toekomst van het grondwettelijk verdrag onzeker.
In de voorbije jaren werd de Unie gestaag uitgebreid met Denemarken, Ierland, het Verenigd Koninkrijk, Griekenland, Portugal, Spanje, Oost-Duitsland, Finland, Oostenrijk, Zweden, Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië. In 2007 treden Bulgarije en Roemenië toe. In de toekomst staan uitbreidingen met Kroatië (kandidaat-lid, werkdatum 2009), Turkije (kandidaat-lid), Macedonië (kandidaat-lid) en de Balkanlanden (door de EU erkend als potentiële lidstaten) op het programma.
De trend is dat macht verschuift van individuele staten ofwel opwaarts naar de EU ofwel neerwaarts naar Europese regio's.
Veel van deze doelstellingen vereisen harmonisatie van wetten tussen de lidstaten. Daarom drukken Europese wetten (richtlijnen genaamd) een steeds zwaardere stempel op de wetgeving in de lidstaten. Alle kandidaat-leden dienen hun wetgeving in lijn te brengen met het algemene Europese kader (zie ook EFTA en EEA).
Enlargement History of the EU.gif Op dit moment omvat de Europese Unie 25 lidstaten, een grondgebied van 3.892.685 km² en ongeveer 460 miljoen EU-burgers. Indien als land gerekend neemt de Europese Unie de zevende plek op de wereldranglijst qua grondgebied en de derde, na China en India qua bevolkingsaantal.
De Europese Unie heeft een landgrens met 20 staten en een zeegrens met 31.
Sinds de stichting van de Europese Economische Gemeenschap door de zes oprichtende staten is de Unie met negentien landen uitgebreid.
| Jaar | Land |
|---|---|
| 1957 | België, Frankrijk, West-Duitsland, Italië, Luxemburg, Nederland (oprichtende lidstaten) |
| 1973 | Denemarken, Ierland, Verenigd Koninkrijk |
| 1981 | Griekenland |
| 1986 | Portugal, Spanje |
| 1990 | Oost-Duitsland herenigd met West-Duitsland en wordt daarmee lid van de EU |
| 1995 | Oostenrijk, Finland, Zweden |
| 2004 | Cyprus, Tsjechië, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slowakije, Slovenië |
| 2007 | Bulgarije, Roemenië |
Veel lidstaten van de Europese Unie bezitten overzeese gebiedsdelen. De zogenaamde ultraperifere regio's maken integraal deel uit van de Europese Unie. Tot deze gebieden behoren onder andere de Franse overzeese departementen, de Canarische eilanden en de Azoren. Een andere status is de status van landen en gebieden overzee, waartoe de Nederlandse Antillen en Aruba ook behoren. Het is mogelijk dat met de staatkundige hervormingen van het Koninkrijk der Nederlanden in 2007 de Antillen en Aruba (al dan niet gedeeltelijk) van status wisselen en ook een ultraperifere regio gaan vormen.
Volgens het EU-verdrag kan iedere "Europese" staat lid worden van de EU mits alle andere lidstaten hiermee instemmen. Dit principe van unanimiteit betekent dat één huidige lidstaat de toetreding van een kandidaat-lidstaat kan blokkeren.
De criteria waaraan de lidstaten moeten voldoen staan beschreven in de Criteria van Kopenhagen. Onderdeel van deze criteria is het volledig overnemen van het acquis communautaire.
Macedonië is sinds 17 december 2005 een kandidaat-lidstaat van de Europese Unie. Er is nog geen datum aangeven voor het begin van de onderhandelingen;
Turkije onderhandelt sinds 4 oktober 2005 met de EU over toetreding. Het screeningsproces is gestart op 20 oktober 2005. Het is onbekend wanneer en zelfs onzeker of Turkije toe zal treden tot de Europese Unie. De Unie is naar eigen zeggen voor 2015 niet gereed Turkije op te nemen. Verschillende lidstaten, waaronder Frankrijk en Polen, hebben aangegeven de eventuele toetreding van Turkije onderwerp te maken van een referendum.
Marokko diende, vanuit de veronderstelling een Europees land te zijn, op 20 juli 1987 een aanvraag in voor EU-lidmaatschap. De EU-lidstaten wezen deze aanvraag af omdat zij Marokko geen Europees land vonden;
Noorwegen heeft tot twee keer toe geprobeerd toe te treden tot de Unie, respectievelijk in 1973 en in 1995, maar beide keren werd het lidmaatschap door de Noorse bevolking in een referendum afgewezen. Het land is samen met IJsland en Liechtenstein onderdeel van de Europese Economische Ruimte;
IJsland en Liechtenstein zijn onderdeel van de Europese Economische Ruimte. IJsland zou in de toekomst kunnen toetreden, maar Liechtenstein wordt hiervoor over het algemeen te klein geacht;
Zwitserland heeft korte tijd geprobeerd toe te treden tot de Unie, maar heeft na de afwijzing door de Zwitserse bevolking van het EER-verdrag de toetredingsonderhandelingen bevroren.
