article

John-bell-II-B-6.jpg

Een ets is een diepdruktechniek waarbij getekend wordt op een met vernis afgedekte koperen of zinken plaat. De tekening wordt vervolgens ingebeten in zuur en op vochtig papier afgedrukt.

Ontstaan


De etstechniek ontstond rond 1400 vanuit de wapensmederijen in Europa. In deze werkplaatsen brachten wapensmeden met scherpe beitels versieringen in harnassen en wapens aan. Als de gravure gereed was, werd ze opgevuld met een zwart emaille, niéllo, en werd er een nat vel papier overheen gelegd. De niéllo trok voor een deel in het papier en zo ontstond een afdruk in spiegelbeeld van de gemaakte gravure. Deze afdruk werd slechts voor één doel gebruikt: ze fungeerde als staalkaart voor het vakmanschap van de wapensmid. Dergelijke afdrukken vormden goed reclamemateriaal om nieuwe klanten te trekken.

Het is dus niet verwonderlijk dat de gravure als reproductietechniek haar oorsprong vond in deze wapensmeden, aangezien de gebruikte techniek zeer gelijkaardig was.

Gravure


De gravure is de voorganger van de ets. Ze wordt gemaakt op een metalen plaat (koper, staal of zink). Scherpe beitels zorgen voor de lijnvoering. Om te voorkomen dat de graveur zich zou verwonden, wordt de plaat op een met zand gevulde zak gelegd. Door bij bochten de plaat te draaien kan de graveur van zich af blijven steken.

De gravure veroverde al snel haar plaats binnen de beeldende kunst. Het voordeel van deze reproductietechniek was dat zij in een hoge oplage kon worden gedrukt. Door de oplage was een prent (verzamelnaam voor alle handgedrukte vormen van beeldende kunst) aanzienlijk goedkoper dan een schilderij. De ontwikkeling van de prentkunst is niet alleen beeldend maar ook sociaal interessant; zij opende voor veel mensen die niet het vermogen hadden een schilderij te kopen de mogelijkheid het huis te versieren.

De twee eerste gedateerde gravures (1398) zijn te vinden in het museum te Colmar, Frankrijk.

Etstechniek


In de periode van het ontstaan van de gravure ontdekte men dat metaal reageerde met een zuur of een base. Hieruit ontstond de etstechniek.

Het etsen gebeurt op een koperen of zinken plaat. Deze plaat dient gepolierd te worden met fijn schuurpapier om een zo glad mogelijk etsoppervlak te verkrijgen. De scherpe randen worden gevijld zodat het vilt van de rolpers niet beschadigd raakt tijdens het drukken.

De bovenkant van de metalen plaat wordt afgedekt met een dunne afdeklaag. Deze afdeklaag bestaat uit asfaltpoeder en bijenwas. Zijkanten en onderzijde van de plaat dekt men af met goedkopere spirituslak (schellak opgelost in spiritus). Vervolgens brengt de etser met een etsnaald de afbeelding (lijnets) aan in de afdeklaag.

Afhankelijk van het gebruikte metaal en de bedoelingen van de etser, wordt de plaat in zuur of in zout gebeten. Het bijten in zout (ijzerchloride) heeft als voordeel dat het de lijnen uitsluitend in de diepte bijt. De nadelen van bijten in zout zijn dat ijzerchloride een ondoorzichtige bruine vloeistof is – de etser ziet dus niet wat hij doet – en dat het bijtproces zeer traag verloopt. Bijten in ijzerchloride kan met koper. In de regel worden etsplaten in salpeterzuur gebeten, een snel bijtend zuur met als nadeel dat het de lijnen ook verbreedt. Een in salpeterzuur gebeten lijn is rafelig. Na het inbijten wordt de afdeklaag verwijderd met terpentijn.

Als een plaat klaar is, wrijft men de lijnen in met inkt. Vervolgens wordt de plaat afgeslagen: de inkt wordt met de hand van de plaat afgewreven, waarbij alleen de inkt in de geëtste partijen blijft staan. Daarna drukt men de ingeïnkte plaat onder een etspers af op vochtig papier. Het water in het papier trekt de inkt aan, waardoor de geëtste tekening zich in spiegelbeeld aan het papier hecht.

Tijdens het etsproces maakt de etser regelmatig tussendrukken. Deze tussendrukken noemt men staten. Op basis hiervan kan telkens een volgende stap gezet worden.

Andere etstechnieken


Naast de gewone lijnets bestaan er ook andere etstechnieken. De aquatint en de vernis mou zijn de belangrijkste.

  • Aquatint: deze etstechniek is ideaal om een picturaal (schilderkundig) effect te verkrijgen. Men bespuit een gepolierde metalen plaat met harspoeder of acryl. Wanneer dit in een zuurbad gelegd wordt, bijt het zuur enkel rond de hars- of acrylpuntjes. Hoe langer de plaat in het zuurbad blijft liggen, hoe donkerder het vlak wordt. Door delen van de plaat af te dekken met afdekvernis en de overige delen langer te laten inbijten, kan men verschillende grijsnuances verkrijgen. Bij een alternatieve aquatintmethode legt men de met hars of acryl bespoten plaat niet in een zuurbad, maar schildert men rechtstreeks op de plaat met sterk salpeterzuur. De beschilderde delen worden bij het afdrukken donkerder dan de niet-beschilderde partijen.

  • Vernis mou: bij deze techniek wrijft men de bovenkant van een opgewarmde metalen plaat in met zacht vernis (schapenvet en bijenwas). Vervolgens legt men papier boven het vernis. Door rechtstreeks op het papier te tekenen, ontstaat er een tekening in het zachte vernis. De lijnsoort is sterk afhankelijk van het gebruikte tekenmateriaal.

  • De droge naald is geen etstechniek, maar wel een aan de ets verwante diepdruktechniek.

Voor een overzicht van verwante grafische technieken, zie Graveerkunst.

Artistieke techniek | Beeldende kunst

Aiguafort | Lept | Radierung | Etching | Aguafuerte | Eau-forte | Ets | Bakropis | エッチング | Oforts | Etsning | Akwaforta | Офорт | Lept | Etsning | Травлення

 

This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the "Ets".

Home Pageartsbusinesscomputersgameshealthhospitalshomekids & teensnewsphysiciansrecreationreferenceregionalscienceshoppingsocietysportsworld