Duerre.jpg Met droogte wordt in de meteorologie bedoeld dat er een bepaalde periode geen neerslag valt.
Langdurige periodes met weinig neerslag komen in Nederland door de vele meren en de gestage aanvoer van water voornamelijk van de Rijn, zelden voor en leidt zelden tot ernstige gevolgen. Periodes met droogte laten zich moeilijk vergelijken omdat het verloop van de neerslag, van jaar tot jaar verschilt. Bij zonnig weer met wind en hoge temperaturen kan er veel vocht verdampen, waardoor het watertekort snel toeneemt. Ook de voorgeschiedenis is van belang: als het ook eerder in het jaar droog was, loopt het tekort op. In de landbouw wordt dat aangevuld door kunstmatige beregening, wat gevolgen heeft voor de beschikbaarheid van water
De hoeveelheden neerslag zijn grillig verdeeld, waardoor de droogte zich meestal beperkt tot een deel van het land of een deel van het jaar. Daardoor is het moeilijk om droogteperiodes in de historie te vergelijken.
Van de eeuwen daarvoor zijn er nauwelijks neerslaggegevens, maar dankzij dagboeken, kronieken, oogstgegevens en notities kunnen we tot ver in de geschiedenis nagaan wanneer het droog was. Uit onderzoek blijkt dat lange periodes van droogte grillig worden afgewisseld met natte jaren.
Opmerkelijk droge zomers waren er in ons gebied in de laatste vijfentwintig jaar van de dertiende eeuw. De warme zomers in de twaalfde en dertiende eeuw worden aangeduid als het "Klimaat optimum", een opmerkelijk warme periode die tot in de veertiende eeuw duurde. In 1389 stond de Rijn bij Keulen voor de derde keer in tien jaar zo laag dat de paarden midden in de rivier liepen. Ook in de jaren zeventig van de vijftiende eeuw was het droog. Zo viel er in de zinderende zomer van 1473 van eind april tot half november nauwelijks regen; in Soest op slechts drie dagen. Op veel plaatsen braken bos, heide- en veenbranden uit, soms door blikseminslag.
Hitte en droogte heersten ook in 1503: zeker vier maanden lang viel nauwelijks regen en er braken niet alleen bos-, koren- en veenbranden uit, maar ook plaatsen als Hindeloopen, Zaltbommel, Gorinchem, Harderwijk gingen deels in vlammen op. Het meest opmerkelijke jaar was 1540. Legio bronnen spreken van zeven maanden zonovergoten, droog en heet weer, waardoor een rivier als de Rijn vrijwel droog kwam te staan. Er was groot gebrek aan water en brood. Zon en warmte brachten onze landgenoten in de verleiding tot wijnaanbouw, maar dat mislukte. Het "Grote Zonnejaar" was de laatste van een aantal hete zomers; daarna begon de kleine ijstijd met koel en nat weer.
Seca | Tørke | Dürre | Drought | Trosekeco | Sequía | Sécheresse | Seca | בצורת | Suša | Siccità | 干ばつ | Tørke | Susza | Seca | Засуха | Drought | Torka