Voormalig Italiaans premier Silvio Berlusconi achtte zelfs een lidmaatschap van Israël op termijn mogelijk.
Supranationalisme (zie ook federalisme) is een andere methode van besluitvorming. Hier ligt de macht bij onafhankelijke afgevaardigden van de regeringen of van gekozen vertegenwoordigingen. Lidstaten hebben nog steeds macht, maar moeten deze delen met andere instanties. Bovendien worden beslissingen nu bij meerderheid van stemmen genomen. Het kan dan ook gebeuren dat een lidstaat, gedwongen door andere lidstaten, een beslissing tegen zijn wil moet uitvoeren.
Beide vormen van besluitvorming hebben aanhangers binnen de EU. Voorstanders van supranationalisme redeneren dat dit het proces van integratie kan versnellen. Wanneer beslissingen de unanieme goedkeuring van alle betrokken regeringen vereisen, kan het jaren duren voor een besluit valt, als het er al ooit van komt. Voorstanders van intergouvernementalisme argumenteren dat supranationalisme de soevereiniteit en het democratisch gehalte van afzonderlijke staten in gevaar brengt en menen dat de legitimiteit van gemeenschappelijke besluiten alleen afgeleid kan worden van de legitimiteit van de nationale regeringen. Frankrijk is traditioneel een voorstander van een intergouvernementele EU geweest. Dit geldt ook voor eurosceptische landen als Groot-Brittannië en Denemarken. Landen als België, Duitsland en Italië neigen meer naar de supranationale benadering. In de praktijk balanceert de EU tussen beide extremen. Deze balans is echter een moeizaam compromis, dat vaak tot ingewikkelde besluitvormingsprocedures leidt.
Sinds maart 2002 staat herziening van deze balans weer op de politieke agenda. De Europese Conventie kreeg de opdracht om voorstellen te doen om de instellingen en besluitvormingsmechanismen aan te passen aan de steeds groter wordende EU. Uiteindelijk baarde de Conventie een ontwerp van het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa. In 2004 bereikten de staats- en regeringsleiders in de Europese Raad een compromis over dit Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa. Het akkoord beslecht allerminst de strijd tussen de 'supranationalisten' en de 'intergouvernementalisten'. De tekst bevat immers, zoals het een compromis betaamt, elementen van beide strekkingen. De supranationalisten haalden wel hun slag thuis met de aanvaarding van de naam 'Grondwet'. De aanhangers van de intergouvernementele strekking vinden immers dat de EU geen grondwet behoeft, maar gebouwd dient te zijn op verdragen. Meer dan een naam is het echter niet, juridisch gezien is het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa een gewoon verdrag tussen staten. Het is een grondwettelijk verdrag. Het verschil tussen een gewoon verdrag en grondwettelijk verdrag is gering.
De politiek van de EU is in drie gebieden verdeeld, die 'pijlers' genoemd worden. De eerste pijler, de 'gemeenschapspijler' betreft de gemeenschappelijke economische, sociale en milieupolitiek. De tweede pijler betreft het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid (GBVB). De derde pijler behelst de Politiële en Justitiële Samenwerking in Strafzaken (PJSS).
Binnen elke pijler is een ander evenwicht gevonden tussen supranationale en intergouvernementele principes. Supranationalisme is het sterkst aanwezig in de eerste pijler, terwijl de andere twee vooral intergouvernementeel zijn. In de tweede en derde pijler zijn de bevoegdheden van het Europees Parlement, de Europese Commissie en het Europees Gerechtshof beperkt, maar niet afwezig.
Het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa, dat pas van kracht zal worden na ratificatie door de lidstaten, schaft de pijlerstructuur af. Voortaan zullen de materies waar de EU zich mee bezighoudt ingedeeld worden in:
Welke instellingen instaan voor de uitvaardiging van de wetgeving is dan nog een andere zaak. De gewone wetgevingsprocedure bestaat erin dat de Europese Commissie een voorstel doet, en het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie allebei hun goedkeuring moeten geven. De Grondwet omschrijft echter gevallen waarin enkel het Parlement of enkel de Raad akkoord moeten zijn. Dit gebeurt dan via bijzondere wetgevingsprocedures.
Na de toetreding van het conservatieve, Rooms-Katholieke Polen en landen als Litouwen en Slovenië lijkt religie een belangrijke speler te worden op Europees niveau. Het Franse liberale antiklerikalisme en de strenge West-Europese scheiding van Kerk en staat zijn wellicht niet in staat hun invloed te handhaven.
Het functioneren van de Europese Unie wordt ondersteund door verschillende instellingen:
Er zijn verschillende financiële lichamen:
Een drietal comités adviseert de instellingen:
Er zijn ook een groot aantal EU-lichamen, vaak ingesteld door tweedegraads wetgeving, die een speciaal doel voor ogen hebben. Deze lichamen worden de agentschappen van de Europese Unie genoemd.
Ten slotte is er nog de Europese Ombudsman, die klachten van wanbeleid van EU-instellingen onderzoekt.
