Schlacht von Passchendaele.jpg (12 oktober 1917)]]
De Eerste Wereldoorlog (1914 - 1918) was de eerste oorlog waar landen uit de gehele wereld actief of passief bij betrokken waren, vandaar de naam wereldoorlog. Nederland bleef neutraal, België werd bezet. De Eerste Wereldoorlog werd uitgevochten op de volgende fronten:
Het bekendste en belangrijkste front strekt zich dus uit van de Belgische duinen in Nieuwpoort en De Panne tot aan de Frans-Zwitserse grens in Bazel. De kuststrook wordt verdedigd aan Belgische zijde, van Nieuwpoort verder zuidwaarts langs De Panne tot de Franse kusten. Aan Duitse zijde, van Nieuwpoort naar het noorden tot aan Zeeland en de Nederlandse grens. De Nederlandse grens was verder volledig afgezet met onder stroom gezet prikkeldraad tot in de buurt van Venlo. Nederland is en blijft neutraal en onbezet tijdens de oorlog.
Hoewel later de veel grotere Tweede Wereldoorlog uitbrak wordt de Eerste Wereldoorlog nog steeds ook wel de Grote Oorlog genoemd, al werd de naam Eerste Wereldoorlog al in 1920 door luitenant-kolonel Repington gebruikt in zijn boek The First World War 1914-18; hij voorzag al dat de Eerste Wereldoorlog een tweede uit zou lokken.
Belangrijke kenmerken van deze oorlog waren:
De publieke opinie in Europa schaarde zich aan de kant van Wenen. Zelfs de Russen trokken hun handen walgend van de Serviërs af, die na de gruwelijke koningsmoord op de Servische koning Alexander en koningin Draga in 1903 al een slechte naam hadden. De aanslag leek in eerste instantie met een sisser af te lopen: Oostenrijk leek niet te reageren. De zaak werd afgedaan als een incident veroorzaakt door een stel jonge heethoofden.
In Wenen werd echter gegniffeld: levend was de prins voor het hof een lastpak geweest, maar zijn dood zou een ideaal excuus zijn om Servië aan te pakken. Na zich van Duitse steun te hebben verzekerd (de blanco cheque) stelde Oostenrijk op 23 juli 1914 (bijna een maand na de moord) een ultimatum aan Servië. Dit ultimatum eiste kortweg dat de zaak tot de bodem werd uitgezocht, maar eiste dat Servië zich daarvoor wel een diepgaande inbreuk op de soevereiniteit moest laten welgevallen, onder meer door het toelaten van Oostenrijkse politiebeambten. Servië stemde met alle eisen in, op één na, waarna Oostenrijk de zaak op scherp zette en met oorlog dreigde.
De Duitse legers marcheerden door België en Noord-Frankrijk. Ze rukten op tot vlak bij Parijs, hoewel deze stad niet het doelwit was van de aanval. De Fransen voerden ondertussen in de Elzas een aanval uit volgens hun eigen Plan XVII en werden bloedig afgeslagen. Massa's infanterie rukten op tot de Duitse loopgraven, waar ze echter werden neergeschoten met mitrailleurs. Met hun felblauw-felrode uniformen vormden zij levende schietschijven.
De sikkelvormige opmars van de Duitsers door België en Noord-Frankrijk leek aanvankelijk redelijk volgens plan te verlopen. Luik en de cirkel van reusachtige forten eromheen werden binnen enkele dagen bezet, en in de Slag om de Grenzen werd de Britse BEF (British Expeditionary Forces) verslagen. De Duitsers rukten op tot aan de rivier de Marne, waar de Fransen hen trachtten tegen te houden. De Fransen claimen de overwinning maar volgens veel historici werd de Slag bij de Marne, als er al een winnaar was, eerder door de Duitsers dan door de Fransen gewonnen. De nerveuze Generale Staf, die al eerder kleine afwijkingen van het plan had geconstateerd, besloot echter het Duitse leger te laten terugtrekken op Chemin des Dames. Het front groeide door omtrekkende bewegingen van beide partijen (de Race naar de Zee) naar het westen aan tot aan de Noordzeekust.
