Duiken is de bezigheid van het langdurig onder water verblijven al dan niet met hulpmiddelen zoals een persluchtfles (SCUBA). Het duiken werd tot halverwege de twintigste eeuw voornamelijk beroepsmatig gedaan, maar is sindsdien ook een recreatief tijdverdrijf, met een nog steeds groeiende populariteit. Recreatief duiken wordt ook wel sportduiken genoemd. Ook onderscheiden we het vrijduiken (Freediving) zonder persluchtfles. Daarnaast wordt tevens technisch duiken beoefend waarbij er geen mogelijkheid bestaat om direct naar de oppervlakte op te stijgen zoals dat in grotten, wrakken en bij het bestaan van een decompressieverplichting (verplicht moeten uitvoeren van decompressiestops tijdens een opstijging ter voorkoming van Caisson ziekte) het geval is.
De meeste bronnen over duikers staan in verband met zeeoorlogen. Zo heeft Herodotos, een Griekse schrijver die leefde van 484 tot 425 voor Christus en aan verslaggeving deed, beschreven hoe Scyllias, een beroemde Griekse duiker uit de vijfde eeuw voor Christus, die gevangen genomen was door Xerxes I, de Perzische koning, schatten uit gezonken Perzische schepen moest bergen. Zo vertelde Herodotos: Tijdens een zeeoorlog werd de Griek Scyllias op een schip gevangen gezet door de Perzische koning Xerxes I. Toen Scyllias vernam dat Xerxes een Griekse vloot ging aanvallen, kon hij een mes buitmaken en overboord springen. De Perzen konden hem niet vinden in het water en dachten dat hij verdronken was. 's Nachts kwam Scyllias boven water en sneed alle ankertrossen van de Perzische schepen door. Hij gebruikte een rietstengel als snorkel om onopgemerkt te blijven. Daarna zwom hij nog 15 km om zich terug bij de Grieken te voegen.
Na de oudheid ebde de interesse om de onderwaterwereld te leren kennen weg. Tot de renaissance werd er geen aandacht bestaat aan eender welke onderwateractiviteit. Tijdens de renaissance werden er wel enkele apparaten uitgevonden. Zo beschreef bijvoorbeeld Leonardo da Vinci in zijn Atlantic Codex (Biblioteca Ambrosiana, Milaan) dat er systemen in gebruik waren om kunstmatig onder water te kunnen ademen. Details wilde hij niet geven, om zo "ongure types" niet op ideeën te brengen (om schepen te laten zinken of te roven en moorden). Dat was niet zo'n rare gedachte: duiken werd in die tijd voornamelijk gebruikt in oorlogen en ook wel om verloren schatten op te duiken. Er zijn wel enkele tekeningen van allerlei snorkels en een op de borst gedragen luchtzak.
In 1660 bestudeerd Robert Boyle ongeveer tegelijkertijd met Edme Mariotte, het effect van lucht in water. Wat zou ons lichaam doen wanneer het naar de diepte wordt gebracht? In 1715 Vond John Lethbridge een duikersklok uit waarmee de duiker gemakkelijk bergingswerkzaamheden kon uitvoeren. Verder ontwikkelde Halley nog een duikersklok waarmee hij 90 minuten op de bodem van de Theems kon verblijven.
Pas in de negentiende eeuw kwam de ontwikkeling echt op gang. De gebroeders Deane ontwikkelden een duikpak met een duikhelm. Later werd dit pak nog verbeterd door Ausust Siebe. Er was één groot nadeel, het pak was afhankelijk van een pomp aan de oppervlakte. Benoit Rouquayrol en Auguste Denayrouze ontwikkelden kort daarop het eerste SCUBA (self-contained underwater breathing apparatus) apparaat waarmee men ongeveer een half uur onder water kon blijven en tot een diepte van 30 meter gaan. Hoewel men vroeger al luchtblikken had gebruikt, gebruikten Rouquayrol en Venayrouse de eerste duikfles die een hoger druk dan de normaaldruk kon verdragen.
In 1915 komt Sir Robert Davis met zijn "Submarine escape apparatus", een fles zuurstof die in het water geopend kon worden om zo te kunnen ademen. Deze werd verbeterd door Yves Le Prieur in 1933, gebaseerd op samengeperste lucht.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog is het duiken ingezet voor verschillende spectaculaire acties, zoals het opblazen van schepen in de haven van Alexandrië (Egypte) in 1941 door het Italiaanse elite marinekorps "Decima Mas". De Fransen zaten ook niet stil en in 1943 werden twee diepterecords gevestigd: Georges Comheines dook naar 53 meter, gevolgd door Frédéric Dumas met een diepte van 62 meter. Deze laatste poging werd ondernomen met een apparaat dat uitgevonden was door Jacques-Yves Cousteau en Emile Gagnan genaamd de Aqua-lung.
Films van Jacques Cousteau vanaf zijn boot de Calypso maakten duiken en de onderwaterwereld bekend bij het grote publiek, maar ook het gebruik van duiken in o.a. de James Bond films heeft zeker geholpen.
De eerste Europese onderwatersportbond was CMAS. De NOB is aangesloten bij CMAS. Het IADS werd in 1981 opgericht als tegenhanger van het NOB. Uit het IADS kwam IDD naar voren.
NAUI, PADI, PDIC en SSI zijn van oorsprong Amerikaanse organisaties. NAUI is één van de oudste duikorganisaties en bestaat al sinds 1959. In Nederland wordt er met name via duikscholen en winkels cursussen aangeboden volgens het door de betreffende organisatie ontwikkelde lesprogramma. PADI is 's werelds grootste organisatie, gevolgd door NAUI en SSI. Ook in Nederland zijn NAUI en PADI de grootste opleiders. De NOB heeft het grootst aantal leden (ca. 16.000).
NAUI, GUE, TDI en IANTD verzorgen tevens opleidingen in technisch duiken. Opleidingen verzorgd door GUE worden gegeven volgens de DIR filosofie.
Voor duiken is een goede uitrusting nodig die minimaal uit de volgende onderdelen moet bestaan:
Dȳfung | Dykning | Tauchen | Αυτόνομη κατάδυση | Scuba diving | Plongée sous-marine | צלילה | Subacquea | スキューバ・ダイビング | Scuba | Apparatdykking | Mergulho | 水肺潛水