Het boek Esther of Ester is een kort boek in de Hebreeuwse bijbel.
In de Tenach valt het onder de Geschriften, en hierbinnen onder de vijf feestrollen. In het Hebreeuws wordt het boek Hadassa genoemd, wat mirte betekent.
Voor de naam Esther zoals deze in de Hebreeuwse tekst voorkomt zijn verschillende verklaringen gegeven. De naam is waarschijnlijk afkomstig van het Perzische ستاره setareh, en betekent dan "een ster". Ook wordt wel verband gelegd met het werkwoord str dat verbergen betekent, de naam zou dan iets als verborgen of ik zal mij verbergen kunnen betekenen.
Het boek bestaat uit verscheidene delen. De eerste tien hoofdstukken zijn in het Hebreeuws geschreven en worden zowel door protestanten als rooms-katholieken als canoniek erkend. De hiernavolgende hoofdstukken (de toevoegingen) zijn in het Grieks geschreven, en zijn zowel in de Septuaginta alsook in de rooms-katholieke bijbels opgenomen, maar worden door de protestanten als apocrief gezien. Maarten Luther beschouwde zelfs het gehele boek als apocrief.
Ontstaan en auteurschap
Over het
auteurschap van het boek Esther heeft altijd veel onzekerheid bestaan. De
Talmoed, in
Baba Bathra 15a, wijst het aan de grote
synagoge toe,
Titus Flavius Clemens in
Alexandrië aan
Mordechai, en
Augustinus aan
Ezra.
In deze varianten wordt er vanuit gegaan dat het verhaal redelijk kort na het gebeuren op schrift is gesteld. Moderne critici plaatsen het verscheidene generaties later, en wijzen het toe aan anonieme bronnen rond 150–130 v. Chr.
Het verhaal in het boek Esther speelt ten tijde van Xerxes I (in het Grieks); Perzisch: Khshayarsha; Hebreeuws: Ahasuerus), de Perzische koning (486–465 v. Chr.) die de oorlogen van zijn voorganger tegen de Grieken voortzette; in 480 v. Chr. versloegen de Grieken zijn leger in de Slag bij Salamis, en in 479 v. Chr. zijn marine in de Slag bij Platea, waarna Xerxes zijn pogingen om Griekenland te veroveren opgaf. Dit betekende het einde van het Perzische rijk als de overheersende macht in het Midden-Oosten.
Het boek bevat zekere gegevens die er op wijzen dat het een aantal generaties later geschreven is, namelijk:
- Een impliciete suggestie dat Susa niet langer de hoofdstad was (hoofdstuk 1:2);
- Van Mordechai wordt vermeld dat hij uit Jeruzalem is weggevoerd met Jechonia door Nebukadnezar. Dit vond plaats in 597 v. Chr., zo'n 110 jaar eerder;
- Xerxes' vrouw aan het eind van de jaren 480 was Amestris, een dochter van een van zijn generaals;
- Het is niet goed voorstelbaar dat Haman, wetend dat Mordechai een Jood was, dit niet van Esther geweten heeft;
- Esther 10:3 roemt Mordechais weldaden aan zijn volk, en het is niet aannemelijk dat hij dit zelf heeft opgeschreven;
- Het is niet goed voorstelbaar dat Vasthi's weigering op het feest tot een vrouwenopstand in het rijk zou leiden;
- De Elamieten waren een volk geweest met hoofdstad Shushan, hun traditionele vijand was Babel. Elam was verslagen (in 640 v. Chr.) door de Assyriërs. Hun campagne tegen de Elamieten betekende de tijdelijke redding van het koninkrijk Juda. Tegelijk kwamen zij zo verzwakt uit deze strijd dat Assyrië werd ingenomen door Perzië. Darius I bouwde Susa waar Shushan gestaan had. Tegen de tijd dat Esther werd geschreven, was de buitenlandse macht aan de horizon het Macedonië van Alexander de Grote. Deze zou het Perzische rijk een 150 jaar na het verhaal van Esther verslaan. Hierom noemt Xerxes Haman ook een Macedoniër in plaats van een Amalekiet, die eerder de vijanden van de Joden waren geweest (in de toevoegingen, Hoofdstuk 16:10,14);
- een uitleg van Perzische gebruiken impliceert dat deze gebruiken niet langer bij de lezer bekend zijn (hoofdstuk 1: 13, 19; 4: 11; 8: 8);
- De wraakzuchtige houding van de Joden tegenover de heidenen;
- Woorden en uitdrukkingen die op een latere datering wijzen.