Met uitzondering van Spanje en de Scandinavische landen, Zwitserland en Nederland, zouden uiteindelijk alle Europese landen bij de Eerste Wereldoorlog betrokken raken. Algemeen werd verwacht dat het een korte oorlog zou worden. Weer thuis als de bladeren vallen, was de veelgehoorde slogan. Maar het werd een ongekend lange en wrede oorlog waarvan de fronten al na anderhalve maand vast lagen. Wat volgde was een zinloze loopgravenstrijd die miljoenen slachtoffers kostte. Op één slagveld vielen bij Verdun of aan de Somme meer doden en gewonden dan bij alle veldslagen van de eeuw daarvoor samen (bij de Somme 600.000 geallieerden en 750.000 Duitsers).
Slechts heel langzaam drong bij de militaire opperbevelen het inzicht door dat in deze oorlog, waarin zij de aanval nog als alleenzaligmakend beschouwden, verdedigers altijd in het voordeel waren. Aanvallers sneuvelden bij bosjes doordat snelvuur en granaatbombardementen de oude gevechts- en wapentechniek inmiddels hopeloos ouderwets hadden gemaakt.
De grote slagen aan het Westfront waren:
Royal Irish Rifles ration party Somme July 1916.jpg]]
Verdedigingslinies werden gevormd door:
Het leven in de loopgraaf was een nachtmerrie. Loopgraven vormden, met name in het voorjaar, de winter en de herfst, modderige geulen waarin men tot de knieën in de drek zakte. Alles werd vochtig en smerig, en het water drong door kleren en laarzen heen. Dit leidde tot "loopgravenvoeten", het opzwellen, infecteren en afsterven van de voet door de vochtige en onhygiënische omstandigheden. Lijken lagen her en der en vormden een bron van infecties. Op etensresten kwamen ratten af, die zich in hoog tempo vermenigvuldigden. Slechts als het front langere tijd vastlag trad er enige verbetering in de leefomstandigheden op.
WWI4.jpg]]
Bij offensieven was het nog erger. De verdedigers (meestal de Duitsers) werden aan artilleriebombardementen blootgesteld, soms dagenlang. Vervolgens trokken de aanvallers troepen samen en richtten de artillerie op de vijandelijke loopgraaf. Als (men dacht dat) alle vijandelijke artillerie en mitrailleursnesten uitgeschakeld waren viel de infanterie aan, onder dekking van granaatvuur. Soms was de coördinatie niet goed: dan verloren de soldaten hun dekking of werden door de eigen artillerie beschoten. Dit werd overigens ook opzettelijk gedaan als de infanterie niet snel genoeg opschoot. Zo maakten de soldaten de oversteek over het niemandsland naar de vijandelijke loopgraaf.
De verdedigers wisten echter meestal al door de dagenlange bombardementen wat er zou gaan gebeuren en trokken zich deels terug of groeven zich diep in. Hierdoor ontstond een saillant, waarin de aanvallende infanterie klem kwam te zitten. Mitrailleursnesten aan de flanken openden het vuur en verdedigende infanterie rukte op terwijl de eigen artillerie vaak te traag was omdat deze vast kwam te zitten in de modder in het niemandsland. Nu geheel zonder dekking werd de aanvallende infanterie vrijwel geheel afgeslacht, in veel gevallen tot en met de laatste man. In 1915 vonden dergelijke kleinere aanvallen regelmatig plaats.
Rond Kerstmis 1914 hadden de weersomstandigheden oorlogshandelingen onmogelijk gemaakt en lagen beide legers tegenover elkaar in de loopgraven. Een sfeer van "leven en laten leven" ontstond. Rond Kerstmis gingen soldaten zelfs bij de vijand Kerstmis vieren in de loopgraaf, rondom een kerstboom, en werden cadeaus uitgewisseld. De dag erna volgde een voetbalwedstrijd in het niemandsland, die de Duitsers overigens wonnen. De merkwaardige situatie aan deze fronten duurde tot Pasen 1915. Men waarschuwde elkaar zelfs als er een aanval zou komen. Als er in de loopgraven bezoek kwam van de legerleiding werd de tegenstander hiervan verwittigd en werd er duchtig heen en weer geschoten, over de hoofden heen. Het initiatief voor dit bestand werd aanvankelijk op Kerstavond door de Duitse troepen genomen. De dag nadien werden alle lijken die nog in het niemandsland lagen geruimd.