De officiële talen van de instituten van de Europese Unie zijn:
Alle besluiten van de instellingen worden vertaald in alle officiële talen. Europese burgers hebben daarnaast het recht zich te wenden tot de Europese instellingen in een van de officiële talen, en hebben het recht in dezelfde taal antwoord te krijgen. In de Europese Raad en het Europees Parlement mag in elke officiële taal gesproken worden. Het gesprokene wordt, indien gevraagd, onmiddellijk vertaald in de andere officiële talen van de Unie. Uitspraken van het Europees Hof van Justitie worden in alle officiële talen vertaald. Het Maltees neemt een bijzondere positie in. Besluiten van de Raad en het Europees Parlement worden wel vertaald, maar besluiten van het Europees Hof van Justitie niet. Dit is grotendeels te wijten aan het gebrek aan Maltese tolken. De Raad van Ministers neemt besluit over de welke talen de officiële talen zijn door middel van een Europese verordening.
De Italiaanse Partito Radicale en het Poolse parlementslid Małgorzata Handzlik pleiten voor de invoering van de internationale taal Esperanto als tweede taal in Europa. Op 1 april 2004 werd hierover gestemd. Van de 626 leden waren er 346 om allerlei redenen niet aanwezig. Slechts 280 brachten hun stem uit. Daarvan was 43% vóór.
Andere talen die in de Europese Unie worden gesproken, maar (nog) niet officieel zijn erkend door de EU, zijn o.a.:
Naast een relatief grote bevolking heeft de EU ook een enorme economische en culturele invloed op de overige wereld. Ze vormt de ene helft van de dominante Westerse Wereld samen met de andere helft de VS. Hoewel deze laatste zich militair veel nadrukkelijker laat gelden zijn de twee 'blokken' economisch en cultureel vrijwel gelijkwaardig. Naar verwachting zal de economische invloed van 'het Westen' echter geleidelijk minder worden door de snelgroeiende economieen van India en China die hun vleugels ook buiten hun landsgrenzen steeds meer uitslaan. Aan de andere kant is er wel een steeds verdergaande 'verwestering' van deze opkomende economische reuzen, (althans de leidende technocratische elite) te constateren.
Bolognaverklaring - Douanewetgeving - EMU - euro - Eurodicautom - Europa - Europa. Best Belangrijk. - Europeanisme - Europees volkslied - Europese Economische Ruimte - Europese vlag - Geschiedenis van de Europese Unie - themajaar - Uitbreiding Europese Unie - Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa - Verdrag van Maastricht - Vogel- en Habitatrichtlijn
De lijst van internationale organisaties waarvan Nederland lid is.
Europese Unie | internationale organisatie
Europese Unie | Unión Europeya | Europisc Gesamnung | اتحاد أوروبي | Xunión Europea | Avropa İttifaqı | Эўрапейскі Зьвяз | Европейски съюз | Unaniezh Europa | Evropska unija | Unió Europea | Evropská unie | Eùropejskô Ùnijô | Yr Undeb Ewropeaidd | EU | Europäische Union | Ευρωπαϊκή Ένωση | European Union | Eŭropa Unio | Unión Europea | Euroopa Liit | Europar Batasuna | اتحادیه اروپا | Euroopan unioni | Õuruupa Liit | Union européenne | Union eropèèna | Union Europeane | Jeropeeske Uny | An tAontas Eorpach | An t-Aonadh Eorpach | Unión Europea | האיחוד האירופי | यूरोपीय संघ | Europska unija | Inyon Ewopeyèn | Európai Unió | Պրոյեկտ:Որոնում | Union Europee | Uni Eropa | Europan Union | Europana Uniono | Evrópusambandið | Unione Europea | 欧州連合 | Uni Eropah | ევროპის კავშირი | 유럽 연합 | Europäish Unjon | Yekîtiya Ewropayê | Unyans Europek | Unio Europaea | Europäesch Unioun | Europese Unie | Europos Sąjunga | Eiropas Savienība | Европска Унија | Kesatuan Eropah | Unjoni Ewropea | Europääsche Union | Europese Unie | Den europeiske unionen | Den europeiske union | Unnion Ûropéenne | Union europenca | Unia Europejska | União Europeia | Europikano Ekipen | Uniunea Europeană | Европейский Союз | Unioni Europea | European Union | Evropska unija | European Union | Európska únia | Evropska unija | Bashkimi Evropian | Европска унија | Europeiska unionen | ஐரோப்பிய ஒன்றியம் | Uniaun Europeia | สหภาพยุโรป | Kaisahang Europeo | Avrupa Birliği | Awrupı Berlege | Європейський Союз | Union Eoropea | Liên minh châu Âu | Union Uropeyinne | Unyon Europeo | 欧洲联盟 | Europa Liân-bêng
This article is licensed under the GNU Free Documentation License.
It uses material from the
"Europese Unie".
Home Page • arts • business • computers • games • health • hospitals • home • kids & teens • news • physicians • recreation• reference • regional • science • shopping • society • sports • world