Op grond van deze en andere argumenten concluderen veel moderne kenners dat Esther verscheidene generaties later geschreven is, mogelijk rond 130 v. Chr., toen de historische feiten niet meer helder waren.
Orthodoxe uitleggers houden vast aan een historische interpretatie van het boek. Zij zien naast de verklaring van de oorsprong van het Poeriemfeest ook Gods beschermende hand over het Joodse volk als boodschap. Enkele van hun argumenten voor een datering uit de tijd van Mordechai of spoedig daarna zijn:
- De gebruikte taal behoort tot de periode van de Perzische overheersing. Het wordt gekenmerkt door oude Perzische woorden, die tegen de tweede eeuw voor Christus in onbruik geraakt zijn, en waarmee de Septuaginta vertalers blunderden.
- Esther 10:2 vraagt: "Zijn zij niet geschreven in het boek van de kronieken van de koningen van Medië en Perzië?" M.a.w., de kronieken zijn nog te raadplegen, dus Perzië bestaat nog (332 v. Chr.: Alexander de Grote verslaat Perzië);
- Het woord "die" in Esther 2:6 slaat op Mordechais grootvader, dus Mordechai is niet als kind weggevoerd. Een belangrijk argument voor latere datering vervalt hiermee;
- het opsommen van details in namen wijst op authenticiteit;
- de grote kennis van Perzische gewoonten zoals deze uit het boek blijkt (bijvoorbeeld het gebruik van wit en blauw als de nationale kleuren van Perzië); Een ander voorbeeld is het feest waarop Vasthi verstoten werd: de wedergeboorte van de zon werd gevierd met een spectaculair feest met wijn, vrouwen en zang.
Inhoud
In het verhaal is Xerxes gehuwd met
Vasthi, en deze weigert tijdens een feest aan de verzamelde gasten haar schoonheid te tonen, waarop zij door Xerxes verstoten wordt (
484 v. Chr.).
Mordechais nicht Hadassa wordt uit een groot aantal kandidates door Xerxes gekozen als zijn nieuwe vrouw. Zij krijgt de Perzische naam Esther (
480 v. Chr.). Zijn eerste minister
Haman (een
Amalekiet) en Hamans vrouw
Zeres smeden een plan om Xerxes alle Joden te laten ombrengen, zonder te weten dat Esther ook tot dit volk behoort. Xerxes stemt toe en vaardigt een wet uit dat alle Joden in zijn rijk op een bepaalde dag geplunderd en gedood mogen worden.
Esther redt haar volk door Xerxes clementie voor haar volk te vragen; door een samenloop van omstandigheden redt Mordechai Xerxes' leven en Haman wordt aan de galg gehangen die hij voor Mordechai had laten oprichten. Mordechai neemt Hamans plaats als eerste minister in. Rest nog de uitgevaardigde wet – die immers een Wet van Meden en Perzen is en onmogelijk ingetrokken kan worden –; Mordechai lost dit op door de Joden overal toe te staan zich te verzamelen en te verdedigen.
Dit laatste vormt de oorsprong van het joodse poeriemfeest. Zie: Joodse feesten.
Thema/boodschap
De
interpretatie van het verhaal hangt sterk samen met de vraag naar het auteurschap en de visie van de commentator. Vrijwel alle commentatoren zijn het er over eens dat de auteur de herkomst van het
poeriemfeest wilde verklaren.