De eerste kerstbestanden ontstonden in Vlaanderen op initiatief van Duitse soldaten en dan nog vooral Saksische en Beierse troepen. De Pruisische troepen namen nooit deel aan deze bestanden. Langs de andere zijde waren het vooral Britse troepen die deelnamen aan deze verbroederingen. In mindere mate participeerden Belgen en Fransen
Een van de merkwaardigste voorvallen deed zich voor in Diksmuide waar op tweede Kerstdag de Duitse soldaten (een regiment uit Beieren) aan de Belgische soldaten aan de overkant vroegen of er een priester aanwezig was.
Even later kwam de Belgische commandant Lemaire ter plaatse met de regimentspriester, Sabin Vandermeiren. Zij werden aangesproken door een Beierse commandant met een Engelse naam: majoor John William Anderson. Deze laatste had in de kolenkelder van een veldhospitaal een gouden monstrans gevonden en wenste deze terug te geven aan de Belgen. De overdracht gebeurde op de dichtgevroren IJzer. De monstrans staat nu tentoongesteld in de IJzertoren te Diksmuide.
De Geallieerde en Duitse opperbevelhebbers raakten echter in paniek. Men zag dit als muiterij en hoogverraad. De vaderlandstrouw van de soldaten was echter sterker: de Kerstbestanden waren slechts een poging geweest er het beste van te maken, omdat er wegens de weersomstandigheden toch geen offensieven te verwachten waren. Toen het voorjaar eenmaal begonnen was, gingen dezelfde soldaten elkaar weer te lijf. Desalniettemin nodigden de Duitse soldaten de Geallieerde manschappen opnieuw uit voor een kerstbestand toen Kerstmis 1915 naderde. Ondanks dreigementen van officieren gingen de soldaten hierop in, en opnieuw vonden taferelen van verbroedering plaats.
De legerleiding was furieus: dit moest afgelopen zijn! In de herfst van 1916 dreigde de legerleiding de artillerie op de infanterie te richten als die zich op vriendschappelijke wijze met de vijand inliet. Lagere officieren en soldaten zouden standrechtelijk worden geëxecuteerd. Duitse of geallieerde soldaten die met Kerst 1916 het niemandsland betraden of contact zochten met de vijand vlogen de kogels nu om de oren. Er kwam geen Kerstbestand dit jaar, en in 1917 evenmin.
In de eerste maand van de oorlog, augustus 1914, vuurden Franse soldaten traangas (xylyl bromide) naar de Duitsers en waren daarmee dus de eersten die gifgas gebruikten. Echter het Duitse leger was het eerste dat serieus studie deed naar gifgas, en was het eerste dat het in 1915 op grote schaal gebruikte.
Aan het Russische front werden voor het eerst chloorgascilinders ingezet. De verbaasde officieren zagen hun soldaten in groene wolken verdwijnen, en neervallen. Een aantal rende terug, schreeuwend dat de Duitsers hen met een "groene mist" vergiftigden.
Na dit experiment gebruikten de Duitsers het gas in de Tweede Slag om Ieper. Meer dan 5000 cilinders chloorgas werden opengezet. De Franse verdedigende regimenten raakten bevangen door het gas en een gat van 6 km ontstond. De Duitsers hadden echter ook deze aanval bedoeld als experiment, en hadden niet op zo'n succes gerekend. Er waren dan ook geen soldaten voorhanden om door te stoten. Na dit succes ontstonden diverse soorten chemische oorlogswapens. Er werden tests uitgevoerd met mosterdgas. Ook probeerden Duitse en later ook Franse wetenschappers ziektekiemen in diverse bommen te stoppen. Vooral de pest was populair onder dit gezelschap. De eerste stappen richting serieuze biologische oorlogvoering waren begonnen.
