Een eed is een plechtige verklaring dat men de waarheid spreekt of zal spreken, of iets belooft te doen.
Wijze van eedsaflegging
In Nederland is in de Eedswet van 17 juli 1911 geregeld, op welke manier de eed moet worden afgelegd.
Onder het opsteken van de twee voorste vingers van de rechterhand moeten de volgende woorden uitgesproken worden:
Zo waarlijk helpe mij God almachtig.
In diezelfde wet is vastgelegd, dat de betrokkene in plaats van de eed kan kiezen voor de
belofte, of voor de
bevestiging. In dat geval spreekt men uit:
Dat beloof ik, of
Dat verklaar ik.
De wet bevat bovendien nog de mogelijkheid om de eed, de belofte of de bevestiging op een andere wijze te doen, als de godsdienstige gezindheid van de betrokkene dat voorschrijft. Voor moslims betekent dat, dat men bijvoorbeeld op de Koran de eed zou kunnen afleggen.
Eed bij getuigeverklaringen
Een
getuige bij een
rechtzaak of
parlementaire enquête moet over het algemeen de eed of de belofte afleggen, dat hij of zij
de gehele waarheid en niets dan de waarheid zal zeggen. Gedurende de ondervraging staat de getuige
onder ede. Als de getuige jonger dan 16 jaar is, wordt hij of zij niet beëdigd, maar
aangemaand de gehele waarheid en niets dan de waarheid te zeggen.
In België vraagt de rechter aan getuigen in een strafproces de volgende formule uit te spreken: "Ik zweer de gehele waarheid en niets dan de waarheid te zeggen". Het Gerechtelijk Wetboek, artikel 934, noemt de volgende eedformules:
- "Ik zweer in eer en geweten dat ik de gehele waarheid en niets dan de waarheid zal zeggen", of
- "Je jure en honneur et conscience de dire tout la vérité, rien que la vérité.", of
- "Ich schwöre auf Ehre und Gewissen, die ganze Wahrheit und nur die Wahrheit zu sagen".
Bij de procedure voor het Hof van assisen wordt de uitdrukking "spreken zonder haat en zonder vrees" gebruikt. Artikel 317 van het Wetboek van strafvordering schrijft voor: "Alvorens te getuigen leggen zij, op straffe van nietigheid, de eed af dat zij zullen spreken zonder haat en zonder vrees, dat zij de gehele waarheid en niets dan de waarheid zullen zeggen".
Ook de leden van de jury moeten een eed afleggen (Artikel 312 van het Wetboek van strafvordering). Daarom worden de personen die in de jury zitten ook wel de "gezworenen" genoemd. Het woord 'jury' komt trouwens van het Latijnse jurare, wat 'zweren' betekent.
Eed bij functieaanvaarding
Iemand die een openbare functie aanvaardt, legt gewoonlijk een ambtseed af. Dit heet wel de
zuiveringseed.
Een staatshoofd die in functie treedt, wordt gewoonlijk tijdens een bijzondere plechtigheid beëdigd.
Medici leggen de Eed van Hippocrates af. Ook bij paramedische beroepen, zoals verpleegkundige, moet men een eed afleggen, waarbij men bijvoorbeeld beloofd vertrouwelijke informatie geheim te houden.
Eed van trouw
Van
militairen wordt bij hun benoeming ook vaak een eed geëist. Hierin beloven ze
trouw aan de
grondwet, het vaderland, de Koning of iets dergelijks.
Voor Nederlandse militairen luidt deze eed:
- "Ik zweer (beloof) trouw aan de Koning(in), gehoorzaamheid aan de wetten en onderwerping aan de krijgstucht. Zo waarlijk helpe mij God Almachtig (Dat beloof ik)". (Artikel 12a van het Algemeen militair ambtenarenreglement).
Meineed
Iemand die liegt terwijl hij 'onder ede' staat, is strafbaar aan
meineed.
Zie ook
Externe link
Ethiek
Přísaha | Eid | Oath | Juramento | Vala | שבועה | Juramento | Ed (juridisk betydelse)