Enkele 'moderne' opvattingen:
- "Vasthi" was de naam van de voornaamste Elamitische godin. "Esther" is Aramees voor "Ishtar", de belangrijkste Babylonische godin, en "Hadassa" is afgeleid van het Babylonische woord voor "bruid", een van Ishtar's titels. "Mordekai" zou de Hebreeuwse vorm zijn van "Mardoek", de Babylonische' hoofdgod. "Haman" komt van "Hamman", de naam van de Elamitische oppergod, en "Zeres" is evenzo de naam van Hamman's goden-vrouw "Kirisha". Het boek Esther is dus een allegorie voor de Babylonische overwinning op "Elam", waarin de Babylonische goden de Elamitische goden in Shushan vervangen. Ze brengen de geest van de tijd tot uitdrukking waarin het geschreven werd, een tijd waarin de Joden weer een onafhankelijk koninkrijk vormden na generaties van bittere vervolging.
- Verscheidene auteurs hebben het als een geromantiseerd verhaal beschouwd.
- John Levenson ziet in zijn commentaar op Esther in 1997 het boek als een novelle, en analyseert de literaire structuur van het boek. Hij concludeert dat het is opgebouwd rond het banketmotief. De boodschap van het boek beschouwt hij vanuit meerdere gezichtspunten.
- Adele Berlin gaat er in haar in 2001 verschenen commentaar op het boek Esther van uit dat het boek bedoeld is als humoresk. Hiervoor voert zij met name het volgende bewijsmateriaal aan:
- de vele humoristische elementen in het boek (zie bijvoorbeeld Raddays Esther with Humor) (bijvoorbeeld hoofdstuk 7:8)
- de huidige carnavaleske/vrolijke viering van het feest;
- de boekrol ziet geen probleem in geweld, gemengde huwelijken, niet-koosjere maaltijden - dit past in een fictieve komedie;
- de cliché-achtige karakters in het verhaal.
Relaties met andere boeken/apocriefen
Esther is het enige bijbelboek waarin de naam van
God niet genoemd wordt. Latere schrijvers hebben getracht dit euvel te verhelpen door enkele toevoegingen. In de Griekse vertaling, de
Septuaginta, werden deze toevoegingen opgenomen. In de Latijnse vertaling, de
Vulgata, de officiële vertaling van de katholieke kerk, zijn deze toevoegingen ook opgenomen. Volgens de rooms-katholieke opvattingen behoren de toevoegingen dus tot de
canon en hebben leergezag.
De protestanten noemen deze toevoegingen apocriefen, wat wil zeggen: "niet tot de canon behorend", en de toevoegingen hebben dus geen leergezag. De toevoegingen werden vroeger tussen de andere teksten ingevoegd, in latere uitgaven gebundeld tussen het
Oude en
Nieuwe Testament. In de
Nieuwe Bijbelvertaling zal er vermoedelijk een versie met én een versie zonder apocriefen uitgegeven worden: in de protestantse visie is uitgave van canonieke en apocriefe boeken in een band niet aan de orde.
Verfilming
Het boek Esther is meermalen verfilmd. De zogeheten 'klassieke' verfilming van het verhaal dateert uit
1960 en is getiteld
Esther and the King met in de hoofdrollen
Joan Collins en
Richard Egan, en werd geregisseerd door
Raoul Walsh.
Externe links
Bijbelvertalingen van Esther:
Deuterocanoniek boek | Hebreeuwse Bijbel | Perzisch woord
سفر استر | Книга Естир | Llibre d'Ester | Kniha Ester | Buch Ester | Book of Esther | Libro de Ester | Esterin kirja | Livre d'Esther | מגילת אסתר | Kitab Ester | エステル記 | Ester | 에스텔 (구약성서) | Księga Estery | Livro de Ester | Книга Есфирь | Esther | Esters bok | 以斯帖記