De wapens werden later ook door de Geallieerden gebruikt. De eerste gasmaskers deden hun intrede, gevolgd door meer geavanceerde gassen, en betere methoden om ze op het slagveld in te zetten. De eerste gasmaskers waren primitief en hielpen nauwelijks. Pas na uitgebreid onderzoek verbeterden de gasmaskers aanzienlijk wat de effectiviteit van de toch al zeer dure chemische wapens niet ten goede kwam.
Naar aanleiding van de enorme verliezen, niet alleen tijdens de grote slagen, maar ook door de verliezen bij talloze kleinere slagen, brak bij de Franse soldaten het besef door dat domweg aanvallen gelijk stond aan zelfmoord. Toch wist de legerleiding geen betere tactiek te bedenken. Vele soldaten gingen in 1917 over tot muiterij, soms zelfs met hele regimenten tegelijk. In feite is muiterij een erg groot woord, de soldaten kwamen namelijk niet in opstand, maar staakten. Ze weigerden orders uit te voeren.
Dit bracht de geallieerden in grote paniek. Als de Duitsers hierachter kwamen en direct aan zouden vallen, zouden ze zo het hele front van Amiens tot aan Verdun kunnen oprollen om vervolgens naar Parijs te wandelen. Generaal Pétain, de nieuwe opperbevelhebber, besloot met de soldaten te praten. Dit deed hij door enerzijds loyale artillerie op muitende regimenten te richten, maar anderzijds een betere verlofregeling te verlenen en het Franse leger niet meer in te zetten voor offensieven. Duizenden muiters zijn vermoedelijk gedood of geëxecuteerd, maar de Duitsers zijn er niet achter gekomen. Pétain hield woord: er werden door het Franse leger geen grote offensieven meer uitgevoerd.
WWI6.jpgse en Hongaarse gevangenen van de oorlog in Rusland, 1915]]
Ondanks de mobilisatietijd van 42 dagen die het Von Schlieffenplan aan de Russen toerekende, vielen twee Russische legers alsnog in augustus 1914 Oost-Pruisen binnen. Na aanvankelijke paniek werden de legers door de nieuwe bevelhebber Paul von Hindenburg in de pan gehakt bij Tannenberg en de Mazurische Meren. De Duitse acties beperkten zich hoofdzakelijk tot verdedigen en voorzichtig aanvallen, al dan niet om de Oostenrijkse bondgenoot bij te staan. Aan het Oostfront kwamen ook loopgraven voor, maar deze lagen verder uit elkaar en hadden het karakter van een tijdelijke verdedigingslinie. De Duitsers gebruikten hier voor het eerst gifgas (chloor) tegen de Russen.
De Russen organiseerden later meer offensieven om hun westelijke bondgenoten lucht te geven. De Broesilov-offensieven tegen de Oostenrijkers in Galicië waren hiervan de bekendste en meest succesvolle. Roemenië koos hierop de zijde van de geallieerden, maar werd door Duitsland, Oostenrijk en Bulgarije binnengevallen en bezet. De Russische offensieven liepen uiteindelijk vast met grote verliezen aan mensenlevens.
In Rusland braken hierop de revoluties van 1917 uit, waarna de communisten met de Duitsers begonnen te onderhandelen. De Russische legers waren inmiddels uiteengevallen en de Duitsers bezetten zonder slag of stoot de Oekraïne. De communisten sloten tenslotte de vrede van Brest-Litovsk met de Duitsers, die hierdoor de beschikking kregen over een keten vazalstaten en de handen vrij kregen in het westen. Na de wapenstilstand moesten deze gebieden echter ontruimd worden, en bij het Verdrag van Versailles werd het Verdrag van Brest-Litovsk nietig verklaard. Tevens moest al het Russische en Roemeense in beslag genomen goud worden teruggegeven.
Italië was voor de beloften van de Geallieerden gezwicht. De Centralen zagen dit als verraad, aangezien Italië met Oostenrijk en Duitsland de Driebond had. Maar Italië was meer een last dan een steun, het economisch zwakke land moest door Groot-Brittannië van steenkool en krediet worden voorzien en de Italiaanse soldaten moesten steeds worden geholpen door Franse soldaten. Daarbij kwam ook nog dat ze alleen wensten te vechten voor de Oostenrijkse gebieden die ze op het oog hadden, puur op eigen gewin gericht dus.
In de Alpen liepen de Italianen zich met hun Franse bondgenoten drie jaar lang te pletter op de Oostenrijkse stellingen. De Centralen dreigden zelfs door te breken. Uiteindelijk werden de Oostenrijkers aan de Isonzo in 1918 verslagen.
De Turken traden toe tot de partij die hen
De Geallieerden probeerden troepen te laten landen in Turkije, maar werden verslagen tijdens de Slag om Gallipoli. De Turken streden met wisselend succes tegen Rusland. Vele Armeniërs kwamen in opstand tegen de nationalistische Jong-Turken die aan de macht waren gekomen. Andere Armeniërs vochten in het Russische leger. Dit leidde tot de zogenaamde Armeense genocide, die naar schatting 500.000 tot 1,5 miljoen slachtoffers maakte.
Na de Russische Revolutie bezette het Turkse leger de Kaukasus, maar het moest zich in 1918 toch overgeven. Het lukte de Britten wél om in de persoon van T.E. Lawrence (beter bekend als Lawrence van Arabië) om Hoessein ibn Ali, de Sjarif van Mekka, over te halen om aan hun zijde mee te vechten. Na aanvankelijke Turkse successen, verdreven de Arabieren samen met de Geallieerden de Turken tijdens de zogenaamde Arabische opstand.
Verkenning was en bleef het voornaamste doel van de vliegtuigen. Bombardementen kwamen ook voor, maar hiervoor moest de piloot de bom tussen de benen houden en zelf het toestel uitwerken. Ook werden wel zeppelins ingezet. Deze kolossen konden meer bommen vervoeren, en werden door de Duitsers veelvuldig ingezet om Londen te bombarderen. Zij waren echter ook een makkelijk doelwit en zeer kwetsbaar, omdat ze zo groot waren en met waterstof waren gevuld. Naast verkenning en bombardementen, was intimidatie van de bevolking een doel van de inzet van vliegtuigen en zeppelins.
Bekend waren de vele "dogfights" tussen de Duitse en Geallieerde vliegers. Manfred von Richthofen, oftewel de Rode Baron, behaalde 80 overwinningen. De Fransman René Fonck bleef hier met 75 niet ver achter. Hermann Goering, de latere luchtmaarschalk en nazi-partijbons, was ook oorlogsvlieger.
In 1917 zaten de Duitsers met een probleem. De nood steeg steeds hoger maar er zat geen beweging in de fronten. Een poging om de Engelse vloot te vernietigen en zo de blokkade te breken was in 1916 met de zeeslag bij Jutland mislukt. De Duitsers vernietigden meer schepen dan de Britten, maar waagden zich niet meer op open zee. Een onbeperkte duikbootoorlog zou de kans geven om Engeland te isoleren en tot overgave te dwingen. Dit zou echter kunnen leiden tot een oorlog met de reeds geïrriteerde Verenigde Staten.
De Duitsers zetten het plan toch door, maar trachtten Japan en Mexico tot de Centralen te doen toetreden om zo de Amerikanen af te leiden. Een telegram met deze strekking (Zimmermanntelegram) werd echter onderschept. Naar aanleiding hiervan, en van de onbeperkte duikbootoorlog, verklaarden de Verenigde Staten Duitsland op 6 april 1917 de oorlog. De Mexicanen hadden echter net een burgeroorlog achter de rug en hadden geen behoefte aan een nieuwe oorlog, terwijl ook Japan bedankte voor de eer.
De Amerikaanse aanwezigheid had, vooral in het begin, een louter psychologische waarde. Zo kolossaal als de Amerikaanse marine was, zo klein was hun landleger. Er was mankracht genoeg, maar er was onvoldoende bewapening. Kanonnen moesten van de Britten worden geleend. De Duitsers zagen echter een nieuw leger tegenover zich dat steeds verder aangroeide. Hun duikboten waren onvoldoende om de oorlogskonvooien tegen te houden. De tijd werkte in hun nadeel: steeds meer troepen stroomden Europa binnen, en de ongeschonden Amerikaanse wapenfabrieken draaiden op volle toeren.
Hindenburg en Ludendorff wisten dat het afgelopen was. De legers hadden aan alles gebrek en er dreigde revolutie. Bij monde van generaal Wilhelm Groener lieten zij de keizer weten dat zij niet langer op de trouw van het Duitse leger konden rekenen. Een verstijving van de weerstand in Vlaanderen was maar schijn: er was aan alles gebrek, tot uniformen toe. Een rebellie van matrozen sloeg over naar het hele land. Bij de Centrale bondgenoten, die nu ook op alle slagvelden werden verslagen, was de situatie nog erger omdat Duitsland hen economisch uitzoog en als koloniën behandelde. Een Bulgaars regiment schaamde zich zo voor zijn kleding dat het zich in ondergoed voor zijn generaal presenteerde. De burgers leden nog meer gebrek en stierven bij bosjes van de honger. In de herfst van 1918 sloten Turkije en Bulgarije wapenstilstanden. Oostenrijk-Hongarije volgde op 3 november, zodat Duitsland nu aan de zuidkant onbeschermd was. De keizer vluchtte naar Nederland, en de republiek werd uitgeroepen. Onderhandelingen vonden plaats, en een wapenstilstand werd overeengekomen. De Oorlog werd op de 11e van de 11e 1918 (11 november 1918) om 11 over 11 uur in een treinwagon te Compiègne beëindigd. Tot de laatste minuut vielen de 'vernietigingsschoten' door de artillerie over en weer (vrede van Versailles; het volgende dispuut; aanleiding tot WO-II).
De keizer Wilhelm II schreef na de oorlog in zijn ballingsoord Doorn in zijn Kriegserrinnerungen:
Deze lijst toont alle staatshoofden tijden W.O. I en een selectie van de regeringsleiders (premiers)
Eerste Wereldoorlog | 20e eeuw
Eerste Wêreldoorlog | Ǣrest Woruldgūþ | حرب عالمية أولى | Primera guerra mundial | Першая сусьветная вайна | Първа световна война | Prvi svjetski rat | Primera Guerra Mundial | První světová válka | Y Rhyfel Byd Cyntaf | 1. verdenskrig | Erster Weltkrieg | Α΄ Παγκόσμιος Πόλεμος | World War I | Unua mondmilito | Primera Guerra Mundial | Esimene maailmasõda | Lehen Mundu Gerra | جنگ جهانی اول | Ensimmäinen maailmansota | Première Guerre mondiale | An Chéad Chogadh Domhanda | Primeira Guerra Mundial | מלחמת העולם הראשונה | Prvi svjetski rat | I. világháború | Prime Guerra Mundial | Perang Dunia I | Unesma Mondo-milito | Fyrri heimsstyrjöldin | Prima guerra mondiale | 第一次世界大戦 | 제1차 세계 대전 | Bellum Orbis Terrarum I | Éischte Weltkrich | Pirmasis pasaulinis karas | Pirmais pasaules karš | Прва Светска војна | Perang Dunia I | Eerst Weltorlog | Den fyrste verdskrigen | Første verdenskrig | I wojna światowa | Primeira Guerra Mundial | Primul război mondial | Первая мировая война | Prima Gherra Mundiale | Prima Guerra Munniali | Prvi svjetski rat | World War I | Prvá svetová vojna | Prva svetovna vojna | Први светски рат | Första världskriget | Vita Kuu ya Kwanza ya Dunia | முதல் உலகப் போர் | สงครามโลกครั้งที่หนึ่ง | Unang Digmaang Pandaigdig | I. Dünya Savaşı | Перша світова війна | Đệ nhất thế chiến | Prumire guere daegnrece | 第一次世界大战
This article is licensed under the GNU Free Documentation License.
It uses material from the
"Eerste Wereldoorlog".
Home Page • arts • business • computers • games • health • hospitals • home • kids & teens • news • physicians • recreation• reference • regional • science • shopping • society • sports • world